Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BI7112

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
30-03-2009
Datum publicatie
09-06-2009
Zaaknummer
15/840136-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

verduistering in dienstbetrekking; verdachte heeft waardevolle goederen verduisterd die hij moest transporteren in het kader van zijn functie als vrachtwagenchauffeur op de Luchthaven Schiphol.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Schiphol

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/840136-07

Uitspraakdatum: 30 maart 2009

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 16 maart 2009 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in PI Midden Holland, HvB Haarlem te Haarlem.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

Feit 1

hij op of omstreeks 27 september 2007 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk 2500 digitale camera's (van het merk Samsung), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en welk(e) goed(eren) verdachte en/of zijn mededader(s) uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als chauffeur, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Feit 2

hij op of omstreeks 1 augustus 2007 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een horloge (van het merk IWC, voorzien van serienummer 3266086), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [benadeelde 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en welk(e) goed(eren) verdachte en/of zijn mededader(s) uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als chauffeur, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Feit 3

hij op of omstreeks 03 augustus 2007 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk zeventien horloges (van het merk IWC, voorzien van serienummer 2478609 en/of 3201248L en/of 3130713 en/of 1923257 en/of 3236745 en/of 3115915 en/of 2890869 en/of 3104387 en/of 3160280 en/of 2303435 en/of 2771207 en/of 2523805 en/of 2696576 en/of 2882789 en/of 2696587 en/of 2221325 en/of 967021), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan [benadeelde 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en welk(e) goed(eren) verdachte en/of zijn mededader(s) uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als chauffeur, in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten en gevorderd dat verdachte terzake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden met aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis doorgebracht. Voorts heeft zij gevorderd dat de onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen zullen worden verbeurdverklaard.

4. Oordeel van de rechtbank

4.1. Bewijs

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

Feit 1

hij op 27 september 2007 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk 2500 digitale camera's van het merk Samsung, die geheel of ten dele toebehoorden aan [benadeelde 2], en welke goederen verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking als chauffeur onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Feit 2

hij op of omstreeks 1 augustus 2007 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk een horloge van het merk IWC, voorzien van serienummer 3266086, dat toebehoorde aan [benadeelde 3], en welk goed verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking als chauffeur onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Feit 3

hij op of omstreeks 03 augustus 2007 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk zeventien horloges van het merk IWC, voorzien van serienummer 2478609 en 3201248L en 3130713 en 1923257 en 3236745 en 3115915 en 2890869 en 3104387 en 3160280 en 2303435 en 2771207 en 2523805 en 2696576 en 2882789 en 2696587 en 2221325 en 967021, die geheel of ten dele toebehoorden aan anderen dan aan verdachte, en welke goederen verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking als chauffeur onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4.2 Bewijsmiddelen

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten op grond van de navolgende bewijsmiddelen. De bewijsmiddelen zijn, ook in onderdelen, telkens slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

Ten aanzien van feit 1:

• de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

• het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] (dossierpagina 55-56)

• het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] namens [benadeelde 2].

Ten aanzien van feiten 2 en 3:

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] namens [benadeelde 3] (dossierpagina 557-559), inhoudende – zakelijk weergegeven – onder meer het navolgende:

Op 3 augustus 2007 werd door expediteur [naam] een zending van een doos bezorgd. Deze was afkomstig van IWC uit Zwitserland en was voorzien van airwaybillnummer [nummer]. In de doos zat alleen een boek, terwijl er ook een horloge van het merk IWC in had moeten zitten. Dit horloge betrof een uniek exemplaar, geschatte waarde 32.000 euro. De doos was voor opening intact en er was niets bijzonders aan te zien. Op de goederenbijlage staat een horloge, merk IWC, met serienummer 3266086.

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] namens [benadeelde 3] (dossierpagina 560-564), inhoudende – zakelijk weergegeven – onder meer het navolgende:

Op 6 augustus 2007 werd door expediteur [naam] een zending van een doos bezorgd. Deze was afkomstig van IWC uit Zwitserland en was voorzien van airwaybillnummer [nummer]. Na opening van de doos werd ontdekt dat er geen horloges in zaten, terwijl er 17 horloges van het merk IWC in hadden moeten zitten die ter reparatie naar IWC in Zwitserland waren gegaan. Voor opening was de doos geheel intact en was er niets bijzonders aan te zien.

Op de goederenbijlage staan 17 horloges van het merk IWC, met de serienummers zoals genoemd in de tenlastelegging.

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina 494-495), inhoudende – zakelijk weergegeven – onder meer het navolgende:

Op 8 januari 2008 zijn er tijdens een zoeking aan het verblijfsadres van [betrokkene 1] aan de [adres] vier horloges van het merk IWC aangetroffen met serienummers 3266086, 2523805, 2478609 en 2303435.

Na onderzoek door een dealer van het horlogemerk IWC, is gebleken dat de horloges originele exemplaren betreffen. Na contact met de importeur van IWC blijken deze horloges te zijn opgegeven als gestolen tijdens het transport naar Nederland. Deze horloges maakten deel uit van een grote partij die is gestolen.

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina 533-534), inhoudende – zakelijk weergegeven – onder meer het navolgende:

[naam] van Swissport Cargo Services heeft verklaard dat waardezendingen die voor [benadeelde 3] uit Zwitserland aankomen op Schiphol, in de KLM kluis worden gedeponeerd. De zendingen zijn de volgende dag door de chauffeur van [naam] opgehaald bij die kluis.

Op de schermafdruk van de zending van 1 augustus 2008 met airwaybillnummer [nummer] is te zien dat chauffeur [verdachte] van [naam], met pasnummer [nummer] om 11.28 uur een waardezending met horloges van in totaal 2 kilo heeft opgehaald.

Op de schermafdruk van de zending van 3 augustus 2007 met airwaybillnummer [nummer] is te zien dat chauffeur [verdachte] van [naam], met pasnummer [nummer] om 10.57 uur een waardezending met horloges van in totaal 4 kilo heeft opgehaald.

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina 547-548), inhoudende – zakelijk weergegeven – onder meer het navolgende:

Op de rittenstaat van 1 augustus 2007 is te zien dat [verdachte] van 11.25 uur tot 11.30 uur bij Swissport Services is geweest om te laden. Op de bij het proces-verbaal gevoegde rittenstaat is tevens te zien dat hij op 1 augustus 2007 van 11.35 uur tot 12.00 uur bij KLM is geweest.

Op de rittenstaat van 3 augustus 2007 is te zien dat [verdachte] van 9.25 uur tot 13.10 uur bij [benadeelde 1] is geweest om te laden en te lossen.

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina 551), inhoudende – zakelijk weergegeven – onder meer het navolgende:

Op de uitdraai van pasregistraties is te zien dat de ACN pas van [verdachte] op 1 augustus 2007 om 11.35 uur is geregistreerd bij de ingang van het terrein van KLM Cargo Schiphol, en bij de pasreader van Terrein Uit om 11.50 uur. Op 3 augustus 2007 is de pas van [verdachte] om 11.01 uur geregistreerd bij de pasreader Terrein In van KLM Cargo Schiphol en om 11.28 uur bij de pasreader van Terrein Uit.

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina 554), inhoudende – zakelijk weergegeven – onder meer het navolgende:

Verbalisant heeft van securitymedewerker [naam] van KLM een kopie ontvangen van een fax van Swissport Cargo Services aan de KLM-kluis met betrekking tot de zending met airwaybillnummer [nummer]. Op deze fax staat een (handgeschreven) aantekening dat genoemde zending op 1 augustus 2007 om 11.45 uur is afgegeven. Als afhaler van de zending uit de KLM-kluis staat geregistreerd [verdachte], met hierbij een kopie van de ACN-pas op zijn naam en met nummer [nummer].

• de verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd, waarin hij onder meer – zakelijk weergegeven – heeft verklaard:

Ik ben een paar keer bij de KLM kluis geweest. Er is daar een loketje waar je kleine pakketjes kan ophalen. Je wordt daar begeleid door security. Als ik mijn ANC-pas uitleen aan een andere chauffeur, moet ik zelf met hem meegaan. Ik kan mijn pas niet aan een ander meegeven.

Mijn broers [betrokkene 1] en [betrokkene 2] waren op 27 september 2007 samen met mij in de loods op [adres]. U houdt mij een smsje voor van 27 september 2009 waarin wordt gesproken over zand. Dat zand herken ik wel, wij waren daar met zand bezig. Er waren geen andere personen bij de ontvreemding van de camera’s en het gebeuren in de loods betrokken.

• de sms-berichten, verstuurd van nummer [telefoonnummer] (telefoon inbeslaggenomen onder [betrokkene 1]) naar het nummer [telefoonnummer], in die telefoon opgeslagen onder de naam “Piep” (dossierpagina’s 640-641), inhoudende – zakelijk weergegeven – het navolgende:

Verzonden 27 september 2007, 12:18:45 uur

Ewa, hoe is het. Ik ben net aangesproken door de schoonmoeder van die man. Ze zei wat slaan jullie eigenlijk daar op en wat stelt dat zand voor.

Verzonden 27 september 2007, 10:45:30 uur

Ik sta klaar en ga [betrokkene 2] nu ophalen. Laat me weten

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina’s 907-910), inhoudende – zakelijk weergegeven – onder meer het navolgende:

Bij de doorzoeking van de woning van [verdachte] aan de [adres] op 8 januari 2008, is onder andere aangetroffen een simkaart behorende bij het telefoonnummer [telefoonnummer].

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] (dossierpagina 180-184), inhoudende – zakelijk weergegeven – onder meer het navolgende:

Mijn schoonmoeder woont op [adres]. Zij is eigenaresse van de achter haar woning gelegen opslagloods. Ik verzorg de verhuur van deze ruimte voor mijn schoonmoeder. Op 27 september 2007 in de morgen zag ik [verdachte], zijn broer en nog een derde persoon arriveren bij de loods. Zij hebben de gehele dag in de loods gewerkt.

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina 568-591), inhoudende onder meer een opsomming van de 17 IWC-horloges die zijn ontvreemd uit de zending met airwaybillnummer [nummer], met foto’s, serienummers en types. Van een horloge is het type ‘Portuguese FA Jones Staal’. Van een tweede horloge is het type ‘Old Collection YG Diamonds’.

• het sms-bericht, verstuurd van nummer [telefoonnummer] (telefoon inbeslaggenomen onder [betrokkene 1]) naar het nummer [telefoonnummer], in die telefoon opgeslagen onder de naam “Piep” (dossierpagina’s 640-641), inhoudende – zakelijk weergegeven – het navolgende:

Verzonden 25 september 2007, 14:00:53 uur

Ey, die kast en die met die steentjes en die Portugese. Samen 1800. Je krijgt nergens deze prijs. Laat me nu weten ja of nee. Die jongen wacht op ons.

4.3 Bewijsoverweging

Ten aanzien van feit 2 en 3:

Ten aanzien van feit 2 en 3 overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank gaat er van uit dat verdachte heeft gereden bij de transporten waarbij de pakketten met de vermiste horloges uit de KLM-kluis zijn gehaald. Uit de hierboven weergegeven bevindingen bij KLM en Swissport Cargo Services blijkt dat beide pakketten met horloges bij de KLM-kluis opgehaald door een chauffeur die de ACN-pas van verdachte heeft gebruikt Zijn ACN pas is bovendien telkens omstreeks de tijdstippen dat de zendingen horloges werden afgehaald geregistreerd bij het terrein van KLM Cargo Schiphol, waar zich de KLM-kluis bevindt. Uit de rittenstaten blijkt voorts dat verdachte op die momenten bezig was met ritten voor de bedrijven die bij het transport van de horloges betrokken waren. De door verdachte geopperde mogelijkheid dat hij zijn ACN-pas aan een andere chauffeur kan hebben uitgeleend acht de rechtbank dan ook onaannemelijk.

De verdediging heeft aangevoerd dat niet uit het dossier blijkt dat verdachte enige tijd vermist is geweest tussen het ophalen van de pakketjes en het afleveren hiervan bij [benadeelde 1]. Daardoor heeft hij ook geen tijd gehad om de pakjes zorgvuldig en zonder beschadigingen te openen.

In dit verband overweegt de rechtbank dat uit de stukken in het dossier niet blijkt hoe lang verdachte over de ritten gedaan heeft. Uit de rittenstaten blijkt slechts dat hij op 1 augustus 2007 ruim een half uur bij Swissport Cargo Services en KLM is geweest en op 3 augustus 2007 vier en een half uur bij [benadeelde 1] en DHL. Er is daarom geen aanleiding te veronderstellen dat verdachte de pakketten binnen die tijdspannen niet had kunnen openen en opnieuw verpakken.

De rechtbank overweegt voorts het volgende.

De rechtbank acht voldoende aannemelijk dat verdachte op 25 september 2007 de gebruiker moet zijn geweest van het telefoonnummer dat in de telefoon van [betrokkene 1] opgeslagen staat als “Piep”en op deze datum het hierboven genoemde sms-bericht van die datum van zijn broer heeft ontvangen dat kennelijk betrekking heeft op de ontvreemde horloges. Er zijn immers zowel op 25 als op 27 september 2007 vanaf de telefoon van [betrokkene 1] sms-berichten verstuurd naar “Piep”. Het op 27 september 2007 verzonden bericht betrof kennelijk de situatie in de loods in [plaats]. Uit de verklaringen van getuigen en van verdachte en zijn medeverdachten blijkt dat er op 27 september 2007 niemand anders in de loods aanwezig zijn geweest dan [betrokkene 1], [verdachte] en [betrokkene 2]. De smsjes van 27 september zijn verzonden door [betrokkene 1] en in één van die smsjes meldt [betrokkene 1] aan ‘Piep’ dat hij [betrokkene 2] gaat ophalen. Het is dus onaannemelijk dat de smsjes zouden zijn verstuurd aan [betrokkene 1] of [betrokkene 2], zodat alleen [verdachte] overblijft als mogelijke geadresseerde van de smsjes. Bovendien is de simkaart behorende bij het telefoonnummer [telefoonnummer], dat in de telefoon van [betrokkene 1] is opgeslagen onder de naam “Piep”, op 8 januari 2008 tijdens de doorzoeking is aangetroffen in de woning van verdachte. Al deze omstandigheden leiden ertoe dat het niet anders kan dan dat “Piep” verdachte betreft.

Gelet op het voorgaande gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte de chauffeur is geweest die de ontvreemde horloges bij de KLM-kluis heeft opgehaald, dat een aantal van deze horloges zijn teruggevonden in de slaapkamer van zijn broer en dat deze broer aan verdachte een smsje heeft gestuurd dat kennelijk betrekking heeft op de verkoop van twee of drie van deze horloges (‘Die kast en die met die steentjes en die Portugese. Samen 1800. Je krijgt nergens deze prijs. Laat me nu weten ja of nee’). Met de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde feit heeft de rechtbank bovendien vastgesteld dat verdachte (ook) op 27 september 2007 in samenwerking met zijn broer [betrokkene 1] goederen heeft verduisterd, die verdachte in de hoedanigheid van chauffeur onder zich had en waarbij verdachte en zijn mededader(s) op eenzelfde geraffineerde wijze hebben geprobeerd te verhullen dat de inhoud van de lading onderweg was verdwenen door de verpakking na te maken.

De door de raadsman geopperde mogelijkheid dat de horloges buiten medeweten van verdachte door een ander zijn weggenomen gelet op de verschillende schakels in het transport van de horloges uit Zwitserland naar Nederland, impliceert reeds een zekere mate van toeval nu de horloges zijn verdwenen uit twee verschillende transporten waarbij verdachte steeds een ‘schakel’ is geweest. Deze toevalsfactor wordt aanzienlijk vergroot doordat de horloges, ook van de twee verschillende transporten afkomstig, vervolgens bij de broer van verdachte zijn aangetroffen. Ronduit onaannemelijk wordt het door de verdediging voorgestelde alternatief waar verdachte kennelijk door die broer is geraadpleegd over de verkoop van de horloges, terwijl verdachte zegt niets van de horloges te hebben geweten. Daarbij heeft de rechtbank mede in aanmerking genomen dat verdachte met dezelfde broer nog geen twee maanden later met een zeer vergelijkbare werkwijze een partij camera’s uit zijn vrachtwagen heeft ontvreemd. De rechtbank acht de mogelijkheid dat een ander de 2 zendingen horloges zou hebben verduisterd zeer onwaarschijnlijk en houdt het ervoor dat het verdachte is geweest die tijdens de transporten op 1 en 3 augustus 2007 de horloges uit de zendingen heeft weggenomen.

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1: Medeplegen van verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft;

Feit 2: Verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft;

Feit 3: Verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van sancties en van overige beslissingen

7.1 Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich meerdere malen schuldig gemaakt aan verduistering in dienstbetrekking. Hierbij heeft hij waardevolle goederen verduisterd die hij moest transporteren in het kader van zijn functie als vrachtwagenchauffeur op de Luchthaven Schiphol.

Eenmaal heeft hij samen met zijn broer(s) een zending van 2.500 digitale fotocamera’s verduisterd. Hiertoe hebben zij lege pallets gemaakt en gevuld met zakken zand, en deze in plaats van de pallets met camera’s afgeleverd. Hierdoor is pas later door de toevallige omstandigheid dat een vergissing was gemaakt in de hoogte van de pallets, ontdekt dat de camera’s ontbraken.

Daarnaast heeft verdachte tweemaal zendingen met zeer waardevolle horloges verduisterd. Daarvan was één horloge een uniek exemplaar en waren de overige horloges ter reparatie opgestuurd.

Dit zijn ernstige feiten, die op zeer doortrapte wijze zijn voorbereid en uitgevoerd en waardoor de gedupeerden veel schade hebben opgelopen. Daarnaast was er bij één van de zendingen horloges sprake van particuliere eigendommen waaraan de eigenaren gehecht zullen zijn geweest, die ter reparatie naar Zwitserland waren verzonden,. Een ander horloge betrof een uniek exemplaar dat speciaal vervaardigd en bestemd was om te worden geveild ten bate van een goed doel.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. Deze straf is lager dan door de officier van justitie gevorderd, omdat verdachte niet eerder is veroordeeld. De officier van justitie is er bij het formuleren van haar strafeis vanuit gegaan dat de onderhavige feiten slechts ‘het topje van de ijsberg’ zijn. Hiervan is de rechtbank echter niet gebleken.

7.2 Vordering benadeelde partij

[naam] heeft namens de benadeelde partij [benadeelde partij] en/of hun verzekeraars [naam] een vordering tot schadevergoeding van € 165.439,- ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 1 tenlastegelegde feit zou hebben geleden. De rechtbank is van oordeel dat, aangezien deze schade niet van eenvoudige aard is, deze vordering zich niet leent voor behandeling in dit strafgeding. De benadeelde partij zal dan ook niet in de vordering kunnen worden ontvangen.

7.3 Beslag

Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten schoenen, een doos, een telefoontoestel, twee passen, een brief en een notitie, dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de bewezenverklaarde feiten met behulp van die voorwerpen, die aan verdachte toebehoren, zijn begaan of voorbereid.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Wetboek van Strafrecht: 33, 33a, 47, 57, 321, 322.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3. vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig (30) maanden.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering.

Verklaart verbeurd:

- 2.00 STK Diverse

SCHOEN;

- 1.00 STK Doos

SAMSUNG;

- 1.00 STK Telefoontoestel

SONY ERICSSON;

- 1.00 STK Pas

ATANPAS;

- 1.00 STK Pas

ACN;

- 1.00 STK Brief;

- 1.00 STK Notitie en memo.

10. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.F. Ferdinandusse, voorzitter,

mr. F.F.W. Brouwer en mr. J.M. Sassenburg, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. T. Alexander,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 maart 2009.