Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BI5919

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
13-05-2009
Datum publicatie
02-06-2009
Zaaknummer
415089/ CV EXPL 09-1962
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Creditcardovereenkomst. Boetebeding in algemene voorwaarden is onredelijk bezwarend. De vordering strekkende tot betaling van de overeengekomen boete omdat gedaagde de creditcard niet aan eiseres heeft teruggeven wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2009, 105
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 415089/ CV EXPL 09-1962

datum uitspraak: 13 mei 2009

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INTERNATIONAL CARD SERVICES B.V.

te Amsterdam

eisende partij

hierna te noemen: ICS

gemachtigde: Jongejan Wisseborn Gerechtsdeurwaarders

tegen

[gedaagde]

te [adres]

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde]

procederend in persoon

De procedure

Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stukken, waarvan de inhoud als hier ingevoegd is te beschouwen:

- de dagvaarding van 17 februari 2009,

- de schriftelijke conclusie van antwoord,

- het door de kantonrechter tussen partijen op 18 maart 2009 uitgesproken tussenvonnis,

- de door ICS in het geding gebrachte akte uitlating met 3 producties.

De vordering

ICS vordert (samengevat) op gronden als in de dagvaarding omschreven, van [gedaagde], betaling van een bedrag van in totaal € 4.995,00 vermeerderd met de contractuele rente over een bedrag van € 1.044,50, alsmede veroordeling van [gedaagde] om binnen 2 dagen na betekening van het vonnis de in zijn bezit zijnde creditcard aan ICS af te geven met veroordeling van hem tot betaling van een dwangsom van € 23,00 per dag voor elke dag dat [gedaagde] met teruggave van de creditcard tot 31 januari 2012 in gebreke blijft, alles met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.

ICS heeft haar vordering als volgt onderbouwd. De gevorderde som van € 4.995,00 is opgebouwd uit € 1.044,50 aan hoofdsom, € 10,16 aan rente voor de periode 23 januari 2009 tot 12 februari 2009, € 867,96 aan buitengerechtelijke incassokosten en een boete van

€ 3.818,00, waarbij ICS haar vordering tot een bedrag van € 5.000,00 heeft beperkt in verband met de competentiegrens van de kantonrechter.

ICS heeft gesteld dat [gedaagde] op grond van een bruikleenovereenkomst een creditcard is verstrekt, een en ander onder de door ICS gestelde voorwaarden en tot een maximumbedrag. [gedaagde] heeft ondanks gezonden overzichten en aanmaningen het opeisbare saldo van de opnamen en bestedingen niet voldaan, terwijl hij het verleende krediet maandelijks volledig diende terug te betalen. Het totale saldo der opnamen en bestedingen beloopt per 23 januari 2009 € 1.044,50, welk saldo volledig opeisbaar is. ICS heeft [gedaagde] aangemaand en in gebreke gesteld, doch ook daarop werd geen betaling ontvangen. Conform haar algemene voorwaarden heeft zij [gedaagde] gesommeerd de creditcard af te geven. ICS heeft [gedaagde] daarbij aangezegd dat zij met ingang van 31 augustus 2008 aanspraak zal maken op de overeengekomen boete van € 23,00 per dag voor elke dag dat [gedaagde] in gebreke is gebleven aan de sommatie tot afgifte van de creditcard te voldoen. Tot en met 12 februari 2009 is een bedrag van € 3.818,00 aan boete verbeurd. ICS heeft recht en belang bij het vorderen van de contractuele boete, omdat [gedaagde] zich door het ongeoorloofd behouden van de creditcard de mogelijkheid heeft gegeven verder gebruik te maken van de kredietfaciliteit, terwijl ICS hem dit verder gebruik uitdrukkelijk heeft ontzegd.

Het verweer

[gedaagde] heeft de vordering op zich niet betwist, maar heeft aangevoerd dat hij de bijkomende kosten extreem hoog acht. Voorts wenst [gedaagde] vanwege zijn slechte financiële omstandig- heden een betalingsregeling.

De beoordeling van het geschil

De kantonrechter zal de vordering tot afgifte van de creditcard en de vorderingen voor wat betreft de hoofdsom en rente toewijzen, nu deze haar niet ongegrond of onrechtmatig voorkomen.

ICS heeft bij akte aangegeven dat in artikel 12 lid 3 sub c van de toepasselijke algemene voorwaarden het boetebeding is opgenomen voor het geval dat de kaarthouder de creditcard niet op het eerste verzoek inlevert. Op grond van de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJ) van 27 juni 2000 (NJ 2000/730 Océano) en 26 oktober 2006 (NJ 2007/201 Mostaza Claro) is de kantonrechter gehouden ambtshalve te toetsen of bedingen in algemene voorwaarden in consumentenovereenkomsten onredelijk bezwarend zijn.

ICS stelt dat de creditcard mogelijk, zelfs na blokkering, nog kan worden gebruikt, zolang deze niet is ingeleverd, tot een bepaald bedrag, de zogenaamde floor-limit, wat schade voor ICS kan opleveren. Het boetebeding dekt het schaderisico en is een aansporing om tot nakoming over te gaan. Het boetebeding is daarmee niet onredelijk bezwarend, temeer nu ICS geen aanspraak maakt op dwangsommen na de expiratiedatum van de creditcard, aldus nog steeds ICS.

De kantonrechter overweegt dat zij het op zichzelf niet als onredelijk bezwarend acht dat ICS [gedaagde] probeert aan te sporen de creditcard te retourneren en dat zij onrechtmatig gebruik wil voorkomen. ICS verklaart echter zelf dat zij de creditcard kan blokkeren en dat de creditcard daarna slechts tot een bepaald bedrag kan worden gebruikt. Aangezien de maximale schade die ICS kan oplopen daarmee beperkt is, had het op de weg van ICS gelegen in het beding op te nemen dat boven een bepaald bedrag geen boetes zouden worden verbeurd. Dat maximumbedrag zou voorts in verhouding moeten staan met de maximaal door ICS te lijden schade. Nu in het boetebeding niet is opgenomen dat boven een bepaald (redelijk) bedrag geen boetes worden verbeurd, merkt de kantonrechter het beding aan als onredelijk bezwarend. In zoverre zal de vordering worden afgewezen.

Gelet op de door [gedaagde] naar voren gebrachte persoonlijke omstandigheden zal de gevorderde dwangsom – voor het geval dat [gedaagde] in gebreke blijft de creditcard in te leveren – worden afgewezen.

De buitengerechtelijke kosten zullen eveneens worden toegewezen tot het ter zake geldende tarief van € 178,50 inclusief BTW.

[gedaagde] zal in de proceskosten worden veroordeeld omdat hij merendeels in het ongelijk is gesteld.

De kantonrechter overweegt dat [gedaagde] zich ten aanzien van een betalingsregeling dient te wenden tot de deurwaarder.

De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan ICS van € 1.054,66 te vermeerderen met de overeengekomen rente over een bedrag van € 1.044,50 vanaf 17 februari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van ICS tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd;

exploot € 85,98

vastrecht € 201,00

salaris gemachtigde € 150,00;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af hetgeen meer of anders mocht zijn gevorderd;

Dit vonnis is gewezen door mr. T.M. van Wassenaer, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.