Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BI1748

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
08-04-2009
Datum publicatie
21-04-2009
Zaaknummer
362026 CV EXPL 07-9622
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidszaak. Eindvonnis na tussenvonnis van 26 maart 2008 (LJN: BI1739). De kantonrechter is van oordeel dat gedaagde is geslaagd in het bewijs dat zijn functie bij eiseres gedurende de loop van de arbeidsovereenkomst zo ingrijpend is veranderd, dat daardoor het in artikel 6.2 van de arbeidsovereenkomst opgenomen concurrentie/relatiebeding tussen partijen aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 653
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2009/340
AR-Updates.nl 2009-0347
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 362026/ CV EXPL 07-9622

datum uitspraak: 8 april 2009

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HEDERA KANTOOREFFICIENCY B.V.

te Sassenheim

eisende partij in conventie

verwerende partij in reconventie

hierna te noemen Hedera

gemachtigde mr. E.V. Jongepier

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats]

gedaagde partij in conventie

eisende partij in reconventie

hierna te noemen [gedaagde]

gemachtigde mr. A.T. Bakker

In conventie en in reconventie

De procedure

Ter uitvoering van het tussenvonnis van 26 maart 2008 zijn getuigenverhoren gehouden, waarvan processen-verbaal zijn opgemaakt. Partijen hebben, voorafgaande aan de getuigenverhoren, nadere bewijsstukken in het geding gebracht. Hedera heeft na enquête haar vordering in conventie vermeerderd. Partijen hebben ten slotte geconcludeerd na enquête, waarbij [gedaagde] tevens op de vermeerdering van eis in conventie heeft gereageerd.

De verdere beoordeling van het geschil

De kantonrechter neemt over en volhardt bij hetgeen in voormeld vonnis is overwogen en beslist.

Bij dat vonnis is [gedaagde] toegelaten te bewijzen dat zijn functie bij Hedera gedurende de loop van de arbeidsovereenkomst zo ingrijpend is veranderd, dat daardoor het in artikel 6.2 van de arbeidsovereenkomst opgenomen concurrentie/relatiebeding tussen partijen aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken.

Om dat bewijs te leveren heeft [gedaagde] zichzelf , [AAA], [XXX] en

[YYY] als getuigen voorgebracht. Hedera heeft in contra-enquête als getuigen doen horen [BBB] en [CCC].

Getuige [XXX] heeft onder meer het volgende verklaard:

Ik ben van 1989 tot 2007 in dienst geweest van Hedera. [...] Ik was bij Hedera in dienst toen de heer [gedaagde] in dienst kwam [...].

De heer [gedaagde] kwam in dienst als productmanager en had als taken het samenstellen van productassortiment en de catalogus. [...]

Hedera was een kantoorvakhandel, groothandel, kantoorartikelen met een assortiment van 8000 producten. Het aantal moest worden terug gebracht naar 5000 producten. De heer [gedaagde] moest daarvoor afspraken maken met de leveranciers om een productassortiment samen te stellen. Op een vraag van mr. Bakker verklaar ik dat de heer [gedaagde] geen prijsafspraken mocht maken met de leveranciers maar dat dat gebeurde door de Office-manager, de heer [ZZZ] en door mijzelf. [...] De heer [gedaagde] moest uit de veelheid leveranciers de beste leveranciers voor Hedera zoeken. De heer [gedaagde] ging zelf niet naar de leveranciers toe maar stuurde daar de inkopers heen.

Er was sprake van samenwerking met de inkopers. De heer [gedaagde] was geen leidinggevende over de inkopers. [...]

Nadat de catalogus was gedrukt is besloten dat de heer [gedaagde] een andere functie kreeg. [...] De heer [gedaagde] moest de afdeling inkoop opzetten waarmee ik bedoel dat hij het team inkopers moest samenstellen. [...]

De heer [gedaagde] was hoofd inkoop en moest in die hoedanigheid leveranciers en beursen bezoeken. In zijn hoedanigheid van hoofd inkoop was de heer [gedaagde] wel bevoegd prijsafspraken met de leveranciers te maken. De heer [gedaagde] zat in die functie ook aan tafel bij management vergaderingen. Dat was voorheen niet zo. [...]

Indien ik producten wilde kopen van een afnemer die nog niet bekend was waarbij het om een groot bedrag ging moest ik daarvoor toestemming vragen aan de heer [gedaagde]. [...]

Op de vraag van mr. Bakker verklaar ik nog dat in de tijd dat de heer [gedaagde] projectmanager was, de heer [HHH] en de heer [ZZZ] verantwoordelijk waren voor de voorraad waarden. Toen de heer [gedaagde] hoofd inkoop werd, werd hij verantwoordelijk voor de voorraad.

[...]

Mr. Bakker vraagt mij nog of de heer [gedaagde] lid was van het managementteam mijn antwoord daarop is “ja”.

[...]

Met het sluiten van de contracten hadden wij als inkoper verder geen bemoeienis dat werd gedaan door de heer [HHH] en later de heer [BBB]. Er waren meer grote contracten, voor die andere grote contracten zat de heer [gedaagde] met de leveranciers aan tafel. Hij sloot die contracten met hen.

Getuige [AAA] heeft onder meer het volgende verklaard:

Ik ben in september 2004 in dienst getreden bij Hedera. [...] Ik trad in dienst als medewerker inkoop. [...] [gedaagde] was hoofd inkoop, ik stond onder zijn leiding. In mijn functie moest ik onder andere de database vullen voor de catalogus en het internet [...]

Toen de heer [gedaagde] bij Hedera vertrok heeft een aantal werknemers intern gesolliciteerd naar de functie van hoofd inkoop. Ik ben dat uiteindelijk geworden.

Als hoofd inkoop moet ik leiding geven aan de afdeling. Ik onderhoud onder andere contacten met de leveranciers. [...] Volgens mij verschilt de inhoud van mijn functie als hoofd inkoop niet van die van de heer [gedaagde] als hoofd inkoop. [...]

Als hoofd inkoop vergader ik wekelijks met de directie [...]

Als medewerker inkoop had ik contacten met leveranciers in verband met informatie, beeldmateriaal, teksten ten behoeve van de catalogus en internet. Deze contacten betroffen dus niet de inkoop van artikelen. Als hoofd inkoop heb ik wel contact met leveranciers over de inkoop van artikelen. Ik mag prijsafspraken maken en zelf beslissen wat er ingekocht wordt.

[gedaagde] heeft als partijgetuige onder meer het volgende verklaard:

Het doel van mijn functie als productmanager was het opzetten van een internetwinkel en het maken van een catalogus. [...] Het maken van die catalogus heeft ruim twee jaar geduurd. Ik heb dat in die twee jaar steeds alleen gedaan zonder aan anderen leiding te geven.

[...]

In de loop van 2001 kwam er verandering in de functie. Ik werd toen hoofd inkoop. [...] Mijn taak als hoofd inkoop bracht met zich mee dat ik leveranciers moest zoeken voor de producten in het assortiment en het maken van prijsafspraken met die leveranciers [...]

Als hoofd inkoop moest ik naar de leveranciers toe. Ik ben ook veelvuldig mee geweest met de toenmalige algemeen directeur naar leveranciers en beurzen in binnen- en buitenland. Mijn functie als productmanager vervulde ik alleen achter mijn bureau. [...]

Als hoofd inkoop was ik ook verantwoordelijk voor het op peil houden van de voorraad van de artikelen, dat was ik als productmanager niet. [...]

Als hoofd inkoop maakte ik ook deel uit van het managementteam [...] Ik woonde de vergaderingen van dat managementteam bij.

De kantonrechter is van oordeel dat op grond van de verklaringen van de getuigen [XXX] en [AAA], in samenhang met de door [gedaagde] als partijgetuige afgelegde verklaring, is komen vast te staan dat de functie van [gedaagde], zowel wat betreft taken als bevoegdheden, vanaf 2001 een zodanige wijziging heeft ondergaan ten opzichte van de functie die [gedaagde] in de daaraan voorafgaande periode bekleedde, dat het relatiebeding een wezenlijk ruimer of inhoudelijk ander bereik heeft gekregen dan hetgeen partijen bij het aangaan van het beding in redelijkheid konden verwachten.

Uit hetgeen door de getuigen in contra-enquête is verklaard kan geen bewijs worden afgeleid voor de stelling van Hedera, dat de functie van [gedaagde] geen wijziging heeft ondergaan en dat hij zowel in zijn functie van product manager als van hoofd inkoop steeds dezelfde werkzaamheden heeft verricht.

Dit leidt tot de slotsom dat [gedaagde] is geslaagd in het hem opgedragen bewijs.

Gelet op hetgeen in het tussenvonnis van 26 maart 2008 is overwogen en beslist met betrekking tot zowel de vordering in conventie en als de vordering in reconventie, voor het geval [gedaagde] slaagt in het hem opgedragen bewijs, zal de vordering in conventie worden afgewezen en de vordering in reconventie sub I en II worden toegewezen en voor het overige worden afgewezen.

De proceskosten, zowel in conventie als in reconventie, komen voor rekening van Hedera omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

Beslissing

De kantonrechter:

In conventie

- wijst de vordering af;

In reconventie

- veroordeelt Hedera tot opheffing van het derdenbeslag op de bankrekening van [gedaagde];

- verklaart voor recht dat tussen Hedera en [gedaagde] geen geldig relatiebeding is overeengekomen;

- veroordeelt Hedera tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] tot en met vandaag worden begroot op € 2.200,00 ter zake van salaris gemachtigde;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.