Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BI4243

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
08-01-2009
Datum publicatie
18-05-2009
Zaaknummer
AWB 08/7685
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening toegewezen. Last onder dwangsom opgelegd in verband met het langer dan drie opeenvolgende dagen parkeren van een - door verweerder als kampeerwagen aangemerkt - voertuig op de openbare weg. Verweerder heeft geen onderzoek gedaan naar de stelling van verzoeker dat de kampeerwagen voor bedrijfsdoeleinden wordt gebruikt. Strijd met artikel 3:2 Awb.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 08 - 7685

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 januari 2009

in de zaak van:

[naam verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

tegen:

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem,

verweerder.

Tegenwoordig: mr. G. Guinau, voorzieningenrechter, en R.I. ten Cate, griffier.

Zitting: 8 januari 2009

Verschenen: Verweerder vertegenwoordigd door mr. M.A. Menalda. Verzoeker is niet verschenen.

Het geschil betreft de aan verzoeker bij besluit van 5 december 2008 opgelegde last onder dwangsom in verband met het langer dan drie opeenvolgende dagen parkeren van een - door verweerder als kampeerwagen aangemerkt - voertuig op de openbare weg.

Bij mondelinge uitspraak van 9 januari 2009 heeft de voorzieningenrechter het verzoek toegewezen en het bestreden besluit van 5 december 2008 geschorst tot zes weken nadat verweerder een nieuw besluit heeft genomen.

De voorzieningenrechter heeft daartoe het volgende overwogen.

Ingevolge artikel 5:32, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een bestuursorgaan dat bevoegd is bestuursdwang toe te passen, in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen. Verweerder heeft de last onder dwangsom opgelegd aan verzoeker. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder daarmee niet de overtreder heeft aangeschreven, aangezien uit het verzoekschrift genoegzaam is gebleken dat verzoekers zoon het voertuig gebruikt voor zijn werkzaamheden als roadmanager en derhalve als overtreder dient te worden aangemerkt.

Voorts heeft verweerder in het kader van het bestreden besluit geen onderzoek gedaan naar de stelling van verzoekers zoon dat het voertuig wordt gebruikt voor bedrijfsdoeleinden en niet als kampeerwagen en heeft verweerder hem niet in de gelegenheid gesteld dit nader toe te lichten. De voorzieningenrechter merkt daarbij op dat verweerder geen beleid heeft ontwikkeld ten aanzien van voertuigen die mede voor bedrijfsdoeleinden worden gebruikt, doch naar hun uiterlijk zijn aan te merken als voertuigen waarop het verbod van artikel 132 van de APV betrekking heeft. Verweerder heeft derhalve niet de nodige kennis vergaard omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen, hetgeen in strijd is met artikel 3:2 van de Awb.

Op grond van het vorenstaande heeft de voorzieningenrechter aanleiding gezien een voorlopige voorziening te treffen.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal,

(griffier) (voorzieningenrechter)

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.