Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BI1766

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
15-04-2009
Datum publicatie
21-04-2009
Zaaknummer
406208 CV EXPL 08-14542
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kosten ter verkrijging van opdracht niet verschuldigd op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 406208 / CV EXPL 08-14542

datum uitspraak: 15 april 2009

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BURO VOOR ARCHITEKTUUR EN RUIMTELIJKE ORDENING [XXX] B.V.

te Middelharnis

eisende partij in conventie

verwerende partij in reconventie

hierna te noemen [eiseres]

gemachtigde mr. E.B. van den Ouden

(rolgemachtigde H. Terhoeven)

tegen

1. [gedaagde 1]

2. [gedaagde 2]

te [woonplaats]

gedaagde partij in conventie

eisende partij in reconventie

hierna te noemen [gedaagden]

gemachtigde mr. R. van den Heuvel-de Peuter

In conventie en in reconventie

De procedure

[eiseres] heeft [gedaagden] op 27 november 2008 gedagvaard en gevorderd (in conventie) conform de dagvaarding. [gedaagden] hebben geantwoord en een tegenvordering (in reconventie) ingesteld.

Nadat de kantonrechter had beslist dat de zaak zich niet leent voor een comparitie van partijen na antwoord, hebben partijen over en weer schriftelijk gereageerd, [eiseres] als laatste.

De feiten

1. Op 21 juni 2007 heeft [eiseres] [gedaagden] opgave gedaan van het door haar te berekenen honorarium voor het uitvoeren van een verbouwing.

2. [gedaagden] hebben de offerte voor akkoord ondertekend.

3. Op de overeenkomst zijn de door [eiseres] gehanteerde Standaardvoorwaarden 1997 (hierna: SR ’97) van toepassing.

4. Ingevolge artikel 33 van de SR ‘97 is de opdrachtgever na opzegging van de opdracht aan de architect verschuldigd “het honorarium, berekend naar de stand van de werkzaamheden ten tijde van de opzegging (lid 1a), de kosten [...], die de architect ten tijde van de opzegging bij de vervulling van de opdracht heeft gemaakt (lid 1b) en alle gemaakte en nog te maken kosten, voortvloeiend uit verplichtingen die de architect ten tijde van de opzegging reeds is aangegaan met het oog op de verdere vervulling van de opdracht (lid 1c)”.

5. Artikel 60 lid 4 van de SR ‘97 bepaalt dat de declaraties van de architect zijn gespecificeerd.

6. Ingevolge artikel 64 lid 1 dient betaling te geschieden binnen één maand na verzending van de declaratie door de architect.

7. Artikel 64 lid 4 bepaalt dat na afloop van een maand na de dag waarop uiterlijk betaald had moeten worden, de wettelijke rente verschuldigd is, vermeerderd met drie procentpunten.

8. Bij factuur van 6 december 2007 heeft [eiseres] [gedaagden] een bedrag van € 2.150,00 inclusief btw in rekening gebracht ter zake van ‘Gemaakte uren t/m week 48/2007’ en ‘Verschotten t/m week 48/2007’.

9. [gedaagden] hebben de factuur niet binnen de contractuele betalingstermijn voldaan.

10. Op 2 februari 2008 heeft [eiseres] [gedaagden] een aanmaning gestuurd.

11. Op 22 februari 2008 hebben [gedaagden] de opdracht ingetrokken en verzocht om een specificatie van de declaratie.

12. Bij brief van 27 februari 2008 heeft [eiseres] [gedaagden] een specificatie van de factuur van 6 december 2007 doen toekomen. Blijkens deze specificatie is over week 23/2007 een bedrag van € 380,00 in rekening gebracht ter zake van “Bezichtiging locatie + overleg opdrachtgever” en over week 25/2007 een bedrag van € 355,00 ter zake van “Offerte + honorariumberekening”.

13. [gedaagden] hebben binnen één maand na ontvangst van de specificatie een bedrag van € 1.275,73 inclusief btw op het factuurbedrag in mindering betaald.

14. Op 22 mei 2008 hebben [gedaagden] een bedrag van € 18,35 aan [eiseres] betaald ter zake van rente.

15. Bij brief van 26 mei 2008 heeft de gemachtigde van [eiseres] [gedaagden] gesommeerd tot betaling van € 1.060,40 ter zake van het restant factuurbedrag, vermeerderd met rente en buitengerechtelijke incassokosten.

In conventie

De vordering van [eiseres]

[eiseres] vordert (samengevat) hoofdelijke veroordeling van [gedaagden] tot betaling van achtereenvolgens € 922,09, € 31,51 en € 138,31. [eiseres] stelt daartoe het volgende.

[gedaagden] dienen op de factuur van 6 december 2007 nog een bedrag van € 874,65 aan [eiseres] te voldoen. Omdat [gedaagden] met betaling van de factuur van 6 december 2007 in verzuim zijn gekomen, moet dit bedrag worden vermeerderd met de contractuele rente. Deze bedraagt tot en met 19 mei 2008 € 47,44.

Over de periode vanaf 20 mei 2008 tot 1 november 2008 bedraagt de rente € 49,86. Hierop kan het door [gedaagden] op 22 mei 2008 betaalde bedrag van € 18,35 in mindering strekken, zodat resteert een bedrag van € 31,51.

Door ondanks aanmaning met betaling in gebreke te blijven, hebben [gedaagden] [eiseres] genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven. [eiseres] heeft daardoor vermogensschade geleden, bestaande uit de buitengerechtelijke incassokosten ten belope van € 138,31. Deze kosten komen ingevolge artikel 64 lid 6 van de SR ‘97 voor rekening van [gedaagden].

Het verweer

[gedaagden] betwisten de vordering. Zij voeren daartoe het volgende aan.

De factuur van 6 december 2007 is niet correct. De over week 23/2007 en week 25/2007 in rekening gebrachte uren hebben betrekking op werkzaamheden die zijn verricht, vóórdat zij [eiseres] opdracht hebben gegeven tot het uitvoeren van de verbouwing. Het gaat dus niet om kosten gemaakt ter vervulling van de opdracht, maar ten behoeve van het verkrijgen daarvan. [gedaagden] zijn die kosten niet verschuldigd, nu daarover niets in de SR ’97 is opgenomen en partijen daarover evenmin een afspraak hebben gemaakt.

Omdat [gedaagden] [eiseres] ter zake van de hoofdsom niets meer verschuldigd zijn, zijn zij ook geen rente verschuldigd.

Daar komt bij dat [eiseres] ingevolge de SR ‘97 haar declaratie diende te specificeren. Zij heeft dit echter pas op verzoek van [gedaagden] gedaan. [gedaagden] hebben vervolgens het niet betwiste gedeelte van de declaratie tijdig, namelijk binnen een maand na ontvangst van de specificatie voldaan, zodat zij daarover geen rente verschuldigd zijn.

Voor zover komt vast te staan dat [eiseres] de kosten ter verkrijging van de opdracht terecht in rekening heeft gebracht, zijn zij daarover in ieder geval geen rente verschuldigd tot 27 maart 2008, omdat [gedaagden] pas op 27 februari 2008 aan de hand van de specificatie konden vaststellen of de factuur van 6 december 2007 juist was.

De beoordeling van het geschil

Als reactie op het verweer van [gedaagden] heeft [eiseres] betoogd dat alle tot de opzegging van de opdracht gemaakte kosten moeten worden voldaan, inclusief de kosten ter verkrijging van de opdracht, omdat in de SR ‘97 geen onderscheid wordt gemaakt tussen kosten ter vervulling en kosten ter uitvoering van de opdracht. Zo’n onderscheid kan ook in de praktijk niet worden gemaakt, aldus [eiseres], omdat het een nu eenmaal verband houdt met het ander.

Deze redenering is onbegrijpelijk. Grammaticaal zijn de begrippen vervullen en uitvoeren synoniem; beide betekenen ‘verwezenlijken’ of ‘volbrengen’. Er moet dan ook van worden uitgegaan dat waar in de SR ‘97 sprake is van ‘vervulling van de opdracht’ wordt bedoeld ‘uitvoering van de opdracht’. Dit vindt onder andere steun in de tekst van artikel 2 lid b, waarin wordt bepaald dat partijen, voorafgaande aan de totstandkoming van de opdracht, in onderling overleg vaststellen welke gegevens aan de architect ter beschikking worden gesteld ‘bij aanvang en tijdens de vervulling van de opdracht”.

Voor zover [eiseres] met vervulling heeft bedoeld te zeggen verkrijging, wordt het volgende overwogen.

Het enkele ontbreken in de SR ‘97 van het onderscheid tussen kosten ter verkrijging en kosten ter uitvoering van de opdracht noch de stelling dat ‘het een nu eenmaal verband houdt met het ander’, kan tot de conclusie leiden dat [gedaagden] alle kosten, dus ook die ter verkrijging van de opdracht, aan [eiseres] moeten betalen. Die verplichting kan alleen worden gestoeld op een beding in de algemene voorwaarden, dan wel op een afspraak tussen partijen. Nu zo’n beding ontbreekt in de SR ‘97 en gesteld noch gebleken is dat partijen afzonderlijk zijn overeengekomen dat [gedaagden] in geval van opzegging van de opdracht, naast de kosten ter uitvoering van de opdracht ook de kosten ter verkrijging daarvan zouden moeten voldoen, komt de grondslag aan de vordering tot betaling van het bedrag van € 874,65 te ontvallen. De vordering zal derhalve in zoverre worden afgewezen, inclusief de over dit bedrag gevorderde contractuele rente.

De rente over het niet door [gedaagden] betwiste factuurbedrag is wel toewijsbaar. Vast staat dat [gedaagden] het bedrag van € 1.275,73 niet binnen de contractueel overeengekomen termijn van een maand na factuurdatum hebben voldaan. [gedaagden] beroepen zich erop dat betaling pas mogelijk was na ontvangst van de specificatie van 27 februari 2008. Dit beroep faalt, nu door [gedaagden] geen feiten of omstandigheden zijn aangevoerd, waardoor zij [eiseres] niet eerder dan op 22 februari 2008 om toezending van een specificatie hebben kunnen verzoeken.

Het gedeelte van de vordering met betrekking tot de buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen, nu niet is gebleken dat door [eiseres] werkzaamheden ter voldoening van de vordering buiten rechte zijn verricht die meer omvatten dan het versturen van de aanmaning van 26 mei 2008.

De kosten van de procedure komen voor rekening van [eiseres] nu deze voor het grootste deel in het ongelijk wordt gesteld.

In reconventie

De vordering van [gedaagden] en de beoordeling daarvan

[gedaagden] vorderen (samengevat) veroordeling van [eiseres] tot betaling van € 18,35. [gedaagden] stellen daartoe het volgende.

Slechts om verdere discussie te voorkomen, hebben [gedaagden] op 21 mei 2008 een bedrag van € 18,35 als rentevergoeding aan [eiseres] betaald. Zij vorderen dit bedrag uit hoofde van onverschuldigde betaling van [eiseres] terug, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 mei 2008.

Gelet op hetgeen hiervoor bij de beoordeling van de vordering in conventie met betrekking tot de gevorderde rente over het niet door [gedaagden] betwiste gedeelte van de factuur is overwogen en beslist, is van onverschuldigde betaling van het bedrag van € 18,35 geen sprake. De vordering zal derhalve worden afgewezen.

De kosten van de procedure komen voor rekening van [gedaagden] nu deze in het ongelijk worden gesteld.

Beslissing

De kantonrechter:

In conventie

- veroordeelt [gedaagden] tot betaling aan [eiseres] van de contractuele rente over € 1.275,73 vanaf 5 januari 2008 tot aan de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat de reeds betaalde rentevergoeding van € 18,35 daarop in mindering strekt;

- veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [gedaagden] tot en met vandaag worden begroot op € 200,00 aan salaris van de gemachtigde;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde;

In reconventie

- wijst de vordering af;

- veroordeelt [gedaagden] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] tot en met vandaag worden begroot op € 30,00 aan salaris van de gemachtigde;

Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. Stolp en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.