Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BI2890

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
29-04-2009
Datum publicatie
04-05-2009
Zaaknummer
15/750006-09 en 15/760381-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Afpersing, diefstal, poging tot zware mishandeling, vernieling, vals geld. Verdachte met oud en nieuw samen met zijn mededaders grote vernielingen heeft aangericht in een flatgebouw en daarna – onder invloed van veel alcohol – een jongen ernstig mishandeld en een andere jongen met veel geweld beroofd en in de tussentijd ook nog geld en een telefoon heeft gestolen van een weerloos op de grond liggende jongen. Terwijl de voorlopige hechtenis van verdachte voor de eerder genoemde delicten onder voorwaarden was geschorst, is verdachte opnieuw de fout in is gegaan door met valse bankbiljetten te betalen. Diefstal door verdachte kan bewezen kan worden, maar niet dat verdachte zelf geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] en evenmin kan bewezen worden dat het door zijn medeverdachten op die [slachtoffer 2] toegepaste geweld is gepleegd met het oogmerk de door verdachte gepleegde diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken. Ook is niet bewezen dat bij het wegnemen van de telefoon en de portemonnee door verdachte, sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten, in die zin dat verdachte en de medeverdachten voorafgaand aan die diefstal daarvoor een plan hebben gemaakt of zelfs maar daarover hebben gesproken met elkaar.

Vorenstaande brengt mee dat verdachte moet worden vrijsproken van het gedeelte van de tenlastelegging dat ziet op het in vereniging plegen van de diefstal almede op het tenlastegelegde geweld gepleegd met het oogmerk de diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummers: 15/750006-09 en 15/760381-09 (ter terechtzitting gevoegd)

Uitspraakdatum: 29 april 2009

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het achter gesloten deuren gehouden onderzoek op de terechtzitting van 16 april 2009 in de zaak tegen:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in RIJ De Heuvelrug, locatie Eikenstein, Utrechtseweg 37 te Zeist.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

Parketnummer 15/750006-09

1. PRIMAIR

hij op of omstreeks 01 januari 2009 te Zaandam, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee met inhoud en/of een telefoon, merk LG, kleur zwart, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 1]

- onderuit heeft/hebben getrapt, teneinde die [slachtoffer 1] ten val te brengen en/of

- (meermalen) tegen zijn lichaam en/of zijn hoofd heeft/hebben geschopt en/of geslagen, terwijl die [slachtoffer 1] op de

grond lag en/of

- het (meermalen) hard slaan met de vuist(en) in het gezicht,

- terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 1] zeiden dat hij/zij geld wilde(n);

SUBSIDIAIR

hij op of omstreeks 01 januari 2009 te Zaandam, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 1]

- onderuit heeft/hebben getrapt, teneinde die [slachtoffer 1] ten val te brengen en/of

- (meermalen) tegen zijn lichaam en/of zijn hoofd heeft/hebben geschopt en/of geslagen, terwijl die [slachtoffer 1] op de

grond lag, en/of

- het (meermalen) hard slaan met de vuist(en) in het gezicht van die [slachtoffer 1],

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

MEER SUBSIDIAIR

hij op of omstreeks 01 januari 2009 te Zaandam, gemeente Zaanstad, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, het Darwinpark (gelegen aan de Lobeliusstraat), in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit:

- het onderuit trappen en/of ten val brengen van die [slachtoffer 1] en/of

- het (meermalen) tegen het lichaam en/of hoofd van die [slachtoffer 1] schoppen (terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag) en/of

- het (meermalen) hard slaan met de vuist(en) in het gezicht van die [slachtoffer 1],

waarbij hij, verdachte, die [slachtoffer 1] één of meer harde vuistslag(en) in het gezicht heeft gegeven, en welk door hem gepleegd geweld enig lichamelijk letsel (te weten één of meer beschadigde voortanden) voor die [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad;

2. PRIMAIR

hij op of omstreeks 01 januari 2009 te Zaandam, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee met inhoud en/of een telefoon, merk Samsung, kleur zwart, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 2]

- een vuistslag en/of een trap tegen zijn hoofd heeft/hebben gegeven (waardoor die [slachtoffer 2] op de grond viel) en/of

- (meermalen) tegen zijn hoofd heeft/hebben geschopt en/of geslagen, terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag;

SUBSIDIAIR

hij op of omstreeks 01 januari 2009 te Zaandam, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 2]

- een vuistslag en/of een trap tegen zijn hoofd heeft/hebben gegeven (waardoor die [slachtoffer 2] op de grond viel) en/of

- (meermalen) tegen zijn hoofd heeft/hebben geschopt en/of geslagen, terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

MEER SUBSIDIAIR:

hij op of omstreeks 01 januari 2009 te Zaandam, gemeente Zaanstad, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, het Darwinpark (gelegen aan de Lobeliusstraat), in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2], welk geweld bestond uit

- een vuistslag en/of een trap tegen zijn hoofd heeft/hebben gegeven (waardoor die [slachtoffer 2] op de grond viel) en/of

- (meermalen) tegen zijn hoofd heeft/hebben geschopt en/of geslagen, terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag;

3. PRIMAIR

hij op of omstreeks 31 december 2008 te Zaandam, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 3], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 3]

- (meermalen) (met de vuist) in het gezicht en/of tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of geschopt en/of

- in de (linker)knieholte en/of tegen het (linker)been heeft/hebben geschopt (waardoor die [slachtoffer 3] ten val kwam) en/of

- (meermalen) tegen het lichaam en/of het (achter)hoofd heeft/hebben geschopt, terwijl die [slachtoffer 3] op de grond lag,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

SUBSIDIAIR

hij op of omstreeks 31 december 2008 te Zaandam, gemeente Zaanstad, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Vermiljoenweg, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 3], welk geweld bestond uit het

- (meermalen) (met de vuist) in het gezicht en/of tegen het lichaam van die [slachtoffer 3] te slaan en/of te schoppen en/of

- in de (linker)knieholte en/of tegen het (linker)been van die [slachtoffer 3] te schoppen (waardoor die [slachtoffer 3] ten val

kwam) en/of

- (meermalen) tegen het lichaam en/of het (achter)hoofd van die [slachtoffer 3] te schoppen, terwijl die [slachtoffer 3] op de

grond lag;

4.

hij in of omstreeks de periode van 31 december 2008 tot en met 1 januari 2009 te Zaandam, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk (zes) ramen en/of twee beveiligingscamera's en/of meerdere muren en/of de liftbehuizing en/of een veiligheidsreling, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan woningcorporatie Parteon, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft/hebben vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door onder meer het ontsteken van vuurwerk en/of het steken/slaan met een schroevendraaier tegen de beveiligingscamera('s) en/of het lostrekken van bekabeling van de beveiligingscamera in de lift en/of het gooien van voorwerpen tegen de ramen en/of het lostrekken van de reling;

5.

hij in de nacht van 20 op 21 december 2008 te Zaandam, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk één of meerdere auto's, te weten een Mercedes (kenteken [kenteken]) en/of een Audi A4 (kenteken [kenteken]) en/of een Volkswagen Golf (kleur blauw), in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door tegen deze auto's te slaan en/of te trappen en/of deze auto's met een voorwerp te bekrassen;

Parketnummer 15/760381-09

hij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 16 maart 2009 te Zaandam, gemeente Zaanstad, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk (een) als echt(e) en onvervalst(e) bankbiljet(ten) heeft uitgegeven (telkens) één of meer bankbiljet(ten) van 50 euro, dat/die verdachte zelf heeft nagemaakt en/of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing verdachte, toen hij dat/die bankbiljet(ten) ontving, bekend was.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Oordeel van de rechtbank

3.1 Partiële vrijspraak feit 2 primair

De rechtbank is van oordeel dat de in de zaak met parketnummer 15/750006-09 onder 2 primair tenlastegelegde diefstal door verdachte bewezen kan worden. Echter, niet bewezen kan worden dat verdachte zelf geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] en evenmin kan bewezen worden dat het door zijn medeverdachten op die [slachtoffer 2] toegepaste geweld is gepleegd met het oogmerk de door verdachte gepleegde diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken. Evenmin biedt het dossier aanknopingspunten voor de veronderstelling dat bij het wegnemen van de telefoon en de portemonnee door verdachte, sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten, in die zin dat verdachte en de medeverdachten voorafgaand aan die diefstal daarvoor een plan hebben gemaakt of zelfs maar daarover hebben gesproken met elkaar.

Vorenstaande brengt mee dat verdachte moet worden vrijsproken van het gedeelte van de tenlastelegging dat ziet op het in vereniging plegen van de diefstal almede op het tenlastegelegde geweld gepleegd met het oogmerk de diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken.

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank voorts van oordeel dat niet is bewezen hetgeen verdachte in de zaak met parketnummer 15/750006-09 onder 5 ten laste is gelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

3.2 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de in de zaak met parketnummer 15/750006-09 onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 tenlastegelegde feiten alsmede het in de zaak met parketnummer 15/760381-09 tenlastegelegde feit heeft begaan, in dier voege dat

Parketnummer 15/750006-09

1. PRIMAIR

hij op 1 januari 2009 te Zaandam, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee met inhoud en een telefoon, merk LG, kleur zwart, toebehorende aan [slachtoffer 1], welk geweld en hierin bestond dat hij, verdachte en/of zijn mededaders die [slachtoffer 1]

- onderuit hebben getrapt en

- meermalen tegen zijn lichaam en zijn hoofd hebben geschopt en geslagen, terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag en

- het meermalen hard slaan met de vuist in het gezicht,

- terwijl verdachte en/of zijn mededaders tegen die [slachtoffer 1] zeiden dat zij geld wilden;

2. PRIMAIR

hij op 1 januari 2009 te Zaandam, gemeente Zaanstad, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee met inhoud en een telefoon, merk Samsung, kleur zwart, toebehorende aan [slachtoffer 2];

3. PRIMAIR

hij op 31 december 2008 te Zaandam, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 3], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 3]

- meermalen met de vuist in het gezicht heeft geslagen en

- in de linkerknieholte heeft geschopt waardoor die [slachtoffer 3] ten val kwam en

- meermalen tegen het lichaam en het achterhoofd heeft geschopt, terwijl die [slachtoffer 3] op de grond lag,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

hij op 31 december 2008 tot te Zaandam, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk en wederrechtelijk zes ramen en twee beveiligingscamera’s en meerdere muren en een veiligheidsreling toebehorende aan woningcorporatie Parteon heeft vernield of beschadigd door onder meer het ontsteken van vuurwerk en het slaan met een schroevendraaier tegen de beveiligingscamera's en het lostrekken van bekabeling van de beveiligingscamera in de lift en het gooien van voorwerpen tegen de ramen en het lostrekken van de reling;

Parketnummer 15/760381-09

hij op tijdstippen op 16 maart 2009 te Zaandam, gemeente Zaanstad, telkens opzettelijk een vals bankbiljet van 50 euro heeft uitgegeven.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3.3 Bewijsoverweging ten aanzien van het feit met parketnummer 15/760381-09

De rechtbank acht bewezen dat verdachte meerdere malen een bankbiljet van 50 euro heeft uitgegeven, terwijl hij – in ieder geval nadat hem dat door de caissière bij Albert Heijn was verteld – wist dat deze bankbiljetten vals waren. Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank echter niet bewezen dat verdachte reeds op het moment dat hij de bankbiljetten ontving, wist dat deze vals waren. Dit brengt mee dat de rechtbank niet hetgeen in artikel 209 van het Wetboek van Strafrecht strafbaar is gesteld bewezen acht, doch het – lichtere – misdrijf dat is strafbaar gesteld in artikel 213 van het Wetboek van Strafrecht.

3.4 Bewijsmiddelen

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

Parketnummer 1/750006-09

Ten aanzien van feit 1 primair

1. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte (dossierpagina 201 e.v.), inhoudende - zakelijk

weergegeven - onder meer het navolgende:

Ik fietste op 1 januari 2009 om 05.00 uur met [slachtoffer 2] vanuit het centrum van Zaandam naar huis. Toen [slachtoffer 2] en ik in het park stonden om zijn band op te pompen, kwamen er zes jongens aanlopen. De grootste jongen gaf

[slachtoffer 2] een vuistslag in het gelaat. Ik heb de grootste jongen een zet gegeven en ben vervolgens weggerend. In

het park werd ik onderuit getrapt. Ik lag op de grond en voelde dat ik schoppen en klappen op mijn lichaam en hoofd

kreeg. Vervolgens ben ik opgestaan. De jongens kwamen daarna weer teruglopen en toen werd ik weer naar de grond

geslagen. Ik voelde dat zij mij op mijn hoofd en lichaam trapten. Ik hoorde dat ze tegen mij zeiden dat ze geld wilden.

Omdat ik van ze af wilde en wilde dat ze mij niet meer zouden slaan en schoppen, heb ik mijn portemonnee en mobiele

telefoon afgegeven. Uit mijn portemonnee blijkt 25 euro te zijn weggenomen. Mijn zwarte mobiele telefoon is van het

merk LG.

2. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] (dossierpagina 81 e.v. ), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Ik liep op nieuwjaarsdag om ongeveer 05.00 uur met onder andere [medeverdachte 2], [verdachte] en [medeverdachte 3] richting het Darwinpark. Voorop liepen [medeverdachte 2], [verdachte], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4]. Ik zag medeverdachte 2], [verdachte] en [medeverdachte 3] als eerste rennen in de richting van twee jongens. [medeverdachte

2] gaf de kleine jongen (de rechtbank begrijpt dat in alle verklaringen met ‘de kleine jongen’ [slachtoffer 2] wordt bedoeld) een vuistslag op zijn gezicht. De jongen viel van zijn fiets en lag op de grond. [verdachte] pakte de telefoon uit de jaszak

van die kleine jongen die op de grond lag. De grote jongen (de rechtbank begrijpt dat in alle verklaringen met ‘de grote

jongen’ [slachtoffer 1] wordt bedoeld). verweerde zich door [medeverdachte 2] een klap te geven. Plotseling zag ik die

grote jongen wegrennen. Hierna renden [medeverdachte 2], [verdachte] en [medeverdachte 3] achter die lange jongen

aan. Verderop trapten zij de lange jongen onderuit. Terwijl hij op de grond lag, trapten [verdachte], [medeverdachte 2] en

[medeverdachte 3] de jongen. De lange jongen lag op de grond en er werd aan hem getrokken.

3. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 3]

(dossierpagina 151 e.v. ), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Ik ging nieuwjaarsdag om 05.00 uur naar huis en kwam onderweg onder andere [verdachte], [medeverdachte 2] en

[medeverdachte 1] tegen. In het Darwinpark stonden twee jongens. Wij zijn naar de jongens toegelopen. Ik ben op de

langste jongen toegelopen en heb hem behoorlijk geslagen. Iedereen begon zich ermee te bemoeien. [verdachte],

[medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] gaven klappen.

4. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 2] (dossierpagina 113 e.v. ), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Op 1 januari 2009 tussen 05.00 en 06.00 uur liep ik samen met onder meer [verdachte], [medeverdachte 1] en

[medeverdachte 3] in het park nabij Poelenburg. In het parkje stonden twee jongens bij een fiets. [medeverdachte 3] gaf de kleine jongen een harde stoot op zijn gezicht. Die jongen viel op de grond. Hierna pakte [verdachte] de telefoon van die jongen uit zijn broekzak, nadat hij die jongen gefouilleerd had. Vervolgens liepen [medeverdachte 3], [verdachte] en ik naar die grote jongen toe om hem te slaan. Voordat wij die andere jongen sloegen, sloeg hij mij. Ik denk dat hij dit deed uit angst dat hij ook geslagen en beroofd zou worden. Ik heb hem twee harde vuistslagen op zijn gezicht gegeven.

Hierna gaf [verdachte] hem ook nog eens twee harde vuistslagen in zijn gezicht. Daarna pakte [medeverdachte 3] die

jongen nog eens vast en werkte hem naar de grond. Toen de jongen op de grond lag, schopte [medeverdachte 3] hem

nog diverse malen in het gezicht en tegen zijn hoofd. Ik heb later van [medeverdachte 3] gehoord dat hij de telefoon

“genakt” had van die lange jongen.

Ten aanzien van feit 2 primair

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte voor wat betreft het hier bewezenverklaarde zal in het navolgende worden volstaan met de vermelding van de bewijsmiddelen en de vindplaats daarvan in het dossier.

5. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte (dossierpagina 248 e.v.);

6. de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

Feit 3

7. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte (dossierpagina 291 e.v.), inhoudende - zakelijk

weergegeven - onder meer het navolgende:

Op 31 december 2008 omstreeks 22.00 uur was ik met mijn broertje vuurwerk aan gaan afsteken ter hoogte van de

Panneroodstraat in Zaandam. Ik zag een groepje van vijf of zes jongens aan komen lopen. De achterste jongen begon

met zijn handen op mijn borst te slaan. De jongen sloeg mij aan de linkerkant van mijn gezicht. De andere jongens

kwamen om mij heen staan, zodat ik niet meer weg kon lopen. Één van de andere jongens gaf mij een schop in mijn

linker knieholte. Ik ben daardoor dubbel geklapt en kwam op straat terecht. Toen ik op de grond lag, bleven de jongens

om mij heen staan en ik werd tegen mijn rug, schouders en mijn achterhoofd geschopt. Ik voelde direct hevige pijn door

al die trappen. Door de mishandeling heb ik wat kleine schaafwondjes in mijn gezicht, een bult op mijn achterhoofd, een rode, pijnlijke striem op mijn rug en pijnlijke schouders. Ook ben ik nog een beetje duizelig.

8. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 2] (dossierpagina 123 e.v.), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Oudejaarsavond liep ik samen met [medeverdachte 3], [verdachte], [medeverdachte 5], [medeverdachte 6] en

[medeverdachte 7]. Achter de Panneroodstraat kwamen wij twee jongens tegen. Er ontstond een woordenwisseling met

de lange jongen. Wij gingen om die jongen heen staan. Hij werd als het ware omsingeld. Ik gaf de jongen een stoot met

mijn rechtervuist. De jongen begon te wankelen en hierna werd hij door iedereen geslagen en geschopt. De jongen viel

op de grond en werd vervolgens geschopt tegen zijn lichaam. Hij werd in ieder geval geschopt door [verdachte],

[medeverdachte 7], [medeverdachte 6], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5].

9. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 3] (dossierpagina 151 e.v.), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Op de Vermiljoenweg in Zaandam hebben wij op oudejaarsavond een jongen in elkaar geslagen. De jongen liep ons

tegemoet op de brug. Zonder enige aanleiding hebben [verdachte], [medeverdachte 2] en ik de jongen geslagen en

geschopt. Ik en [medeverdachte 2] zijn als eerste op de jongen afgelopen en hebben hem vuistslagen op zijn hoofd

gegeven. Hierdoor viel de jongen op de grond. Toen hebben wij de jongen met z’n allen geschopt. [verdachte] heeft hem

ook geschopt. De jongen beschermde zijn hoofd door zijn armen voor zijn hoofd te houden.

10. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 3] (dossierpagina 160 e.v.), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

[medeverdachte 2] sloeg als eerste met zijn vuist tegen het hoofd van die jongen. Hierna heb ik de jongen vuistslagen op zijn hoofd gegeven. Hierna viel de jongen op de grond. Vervolgens hebben [verdachte], [medeverdachte 2] en ik de

jongen meerdere keren geschopt toen hij op de grond lag. Ik heb meerdere keren geschopt tegen zijn lichaam en hoofd.

Ten aanzien van feit 4

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte voor wat betreft het hier bewezenverkaarde zal in het navolgende worden volstaan met de vermelding van de bewijsmiddelen en de vindplaats daarvan in het dossier.

11. het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte (dossierpagina 257 e.v.);

12. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina 261 e.v.);

13. het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van verdachte (dossierpagina 55 e.v.);

14. het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] (dossierpagina

74 e.v.);

15. het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 8] (dossierpagina

93 e.v.);

16. het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte4] (dossierpagina

134 e.v.).

Ten aanzien van parketnummer 15/760381-09

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte voor wat betreft het hier bewezenverklaarde zal in het navolgende worden volstaan met de vermelding van de bewijsmiddelen en de vindplaats daarvan in het dossier.

17. het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte (dossierpagina 21 e.v.);

18. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina 29);

19. het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van verdachte (dossierpagina 32 e.v.).

4. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

parketnummer 15/750006-09

1 primair

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

2 primair

diefstal;

3 primair

medeplegen van poging tot zware mishandeling;

4

medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen of beschadigen;

parketnummer 15/760381-09

opzettelijk valse bankbiljetten uitgeven, meermalen gepleegd.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van de sancties en van overige beslissingen

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van de in de zaak met parketnummer 15/750006-09 onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4

tenlastegelegde feiten;

- bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 15/760381-09 ten laste gelegde feit;

- vrijspraak van het in de zaak met parketnummer 15/750006-09 onder 5 tenlastegelegde feit;

en gevorderd dat verdachte terzake zal worden veroordeeld tot:

- een jeugddetentie voor de duur van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met

aftrek van de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft

doorgebracht en met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de

voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens de William Schrikker Jeugdreclassering, ook indien dit inhoudt het

volgen van de Equiptraining en met daarbij de opdracht aan eerstgenoemde instelling tot het verlenen van hulp en steun;

- een werkstraf voor de duur van 240 uur, bij het niet naar behoren verrichten te vervangen door 120 dagen jeugddetentie.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en Parteon beide geheel en hoofdelijk toe te wijzen en voor beide vordering naar rato de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

6.2 Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van het vanwege de William Schrikker Jeugdreclassering uitgebrachte rapport van 7 april 2009 is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

In het bijzonder heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat verdachte met oud en nieuw samen met zijn mededaders eerst grote vernielingen heeft aangericht in een flatgebouw en daarna – onder invloed van veel alcohol – een jongen ernstig heeft mishandeld en een andere jongen met veel geweld heeft beroofd en in de tussentijd ook nog geld en een telefoon heeft gestolen van een weerloos op de grond liggende jongen.

Na voor de lol in een flat (onder meer) een aantal ramen en camera’s te hebben vernield, hebben verdachte en zijn mededaders op oudejaarsavond eerst [slachtoffer 3] – zonder enige aanleiding – mishandeld, terwijl die met zijn jongere broertje vuurwerk aan het afsteken was. Verdachte en zijn mededaders zijn om die [slachtoffer 3] heen gaan staan. Nadat een van zijn mededaders [slachtoffer 3] een vuistslag in het gezicht had gegeven, viel [slachtoffer 3] op de grond en terwijl hij daar weerloos op de grond lag, hebben verdachte en zijn mededaders meerdere malen tegen zijn lichaam en hoofd getrapt. [slachtoffer 3] heeft daarbij geprobeerd zijn hoofd te beschermen door zijn handen ervoor te houden, met als gevolg dat hij geen zwaar letsel aan de mishandeling heeft overhouden, hoewel dat gezien de trappen tegen het hoofd en lichaam ook anders had kunnen zijn. Enkele uren later hebben enkele jongens uit de groep waar verdachte toe behoorde in een park – wederom zonder enige aanleiding – [slachtoffer 2] ernstig mishandeld, terwijl hij samen met [slachtoffer 1] de band van een fiets stond op te pompen. [slachtoffer 2] is van zijn fiets geslagen en terwijl hij op de grond lag, is hij tegen zijn lichaam en hoofd getrapt. Verdachte heeft vervolgens op zeer laffe wijze misbruik gemaakt van het door zijn vrienden toegepaste geweld door de weerloos op de grond liggende [slachtoffer 2] van zijn geld en mobiele telefoon te beroven. Daarna heeft verdachte samen met enkele mededaders [slachtoffer 1] met geweld beroofd. Verdachte heeft samen met zijn mededaders die [slachtoffer 1] onderuit getrapt en hem – terwijl hij op de grond lag – meerdere trappen tegen zijn lichaam en hoofd gegeven. Daarna hebben verdachte en zijn mededaders hem van zijn geld en telefoon beroofd. Ten gevolge van het toegepaste geweld zijn twee voortanden van [slachtoffer 1] beschadigd, waarvoor hij nog diverse behandelingen zal moeten ondergaan. De ervaring leert bovendien dat de slachtoffers van dergelijk geweld daarvan veelal nog langere tijd de nadelige gevolgen ondervinden en dat daarnaast in de samenleving gevoelens van onrust en onveiligheid ontstaan. De rechtbank rekent verdachte dit (zinloze) geweld en de gewelddadige beroving zwaar aan, temeer nu hij in beide gevallen een van degenen is geweest die het initiatief tot het geweld heeft genomen en daarin ook steeds een groot aandeel heeft gehad. Dat verdachte tegen [slachtoffer 2] zelf geen geweld heeft gebruikt, maakt de strafwaardigheid van zijn handelen niet anders, nu verdachte uit winstbejag op zeer laffe wijze misbruik heeft gemaakt van het door de andere jongens toegepaste geweld.

Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank voorts in aanmerking genomen dat verdachte, terwijl zijn voorlopige hechtenis voor de tijdens oud en nieuw gepleegde delicten onder voorwaarden was geschorst, opnieuw de fout in is gegaan door met valse bankbiljetten te betalen.

Ten voordele van verdachte houdt de rechtbank tot slot rekening met het feit dat hij niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaar opdat verdachte er tijdens die proeftijd van wordt weerhouden strafbare feiten te begaan. Daarnaast acht de rechtbank verplicht contact met de William Schrikker Jeugdreclassering, thans in de persoon van mw. C.D. Burgzorg, gedurende de proeftijd noodzakelijk, ook indien dit inhoudt het meewerken aan een alcoholcursus via het Jellinek of een andere soortgelijke instelling. Een dergelijke verplichting zal als bijzondere voorwaarde aan het voorwaardelijke deel van de op te leggen straf worden verbonden.

Daarnaast acht de rechtbank een werkstraf passend en geboden. De werkstraf die de rechtbank zal opleggen, is echter lager dan hetgeen de officier van justitie heeft geëist, gelet op het bepaalde in artikel 77m lid 2 van het Wetboek van Strafrecht.

6.3 Vorderingen benadeelde partijen

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van € .980,00, vermeerderd met de wettelijke rente, ingediend tegen verdachte wegens materië¬le schade die hij als gevolg van het onder 1 primair c.q. 1 subsidiair c.q. 1 meer subsidiair tenlastegelegde feit zou hebben geleden. De gestelde schade bestaat uit: kosten van het herstel van de voortand, gederfde inkomsten en de kosten van het telefoonabonnement.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde bedrag eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder 1 primair bewezenverklaarde feit.

De vordering zal dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De benadeelde partij Parteon een vordering tot schadevergoeding van € 7.045,00, vermeerderd met de wettelijke rente, ingediend tegen verdachte wegens materië¬le schade die zij als gevolg van het onder 4 in de zaak met parketnummer 15/750006-09 tenlastegelegde feit zou hebben geleden. Ter terechtzitting heeft een vertegenwoordiger van Parteon het bedrag van de gevorderde schadevergoeding verlaagd tot een bedrag van € 3.958,24. De ter terechtzitting gestelde schade bestaat uit de kosten voor het herstellen van de op 31 december 2008 in de flat aan de Lobeliusstraat te Zaandam aangerichte vernielingen.

De raadsman heeft ter terechtzitting betoogd dat Parteon niet-ontvankelijk is in de vordering, omdat zij de schade had kunnen beperken door een claim in te dienen bij de verzekeringsmaatschappij. De rechtbank verwerpt dit verweer, omdat de benadeelde partij – anders dan de raadsman heeft gesteld – niet de verplichting heeft de schade te claimen bij de verzekeringsmaatschappij en het ter vrije keuze van de benadeelde partij is of zij de schade claimt bij verdachte(n) dan wel bij de verzekeringsmaatschappij.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde schade eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder 4 bewezenverklaarde feit. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

6.4 Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij [slachtoffer 1] naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 primair bewezenverklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 3.980,00.

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij Parteon naar burgerlijk recht eveneens hoofdelijk aansprakelijk is voor de schade die door het onder 4 bewezenverklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 3.958,24.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Wetboek van Strafrecht artikel 36f, 45, 47, 77a, 77g, 77h, 77i, 77l, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 213, 310, 312, 317, 302, 350.

8. Beslissing

De rechtbank:

Spreekt verdachte partieel vrij van het in de zaak met parketnummer 15/750006-09 onder 2 primair tenlastegelegde voor zover dat ziet op het in vereniging plegen van de diefstal alsmede op het geweld dat is gepleegd met het oogmerk de diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken.

Spreekt verdachte vrij van het in de zaak met parketnummer 15/750006-09 onder 5 tenlastegelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte de in de zaak met parketnummer 15/750006-09 onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 tenlastegelegde feiten alsmede het in de zaak met parketnummer 15/760381-09 tenlastegelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.2 vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van zes (6) maanden.

Beveelt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot drie (3) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaar.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien:

– verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

– verdachte niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en

aanwijzingen te geven door of namens de William Schrikker Jeugdreclassering, thans in de persoon van mw. C.D.

Burgzorg, zolang deze instelling dat nodig oordeelt, ook indien dit inhoudt het volgen van de Equiptraining.

Geeft in het kader van deze bijzondere voorwaarde tevens aan bovengenoemde instelling de opdracht tot het verlenen van hulp en steun ex artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Veroordeelt verdachte tot het verrichten van tweehonderd (200) uren taakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet naar behoren verrichten te vervangen door 100 dagen jeugddetentie.

Deze werkstraf dient binnen een termijn van één jaar na het onherroepelijk worden van het vonnis te worden voltooid.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] geleden schade tot een bedrag van

€ 3.980,00 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 1 januari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 1], voornoemd, rekeningnummer [rekeningnummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeel¬de partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij Parteon geleden schade tot een bedrag van

€ 3.958,24 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 31 december 2008 tot aan de dag der algehele voldoening, aan Parteon, voornoemd, rekeningnummer [rekeningnummer] tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeel¬de partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 3.980,00, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 39 dagen jeugddetentie.

Bepaalt dat, voorzover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de staat is betaald, verdachte inzoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer Parteon de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 3.958,24, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 39 dagen jeugddetentie.

Bepaalt dat, voorzover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de staat is betaald, verdachte inzoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. W.A.F. Jansen, voorzitter, tevens kinderrechter,

mr. A.C. Monster en mr. E.C.M. van Mierlo, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier M.C.C. Kaal

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 april 2009.

Mr. Van Mierlo is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.