Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BI3210

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
22-04-2009
Datum publicatie
07-05-2009
Zaaknummer
395686 - CV EXPL 08-10553
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiser vordert van gedaagde (Transavia) ingevolge artikel 5 juncto artikel 7 van de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten, betaling van € 250,00 als compensatie in verband met de annulering van een vlucht naar Barcelona wegens een technisch mankement.

Het beroep van Transavia op buitengewone omstandigheden wordt verworpen, gelet op het arrest van 22 december 2008 van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen waarin is geoordeeld dat een technisch mankement bij een luchtvaartuig dat annulering van een vlucht tot gevolg heeft, niet valt onder het begrip „buitengewone omstandigheden” in de zin van artikel 5 lid 3 van de verordening, tenzij dit probleem voortvloeit uit gebeurtenissen die wegens hun aard of hun oorsprong niet inherent zijn aan de normale uitoefening van de activiteit van de betrokken luchtvaartmaatschappij, en waarop deze geen daadwerkelijke invloed kan uitoefenen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2012/101
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 395686 / CV EXPL 08-10553

datum uitspraak: 22 april 2009

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de besloten vennootschap EUclaim B.V.

te Brummen

eisende partij

hierna te noemen EUclaim

gemachtigde: Wiggers & Van Meggelen Gerechtsdeurwaarders & Incasso

tegen

de commanditaire vennootschap met een beherende vennoot Transavia Airlines C.V.

te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde partij

hierna te noemen Transavia

procederend bij: mr. L.M. van Rossum

De procedure

EUclaim heeft Transavia gedagvaard op 14 augustus 2008. Transavia heeft schriftelijk geantwoord. Nadat de kantonrechter had beslist dat de zaak zich niet leent voor een comparitie van partijen na antwoord, heeft EUclaim gerepliceerd. EUclaim heeft vervolgens een akte houdende productie in het geding gebracht. Transavia heeft een conclusie van dupliek ingediend.

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweersproken inhoud van de producties, staat tussen partijen het volgende vast:

a. [XXX] (hierna: [XXX]) heeft een overeenkomst tot personenvervoer door de lucht met Transavia. Op basis van deze overeenkomst zou Transavia [XXX] tegen betaling op 7 juli 2007 om 05.00 uur lokale tijd per luchtvaartuig van Amsterdam, Schiphol Airport, Nederland naar Barcelona, Barcelona Airport, Spanje vervoeren. De afstand van deze vlucht is 1.241 km.

b. Transavia heeft de vlucht van [XXX] geannuleerd, omdat een groot aantal toestellen in die periode aan de grond stonden in verband met technische mankementen.

c. Transavia heeft [XXX] omgeboekt naar een andere vlucht met vertrektijd

12.25 uur.

d. [XXX] is 9 uren later dan de oorspronkelijk geplande tijd in Barcelona geland.

De vordering

EUclaim vordert (samengevat) veroordeling van Transavia tot betaling van € 294,03.

EUclaim stelt daartoe onder meer het volgende.

[XXX] heeft haar aanspraken jegens Transavia bij onderhandse akte van 11 augustus 2008 overgedragen aan EUclaim. De mededeling van cessie is op 12 augustus 2008 aan Transavia gedaan.

Op de tussen [XXX] en Transavia gesloten overeenkomst is de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 295/91 (PbEG 2004, L 46/1) (hierna: de verordening) van toepassing. Op grond van artikel 5 van de verordening dient Transavia [XXX] conform artikel 7 van de verordening te compenseren. Nu de afstand van de vlucht 1.241 km is en de nieuwe aankomsttijd 9 uren later lag ten opzichte van de oorspronkelijke aankomsttijd, dient de compensatie € 250,00 te bedragen.

Er is geen sprake van een buitengewone omstandigheid. Twee toestellen van Transavia zijn op 4 juli 2007 door blikseminslag getroffen. Daardoor moest Transavia een nieuwe planning maken en werd de vlucht van [XXX] geannuleerd. Uit bliksemstatistieken en historische gegevens blijkt dat bliksem in de zomermaanden en zeker in de maand juli geen buitengewone omstandigheid is. Als er al sprake is van een buitengewone omstandigheid dan kan dat in dit geval niet leiden tot overmacht, omdat het niet gaat om weersomstandigheden die de uitvoering van de vlucht in kwestie hebben verhinderd. De vlucht van 7 juli 2007 werd geannuleerd door het niet inplannen van reservecapaciteit door Transavia.

EUclaim heeft in haar brieven aan Transavia aangezegd dat zij bij het uitblijven van betaling buitengerechtelijke incassokosten in rekening zou brengen. Door ondanks aanmaning met betaling in gebreke te blijven is Transavia derhalve de buitengerechtelijke incassokosten van € 44,03 inclusief btw verschuldigd geworden. Transavia is tevens de wettelijke rente verschuldigd.

Het verweer

Transavia betwist de vordering. Zij voert daartoe onder meer het volgende aan.

Er is geen sprake van een rechtsgeldige cessie tussen [XXX] en EUclaim. Gelet op hetgeen op de website van EUclaim staat vermeld, lijkt er geen sprake te zijn van een echte overdracht maar van een incassoregeling. Daarmee valt de cessie onder het fiduciaverbod van artikel 3:84 lid 3 BW en is de cessie niet geldig. Ook blijkt de titel niet duidelijk uit de cessieakte, als er sprake is van een geldige overdracht, dan verlangt Transavia een afschrift van de titel ingevolge artikel 3:94 lid 4 BW.

De vlucht van [XXX] is geannuleerd, omdat een groot aantal toestellen in verband met technische mankementen aan de grond stonden. Deze technische mankementen werden veroorzaakt door buitengewone omstandigheden, in de zin van artikel 5 lid 3 van de verordening. Zo werden twee toestellen door blikseminslag beschadigd. Een ander toestel stond aan de grond doordat een voertuig van de grondafhandelaar een aanrijding had met het toestel en een vierde toestel stond aan de grond omdat daar een vogel tegen aangevlogen was. Door de uitval van deze toestellen was het noodzakelijk om een nieuwe planning te maken, waarbij de gevolgen en de overlast voor de passagiers zoveel mogelijk werd beperkt. Als gevolg hiervan is de vlucht van [XXX] geannuleerd, zij kon echter nog dezelfde dag naar Barcelona.

Tranasvia voert aan dat niet de blikseminslag zelf de buitengewone omstandigheid is, maar het technische mankement als gevolg van de blikseminslag. Transavia had geen redelijke maatregelen kunnen treffen om de technische mankementen te voorkomen.

Het is niet redelijk om te verwachten dat Transavia een toestel leeg en niet ingepland aan de grond moet laten staan, zoals EUclaim verwacht. Transavia heeft op 5 juli 2007 twee toestellen ingehuurd, met één van die toestellen is [XXX] op 7 juli 2007 naar Barcelona gevlogen.

Transavia is niet gehouden de buitengerechtelijke kosten te voldoen. Deze zijn niet gespecificeerd en vallen onder een eventueel toe te wijzen proceskostenveroordeling.

De beoordeling van het geschil

Transavia heeft aangevoerd dat EUclaim niet-ontvankelijk is, omdat uit de overgelegde akte van cessie en de website van EUclaim blijkt dat er geen sprake is van overdracht van een vordering, maar van een overdracht ter incasso, zodat de cessie valt onder het fiduciaverbod van artikel 3:84 lid 3 BW.

Dit verweer faalt. Of in het onderhavige geval sprake is van overdracht van een vordering of overdracht ter incasso kan in het midden blijven, nu in ieder geval sprake is van lastgeving doordat de passagier aan EU-claim de last heeft gegeven haar vordering op eigen naam te innen. EUclaim is aldus ontvankelijk in haar vordering.

Voorts ligt de vraag voor of de door Transavia gestelde oorzaak van de annulering, een technisch mankement, van de vlucht heeft te gelden als een buitengewone omstandigheid als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de verordening, dat luidt: “Een luchtvaartmaatschappij die een vlucht uitvoert, is niet verplicht compensatie te betalen als bedoeld in artikel 7 indien zij kan aantonen dat de annulering het gevolg is van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.”

Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft in haar arrest van 22 december 2008, zaaknummer C-549/07 hieromtrent een prejudiciële beslissing gegeven. Daarbij is samenvattend geoordeeld dat een technisch mankement bij een luchtvaartuig dat annulering van een vlucht tot gevolg heeft, niet valt onder het begrip „buitengewone omstandigheden” in de zin van artikel 5 lid 3 van de verordening, tenzij dit probleem voortvloeit uit gebeurtenissen die wegens hun aard of hun oorsprong niet inherent zijn aan de normale uitoefening van de activiteit van de betrokken luchtvaartmaatschappij, en waarop deze geen daadwerkelijke invloed kan uitoefenen.

Gelet op dit arrest is de kantonrechter van oordeel dat het door Transavia gedane beroep op buitengewone omstandigheden in de zin van artikel 5 lid 3 van de verordening niet kan slagen. De door gedaagde aangevoerde samenloop van omstandigheden, moet naar het oordeel van de kantonrechter worden aangemerkt als inherent aan de normale uitoefening van de activiteit van gedaagde. Bovendien betreft het hier omstandigheden die niet specifiek onderhavige vlucht onmogelijk maakte. Dat Transavia geen daadwerkelijke invloed uit kon oefenen op die omstandigheden maakt dat niet anders.

EUclaim heeft € 44,03 aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De door EUclaim verrichte werkzaamheden hebben meer omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten moet daarom worden toegewezen.

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in dit vonnis is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

De proceskosten komen voor rekening van Transavia omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

Beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt Transavia tot betaling aan EUclaim van € 294,03 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 10 november 2007 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- veroordeelt Transavia tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van EUclaim tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 74,30

vastrecht € 90,00

salaris gemachtigde € 150,00,

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.A. Boom en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.