Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BI2879

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
29-04-2009
Datum publicatie
04-05-2009
Zaaknummer
15/740428-08 en 15/710051-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Brandstichting en mishandeling. Beroep op noodweer verworpen. De rechtbank Haarlem veroordeelt verdachte wegens 3 brandstichtingen (in een etagewoning, een bungalow en een caravan) en mishandeling van zijn ex-vriendin tot een gevangenisstraf van 359 dagen en TBS met voorwaarden. Het met betrekking tot de mishandeling gedane beroep op noodweer wordt verworpen. Niet aannemelijk is geworden dat daadwerkelijk sprake is geweest van een situatie waarin verdediging noodzakelijk was. Verdachte heeft de branden gesticht als schreeuw om hulp, maar tevens uit wraak richting zijn ex-vriendin. De rechtbank rekent verdachte de bewezenverklaarde feiten in (licht) verminderde mate toe.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/740428-08 en 710051-09 (ter terechtzitting gevoegd)

Uitspraakdatum: 29 april 2009

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 16 april 2009 in de zaak tegen:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans verblijvende in De Ponder, onderdeel van De Woenselse Poort, Dr. Poletlaan 64 te Eindhoven.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

Parketnummer 15/740428-08

1.

hij op of omstreeks 20 april 2008 te Zandvoort opzettelijk brand heeft gesticht in een bungalow/woning (nummer 462 en/of gelegen in Center Parcs), immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk vuur van het gasfornuis, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een of meerdere kranten en/of (vervolgens) met die brandende krant(en) een dekbed (op de slaapkamer) en/of de kledingkast aangestoken, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan voornoemd(e) krant(en) en/of dekbed en/of kledingkast en/of een of meerdere kamer(s) in de bungalow met het nummer 462 en/of de naastgelegen bungalow(s) met de/het nummer 461 en/of 463, geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan,terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemde goed(eren) , in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoner(s)/gast(en) van de naastgelegen bungalow(s)(met de/het nummer 461 en/of 463), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

2.

hij op of omstreeks 21 april 2008 te Zandvoort opzettelijk brand heeft gesticht in een caravan (met standplaats [nummer]), immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een of meerdere brandende lucifer(s), in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een gordijn(tje), althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan voornoemd gordijn(tje) en/of caravan (standplaats [nummer]) geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemd gordijn(tje) en/of voornoemde caravan, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 20 april 2008 te Zandvoort en/of een andere plaats(en) in Nederland (telkens) opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]),

- een of meerma(a)l(en) heeft geslagen en/of gestompt op/tegen/in het gezicht en/of het hoofd en/of

- een of meerma(a)l(en) aan de haren heeft getrokken/aan de haren heeft meegesleurd en/of

- heeft geduwd (tengevolge waardoor zij tegen de muur en/of de bank is gevallen

waardoor deze (telkens) letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

Parketnummer 15/710051-09

hij op of omstreeks 04 juni 2007 te 's-Gravenhage opzettelijk brand heeft gesticht in een woning ([straatnaam en huisnummer]), immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met beddengoed, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan voornoemd(e) beddengoed en/of een of meerdere goederen en/of kamer(s) in de woning [straatnaam en huisnummer] en/of naast en/of onder en/of boven gelegen woning(en) geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemde goed(eren), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoner(s), in elk levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was, te duchten was.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Oordeel van de rechtbank

3.1. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de in de zaak met parketnummer 15/740428-08 onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten alsmede het in de zaak met parketnummer 15/710051-09 tenlastegelegde feit heeft begaan, in dier voege dat:

Parketnummer 15/740428-08

1.

hij op 20 april 2008 te Zandvoort opzettelijk brand heeft gesticht in een bungalow, nummer 462 gelegen in Center Parcs, immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk vuur van het gasfornuis in aanraking gebracht met kranten en vervolgens met die brandende kranten een dekbed in de slaapkamer en de kledingkast aangestoken, ten gevolge waarvan het dekbed en de kledingkast en meerdere kamers in de bungalow met het nummer 462 geheel of gedeeltelijk zijn verbrand en terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoners van de naastgelegen bungalow met nummers 463 te duchten was;

2.

hij op 21 april 2008 te Zandvoort opzettelijk brand heeft gesticht in een caravan met standplaats [nummer], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk brandende lucifers in aanraking gebracht met een gordijntje, ten gevolge waarvan voornoemd gordijntje en de caravan standplaats [nummer] geheel zijn verbrand en terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten was;

3.

hij op tijdstippen gelegen in de periode van 1 januari 2008 tot en met 20 april 2008 te Zandvoort en een andere plaats in Nederland telkens opzettelijk mishandelend een persoon te weten [slachtoffer],

- heeft gestompt tegen het gezicht of het hoofd en/of

- een of meerma(a)l(en) aan de haren heeft getrokken/aan de haren heeft meegesleurd en/of

- heeft geduwd tengevolge waarvan zij tegen de muur of de bank is gevallen,

waardoor deze telkens letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

Parketnummer 15/710051-09

hij op 4 juni 2007 te 's-Gravenhage opzettelijk brand heeft gesticht in een woning aan de [straatnaam en nummer], immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker in aanraking gebracht met beddengoed ten gevolge waarvan voornoemd beddengoed en meerdere goederen en kamers in de woning [straatnaam en nummer] geheel of gedeeltelijk zijn verbrand en terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoners te duchten was.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3.2 Bewijsmiddelen

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

Parketnummer 15/740428-08

Feit 1

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte zal in het navolgende worden volstaan met de vermelding van de bewijsmiddelen en de vindplaats daarvan in het dossier.

1. het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 1] (dossierpagina 105 e.v.);

2. het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte (dossierpagina 79 e.v.);

3. het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van brandonderzoek (dossierpagina 87 e.v.);

4. het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van verdachte (dossierpagina 109 e.v.).

Feit 2

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte zal in het navolgende worden volstaan met de vermelding van de bewijsmiddelen en de vindplaats daarvan in het dossier.

5. het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina 140 e.v.);

6. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van brandonderzoek (dossierpagina 144 e.v.);

7. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte door [aangever 1] (dossierpagina 214 e.v.);

8. het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van verdachte (dossierpagina 156 e.v.).

Feit 3

9. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte (dossierpagina 276 e.v.), inhoudende - zakelijk

weergegeven - onder meer het navolgende:

Zaterdag 19 april 2008 was ik met [verdachte] in huisje nummer 462 in Center Parcs Zandvoort. Hij lag naast mij in bed en gooide mij vervolgens uit bed. Ik viel met mijn rug tegen de muur. Ik denk dat ik daar rugpijn van heb, maar dat kan

ook van de gooi tegen de bank zijn. Ik ben trillend op een bankje gaan zitten. Op een gegeven moment kwam hij naar mij toe en gaf mij met zijn vuist met kracht een klap tegen mijn hoofd. Ik voelde pijn op mijn hoofd. Nu voel ik nog steeds pijn

aan mijn hoofd en rug. Op 1 januari 2008 liep ik met [verdachte] over straat in Den Haag. We wisten niet meer waar we

waren en ik raakte in paniek. [verdachte] sloeg met zijn vuist met kracht tegen mijn neus. Mijn neus was gebroken en dit is in het ziekenhuis behandeld. Het escaleerde vooral op 5 maart 2008 in Quepasa, een strandtent. Hij sleepte mij aan mijn haren door de zaak en duwde mij het strand over naar het Palace hotel in Zandvoort. Tussendoor werd ik ook aan mijn haren meegesleurd. In het hotel sloeg [verdachte] een glazen deur aan diggelen. Op de kamer werd ik door

[verdachte] op het bed vastgepakt en hij sloeg met zijn vuist tegen mijn gezicht. Ik voelde een hevige pijn in mijn

linkerkaak.

10. een schriftelijk stuk, te weten een medische verklaring d.d. 7 juli 2008 te Den Haag opgemaakt door een arts

(dossierpagina 252). Deze medische verklaring houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in:

Bij onderzoek op 2 januari 2008 is bij [slachtoffer] een gekneusde neus geconstateerd.

11. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte (dossierpagina 284 e.v.), inhoudende -

zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Op 19 april 2008 was ik met [slachtoffer] in het huisje in Center Parcs in Zandvoort. Wij hadden weer ruzie over haar ex.

Bij mij sloegen de stoppen door en ik heb haar een tik gegeven.

12. het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte (dossierpagina 291 e.v.), inhoudende -

zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Op 1 januari 2008 heb ik [slachtoffer] in Den Haag twee vuistslagen op haar neus gegeven. Ik zag dat er bloed uit haar neus liep. Éen of twee dagen later zijn we naar het ziekenhuis gegaan. [slachtoffer] had erg veel pijn. Tijdens ons verblijf

in Center Parcs heb ik haar ook een keer van het bed geduwd. Dat was op de dag van de brandstichting (de rechtbank

begrijpt dat verdachte bedoelt 19 april 2009). In het Palacehotel heb ik mijn woede geuit door een raam van de

branddeur kapot te slaan.

Parketnummer 15/710051-09

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte zal in het navolgende worden volstaan met de vermelding van de bewijsmiddelen en de vindplaats daarvan in het dossier.

13. een schriftelijk stuk, te weten een mutatieformulier van de Politie Haaglanden (dossierpagina 398 e.v.);

14. het in de wettelijke vorm op 30 juni 2008 opgemaakte proces-verbaal van aangifte door [aangever 2];

15. het in de wettelijke vorm op 21 juli 2008 opgemaakt proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige 2];

16. het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van verdachte (dossierpagina 347 e.v.).

De onder 10 en 13 opgenomen schriftelijke stukken worden slechts gebruikt in samenhang met de overige bewijsmiddelen.

4. Strafbaarheid van de feiten

Ten aanzien van feit 3 (parketnummer 15/740428-08)

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij op 1 januari 2008 in Den Haag werd aangevallen door [slachtoffer] en dat hij haar toen uit zelfverdediging twee vuistslagen op haar hoofd heeft gegeven. De rechtbank verwerpt dit beroep op noodweer. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de situatie niet dusdanig bedreigend was dat het nodig was [slachtoffer] zo hard te slaan en dat, als hij op dat moment bij zijn positieven was geweest, het eigenlijk helemaal niet nodig was geweest om haar te slaan. Reeds gelet op deze verklaring is de rechtbank van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat daadwerkelijk sprake is geweest van een situatie waarin verdediging noodzakelijk was. Het subsidiariteitsbeginsel staat derhalve aan het beroep op noodweer in de weg.

Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer 15/740428-08

1.

opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;

2.

opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;

3.

mishandeling, meermalen gepleegd;

Parketnummer 15/710051-09

opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van de sancties en van overige beslissingen

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de in de zaak met parketnummer 15/740428-08 onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten alsmede het in de zaak met parketnummer 15/710051-09 tenlastegelegde feit en gevorderd dat verdachte terzake zal worden veroordeeld tot terbeschikkingstelling met voorwaarden, zoals omschreven in het aanvullend maatregelrapport van GGZ Reclassering Palier.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd de vorderingen van de benadeelde partijen Center Parcs, [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 4] geheel en de vordering van [benadeelde partij 5] tot een bedrag van € 2.600,- toe te wijzen en daarbij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen en de vorderingen van Interpolis en Obvion niet-ontvankelijk te verklaren.

6.2 Hoofdstraf en maatregel

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van:

- het door de Brijder Verslavingszorg uitgebrachte vroeghulp interventierapport d.d. 25 april 2008;

- het opgemaakte rapport pro justitia van J.J. Baneke, klinisch & forensisch psycholoog, d.d. 19 augustus 2008;

- het opgemaakte rapport pro justitia van J. Neeleman, psychiater, d.d. 9 november 2008;

- het door GGZ Reclassering Palier, uitgebrachte voorlichtingsrapport d.d. 2 december 2008;

- het door GGZ Reclassering Palier uitgebrachte maatregelrapport d.d. 18 februari 2009;

- het door GGZ Reclassering Palier uitgebrachte aanvullende maatregelrapport d.d. 15 april 2009.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan brandstichting in een etagewoning, een vakantiewoning en een caravan. Hierbij is niet alleen grote materiële schade is ontstaan, maar tevens levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen in aangrenzende (vakantie)woningen. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij zijn vraag om hulp op deze wijze heeft geuit en daarbij totaal geen rekening heeft gehouden met de fysieke risico’s en materiele schade voor anderen. De rechtbank neemt ten nadele van verdachte voorts in aanmerking dat bij de laatste twee branden ook wraakneming op zijn toenmalige vriendin een rol heeft gespeeld. Verdachte heeft deze vriendin bovendien meermalen tijdens ruzies mishandeld. De rechtbank houdt daarbij wel rekening met het feit dat uit het dossier en de verklaringen van verdachte naar voren komt dat deze vriendin zelf ook een aandeel in de ruzies heeft gehad.

In opdracht van de rechter-commissaris hebben achtereenvolgens de deskundigen Baneke, psycholoog, en Neeleman, psychiater, onderzoek verricht naar de persoonlijkheid en de geestvermogens van verdachte. De deskundigen zijn beide tot de conclusie gekomen dat bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling in de zin van een antisociale persoonlijkheidsstoornis en van een ziekelijke stoornis in de zin van alcoholafhankelijkheid en afhankelijkheid van andere middelen in remissie. Op grond van hun bevindingen zijn de deskundigen voorts tot de conclusie gekomen dat verdachte ten tijde van het plegen van de hem ten laste gelegde feiten lijdende was aan een zodanige ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens dat hij als (licht) verminderd toerekeningsvatbaar dient te worden beschouwd.

Op basis van deze conclusies, die de rechtbank overneemt en tot de hare maakt, rekent de rechtbank de verdachte de bewezenverklaarde feiten in (licht) verminderde mate toe.

De deskundigen hebben tevens geconcludeerd dat door de combinatie van de gebrekkige ontwikkeling en de ziekelijke stoornis de kans op recidive groot is. Naar het oordeel van de deskundigen vraagt de problematiek van verdachte om een intensieve en langdurige behandeling. In eerste instantie heeft psycholoog Baneke geadviseerd tot oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarde een langdurig verplicht reclasseringscontact en behandeling door een verslavings- of dubbeldiagnosekliniek. Baneke heeft daar echter aan toegevoegd dat, gelet op de ernst van de feiten, de ernst van de problematiek en de geringe effecten van eerdere behandelingen, ook reeds gedacht zou kunnen worden aan een maatregel. Gelet op de veelheid aan onsuccesvolle behandelingen in het verleden heeft psychiater Neeleman de rechtbank geadviseerd een terbeschikkingstelling op te leggen. Een verplicht reclasseringscontact met bijzondere voorwaarde biedt niet afdoende inkadering. Neeleman heeft daarbij aangegeven dat een behandeling in het kader van een terbeschikkingstelling met voorwaarden zou kunnen plaatsvinden in de Piet Roordakliniek. Na overleg heeft psycholoog Baneke ingestemd met het advies van Neeleman.

GGZ Reclassering Palier heeft de mogelijkheid onderzocht van een terbeschikkingstelling onder voorwaarden en zich aangesloten bij het advies van de deskundigen om aan verdachte een terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen. GGZ Reclassering Palier heeft daaraan toegevoegd dat die in aanvang moet starten met een klinische behandeling.

Ter terechtzitting van 27 februari 2009 heeft mevrouw Van Mil van GGZ Reclassering Palier meegedeeld dat verdachte op grond van zijn persoonlijkheid en hoge score op de Risico Inschattings Schalen (RISc) was afgewezen voor de Piet Roordakliniek en dat plaatsing van verdachte in een extra beveiligde kliniek noodzakelijk is. In het aanvullend maatregelrapport van 15 april 2009 heeft de GGZ Reclassering Palier aangegeven dat De Ponder, onderdeel van De Woenselse Poort – zijnde een instelling voor forensische en intensieve psychiatrie –, een passende behandeling kan bieden voor de problematiek van verdachte en dat verdachte daar per direct in het kader van een terschikkingstelling met voorwaarden opgenomen kan worden.

De rechtbank heeft vastgesteld dat naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer op de bewezenverklaarde feiten is gesteld. De rechtbank is voorts van oordeel dat de veiligheid van anderen het opleggen van de terbeschikkingstelling eist. Gelet op de conclusies en adviezen van de deskundigen en GGZ Reclassering Palier, alsmede de bereidheid van deze laatste instelling het toezicht op een voorwaardelijk opgelegde terbeschikkingstelling te houden, zal de rechtbank de maatregel van terbeschikkingstelling onder voorwaarden opleggen ter bescherming van de veiligheid van anderen. Hierbij heeft de rechtbank mede in aanmerking genomen dat verdachte zich tijdens het onderzoek ter terechtzitting uitdrukkelijk bereid heeft verklaard de in het aanvullend maatregelrapport gestelde voorwaarden na te leven en zich tevens uitdrukkelijk bereid heeft verklaard tot opname in De Ponder, onderdeel van De Woenselse Poort.

Nu het zich laat aanzien dat zowel de GGZ Reclassering Palier als De Ponder, onderdeel van De Woenselse Poort, een groot aandeel in de behandeling van verdachte gaan krijgen zal de rechtbank beide instellingen opdracht geven hulp en steun te verlenen bij het naleven van de voorwaarden.

Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank, naast oplegging van genoemde maatregel, en gelet op met name de ernst van de voornoemde feiten en in aanmerking genomen alle omstandigheden, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

6.3 Vorderingen benadeelde partijen

Center Parcs

De benadeelde partij Center Parcs Netherlands N.V./ Park Zandvoort heeft een vordering tot schadevergoeding van € 114.246,39 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 15/740428-08 onder 1 tenlastegelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank overweegt dat de ingediende vordering is onderbouwd met een offerte, maar dat aangenomen mag worden dat de door de brand veroorzaakte schade inmiddels is hersteld. Nu geen inzicht bestaat in de daadwerkelijk gemaakte kosten en evenmin duidelijk is of de verzekeringsmaatschappij de schade thans geheel of gedeeltelijk heeft vergoed, is de rechtbank van oordeel dat de schade niet eenvoudig is vast te stellen, zodat de benadeelde partij in de vordering niet zal kunnen worden ontvangen.

[benadeelde partij 2]

De benadeelde partij [benadeelde partij 2] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 670,00 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 15/740428-08 onder 2 tenlastegelegde feit zou hebben geleden. De gestelde schade bestaat uit kosten die zijn gemaakt om de infrastructuur van twee seizoensplaatsen te herstellen.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde bedrag eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het in de zaak met parketnummer 15/740428-08 onder 2 bewezenverklaarde feit. De vordering zal dan ook worden toegewezen.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Interpolis

De benadeelde partij Interpolis heeft een vordering tot schadevergoeding van € 26.890,00 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 15/740428-08 onder 2 tenlastegelegde feit zou hebben geleden. De rechtbank is echter van oordeel dat de schade niet rechtstreeks voortvloeit dit feit. De benadeelde partij zal dan ook niet in de vordering kunnen worden ontvangen.

[benadeelde partij 4]

De benadeelde partij [benadeelde partij 4] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 5.763,85 ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van de in de zaak met parketnummer 15/740428-08 onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten zou hebben geleden. Bij brief van 19 november 2008 heeft de raadsvrouw van [benadeelde partij 4] de vordering aangepast tot een bedrag van € 4,600,00. De gestelde materiële schade ten bedrage van € 1.600,00 bestaat uit de schade aan persoonlijke eigendommen als gevolg van brandstichting. De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade tot het gevorderde bedrag eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit de in de zaak met parketnummer 15/740428-08 onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen. Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Ten aanzien van de gestelde immateriële schade ten bedrage van € 3.000.00 is de rechtbank van oordeel dat deze schade niet van eenvoudige aard is, omdat niet duidelijk is in welke mate de psychische problemen van de benadeelde partij het rechtstreekse gevolg zijn van de bewezenverklaarde feiten. De vordering leent zich derhalve niet voor behandeling in dit strafgeding. De benadeelde partij zal in zoverre dan ook niet in de vordering kunnen worden ontvangen.

[benadeelde partij 5]

De benadeelde partij [benadeelde partij 5] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 703,02 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 15/710051-09 tenlastegelegde feit zou hebben geleden. De gestelde schade bestaat uit kosten die zijn gemaakt om de woning na de brand af te dichten.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde bedrag eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het in de zaak met parketnummer 15/710051-09 bewezenverklaarde feit. De vordering zal dan ook worden toegewezen.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Obvion

De benadeelde partij Obvion N.V. heeft een vordering tot schadevergoeding van € 85.000,00 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 15/710051-09 tenlastegelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel deze schade niet rechtstreeks voortvloeit uit het in de zaak met parketnummer 15/710051-09 bewezenverklaarde feit. De benadeelde partij zal dan ook niet in de vordering kunnen worden ontvangen.

6.4 Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij [benadeelde partij 2] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het in de zaak met parketnummer 15/740428-08 onder 2 bewezenverklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 670,00.

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij [benadeelde partij 4] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het in de zaak met parketnummer 15/740428-08 onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 1.600,00.

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij [benadeelde partij 5] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het in de zaak met parketnummer 15/710051-09 bewezenverklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 703,02.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Wetboek van Strafrecht artikel 36f, 37a, 38, 38a, 57, 157, 300.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte in de zaak met parketnummer 15/740428-08 onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten en het in de zaak met parketnummer 15/710051-09 tenlastegelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.1 vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens deze feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van driehonderdnegenenvijftig (359) dagen.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast dat verdachte aansluitend ter beschikking zal worden gesteld.

Verbindt aan de terbeschikkingstelling de navolgende voorwaarden:

1. verdachte zal worden opgenomen in De Ponder, onderdeel van De Woenselse Poort te Eindhoven;

2. verdachte houdt zich aan de afspraken, huisregels en aanwijzingen van De Ponder;

3. verdachte komt alle met hem gemaakte behandelafspraken na;

4. verdachte houdt zich aan de voorschriften en aanwijzingen gegeven door GGZ Reclassering Palier;

5. verdachte zal niet van verblijfplaats veranderen dan na overleg met zijn behandelaren en de reclassering;

6. verdachte zal zich onthouden van alle vormen van het gebruik van alcohol en drugs (lijst 1 en 2 van de Opiumwet) en zich niet onttrekken aan controles hierop;

7. verdachte stelt zich actief op in het leren aanpakken van zijn verantwoordelijkheden ten aanzien van de gepleegde

delicten als wel het vormgeven van zijn toekomst;

8. verdachte geeft toestemming aan de reclassering tot het opvragen en uitwisselen van informatie aan alle instellingen

die zij relevant achten en die van belang zijn voor een goede behandeling c.q. begeleiding in het kader van de TBS met

voorwaarden;

9. verdachte geeft toestemming aan de reclassering tot het opvragen en uitwisselen van informatie met referent mw.

[referent], de ex-partner van verdachte;

10. verdachte geeft inzicht in zijn financiën.

De rechtbank geeft GGZ Reclassering Palier en De Ponder, onderdeel van de Woenselse Poort, opdracht tot het verlenen van hulp en steun bij de naleving van genoemde voorwaarden.

Verklaart de benadeelde partij Center Parcs Netherlands N.V. / Park Zandvoort niet-ontvankelijk in de vordering.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 2] geleden schade tot een bedrag van € 670,00 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [benadeelde partij 2], voornoemd, rekeningnummer [rekeningummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij Interpolis niet-ontvankelijk in de vordering.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 4] geleden schade tot een bedrag van € 1.600,00 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [benadeelde partij 4], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij 5] geleden schade tot een bedrag van € 703,02 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [benadeelde partij 5], voornoemd, rekeningnummer [rekeningnummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij Obvion N.V. niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 2] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 670,00, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 13 dagen hechtenis.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de

verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 4] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 1.600,00 bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 32 dagen hechtenis.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de

verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 5] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 703,20 bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 14 dagen hechtenis.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de

verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Heft op het reeds geschorste bevel voorlopige hechtenis van de verdachte.

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.C. Monster, voorzitter,

mr. E.C.M. van Mierlo en mr. W.A.F. Jansen, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier M.C.C. Kaal,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 april 2009.

Mr. Van Mierlo is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.