Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BI1706

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
16-04-2009
Datum publicatie
21-04-2009
Zaaknummer
Awb 08-3808
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2009:BK7437, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verweerder kan een bezwaarschrift eerst niet-ontvankelijk verklaren, indien de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim, in onderhavig geval het overleggen van een machtiging, te herstellen binnen een door verweerder daartoe gestelde termijn. Nu niet is gebleken dat verweerder deze gelegenheid heeft geboden, heeft verweerder het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 08 - 3808

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 april 2009

in de zaak van:

[naam eiser 1] en [naam eiser 2],

beiden wonende te [woonplaats],

eisers,

tegen:

het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk,

verweerder,

derde partij,

Préferent Project Ontwikkeling B.V.,

gevestigd te Haarlem,

gemachtigde: mr. E.C. Berkouwer, advocaat te Haarlem.

1. Procesverloop

Bij besluit van 19 juni 2007, verzonden op 5 juli 2007, heeft verweerder aan Préferent Project Ontwikkeling B.V. (hierna: vergunninghouder) vrijstelling als bedoeld in artikel 19, tweede lid, Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en bouwvergunning verleend voor het oprichten van 28 woningen op het perceel plaatselijk bekend [locatie].

Tegen dit besluit hebben eisers bij brief van 12 augustus 2007 bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 27 maart 2008, verzonden op 1 april 2008, heeft verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen dit besluit hebben eisers bij brief van 5 mei 2008, aangevuld bij brief van 22 februari 2009, beroep ingesteld.

Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend.

Het beroep is behandeld ter zitting van 5 maart 2009, alwaar eisers in persoon zijn verschenen en alwaar verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen door P. Koese en L. Riddersma. Namens vergunninghouder is verschenen [naam], bijgestaan door zijn gemachtigde.

2. Overwegingen

2.1 Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat eisers niet zelfstandig als belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 Algemene wet bestuursrecht (Awb) kunnen worden aangemerkt. Evenmin zijn eisers aan te merken als vertegenwoordigers van het Parochiebestuur St. Eloy. Gelet daarop heeft verweerder eisers niet-ontvankelijk verklaard.

2.2 Eisers kunnen zich niet met dit besluit verenigen en voeren daartoe het volgende aan. Primair zijn eisers als natuurlijk persoon als belanghebbenden aan te merken. In de hoedanigheid van parochiaan hebben zij op religieuze gronden belang bij het besluit van verweerder. Aantasting van de visuele staat van het kerkcomplex betekent voor eisers een persoonlijke belediging. Subsidiair zijn eisers als vertegenwoordigers van de Stichting tot behoud van de Onze Lieve Vrouw van Goede Raadkerk als belanghebbenden aan te merken. Meer subsidiair menen eisers dat zij als vertegenwoordigers van het bestuur van de R.K. Parochie St. Eloy belanghebbenden zijn in de zin van de Awb. Tot slot zijn eisers als belanghebbenden aan te merken in hun hoedanigheid als leden van de Locatiecommissie van de O.L.V. van de Goede Raadkerk, bestuursorgaan van de overkoepelende RK parochie St. Eloy.

De rechtbank overweegt als volgt.

2.3 Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

Ingevolge het derde lid van dit artikel worden ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.

2.4 Ingevolge artikel 6:5, eerste lid, Awb wordt het bezwaar- of beroepschrift ondertekend en bevat ten minste:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar of beroep is gericht;

d. de gronden van het bezwaar of beroep.

2.5 Ingevolge artikel 6:6, aanhef en onder a, Awb kan het bezwaar of beroep niet-ontvankelijk worden verklaard indien niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep.

2.6 Ingevolge artikel 2:1, eerste lid, Awb kan een ieder zich ter behartiging van zijn belangen in het verkeer met bestuursorganen laten bijstaan of door een gemachtigde laten vertegenwoordigen.

Ingevolge het tweede lid, van dit artikel kan het bestuursorgaan van een gemachtigde een schriftelijke machtiging verlangen.

2.7 Naar het oordeel van de rechtbank hebben eisers als natuurlijke personen onvoldoende rechtstreeks belang bij het besluit van verweerder om als belanghebbenden in de zin van artikel 1:2, eerste lid, Awb te worden aangemerkt. De woningen van eisers zijn op dusdanige afstand van de betreffende locatie gelegen dat hun belang zich onvoldoende onderscheidt van het belang van andere omwonenden, waardoor een rechtstreeks, persoonlijk belang bij de verleende bouwvergunning ontbreekt. Een sterke betrokkenheid op grond van religieuze gronden is onvoldoende om te kunnen spreken van een rechtstreeks betrokken belang.

2.8 Voorts ziet de rechtbank zich gesteld voor de vraag of eisers zijn aan te merken als vertegenwoordigers van het Parochiebestuur St. Eloy.

2.9 De rechtbank stelt vast dat het bezwaarschrift van 12 augustus 2007 is ingediend op briefpapier van de R.K. Parochie St. Eloy. In dit bezwaarschrift hebben eisers niet gesteld namens het parochiebestuur bezwaar te maken, noch hebben zij dit door middel van het overleggen van een machtiging aangetoond. Het behoort tot de eisen van behoorlijke procesvoering dat buiten twijfel is wie als de aanlegger van een bezwaarprocedure moet worden aangemerkt. Nu dit voor verweerder kennelijk niet duidelijk was, had het op de weg van verweerder gelegen eisers daaromtrent duidelijkheid te vragen. Gelet op het bepaalde in de artikelen 2:1, lid 2 en 6:6 Awb kan een bezwaarschrift immers eerst niet-ontvankelijk worden verklaard, indien de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim, in onderhavig geval het overleggen van een machtiging, te herstellen binnen een door verweerder daartoe gestelde termijn. In dit verband zij verwezen naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 juli 2008, www.rechtspraak.nl, LJN: BD8342. Niet is gebleken dat verweerder die gelegenheid heeft geboden. Verweerder heeft derhalve eisers ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard in hun bezwaar.

2.10 Voor de stelling dat eisers als vertegenwoordigers van de Stichting tot behoud van de O.L.V. van Goede Raadkerk, dan wel als vertegenwoordigers van de Locatiecommissie van de O.L.V. van Goede Raadkerk dienen te worden aangemerkt heeft de rechtbank geen aanknopingspunten getroffen, nu eisers dit op geen enkele wijze hebben onderbouwd.

2.11 Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het beroep gegrond verklaren.

2.12 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1 verklaart het beroep gegrond;

3.2 vernietigt het bestreden besluit van 27 maart 2008;

3.3 bepaalt dat verweerder binnen zes weken na de verzending van deze uitspraak met inachtneming daarvan een nieuwe beslissing op bezwaar dient te nemen;

3.4 gelast dat verweerder het door eisers betaalde griffierecht van € 145,- aan hen vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J. Medze, rechter en op 16 april 2009 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. S.L.L. van den Akker, griffier.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.