Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BI6386

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
15-05-2009
Datum publicatie
04-06-2009
Zaaknummer
AWB 08/4950
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Eiser 1 is niet ontvankelijk want geen aanvrager van de betreffende sloopvergunning.

Eiser 2 is aanvrager van sloopvergunning, maar geen belanghebbende nu hij geen eigenaar is van het te slopen bouwwerk. Geen besluit in de zin van de Awb

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 08 / 4950

uitspraak van de meervoudige kamer van 15 mei 2009

in de zaak van:

Riso Vastgoed B.V., gevestigd te Overveen,

[eiser], gevestigd te [woonplaats],

eisers,

tegen:

het college van burgemeester en wethouders van Bloemendaal,

verweerder,

derde partijen,

PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland N.V.,

gevestigd te Velserbroek,

Stichting Volkssterrenwacht Copernicus,

gevestigd te Overveen.

1. Procesverloop

Bij besluit van 18 december 2007 heeft verweerder aan [eiser] een sloopvergunning verleend voor het slopen van gebouw E aan de Tetterodeweg te Overveen, kadastraal bekend als Bloemendaal, sectie A, nr. 10983.

Tegen dit besluit hebben PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland N.V. (hierna: PWN) en de Stichting Volkssterrenwacht Copernicus (hierna: Copernicus) bij brieven van 2 januari 2008 en 4 januari 2008 bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 29 mei 2008 heeft verweerder de bezwaren gegrond verklaard en het primaire besluit ingetrokken. Daarbij heeft verweerder verwezen naar het advies van 22 mei 2008 van de commissie voor bezwaar- en beroepschriften.

Tegen dit besluit hebben eisers bij brief van 4 juli 2008, aangevuld bij brief van 8 augustus 2008, beroep ingesteld.

Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend. Het beroep is behandeld ter zitting van 6 februari 2009. Namens eisers zijn verschenen [eiser] en mr. drs. S.A.B. Boer, kantoorgenoot van gemachtigde mr. Ch.Y.M. Moons. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.T.M. de Haan-Bergisch, werkzaam bij de gemeente Bloemendaal. Namens PWN Waterleidingbedrijf Noord-Holland N.V. zijn verschenen mr. A. de Snoo, gemachtigde en advocaat te Amsterdam en H. Velsedius, werkzaam bij PWN. Namens Stichting Volkssterrenwacht Copernicus is verschenen [naam], voorzitter.

2. Overwegingen

2.1 Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb) wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

2.2 Artikel 1:3 Awb, voor zover van belang, luidt:

1. Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

2. Onder beschikking wordt verstaan: een besluit dat niet van algemene strekking is, met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan.

3. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een belanghebbende, een besluit te nemen.

2.3 Ingevolge artikel 8:1, eerste lid, Awb kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de rechtbank.

2.4 De aanvraag om sloopvergunning heeft betrekking op de sloop van (delen) van onder de grond gelegen reinwaterkelders. Het betreft het volledig afbreken van reinwaterkelder III en het gedeeltelijk afbreken van reinwaterkelder II, tezamen aangeduid als gebouw E. De grond waarop de reinwaterkelders zijn gelegen, is in bloot eigendom van Riso Vastgoed B.V. (hierna: Riso). Op deze grond is een recht van opstal gevestigd ten behoeve van PWN, die op haar beurt een onderopstalrecht heeft gevestigd ten behoeve van Copernicus.

2.5 Verweerder heeft aanvankelijk de sloopvergunning verleend, maar deze in bezwaar alsnog ingetrokken. Eisers kunnen zich met dit besluit niet verenigen.

De rechtbank overweegt het volgende.

2.6 De rechtbank ziet zich eerst ambtshalve voor de vraag gesteld of het door Riso ingestelde beroep ontvangen kan worden. De rechtbank stelt daartoe vast dat de aanvraag om onderhavige sloopvergunning is ingediend door [eiser]. Onder verwijzing naar vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) (6 juli 2005, 200410416/1, LJN: AT8763) ten aanzien van de vraag wie als belanghebbende kan worden aangemerkt bij de weigering om een bouwvergunning te verlenen, overweegt de rechtbank analoog daaraan dat Riso niet als belanghebbende kan worden aangemerkt, nu deze niet de aanvrager is van de sloopvergunning en derhalve geen rechtstreeks belanghebbende is bij de weigering van de sloopvergunning. Niet gebleken is dat [eiser] was gemachtigd om namens Riso de sloopvergunning aan te vragen. Van de gelegenheid om in bezwaar een dergelijke machtiging te overleggen hebben eisers geen gebruik gemaakt. De omstandigheid dat Riso (bloot) eigenaar is van de grond waarin het te slopen object zich bevindt, maakt niet dat deze als belanghebbende dient te worden aangemerkt. Zoals de Afdeling in eerdergenoemde uitspraak heeft overwogen, is de eigenaar van de grond, die niet de aanvrager is van de vergunning, geen rechtstreeks belanghebbende bij de weigering van de vergunning. De rechtbank zal het door Riso ingediende beroep derhalve niet-ontvankelijk verklaren.

2.7 Ten aanzien van het door [eiser] ingestelde beroep overweegt de rechtbank als volgt. Niet in geschil is dat [eiser] geen eigenaar is van de reinwaterkelders waarvoor hij de sloopvergunning heeft aangevraagd. Evenmin in geschil is dat PWN, eigenaar van de reinwaterkelders, zich met de voorgenomen sloop niet kan verenigen en hiervoor geen toestemming wenst te verlenen. Het verzoek van [eiser] van 21 november 2007 kan derhalve nimmer leiden tot het door hem gewenste resultaat en hij kan uit dien hoofde niet worden geacht belang te hebben bij het verzoek. Ook overigens is niet gebleken dat [eiser] enig rechtstreeks belang heeft bij de sloop van de reinwaterkelders. Bij gebreke aan zodanig belang kan zijn verzoek van 21 november 2007 niet worden aangemerkt als een verzoek van een belanghebbende en derhalve niet als een aanvraag om een besluit te nemen in de zin van art. 1:3, lid 3 Awb. Dit betekent dat verweerder het verzoek ten onrechte als zijnde een aanvraag om sloopvergunning in behandeling heeft genomen. Verweerder had in de heroverweging naar aanleiding van de bezwaarschriften het primaire besluit dan ook op deze grond moeten herroepen en de bezwaarschriften van PWN en Copernicus niet-ontvankelijk moeten verklaren.

2.8 Het beroep, voorzover ingesteld door [eiser], zal gegrond worden verklaard. Het bestreden besluit zal worden vernietigd. Nu rechtens geen ander besluit mogelijk is, zal de rechtbank met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, Awb het besluit van 18 december 2007 herroepen en de bezwaarschriften van PWN en Copernicus niet-ontvankelijk verklaren.

2.9 Voorzover het beroep gegrond zal worden verklaard bestaat aanleiding verweerder te veroordelen in de door [eiser] gemaakte proceskosten. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht wordt met betrekking tot de kosten van [eiser] van rechtsbijstand in beroep één punt toegekend voor het verschijnen ter zitting en één punt voor het indienen van een beroepschrift, waarbij een wegingsfactor één in aanmerking is genomen. De waarde van één punt bedraagt € 322,-.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1 verklaart het beroep, voor zover ingesteld door Riso, niet-ontvankelijk.

3.2 verklaart het beroep, voor zover ingesteld door [eiser], gegrond;

3.3 vernietigt het bestreden besluit van 29 mei 2008;

3.4 herroept het besluit van 18 december 2007;

3.5 verklaart de bezwaarschriften van PWN en Copernicus van 2 januari 2008 en 4 januari 2008 niet-ontvankelijk;

3.6 bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.

3.7 veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Bloemendaal in de door [eiser] gemaakte proceskosten tot een bedrag van in totaal € 644,-, te betalen door de gemeente Bloemendaal aan [eiser];

3.8 gelast dat de gemeente Bloemendaal het door [eiser] betaalde griffierecht van

€ 288,- aan hem vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.D. de Jong, voorzitter van de meervoudige kamer, mr. G. Guinau en mr. C.E. Heyning-Huydecoper, rechters, en op 15 mei 2009 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. D. Krokké, griffier.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.