Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BI2053

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
11-03-2009
Datum publicatie
23-04-2009
Zaaknummer
143320 - HA ZA 08-221
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beëindiging beschikbaarheid voor opvang van door gemeente geplaatste daklozen in een particulier pension na verandering van het gemeentelijk plaatsingsbeleid. Door pensionhouder gevorderde schadevergoeding voor beëindiging zonder redelijke opzegtermijn is afgewezen omdat pensionhouder zelf tot beëindiging van de daklozenopvang heeft besloten. De investeringen voor brandveiligheidsmaatregelen zijn gelet op de voortzetting van de exploitatie van het pension door de verhuur van kamers aan Poolse uitzendkrachten niet nutteloos geworden, zodat ook die kosten voor rekening van de pensionhouder dienen te blijven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 143320 / HA ZA 08-221

Vonnis van 11 maart 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VAN DEN BERGH VERHUUR B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Haarlem,

eiseres,

advocaat mr. K. Beishuizen,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE HAARLEM,

zetelend te Haarlem,

gedaagde,

advocaat mr. M.E. Biezenaar.

Partijen zullen hierna Van den Bergh en de gemeente Haarlem genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 7 mei 2008

- het proces-verbaal van comparitie van 13 augustus 2008

- de akte overlegging en uitlating producties van Van den Bergh

- de antwoordakte van de gemeente Haarlem.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Van den Bergh exploiteert een pension waarin kamers worden verhuurd. Sinds 2004 beschikt Van den Bergh over twee panden die zich bevinden aan het adres Frans Halsstraat 21 te Haarlem, met 15 beschikbare bedden, en aan de Ripperdastraat 1 te Haarlem, met 12 beschikbare bedden.

2.2. De gemeente Haarlem plaatst in het kader van haar dak- en thuislozenbeleid tijdelijk dak- en thuislozen (hierna ook: cliënten) in pensions, waarbij onder meer gebruik wordt gemaakt van beschikbare plaatsen in particuliere pensions.

2.3. Sinds 1985 plaatst de gemeente Haarlem in het kader van het onder 2.2 genoemde beleid dak- en thuislozen in het pension van (de rechtsvoorgangster van) Van den Bergh tegen vergoeding volgens een daartoe door de gemeente vastgesteld tarief per week.

2.4. In de periode 1998-2007 boden drie particuliere pensions, met in totaal zes panden, waaronder de twee panden van Van den Bergh, en twee sociale pensions kamers aan waar de gemeente Haarlem dak- en thuislozen kon plaatsen.

2.5. In 2006 heeft Van den Bergh in verband met brandveiligheidsvoorschriften enkele aanpassingen aan de panden verricht, waaronder het aanbrengen van vluchtwegen en een ijzeren brandtrap aan de gevel.

2.6. Naar aanleiding van de constatering dat de gemiddelde verblijfsduur van de geplaatste daklozen in de verschillende pensions 42 maanden is, heeft de gemeente Haarlem in 2007 besloten een andere inhoud te geven aan het dak- en thuislozenbeleid en gekozen voor een nieuwe opvangvoorziening. Dat had tot gevolg dat met ingang van 1 juni 2007 een verminderde behoefte aan particuliere pensionplaatsen ontstond.

2.7. Bij brief van 9 mei 2007 heeft de gemeente Haarlem aan Van den Bergh over de wijziging in het beleid als vermeld onder 2.7 het volgende meegedeeld:

Met deze brief informeer ik u over de opening van een nieuwe opvangvoorziening voor kwetsbare groepen in het voormalig verzorgingshuis Vitae Vesper aan het Westerhoutpark te Haarlem. Deze opvangvoorziening heeft namelijk gevolgen voor het aantal plaatsingen door de gemeente Haarlem in de commerciële pensions.

Van 1 juni 2007 tot eind 2011 gaat de Regionale Instelling voor Beschermd Wonen

(de RIBW) het pand Vitae Vesper huren van de woningbouwvereniging Pre

Wonen. In het pand biedt de RIBW aan twee groepen bewoners opvang onder de

naam ‘de Herberg’. Het gaat om 25 tot 30 beschermd wonen plekken voor ouderen

met een psychiatrische achtergrond. Daarnaast worden ongeveer 45 plekken voor

kortdurende opvang gecreëerd voor Haarlemmers die dakloos dreigen te raken of

dakloos zijn geweest.

(…)

Het totaal aantal opvangplaatsen blijft gelijk, maar er vindt een verschuiving plaats

van de commerciële pensions naar ‘de Herberg’. Concreet houdt dit in dat er in

totaal in de commerciële pensions nog maximaal 45 volwassen personen verblijven

die via de gemeente Haarlem geplaatst zijn.

2.8. Bij brief van 30 mei 2007 heeft Van den Bergh aan de gemeente Haarlem onder meer vermeld:

N.a.v. bovenvermelde brief waarin u aangaf dat vanaf l juni 2007 a.s. de bezetting in de commerciële pensions, maximaa1 45 personen zal gaan bedragen, wil ik u het volgende mededelen.

Daar er drie commerciële pensions in Haarlem zijn met een totale opvangcapaciteit van circa 130 plekken, zult u begrijpen dat de bezetting van 45 personen de doodsteek is voor de drie pensionbedrijven. Indien u denkt dat de nieuwe opvang goedkoper zal zijn dan de opvang in commerciële pensions iets wat ik overigens betwijfel, kunt u uw partners niet van de ene op de andere dag op non actief stellen.

(…)

Ondanks dat de bezetting de laatste jaren al minder werd, koesterde ik altijd hoop op betere tijden. Eén personeelslid heb ik enkele jaren geleden opgeleid om gedurende een 38-urige werkweek zich alleen met pensionzaken bezig te zijn. Gedurende de laatste twee jaar heb ik, ondanks de mindere bezetting, de medewerker in dienst gehouden, omdat ik dacht dat het beter zou worden. Extra opslag voor levensmiddelen en inboedel is door mij gehuurd. Het huurcontract is ook niet van de ene op de andere dag op te zeggen.

Daarnaast heeft de Gemeente Haarlem nieuw strenge brandveiligheidvereisten aan ons opgelegd. In de panden Ripperdastraat 1 en Frans Halsstraat 11 zijn derhalve in 2006 de brandtrappen vervangen.

Ten aanzien van deze brandtrappen hebben ook diverse inpandige aanpassingen plaats gevonden. De kosten van deze onnodige verbouwing bedragen circa € 90.000,-. Met onnodig bedoel ik dat ik deze kosten nimmer had gemaakt indien u uw voornemen eerder kenbaar had gemaakt. Opdat ik tot sluiting van het pension zal over moeten gaan, zullen de brandtrappen namelijk verwijderd moeten worden, daar als privé-woonhuis niemand een brandtrap tegen de gevel aan wil hebben. Ook de interne veranderingen zullen weer ongedaan gemaakt gaan worden. Kosten van deze operatie schat ik in op € 20.000,-.

(…)

Uit bovenstaande kunt u begrijpen dat ik niet ga wachten hoe de bezetting naar beneden zal gaan en mijn firma nog rodere cijfers zal schrijven. Voor verkoop of tijdelijke verhuur is het zaak dat de bewoners zo snel mogelijk naar uw nieuwe opvangvoorziening worden overgebracht. Vanaf 1 juni gaat uw nieuwe opvang open. Ik verzoek u dan ook de mensen vanaf die datum direct te gaan overplaatsen. Binnen drie weken, dus uiterlijk 21 juni, dient het verhuizingproces te zijn afgerond.

(…)

2.9. Met ingang van 1 juni 2007 is in Haarlem ‘de Herberg’ geopend met 25 tot 30 plaatsen voor beschermd wonen voor ouderen met een psychiatrische achtergrond en ongeveer 45 plaatsen voor kortdurende opvang.

2.10. Vanaf 1 juni 2007 heeft Van den Bergh geen plaatsen meer beschikbaar gesteld voor de opvang van daklozen. Bij brief van 7 juni 2007 heeft Van den Bergh aan haar bewoners meegedeeld dat zij per direct met haar pensionbedrijf stopt. De op dat moment in haar pension geplaatste daklozen zijn allen overgeplaatst.

2.11. Bij brief van 12 december 2007 stelt Van den Bergh - samengevat - de gemeente Haarlem aansprakelijk voor de schade door opzegging van de duurovereenkomst tegen een onredelijke termijn bestaande uit de investeringen in de brandveiligheidsvoorzieningen.

2.12. Bij brief van 9 januari 2008 aan Van den Bergh wijst de gemeente Haarlem in reactie op de onder 2.11 genoemde brief - samengevat - de aansprakelijkheid tot vergoeding van schade af.

2.13. Van den Bergh heeft na juni 2007 de kamers in beide panden verhuurd aan Poolse uitzendkrachten.

3. Het geschil

3.1. Van den Bergh vordert samengevat - veroordeling van de gemeente Haarlem om ten titel van schadevergoeding aan Van den Bergh te voldoen een bedrag van EUR 240.400,-, één en ander te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, alsmede de geliquideerde proceskosten te vermeerderen met de nakosten.

3.2. Van den Bergh heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat de gemeente Haarlem haar op onrechtmatige wijze schade heeft berokkend door zonder inachtneming van een redelijke opzegtermijn de tussen hen bestaande overeenkomst die betrekking had op de opvang van daklozen te beëindigen, alsmede doordat de gemeente Haarlem kort voor de beëindiging van de overeenkomst Van den Bergh heeft verplicht brandveiligheidsvoorzieningen in beide panden aan te brengen, welke voorzieningen na beëindiging van de overeenkomst niet meer bruikbaar zijn en weer volledig moeten worden verwijderd. De schade bestaat uit omzetverlies van Van den Bergh gedurende een termijn van zes maanden, alsmede uit vergoeding van de kosten voor de brandveiligheidsvoorzieningen. Van den Bergh stelt dat als zij eerder had geweten dat de gemeente Haarlem voornemens was om het totaal aantal benodigde plaatsen in de particuliere pensions te verminderen, zij nimmer de grote investeringen had gedaan in de brandpreventiemaatregelen.

3.3. De gemeente Haarlem voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De gemeente Haarlem betwist dat de wijziging in haar beleid grote gevolgen had voor het aantal plaatsingen van daklozen in het pension van Van den Bergh. Volgens de stellingen van de gemeente Haarlem was het uit hoofde van de beleidswijziging niet nodig geweest alle daklozen die eind mei 2007 in het pension van Van den Bergh geplaatst waren, over te plaatsen naar andere pensions. Van de 12 bij Van den Bergh reeds geplaatste daklozen konden zeker 7 à 8 personen blijven en aanbod van nieuwe cliënten bleef tot de mogelijkheden behoren. De gemeente Haarlem stelt dat Van den Bergh zelf besloten heeft tot beëindiging van de opvang van cliënten van de gemeente Haarlem en betwist derhalve de aansprakelijkheid voor de gevolgen daarvan.

4.2. De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van een opzegging of beëindiging van een overeenkomst betreffende de opvang van daklozen door de gemeente Haarlem, en ook niet van een wijziging van beleid die neerkomt op een feitelijke beëindiging. Het tussen partijen gevoerde debat over de vraag of tussen Van den Bergh en de gemeente Haarlem een overeenkomst bestond kan in dat verband in het midden blijven. Uit de stellingen van partijen en de overgelegde stukken volgt immers dat Van den Bergh in juni 2007 zelf tot beëindiging van de opvang is overgegaan. Dat volgt uit de verklaring van Van den Bergh ter comparitie dat de aangekondigde beleidswijziging de druppel was die de emmer deed overlopen, alsmede uit de tekst in de brief van 30 mei 2007 waarin Van den Bergh vermeldt niet te willen wachten tot de bezetting verder daalt. In genoemde brief verzoekt Van den Bergh de gemeente Haarlem om overplaatsing van alle op dat moment in het pension geplaatste daklozen.

4.3. Voorts is niet gebleken dat de gemeente Haarlem het initiatief heeft genomen om de opvang van daklozen bij Van den Bergh te beëindigen en tot overplaatsing van de bij Van den Bergh geplaatste daklozen over te gaan. Daarvoor bestond geen aanleiding gelet op het gerichte plaatsingsbeleid dat de gemeente Haarlem voert. Onweersproken staat vast dat de gemeente Haarlem afhankelijk van het profiel van de betreffende cliënt naar de meest geschikte opvang zoekt. Uit hoofde van dat beleid plaatste de gemeente Haarlem in de pensions van Van den Bergh uitsluitend alleenstaande en/of drugsverslaafde daklozen, terwijl in andere pensions bijvoorbeeld gezinnen worden opgevangen. Van den Bergh was van het gerichte plaatsingsbeleid op de hoogte. In haar brief van 9 mei 2007 deelt de gemeente Haarlem mee dat met ingang van 1 juni 2007 bepaalde doelgroepen in een nieuwe opvangvoorziening worden opgevangen. Vast staat dat de nieuwe opvanglocatie niet was bedoeld voor de cliënten met het profiel dat ook bij Van den Bergh kon worden geplaatst. Over dat type cliënten bevat de brief geen mededeling. Voor zover Van den Bergh aan haar vorderingen ten grondslag heeft willen leggen dat de gemeente Haarlem in genoemde brief onduidelijkheid heeft geschapen ten aanzien van de concrete gevolgen voor de opvang in haar pension geldt dat niet is gebleken dat Van den Bergh, anders dan bij brief van 30 mei 2007, heeft gereageerd. Gelet op de omstandigheid dat Van den Bergh regelmatig overleg voerde met de gemeente Haarlem, in de persoon van de heer Prüst, had het op de weg van Van den Bergh gelegen om de gemeente Haarlem om nadere uitleg over de concrete gevolgen voor zijn pension te vragen. Niet gebleken is dat Van den Bergh die uitleg heeft gevraagd.

4.4. Uit het verloop van de bezettingscijfers van Van den Bergh over de jaren 2003 tot en met 2007 volgt voorts dat het effect van de doorgevoerde beleidswijziging geen grote verandering met zich zou brengen, zoals door de gemeente Haarlem betoogd. Daarbij neemt de rechtbank als uitgangspunt de ter comparitie door de gemeente Haarlem niet weersproken bezettingscijfers van Van den Bergh, zoals weergegeven in het proces-verbaal van comparitie, waarbij in het jaar 2003 sprake was van 20 plaatsingen, in 2004 en 2005 telkens 17 plaatsingen en in 2006 12 plaatsingen. De bij akte na comparitie door Van den Bergh overgelegde lijst met aantallen, die afwijken van de eerder genoemde bezettingscijfers, brengt daarin geen verandering nu de gemeente Haarlem de laatst overgelegde lijst betwist en Van den Bergh de daarop vermelde aantallen niet heeft onderbouwd.

4.5. Uit de onweersproken cijfers valt voorts eveneens af te leiden dat sprake was van een geleidelijk toenemende urgentie van het probleem van onderbezetting bij Van den Bergh. Daaraan draagt bij dat blijkens de overgelegde correspondentie, zoals ook door de gemeente Haarlem erkend, Van den Bergh al eerder had aangegeven dat zij een hogere bezettingsgraad nastreefde en Van den Bergh het plaatsingsbeleid van de gemeente al vaker aan de orde had gesteld. De gemeente heeft in reactie daarop Van den Bergh herhaaldelijk gewezen op het gerichte plaatsingsbeleid in de pensions en meegedeeld dat de gemeente een terughoudend beleid voert en dat zij niet voornemens is dit beleid te verruimen. Gesteld noch gebleken is dat de gemeente Haarlem steeds gehouden was om dezelfde aantallen plaatsingen te garanderen.

4.6. Nu is komen vast te staan dat niet de gemeente Haarlem maar Van den Bergh zelf de opvang heeft beëindigd bestaat geen aanleiding de gemeente Haarlem aansprakelijk te houden voor de gestelde schade door beëindiging van die opvang. Daar komt bij dat niet is gebleken dat de investeringen ten behoeve van de brandveiligheidsmaatregelen door de beëindiging van de daklozenopvang nutteloos zijn geworden. Aangenomen mag worden dat voor de exploitatie van het pension na juni 2007, die eruit bestond dat Van den Bergh de kamers in het pension vervolgens aan Poolse uitzendkrachten verhuurde, die maatregelen ook verplicht waren. De gestelde schade als gevolg van de beëindiging van de opvang van daklozen voor de gemeente Haarlem dient derhalve voor rekening van Van den Bergh te blijven. Gelet hierop behoeven alle overige door partijen aangevoerde stellingen geen bespreking meer.

4.7. De vorderingen van Van den Bergh zullen worden afgewezen.

4.8. Van den Bergh zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de gemeente Haarlem worden begroot op:

- vast recht 5.290,00

- salaris advocaat 5.000,00 (2,5 punten × tarief EUR 2.000,00)

Totaal EUR 10.290,00

4.9. De door de gemeente Haarlem gevorderde veroordeling in de nakosten moet worden afgewezen, nu in artikel 237 lid 4 Rv voor het verhaal van deze kosten een bijzondere procedure is voorgeschreven.

4.10. De rechter, ten overstaan van wie de comparitie is gehouden, heeft dit vonnis niet kunnen wijzen in verband met benoeming elders.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt Van den Bergh in de proceskosten, aan de zijde van de gemeente Haarlem tot op heden begroot op EUR 10.290,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Sicking en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2009.?