Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BI2825

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
24-04-2009
Datum publicatie
29-04-2009
Zaaknummer
400258/AL VERZ 08-2696
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoekers zijn leden van een VvE. Zij verzoeken vernietiging ex artikel 5:130 BW juncto artikel 2:15 BW van het besluit van het bestuur van de VvE - inhoudende balkonhekken van mat glas te plaatsen - en van het besluit van de VvE hiermee in te stemmen en de gewraakte besluiten te schorsen totdat op voornoemd verzoek onherroepelijk is beslist.

Verzoekers worden niet ontvankelijk verklaard in het verzoek tot vernietiging van het besluit van het bestuur van de VvE.

Het verzoek tot vernietiging van het besluit van de VvE en tot schorsing van dit besluit wordt afgewezen, omdat het niet kennelijk onredelijk is.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Burgerlijk Wetboek Boek 2 8
Burgerlijk Wetboek Boek 2 15
Burgerlijk Wetboek Boek 5
Burgerlijk Wetboek Boek 5 130
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JRV 2009, 582
JIN 2009/451
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rep.nr.: 400258/AL VERZ 08-2696

datum uitspraak: 24 april 2009

beschikking van de kantonrechter

verzoekschrift ex artikel 5:130 BW juncto artikel 2:15 BW

inzake

[verzoeker 1], verzoeker sub 1

[verzoeker 2], verzoeker sub 2

beiden te [woonplaats]

verzoek(st)ers

hierna gezamenlijk te noemen: [verzoekers]

gemachtigde: mr. A.B. da Conceição Fontinha (CNV Rechtshulp)

tegen

de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging Vereniging van Eigenaars van het flatgebouw Ierlandstraat 131 tot en met 197 (oneven nummers)

te Haarlem

verweerder

hierna: de VvE

gemachtigde: mr. W.M.U. Blom

De procedure

Op 6 oktober 2008 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van [verzoekers]. De VvE heeft een verweerschrift ingediend.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2008. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De gemachtigde van [verzoekers] heeft een pleitnotitie overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht. Tevens is proces verbaal gemaakt, waarbij het proces verbaal thans wordt gerectificeerd in die zin dat het verzoek niet is gericht tegen de stichting Ymere.

Op 26 november 2008 is ter griffie een aanvullend verzoekschrift ontvangen van [verzoekers]. De VvE heeft op 5 januari 2009 een aanvullend verweerschrift ingediend.

Op 13 maart 2009 is de mondelinge behandeling voortgezet, waarbij de griffier aantekeningen heeft gemaakt van hetgeen partijen naar voren hebben gebracht.

Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

1. In de vergadering 7 juni 2007 van de Vereniging van Eigenaars van het flatgebouw Ierlandstraat 131 tot en met 197 (oneven nummers) (hierna: de VvE) is besloten om een grootschalig onderhoud aan het appartementencomplex gelegen aan de Ierlandstraat te Haarlem te laten verrichten. De werkzaamheden zouden onder meer bestaan uit het ophogen van de balkons door het verwijderen van de bestaande stangen en het plaatsen van een hogere reling met glas.

2. In de nieuwsbrief van maart 2008 aan de bewoners van het flatgebouw staat onder meer het volgende:

“(…) De werkzaamheden die op uw balkon worden uitgevoerd zijn in het kort: schilderwerk, betonreparatie, nieuwe regenpijpen en putjes en het plaatsen van een nieuwe opstand op uw balkonreling [de stangen worden verwijderd en er wordt een hogere reling met glas geplaatst].”

3. Medio augustus 2008 hebben verzoekers een handtekeningenactie gehouden onder de bewoners van het flatgebouw om bezwaar te maken tegen het aanbrengen van de beglazing door middel van matglas van de balkonhekken.

4. Op 19 augustus 2008 heeft verzoeker sub 2 gesproken met twee bestuursleden over de uitslag van de handtekeningenactie.

5. Het bestuur heeft de bouw gestopt.

6. Op 29 augustus 2008 heeft het bestuur van de VvE de eigenaars uitgenodigd voor een vergadering op 8 september 2008. In de uitnodiging is onder meer het volgende opgenomen:

“(…) Met betrekking tot de beglazing in de balkonhekken heeft het bestuur om haar moverende redenen en op advies van zowel Etro (uitvoerend bedrijf) als Ymere (technisch beheerder VVE) gekozen voor matmelkglas in plaats van andere glassoorten en kleurstellingen. Tijdens de plaatsing van deze matmelkglazen balkonhekken is hierover commotie ontstaan. Door één van de eigenaars die meer voorstander is van glas waar doorheen gekeken kan worden, is buiten het bestuur om onder de bewoners een handtekeningenactie gehouden (…). Uit deze handtekeningenactie zou blijken dat een meerderheid van de bewoners tegen matmelkglas is. (…) Het bestuur vraagt in de komende vergadering aan de eigenaars om een besluit te nemen omtrent de glaskeuze van de balkonhekken. (…) Als besloten wordt tot wijziging van de glassoort, dan wordt ingeschat dat dit circa EUR 17.000,00 aan extra kosten met zich mee zal brengen (…).”

7. Op 8 september 2008 heeft een meerderheid van de leden van de VvE in vergadering ingestemd met de door het bestuur gekozen matte beglazing van de balkonhekken van de appartementen.

Het verzoek

[verzoekers] verzoeken het besluit van het bestuur van de VvE - inhoudende balkonhekken van mat glas te plaatsen - en het besluit van de VvE van 8 september 2008 hiermee in te stemmen te vernietigen ex artikel 5:130 BW juncto artikel 2:15 BW en de gewraakte besluiten te schorsen totdat op voornoemd verzoek onherroepelijk is beslist.

Ter toelichting stellen [verzoekers] – samengevat – het volgende.

Het besluit van het bestuur van de VvE en het besluit van de VvE van 8 september 2008 van de VvE zijn vernietigbaar wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid als bedoeld in artikel 2:8 BW.

Het besluit van het bestuur (verzoekers zijn onbekend met het tijdstip waarop het is genomen) is niet goed voorbereid en onzorgvuldig genomen, want het bestuur had meer doordrongen moeten zijn van de gevolgen van hun besluit voor de bewoners en het bestuur had de VvE moeten raadplegen over dit besluit. Het leefgenot is danig verminderd door een balkonreling van mat glas, aangezien [verzoekers] niet meer op het balkon kan genieten van het uitzicht. Verder zijn de relingen van mat glas besteld zonder overleg met en inspraak van de bewoners. Het mandaat van het bestuur reikte echter niet zo ver dat het bestuur zelf – zonder de bewoners daarover te raadplegen en te informeren over de voorgenomen plannen – mocht besluiten over de soort relingen en op welke wijze de verhoging van de balkons zou worden vormgegeven. Slechts enkele bestuursleden waren aanwezig ten tijde van het nemen van het bewuste besluit en de daaraan ten grondslag liggende motieven zijn onduidelijk gebleven.

Daarnaast zijn de bewoners onder druk gezet door het bestuur om in te stemmen met mat glas. Vanwege de extra kosten die zouden zijn verbonden aan het plaatsen van een reling van doorzichtig glas, hebben veel bewoners ingestemd met een balkon van mat glas.

Verzoekers opteren nog steeds voor een balkonreling van doorzichtig glas.

Het verweer

De VvE wenst niet ontvankelijkheid, althans verwerping van het verzoek. Ter toelichting voert de VvE – samengevat – het volgende aan.

Het besluit van het bestuur van de VvE en het besluit van de VvE zijn niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid, omdat de besluiten zorgvuldig tot stand zijn gekomen en niet gezegd kan worden dat de besluiten naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Het bestuur heeft in de vergadering van de VvE van 7 juni 2007 van de vergadering de opdracht gekregen tot groot onderhoud. De wijze van uitvoering is aan het bestuur gelaten. Het bestuur heeft regelmatig intern (mondeling) overleg gepleegd en een veelheid aan beslissingen genomen betreffende de uitvoering, maar deze beslissingen zijn geen bestuursbesluiten in de zin van artikel 2:8 BW juncto 5:130 BW. Bovendien heeft het bestuur na de handtekeningenactie de bouw stopgezet en een extra vergadering belegd waarin een ruime meerderheid van de bewoners via een schriftelijke (geheime) stemming heeft ingestemd met het doorgaan van het plaatsen van matglas. Dit zorgvuldig, democratisch genomen meerderheidsbesluit van de VvE behoort rechtens te worden gerespecteerd. Het bestuur heeft bewoners niet onder druk gezet, maar slechts geïnformeerd over alle aspecten van de zaak en de consequenties van mogelijke besluiten.

De beoordeling van het verzoek

1. Omtrent het verzoek tot vernietiging van het besluit van de VvE van 18 september 2008 wordt het volgende overwogen.

2. Niet betwist is dat de VvE in een schriftelijke, geheime stemming heeft ingestemd met de matte beglazing. Evenmin is betwist dat het besluit van de VvE in overeenstemming met statuten tot stand is gekomen.

3. Vervolgens ligt de vraag voor of een dergelijk tot stand gekomen besluit vernietigd kan worden op grond van artikel 5:130 BW juncto artikel 2:15 BW. Dat zal in beginsel alleen mogelijk zijn als het besluit kennelijk onredelijk is. Daarover overweegt de kantonrechter het volgende.

4. De bewoners zijn geïnformeerd over de mogelijkheden ten aanzien van de beglazing en de consequenties van deze mogelijkheden. Daarna hebben de bewoners in een geheime stemming kunnen besluiten waar hun voorkeur naar uitging. Niet is gebleken dat het bestuur op enigerlei wijze onoorbare druk op de uitkomst van deze stemming heeft willen uitoefenen.

5. Het bezwaar van eisers dat de consequenties niet volledig duidelijk zouden zijn, gaat niet op. Blijkens het e-mail bericht van 25 augustus 2008 aan de voorzitter van het bestuur van de VvE is het bedrag van € 17.000,00 gebaseerd op een opgave van Hans Hetem, technisch beheerder van stichting Ymere en was dit bedrag slechts indicatief bedoeld. Uit de toelichting van het agendapunt en de notulen van de vergadering blijkt dat de uitwerking van de financiële consequenties voor individuele bewoners nader zou worden ingevuld en in stemming gebracht.

6. Aan verzoekers en enkele bewoners die zich ter zitting hebben uitgesproken kan worden toegegeven dat aan de keuze voor matte beglazing aanzienlijke consequenties zijn verbonden ten aanzien van het woongenot en het uitzicht. Deze bezwaren wegen echter niet op tegen het handhaven van het democratisch principe binnen de VvE dat het bestuur gehouden is om een meerderheidsbesluit van de VvE, welk besluit op geldige wijze tot stand is gekomen, tot uitvoering te brengen.

7. Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat het besluit van de VvE niet kennelijk onredelijk is, zodat het verzoek tot vernietiging (en a fortiori tot schorsing) van het gewraakte besluit moet worden afgewezen.

8. Ten aanzien van het aanvullend verzoek tot vernietiging van het besluit van het bestuur van de VvE voor matte beglazing overweegt de kantonrechter het volgende. Het bestuur heeft naar voren gebracht dat de keuze voor matte beglazing niet uitdrukkelijk in een vergadering als bestuursbesluit tot stand is gekomen, maar in het overleg tussen twee bestuursleden, de technisch beheerder van stichting Ymere en de uitvoerder. Verzoekers hebben dit niet gemotiveerd weersproken. Voor zover het bestuur zou kunnen worden verweten dat daarom niet een bewuste keuze, genomen in een bestuursvergadering, ten grondslag is gelegd aan de keuze voor matte beglazing, heeft het bestuur dit mogelijk gebrek voldoende geheeld door de keuze voor de beglazing alsnog – mede naar aanleiding van de handtekeningenactie – aan de algemene vergadering ter beslissing voor te leggen. Uit de notulen blijkt dat het bestuur ook verontschuldigingen heeft aangeboden over de gang van zaken. Nu niet is gebleken van het bestaan van een bestuursbesluit is het verzoek tot vernietiging daarvan niet-ontvankelijk. Het zelfde geldt voor het verzoek tot schorsing daarvan.

9. De proceskosten zullen worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, aangezien het geschil zich afspeelt binnen de vereniging en haar leden.

Beslissing

De kantonrechter:

- wijst het verzochte af;

- compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.J. Udo de Haes en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.