Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BI5084

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
19-02-2009
Datum publicatie
27-05-2009
Zaaknummer
140235-2007-3644
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Adoptie. Uit de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht is gebleken dat verzoekster kort na de geboorte van [naam minderjarige] met haar toenmalige echtgenoot, [naam], op kraamvisite naar Marokko is gegaan. De heer [naam] is familie van de moeder van [naam minderjarige]. Toen [naam minderjarige] ongeveer een week oud was, heeft de moeder van [naam minderjarige] haar dochter aan verzoekster aangeboden. Omdat de woonomstandigheden van het gezin zeer armoedig waren, heeft verzoekster [naam minderjarige] meegenomen naar Nederland, nadat [naam minderjarige] door middel van een zogenaamde Kafalla-overeenkomst door haar ouders ter verzorging is afgestaan aan [naam echtgenoot]. Sindsdien verblijft [naam minderjarige] in het gezin van verzoekster.

verzoek toegewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Familie- en Jeugdrecht

adoptie

zaak-/rekestnr.: 140235/2007-3644

beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 19 februari 2009

gegeven op het verzoek van:

[naam verzoekster]

wonende te [plaats],

hierna mede te noemen: verzoekster,

advocaat: mr. H.M. Brink, kantoorhoudende te Amsterdam,

-- tegen --

[naam moeder],

wonende te [plaats], Marokko,

hierna mede te noemen: de moeder,

en

[naam vader],

wonende te [plaats], Marokko,

hierna mede te noemen: de vader,

dan wel samen te noemen: de ouders,

strekkende tot adoptie van:

[naam minderjarige],

geboren op [geboortedatum] 1994 te [plaats], Marokko.

hierna mede te noemen: de minderjarige.

1 Verloop van de procedure

1.1 Voor het verloop van de procedure verwijst de rechtbank naar de volgende stukken:

- het op 1 november 2007 ter griffie van deze rechtbank ontvangen verzoekschrift, met bijlagen;

- de brief van 29 februari 2008 met bijlagen van mr. H.M. Brink;

- de twee brieven van 9 mei 2008 van deurwaarderskantoor Terhoeven, Wijers en Boswinkel met bijlagen;

- de brief van17 juni 2008 van deurwaarderskantoor Terhoeven, Wijers en Boswinkel met bijlagen;

- de dagbepalingsbeschikking van 16 september 2008 en de daarin vermelde stukken;

- het verhandelde ter zitting van 22 januari 2009 in aanwezigheid van verzoekster, bijgestaan door mr. H.M. Brink, en de Raad voor de Kinderbescherming vertegenwoordigd door mevrouw O. Hommes.

1.2 De minderjarige [naam minderjarige] is in raadkamer gehoord.

2 Het verzoek

Het verzoek strekt tot adoptie naar Nederlands recht van de minderjarige [naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] 1994 te [plaats], Marokko.

3 De feiten en omstandigheden

3.1 Ten aanzien van verzoekster (kort samengevat):

- Zij is geboren op [geboortedatum] 1949 te [geboorteplaats];

- Zij is op [datum] 1992 te [plaats] gehuwd met de heer [naam]. De heer [naam] is een neef van mevrouw [naam moeder];

- Tussen verzoekster en de heer [naam] is op [datum] 1998 de echtscheiding uitgesproken.

3.2 Ten aanzien van [naam minderjarige]:

- de minderjarige [naam minderjarige] is volgens het ‘extrait d’acte de naissance met nr. [nummer] ” geboren op [geboortedatum] 1994 te [plaats], Marokko geboren als dochter van [naam vader] en [naam moeder];

- de ouders worden volgens de kopieën van de overgelegde identiteitskaarten aangeduid als [naam vader], geboren op [geboortedatum] 1953 (identiteitskaartnr. [nummer]) en

[naam moeder], geboren in 1962 (identiteitskaartnr. [nummer]) bij beslissing van de rechtbank van eerste aanleg van [plaats] Notariële afdeling van 5 april 1994 is de minderjarige door haar ouders overgedragen aan de heer [naam], de toenmalige echtgenoot van verzoekster, om de minderjarige op te voeden en te onderrichten en te onderhouden en al haar zaken voor haar te regelen en te voorzien in haar behoeften aan geld en kleding [onleesbaar woord], lessen en alle overige levensbehoeften en noodzakelijkheden. De ouders hebben de heer [naam] ook toestemming gegeven om met de minderjarige te reizen buiten vaderlandse bodem;

- de minderjarige verblijft volgens het uittreksel GBA van de gemeente [plaats] sinds 14 juli 1994 in Nederland;

- verzoekster en de heer [naam] hebben de minderjarige ingeschreven als hun biologisch kind; zij hebben haar ook in hun huwelijksboekje laten bijschrijven; de minderjarige kreeg toen tevens de Nederlandse nationaliteit;

- in verband met een langdurige ziekte van verzoekster is de minderjarige bij beschikking van de kinderrechter van 18 april 2000 onder toezicht gesteld van Bureau Jeugdzorg, welke ondertoezichtstelling in februari 2003 is beëindigd; tijdens de ondertoezichtstelling is de minderjarige enige tijd uithuisgeplaatst;

- op 2 mei 2001 heeft het hoofd van de afdeling Bevolking (thans Burgerzaken) van de gemeente [plaats] bij de politie aangifte gedaan van (kort gezegd) het opnemen van onjuiste gegevens in authentieke aktes waardoor de afstamming van het kind onzeker werd gemaakt;

- de gemeente [plaats] heeft bij brief van 11 augustus 2005 aan verzoekster meegedeeld het voornemen te hebben om (kort gezegd) met terugwerkende kracht tot haar geboortedatum de GBA gegevens van de minderjarige te wijzigen in [naam minderjarige] met vermelding van haar biologische ouders als ouders in plaats van verzoekster en de heer [naam]. De minderjarige heeft deswege de Nederlandse nationaliteit verloren en bezit sindsdien alleen de Marokkaanse nationaliteit. Dit voornemen is uiteindelijk een definitief besluit geworden; op het nadien opgemaakte GBA staat als vader vermeld [naam vader] en als moeder [naam moeder]; verzoekster en de heer [naam] zijn niet strafrechtelijk vervolgd;

- bij beschikking van deze rechtbank van 8 december 2006 is verzoekster benoemd tot voogdes over de minderjarige;

- bij beschikking van 3 mei 2007 van het gerechtshof te Amsterdam is de Raad voor de Kinderbescherming niet ontvankelijk verklaard in het door hem ingestelde hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank van 8 december 2006;

- de minderjarige is in het bezit van een reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, welke vergunning in december 2008 is verlengd.

4 Beoordeling van het verzoek

4.1 Door de omstandigheid dat verzoekster de Nederlandse nationaliteit bezit en de

de minderjarige en haar ouders de Marokkaanse nationaliteit bezitten, draagt de onderhavige zaak een internationaal karakter, zodat eerst de vraag beantwoord dient te worden of de Nederlandse rechter in deze zaak rechtsmacht toekomt. Deze vraag wordt op grond van artikel 3 van het wetboek van Burgerlijke rechtsvordering in bevestigende zin beantwoord nu, uit de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, is komen vast te staan dat verzoekster en de minderjarige hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben.

4.2 Vervolgens komt de vraag aan de orde welk recht van toepassing is op het verzoek..

Op grond van art. 3 lid 1 van de Wet Conflictenrecht adoptie (WCAd) is op een in Nederland uit te spreken adoptie, behoudens het in lid 2 bepaalde, het Nederlandse recht van toepassing.

4.3 Art. 3 lid 2 van de WCAd bepaalt dat op de toestemming dan wel de raadpleging of voorlichting van de ouders van het kind of van andere personen of instellingen toepasselijk is het recht van de staat waarvan het kind de nationaliteit bezit. Bezit het kind meer dan een nationaliteit, dan is van toepassing het recht van de staat waarvan het de nationaliteit bezit, waarmee het, alle omstandigheden in aanmerking genomen de nauwste band heeft. Indien het aldus aangewezen recht de adoptie niet kent, is het Nederlandse recht van toepassing.

4.4 Vast staat dat [naam minderjarige] en haar ouders de Marokkaanse nationaliteit bezitten.

Artikel 149 van de Mudawwana, de Marokkaanse familiewet van 2004, bepaalt dat

adoptie nietig is, en dat daaruit geen van de rechtsgevolgen van wettig verwantschap voortvloeit. Nu daarmee vaststaat dat het nationale recht van het kind en haar ouders (het Marokkaanse recht) het rechtsinstituut adoptie niet kent, is de rechtbank van oordeel dat Nederlands recht van toepassing is op het onderhavige verzoek en de vraag of vervangende rechterlijke toestemming mogelijk is.

4.5 De ouders van de minderjarige zijn zowel per openbaar exploot als via de Directie Consulaire Zaken, afdeling Consulair-Juridische Zaken van het Ministerie van Buitenlandse zaken, alsmede door de deurwaarder per aangetekende post opgeroepen. Zij zijn niet ter zitting verschenen, hebben geen verweerschrift ingediend en hebben het verzoek evenmin tegengesproken.

4.6 De Raad stemt in met het verzoek tot adoptie.

4.7 Uit de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht is gebleken dat verzoekster kort na de geboorte van [naam minderjarige] met haar toenmalige echtgenoot, [naam], op kraamvisite naar Marokko is gegaan. De heer [naam] is familie van de moeder van [naam minderjarige]. Toen [naam minderjarige] ongeveer een week oud was, heeft de moeder van [naam minderjarige] haar dochter aan verzoekster aangeboden. In het gezin van [naam minderjarige] waren al meerdere oudere kinderen aanwezig en de verzorging van [naam minderjarige] werd de moeder te veel. Omdat de woonomstandigheden van het gezin zeer armoedig waren, heeft verzoekster [naam minderjarige] meegenomen naar Nederland, nadat [naam minderjarige] door middel van een zogenaamde Kafalla-overeenkomst door haar ouders ter verzorging is afgestaan aan [naam echtgenoot]. Sindsdien verblijft [naam minderjarige] in het gezin van verzoekster. Verzoekster is een of twee jaar later opnieuw benaderd door de moeder van [naam minderjarige] met de vraag of zij nog een (pas geboren) kind in haar gezin wilde opnemen. Omdat naast [naam minderjarige] tot haar gezin nog twee kinderen uit een eerder huwelijk behoorden, heeft verzoekster dit verzoek afgewezen.

Verzoekster erkent dat de wijze waarop [naam minderjarige] naar Nederland is gekomen en daarbij gepresenteerd is als biologisch kind van verzoekster en haar toenmalige echtgenoot juridisch niet correct is geweest.

Toen [naam minderjarige] zeven jaar was heeft verzoekster haar ingelicht over haar Marokkaanse afkomst.

Verzoekster heeft incidenteel contact met de ouders van [naam minderjarige] en informeert hen dan over de ontwikkeling van hun dochter. De ouders van [naam minderjarige] nemen nooit uit zichzelf contact op met verzoekster of hun dochter en zij hebben juridisch en emotioneel afstand van hun dochter genomen. Hoewel verzoekster het belangrijk vindt en hoopt dat [naam minderjarige] haar ouders leert kennen, heeft [naam minderjarige] nooit contact met hen opgenomen. Zij heeft daar op dit moment geen behoefte aan.

4.8 Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen,is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde adoptie in het kennelijk belang van de minderjarige is. [naam minderjarige] woont vanaf april 1994 in het gezin van verzoekster en is inmiddels volledig gehecht in dit gezin, alsmede in de Nederlandse samenleving. Daarnaast is voldoende aannemelijk geworden dat [naam minderjarige] sinds zij in Nederland woont geen contact meer met haar ouders heeft gehad, zodat er geen sprake is van “family-life”. Ook nadat de ouders in Marokko op 16 oktober 2003, ieder afzonderlijk een getuigenverklaring, in een strafrechtelijk onderzoek naar [naam echtgenoot], hebben afgelegd bij de rechter-commissaris bij het Hof van Appel van [plaats], Marokko, omtrent de overdracht van [naam minderjarige] aan de heer [naam], hebben zij geen pogingen ondernomen om het contact met hun dochter te hervatten.

Daarom is komen vast te staan dat [naam minderjarige] thans en naar voor de toekomst redelijkerwijs is te voorzien niets meer van haar ouders in hoedanigheid van ouders te verwachten heeft, zodat - nu ook overigens aan de wettelijke voorwaarden is voldaan - het verzoek voor toewijzing vatbaar is.

Vaststellen geboortegegevens

Op grond van artikel 25c, lid 3 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, zal de rechtbank de voor het opmaken van een akte van geboorte noodzakelijke gegevens van de minderjarige vaststellen.

Ten aanzien van de minderjarige, die buiten Nederland is geboren, is weliswaar een akte van geboorte overgelegd die overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie is opgemaakt, maar uit de overgelegde stukken is gebleken dat de namen van de ouders op de geboorteakte niet overeenstemmen met de namen op de identiteitskaarten van de ouders. Uit het uittreksel GBA van de minderjarige blijkt voorts dat daarop wel de voornaam en de geslachtsnaam van de vader staat vermeld, maar niet de geslachtsnaam van de moeder. Daarom zal de rechtbank de geboortegegevens van de minderjarige alsnog vaststellen.

Vaststellen geslachtsnaam

Nu de minderjarige door de adoptie in familierechtelijke betrekking met verzoekster komt te staan, zal zij na de adoptie de geslachtsnaam [naam] dragen.

4 Beslissing

De rechtbank:

4.1 Spreekt uit de adoptie van de minderjarige van het vrouwelijk geslacht:

- [naam minderjarige],

geboren op [geboortedatum] 1994 te [plaats], Marokko.

door verzoekster voornoemd.

4.2 Stelt vast dat op [geboortedatum] 1994 te [plaats], Marokko, uit het huwelijk van [naam vader] en [naam moeder], is geboren een kind van het vrouwelijk geslacht, aan welk kind is gegeven de geslachtsnaam [naam] en de voornaam [naam], en gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage een latere vermelding van de adoptie aan de daarvoor in aanmerking komende akte toe te voegen.

4.3 Bepaalt dat de geslachtsnaam van de minderjarige na de adoptie [naam] zal zijn.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Otter, als voorzitter, tevens kinderrechter, en mrs. M. Flipse en A.M. Ayal , als leden van deze kamer en in het openbaar uitgesproken van 19 februari 2009 in tegenwoordigheid van M.P. Joukes als griffier.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.