Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BI3321

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
28-04-2009
Datum publicatie
08-05-2009
Zaaknummer
AWB 09/1963
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Last onder dwangsom om vóór 1 mei 2009 het gebruik voor woondoeleinden van een voormalige bollenschuur te Heemstede te staken; er is niet voldaan aan de brandveiligheidseisen; besluit geschorst tot 19 mei 2009, omdat de bewoners is gelast vóór die datum de schuur te verlaten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 09 - 1963

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 april 2009

in de zaak van:

de erven van [naam],

wonende te [woonplaats],

verzoekers,

gemachtigde: mr. Y. van Baak, juridisch medewerkster bij Pesman Advocaten te Alkmaar,

tegen:

het college van burgemeester en wethouders van Heemstede,

verweerder.

Tegenwoordig: mr. J.F. Miedema, voorzieningenrechter, en mr. M. Hekelaar, griffier.

Zitting: 27 april 2009

Verzoekers zijn verschenen bij hun voornoemde gemachtigde, mr. Van Baak. Tevens is verschenen [naam], financieel adviseur van wijlen mevrouw [naam] tevens de indiener van de zienswijze en [naam], executeur-testamentair, vergezeld van diens raadsman mr. B. S. Matser, advocaat bij Pesman Advocaten te Haarlem.

Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door A.E. Hopman, vergezeld van M. Jansen, beiden werkzaam bij de gemeente Heemstede. Tevens zijn verschenen [naam] en [naam], beiden werkzaam bij de brandweer Kennemerland.

Het geschil betreft het besluit van 25 november 2008, verzonden op 2 december 2008, waarbij verweerder verzoekers heeft gelast

- uiterlijk 1 mei 2009 het gebruik voor woondoeleinden van de schuur op het perceel [adres] te staken,

- en indien het gebruik niet onmiddellijk wordt gestaat, uiterlijk 15 december 2008 te voldoen aan de brandveiligheidseisen, zoals verwoord in de bijgaande brandweerrapportage.

Daarbij is een dwangsom gesteld van € 3.000,- per dag, met een maximum van

€ 60.000,-

Bij mondelinge uitspraak van 28 april 2009 heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, in die zin dat het besluit wordt geschorst tot 19 mei 2009.

De voorzieningenrechter heeft daartoe het volgende overwogen.

Verzoekers zijn ontvankelijk in hun verzoek om voorlopige voorziening. Het indienen van het bezwaarschrift van 19 januari 2009 wordt opgevat als te zijn gedaan mede door de erven van [naam] en de voorlopige voorziening is gevraagd namens de erven. Zowel het bezwaarschrift als het verzoekschrift zijn door dezelfde gemachtigde, mr. Van Baak, ingediend en in het bezwaarschrift worden zowel de executeur-testamentair als de erven genoemd.

Verzoekers zijn naar voorlopig oordeel niet niet-ontvankelijk in bezwaar. Verzoekers hebben gesteld dat het besluit niet is ontvangen, niet op het adres [adres] te Heemstede en niet bij de gemachtigde. Het besluit is met de verzending op 2 december 2008 op de juiste wijze bekendgemaakt nu het per post en aangetekend aan het bij verweerder bekende adres [adres] is verzonden en zich toentertijd nog geen (officiële) gemachtigde voor de erven had gesteld. Het bezwaar van 19 januari 2009 is dan ook buiten de geldende termijn ingediend.

De voorzieningenrechter acht de termijnoverschrijding verschoonbaar gelet op de omstandigheden van het geval. Verweerder was - naar ter zitting naar voren is gebracht -ervan op de hoogte dat de gemachtigde van verzoekers, althans een medewerk(st)er van Pesman Advocaten, zich als gemachtigde zou stellen en heeft daarom en omdat de situatie zo kort na het overlijden van [naam] op dit punt onduidelijk was tevens een kopie van het besluit aan Pesman Advocaten gezonden. Nu verweerder er onder deze onduidelijke omstandigheden voor heeft gekozen deze kopie niet aangetekend te versturen, moet het voor verweerders risico blijven dat deze niet is ontvangen. Daaraan doet niet af dat het aangetekend verzonden besluit gericht aan [adres]] – naar verweerder ter zitting heeft bericht – op 5 december 2008 door een vooralsnog niet bekend geworden persoon, waarschijnlijk één van de bewoners/huurders, is opgehaald.

De kern van het geschil betreft het staken van de bewoning van de bollenschuur.

Niet in geschil is dat de bewoning illegaal is en dat verweerder bevoegd is tot handhavend optreden.

Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuurdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag het bestuursorgaan weigeren, dit te doen. Dit kan zich voordoen, indien concreet zicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

Niet in geschil is dat er geen concreet zicht op legalisatie bestaat.

Naar voorlopig oordeel doen zich evenmin andere bijzondere omstandigheden voor op grond waarvan verweerder gehouden zou zijn af te zien van handhaving.

Daarbij is in aanmerking genomen dat de bollenschuur niet voldoet aan de eisen die daaraan uit oogpunt van brandveiligheid moeten worden gesteld. Anders dan verzoekers menen is met het plaatsen van brandblussers en rookmelders niet aan de vereisten voldaan. Zij hebben gewezen op de brief van 15 januari 2009, maar ook voor verzoekers moet, mede gelet op de bijlage bij het primaire besluit, voldoende duidelijk zijn geweest dat zulks niet het geval was, maar hooguit tot op het niveau van de minimale eisen.

Verzoekers hebben verzocht om schorsing van het besluit tot 1 februari 2010, omdat de procedures ter zake van beëindiging van de huurovereenkomsten enige tijd vergen. Zij hebben dit verzoek gedaan in de veronderstelling dat er geen investeringen inzake de brandveiligheid nodig zijn. Deze veronderstelling berust evenwel, zoals hiervoor is overwogen, niet op juiste gronden. Bouwtechnische zaken zijn immers niet verholpen.

Er bestaat geen aanleiding voor schorsing van het besluit tot de gevraagde datum, nu verzoekers het zelf in de hand hebben om de vereiste maatregelen te nemen inzake de brandveiligheid waardoor een verlenging van de begunstigingstermijn bespreekbaar wordt.

Subsidiair hebben verzoekers verzocht om schorsing tot 19 mei 2009, aangezien de bewoners inmiddels zijn aangeschreven op 18 mei 2009 het pand te verlaten. Dit verzoek wordt toegewezen nu het de voorzieningenrechter niet redelijk voorkomt voor de verhuurder een kortere termijn te hanteren dan voor de huurders.

In de bezwaarfase zal verweerder zich aan de hand van hetgeen verzoekers daaromtrent hebben aangevoerd kunnen - en moeten - beraden over de opbouw van de maximaal te verbeuren dwangsom voor beide opgelegde lasten tezamen, nu inmiddels geen dwangsom meer geldt ter zake van de last om voor 15 december 2008 aan de vereisten te hebben voldaan.

Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, aangezien het verzoek voor slechts een korte periode is toegewezen.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal,

(griffier) (voorzieningenrechter)

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.