Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BI7066

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
07-05-2009
Datum publicatie
09-06-2009
Zaaknummer
15/700175-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel; veroordeelde heeft door middel van of uit baten van de feiten waarvoor hij bij voornoemd vonnis is veroordeeld wederrechtelijk voordeel verkregen. De rechtbank legt aan de veroordeelde de verplichting op om ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te betalen een bedrag van € 92.276,66 (zegge tweeënnegentigduizendtweehonderdzesenzeventig euro en zesenzestig eurocent)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Meervoudige Kamer

Tegenspraak (ex artikel 279 Sv)

Parketnummer: 15/700175-08

Uitspraakdatum: 7 mei 2009

beslissing (ex artikel 36e Sr)

1. Vordering

Deze beslissing heeft betrekking op de vordering van de officier van justitie van 22 augustus 2008 ten aanzien van de feiten in de zaak onder bovenstaand parketnummer, strekkende tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e lid 2 van het Wetboek van Strafrecht tot een maximum van € 296.076,71, bij conclusie van repliek van 12 december 2009 gewijzigd tot een bedrag van € 144.738,29, in de zaak tegen:

[veroordeelde],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Roemenië),

zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Veenhuizen, Groot Bankenbosch, te Veenhuizen.

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder het met deze vordering samenhangende strafdossier en de in het kader van de schriftelijke voorbereiding tussen de officier van justitie en de raadsman van veroordeelde gewisselde conclusies.

Deze beslissing is genomen naar aanleiding van het onderzoek ter openbare terechtzitting van 16 april 2009.

2. Overwegingen

2.1. Veroordeling

Bij vonnis van deze rechtbank d.d. 26 september 2008 is voornoemde [veroordeelde] onherroepelijk veroordeeld terzake van, voor zover van belang:

1. Diefstal met twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige en zijn mededader(s) de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, gepleegd op 3 maart 2008;

4. Tezamen en in vereniging opzettelijk een betaalpas, bedoeld voor het verrichten van betalingen langs geautomatiseerde weg, valselijk opmaken, meermalen gepleegd, gepleegd in de periode van 8 april 2006 tot en met 27 januari 2007;

6. Het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, gepleegd in de periode 2 december 2006 tot en met 3 maart 2008.

2.2. Schriftelijke voorbereiding

De raadsman van veroordeelde heeft bij conclusies van antwoord en dupliek – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat:

– de verdediging zich verzet tegen de gehanteerde wijze van berekening van voordeelsberekening, nu het openbaar ministerie niet is uitgegaan van de methode van vermogensvergelijking, maar het openbaar ministerie heeft aangevoerd welke bedragen zouden zijn verkregen door middel van skimming. Vervolgens is een verdeelsleutel toegepast onder degenen die volgens het openbaar ministerie bij de onderscheidenlijke feiten betrokken zijn geweest. Deze wijze van berekening is sinds het Geeringsarrest (1 maart 2007, NJ 2007/349) niet zonder meer toelaatbaar, nu het in strijd is met de onschuldpresumptie om een terugbetalingsverplichting op te leggen zonder dat vastgesteld kan worden dat veroordeelde het daadwerkelijk heeft genoten;

– hierbij van belang is dat de stelling dat veroordeelde het te ontnemen voordeel onder zich heeft gehad, dan wel beschikkingsmacht daarover heeft gehad, geenszins onderbouwd is door het openbaar ministerie;

– de verdediging zich subsidiair verzet tegen toewijzing van de ontnemingsvordering gebaseerd op zaak 19, nu veroordeelde is vrijgesproken voor het deel van deze zaak waar de vordering op ziet en ingevolge het Geeringsarrest voordeelsontneming dan achterwege dient te blijven;

– de verdediging zich verzet tegen toewijzing van de ontnemingsvordering gebaseerd op zaak 23, primair omdat de ontnemingsvordering onder deze zaak ziet op feiten die niet aan de orde zijn geweest in de strafzaak en waarvan onvoldoende aannemelijk is dat ze door cliënt zijn begaan, subsidiair omdat onvoldoende aannemelijk is dat veroordeelde specifiek betrokken is geweest bij de feiten 23-4 tot en met 23-9, nu de camerabeelden niet geschikt zijn voor een foto-foto gezichtsonderzoek en derhalve onvoldoende grondslag vormen voor de aannemelijkheid dat veroordeelde de feiten heeft begaan;

– met betrekking tot zaak 23, bij gebrek aan onderliggende stukken, onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat het totaalbedrag aan frauduleuze opnames € 198.274,88 betreft;

– het openbaar ministerie bij conclusie van repliek voorbij gaat aan de passage uit het arrest Geerings dat ‘uit de bewijsmiddelen volgt dat betrokkene feitelijk deelde in de opbrengst van door andere leden van de criminele organisatie waarvan betrokkene deel uitmaakte, uitgevoerde feiten’, nu zich geen steunbewijs in het dossier bevindt dat veroordeelde deelde in de opbrengst van door anderen gepleegde feiten;

– een verkeerde verdeelsleutel is toegepast bij de ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel terzake van de deelname aan de criminele organisatie, nu tenminste vier personen deel uit maakten van de criminele organisatie.

De officier van justitie heeft bij conclusie van repliek – zakelijk weergegeven – gesteld dat:

– de ontnemingsvordering dient te worden verminderd met een bedrag van € 13.630,00 ten aanzien van zaak 19;

– de ontnemingsmaatregel zich kan uitstrekken over de vermogensbestanddelen waarover de betrokkene heeft kunnen beschikken;

– met betrekking tot zaaksdossiers 23 relevant is dat het berekende bedrag van € 203.800,05 niet kan worden ontnomen, maar dat in de plaats daar van € 66.091,63 dient te worden ontnomen. Tijdens de aanhouding van veroordeelden [mededader 1], [veroordeelde] en [mededader 2] zijn valse betaalpassen aangetroffen, waarmee een totaalbedrag van € 198.274,88 is opgenomen, welk bedrag is aan te merken als voordeel verkregen uit de criminele organisatie. Op het tijdstip van de aanhouding van veroordeelden bestond de criminele organisatie nog uit deze drie genoemde personen, nu veroordeelde Ifrim op dat moment al enige tijd was aangehouden.

2.3. Behandeling ter terechtzitting

Ter terechtzitting van 16 april 2009 heeft de raadsman van veroordeelde pleitnotities overgelegd in welke hij ter aanvulling van zijn conclusie van dupliek – zakelijk weergegeven – heeft aangevoerd dat:

– niet aannemelijk is gemaakt dat, mocht veroordeelde al voordeel hebben genoten, het voordeel is uitgegeven. Deze stellingname zou beter aansluiten bij ontneming op basis van vermogensvergelijking en voorts is geen enkel bewijs aanwezig van feitelijke uitgaven;

– de subzaken 1 tot en met 3 van zaaksdossier 23 niet gaan over Duitse, maar over Nederlandse rekeninghouders en daar blijkt de betrokkenheid van veroordeelde onvoldoende bij;

– de subzaken 1 en 2 vallen buiten de bewezenverklaarde periode waarin de criminele organisatie actief is geweest;

– de enkele deelname aan een criminele organisatie onvoldoende is voor het slagen van een op dat artikel geschoeide ontnemingsvordering;

– primair wordt verzocht om integrale afwijzing van de vordering, subsidiair moet het te ontnemen wederrechtelijk verkregen voordeel ten hoogste op € 73.646,66 worden vastgesteld;

– van dit bedrag de gemaakte kosten dienen te worden afgetrokken. Nu er geen jurisprudentie is over wat in deze redelijk is, wordt verzocht de kosten op 30% van het ontnemingsbedrag te stellen.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat:

– het evident is dat het skimmen voordeel oplevert;

– met betrekking tot het zaaksdossier 23 in eerste instantie het verkeerde uitgangspunt is gehanteerd in het proces-verbaal inzake de ontneming. Uit zaaksdossier 23 blijkt echter dat veroordeelde samen met medeveroordeelden op 3 maart 2008 werd aangetroffen met 70 geskimde passen, vanaf welke passen vele frauduleuze opnames zijn gedaan, en het voordeel terzake daarvan ontnomen kan worden;

– de door de raadsman gestelde kosten niet aannemelijk en niet onderbouwd zijn. Daarbij is het mogelijk dat de gemaakte kosten gefinancierd zijn met eerder wederrechtelijk verkregen voordeel;

– de gehanteerde verdeelsleutel van drie personen wel de juiste is.

2.4. Oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dienaangaande het volgende.

Uitgangspositie voor de rechtbank ten aanzien van het te ontnemen wederrechtelijk verkregen voordeel is de tabel zoals opgenomen op pagina 6 van het proces-verbaal inzake ontneming d.d. 29 juli 2008.

Door de raadsman van veroordeelde is bepleit dat veroordeelde in het geheel geen voordeel heeft genoten. De rechtbank verwerpt het verweer en overweegt daartoe dat uit de in het vorengenoemde vonnis van 26 september 2008 opgenomen bewijsmiddelen blijkt dat onder veroordeelde heimelijk gekopieerde betaalpassen zijn aangetroffen en voorts blijkt dat door verdachte geld is opgenomen, waarvan tenminste een deel werd aangetroffen in de auto van veroordeelde en medeveroordeelde [mededader 2]. Naar het oordeel van rechtbank kan het niet anders dan dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten afkomstig van de bewezenverklaarde feiten.

Door de raadsman van veroordeelde is betwist dat het wederrechtelijk verkregen voordeel door de criminele organisatie op basis van de enkele deelname van veroordeelde aan de criminele organisatie aan veroordeelde kan worden toebedeeld. De rechtbank verwerpt het verweer en overweegt daartoe dat uit het dossier volgt dat veroordeelde een actieve rol heeft gespeeld in de criminele organisatie. De rechtbank is van oordeel dat veroordeelde ook inkomsten heeft genoten als gevolg van deze actieve deelname. Daarbij heeft veroordeelde, evenals zijn medeveroordeelden, geen enkele openheid gegeven in de verdeling van de door de criminele organisatie gegenereerde inkomsten en is derhalve een pondspondsgewijze verdeling geïndiceerd.

Voor zover de vordering betrekking heeft op (de feiten van) zaaksdossier 23 overweegt de rechtbank dat dit deel van de vordering in zijn geheel dient te worden afgewezen. In zaaksdossier 23 bevindt zich een proces-verbaal van onderzoek aangiftes uit Duitsland (dossierpagina 1271). In dit proces-verbaal wordt door verbalisant gerelateerd dat het totaalbedrag aan frauduleuze geldopnames tussen 1 en 6 maart 2008 € 198.274,88 bedraagt. Uit het proces-verbaal blijkt niet duidelijk welk bedrag zou zijn opgenomen in de periode van 1 tot en met 3 maart 2008. Dit is van belang omdat veroordeelde op 3 maart 2008 is aangehouden en dus niet meer betrokken kan zijn geweest bij frauduleuze opnames na die datum. Bovendien is zijn deelname aan de criminele organisatie bewezenverklaard in een periode tot en met 3 maart 2008. Nu het gerelateerde totaalbedrag aan frauduleuze geldopnames deels afkomstig is van frauduleuze opnames (met de inbeslaggenomen passen) na 3 maart 2008 en niet blijkt welk bedrag voor 3 maart 2008 en welk bedrag na 3 maart 2008 is opgenomen, dient dit deel van de vordering in zijn geheel te worden afgewezen.

Met betrekking tot de in zaaksdossier 18 opgenomen totaalpost van € 3.950,- merkt de rechtbank op dat zij deze, gelet op de gehele afwijzing van het onder zaaksdossier 23 door de officier van justitie gevorderde, wel in aanmerking zal nemen bij de berekening van het te ontnemen wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank overweegt hierbij dat het aannemelijk is dat het in de broekzak en hotelkamer van medeveroordeelde [mededader 1] aangetroffen geld van skimming afkomstig is en derhalve gezien kan worden als inkomsten gegenereerd uit de criminele organisatie. Gelet op de gehele afwijzing van het door de officier van justitie gevorderde met betrekking tot zaaksdossier 23 is geen sprake meer van een mogelijke dubbeltelling bij toewijzing van het met betrekking tot zaaksdossier 18 gevorderde. Dit bedrag dient naar het oordeel van de rechtbank ontnomen te worden als zijnde wederrechtelijk verkregen voordeel.

Nu de rechtbank het met zaaksdossier 23 samenhangende gevorderde bedrag afwijst, ziet de rechtbank aanleiding om, anders dan de officier van justitie in haar conclusie van repliek heeft betoogd, de met zaaksdossier 19 samenhangende vordering in aanmerking te nemen, nu het gelden betreffen die bij veroordeelde en zijn medeveroordeelde bij hun aanhouding is aangetroffen

De rechtbank is van oordeel dat op grond van het onder voormeld parketnummer aangelegd straf- en ontnemingsdossier alsmede op grond van het onderzoek ter terechtzitting in zowel de strafzaak als de ontnemingszaak aannemelijk is geworden dat de veroordeelde door middel van of uit baten van de feiten waarvoor hij bij voornoemd vonnis is veroordeeld wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.

Alles overwegende schat de rechtbank het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel op een totaalbedrag van ten minste € 92.276,66:

Zaaknummer [veroordeelde]

2 € 7.190,-

5 € 9.687,50

6 € 13.190,--

7 € 6.016,66

8 € 6.855,--

9 € 6.037,50

10 € 1.932,50

18 € 987,50

19 € 13.630,--

20 € 6.050,--

21 € 7.345,--

22 € 13.355,--

23 --

Totaal € 92.276,66

Met betrekking tot hetgeen door de raadsman is aangevoerd omtrent de kosten, overweegt de rechtbank dat nu door de raadsman deze post op geen enkele wijze is onderbouwd, en evenmin uit het met de vordering samenhangende strafdossier van concrete kosten blijkt, de rechtbank reeds om die reden niet tot vermindering van het voormelde geschatte voordeel zal komen.

Er zijn verder geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die naar het oordeel van de rechtbank aanleiding geven voormeld bedrag te matigen.

De rechtbank zal op grond van het vorenoverwogene en gelet op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht bepalen dat veroordeelde ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten aanzien van eerder vermelde feiten het hierna te noemen bedrag aan de staat dient te betalen.

2.5. Bewijsmiddelen

De rechtbank ontleent de schatting aan de inhoud van het de volgende bewijsmiddelen:

• het strafvonnis van deze rechtbank van 26 september 2008 – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende als de onder overweging 6.2. van dat vonnis weergegeven motivering van de hoofdstraf dat veroordeelde ‘samen met anderen zich schuldig [heeft] gemaakt aan een criminele organisatie die zich langdurig op omvangrijke schaal en op professionele wijze bezig hield met skimming’.

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal inzake de ontneming van 29 juli 2008 (proces-verbaalnummer 2/AH/01, niet genummerd in ontnemingsdossier). Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in als wederrechtelijk verkregen voordeel van de veroordeelde het volgende:

Zaak Schade [veroordeelde]

2 € 14.380,-- € 7.190,-

5 € 38.750,-- € 9.687,50

6 € 39.570,-- € 3.190,--

7 € 18.050,-- € 6.016,66

8 € 27.420,-- € 6.855,--

9 € 24.150,-- € 6.037,50

10 € 7.730,-- € 1.932,50

18 € 3.950,-- € 987,50

19 € 27.260,-- € 13.630,--

20 € 12.100,-- € 6.050,--

21 € 14.690,-- € 7.345,--

22 € 26.710,-- € 13.355,--

23 € 611.400,17 € 208.800,05

Totaal € 866.160,17 € 296.076,71

• de bij de aangifte van [benadeelde partij 1] van 29 april 2008 behorende bijlage 5, ‘zaak 1’ (niet genummerd in het ontnemingsdossier) – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende een totaalbedrag aan frauduleuze opnames van € 14.380,- (blijkens het proces-verbaal inzake de ontneming ziet deze bijlage op ‘zaak 2’);

• de bij de aangifte van [benadeelde partij 1] van 29 april 2008 behorende bijlage 6, ‘zaak 5’ (niet genummerd in het ontnemingsdossier) – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende een totaalbedrag aan frauduleuze opnames van € 38.750,-;

• de bij de aangifte van [benadeelde partij 1] van 29 april 2008 behorende bijlage 7, ‘zaak 6’ (niet genummerd in het ontnemingsdossier) – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende een totaalbedrag aan frauduleuze opnames van € 39.570,-;

• de bij de aangifte van [benadeelde partij 1] van 29 april 2008 behorende bijlage 8, ‘zaak 7’ (niet genummerd in het ontnemingsdossier) – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende een totaalbedrag aan frauduleuze opnames van € 18.050,-;

• de bij de aangifte van [benadeelde partij 1] van 29 april 2008 behorende bijlage 9, ‘zaak 8’ (niet genummerd in het ontnemingsdossier) – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende een totaalbedrag aan frauduleuze opnames van € 27.420,-;

• de bij de aangifte van [benadeelde partij 1] van 29 april 2008 behorende bijlage 10, ‘zaak 10’ (niet genummerd in het ontnemingsdossier) – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende een totaalbedrag aan frauduleuze opnames van € 24.150,- (de rechtbank begrijpt ingevolge het proces-verbaal inzake de ontneming dat gedoeld wordt op ‘zaak 9’);

• de bij de aangifte van [benadeelde partij 1] van 29 april 2008 behorende bijlage 11, ‘zaak 10’ (niet genummerd in het ontnemingsdossier) – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende een totaalbedrag aan frauduleuze opnames van € 7.730,-;

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal inzake ontneming van 29 juli 2008 (proces-verbaalnummer 2/AH/01, niet genummerd) Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in: Het betreft de verdachten [veroordeelde], [mededader 1], [mededader 3] en [mededader 2]. De verdachte [mededader 1] had 19 biljetten van € 50,- bij zich en op zijn hotelkamer werden nog eens 60 biljetten van € 50,- aangetroffen. In totaal dus € 3.950,- wat gezien de erst van de omstandigheden afkomstig kan zijn van het innen met geskimde passen. Dit voordeel wordt gezien als voordeel verkregen uit de criminele organisatie en gelijkelijk verdeeld over de verdachten hier genoemd (zaak 18);

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal inzake de ontneming van 29 juli 2008 (proces-verbaalnummer 2/AH/01, niet genummerd in ontnemingsdossier). Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in: Zaak 19. De verdachte [mededader 2] had bij aanhouding € 635,- bij zich en de verdachte [veroordeelde] had € 2.525,- bij zich en bovendien werd er in de auto welke door [veroordeelde] in gebruik was nog een bedrag van € 24.100,- aangetroffen. Deze bedragen zijn mogelijk van de inning met de geskimde passen afkomstig en derhalve aan de verdachten toegerekend als wederrechtelijk verkregen voordeel;

• de bij de aangifte van [benadeelde partij 1] van 29 april 2008 behorende bijlage, ‘ZD-20’ (als dossierpagina 297 in het ontnemingsdossier opgenomen) – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende en totaalbedrag aan frauduleuze opnames van € 12.100,- ( de rechtbank begrijpt ingevolge het proces-verbaal inzake de ontneming dat gedoeld wordt op zaak 20);

• de bij de aangifte van [benadeelde partij 1] van 29 april 2008 behorende bijlage, ‘ZD-21’ (als dossierpagina 365 in het ontnemingsdossier opgenomen) – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende een totaalbedrag aan frauduleuze opnames van € 14.690,- (de rechtbank begrijpt ingevolge het proces-verbaal inzake de ontneming dat gedoeld wordt op ‘zaak 21’);

• de bij de aangifte van [benadeelde partij 1] van 29 april 2008 behorende bijlage, ‘ZD-22’ (als dossierpagina 432 in het ontnemingsdossier opgenomen) – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende een totaalbedrag aan frauduleuze opnames van € 26.710,-(de rechtbank begrijpt ingevolge het proces-verbaal inzake de ontneming dat gedoeld wordt op ‘zaak 22’);

3. Beslissing

De rechtbank legt aan de veroordeelde de verplichting op om ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te betalen een bedrag van € 92.276,66 (zegge tweeënnegentigduizendtweehonderdzesenzeventig euro en zesenzestig eurocent).

4. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Deze beslissing is gegeven door:

mr. A.C.M. Rutten, voorzitter,

mrs. J.C. van den Bos en J.J.M. Uitermark, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. J. Hobo,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 mei 2009.