Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BI0894

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
09-04-2009
Datum publicatie
14-04-2009
Zaaknummer
AWB 08/5106
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Handhaving. Dwangsom. De deuren van de hotelkamers bieden geen weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van tenminste 20 minuten. Dit is in strijd met Bouwbesluit 2003. Een begunstigingstermijn van zes maanden voor het vervangen van de deuren van de hotelkamers is alleszins redelijk in verband met het zwaarwegende belang van hotelgasten bij een brandveilig verblijf in het hotel. Er hebben zich geen bijzondere omstandigheden voorgedaan waardoor verweerder af moest zien van handhaving. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Horeca 2009/1706
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 08 - 5106

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 april 2009

in de zaak van:

[B.V.].,

gevestigd te Hoofddorp,

eiseres,

tegen:

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 19 december 2007 heeft verweerder eiseres gelast de A. met artikel 6.2.1 van de Bouwverordening van de gemeente Haarlemmermeer, B. met artikel 2.140, C. met artikel 2.120 en D. met artikel 2.124 van het Bouwbesluit 2003 (hierna: Bouwbesluit)strijdige situatie in het pand aan de [adres] te Hoofddorp in overeenstemming te brengen met de voorschriften inzake brandveiligheid van het Bouwbesluit. Aan de last moet zijn voldaan voor overtreding A. binnen 3 maanden en voor de overtredingen B., C. en D. binnen 6 maanden na dagtekening van het besluit, onder verbeurte van een dwangsom voor A. van € 1.000,-- ineens, respectievelijk voor B., C. en D. ieder afzonderlijk van € 2.500,--, ineens.

Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 29 januari 2008 bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 6 februari 2008 heeft verweerder het besluit van 19 december 2007 met betrekking tot de last onder de punten A., B. en D. ingetrokken. Verweerder heeft de last ten aanzien van punt C. in stand gelaten omdat (nog) niet is voldaan aan de opgelegde last.

Bij besluit van 11 juni 2008 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

Daarbij heeft verweerder verwezen naar van het advies van 11 juni 2008 van de vaste commissie voor de bezwaarschriften.

Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 22 juli 2008, aangevuld bij brief van 21 augustus 2008, beroep ingesteld.

Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend.

Het beroep is behandeld ter zitting van 5 maart 2009, alwaar eiseres werd vertegenwoordigd door [vennoot tevens algemeen directeur], vennoot tevens algemeen directeur. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigden door T. Leroi, werkzaam bij verweerder.

2. Overwegingen

2.1 Uit het bestreden besluit blijkt dat het geschil zich beperkt tot de vraag of verweerder in redelijkheid heeft kunnen besluiten een last onder dwangsom op te leggen in verband met de vervanging van de deuren van de hotelkamers.

2.2 Ingevolge artikel 1b, tweede lid onder a, van de Woningwet is het verboden een bestaand gebouw in een staat te brengen, te laten komen of te behouden die niet voldoet aan de op de staat van dat gebouw van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in artikel 2, tweede lid, Woningwet.

Ingevolge artikel 2, tweede lid, van de Woningwet worden, voor zover hier van belang, bij of krachtens de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur voorts uit oogpunt van veiligheid, gezondheid en bruikbaarheid voorschriften gegeven omtrent de staat van bestaande gebouwen. Deze algemene maatregel van bestuur is het Bouwbesluit.

2.3 Artikel 2.120, eerste lid, van het Bouwbesluit bepaalt dat een bestaand bouwwerk waarin wordt geslapen zodanig is dat uitbreiding van brand in verdergaande mate wordt beperkt dan bepaald in paragraaf 2.13.2. Krachtens het tweede lid wordt voor die gebruiksfunctie, voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 2.120 voorschriften zijn aangewezen, aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.

Op grond van artikel 2.123, eerste lid van het Bouwbesluit is de volgens NEN 6068 bepaalde weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag van een subbrandcompartiment naar een besloten ruimte niet lager dan 20 minuten.

2.4 Aan het besluit ligt ten grondslag het standpunt van verweerder dat door een toezichthouder van de Brandweer bij een reguliere brandveiligheidscontrole in [naam B.V.] op 26 september 2007 is geconstateerd dat de deuren van de hotelkamers geen weerstand bezitten tegen branddoorslag en brandoverslag (hierna: wbdbo) van ten minste 20 minuten. Verweerder heeft vervolgens vastgesteld dat het bouwwerk niet voldoet aan de eisen die gesteld worden aan bestaande bouwwerken in het Bouwbesluit. Verweerder heeft bij besluit van 19 december 2007 eiseres gelast om alle deuren van de hotelkamers te vervangen door deuren die een wbdbo hebben van tenminste 20 minuten op straffe van een last onder dwangsom. Bij hercontrole door de toezichthouder op 6 februari 2008 is gebleken dat aan voormelde last onder dwangsom niet was voldaan. De deur getest in het door eiseres bij bezwaarschrift overgelegde TNO rapport uit 1994 komt niet overeen met de deuren die zijn opgehangen in het hotel. Met voornoemd rapport is niet aangetoond dat de deuren een weerstand bezitten tegen wbdbo van tenminste 20 minuten, aldus de toezichthouder. Op 30 juli 2008 heeft de toezichthouder opnieuw een controle verricht waarbij is geconstateerd dat de deuren niet voldoen aan artikel 2.120, eerste lid in samenhang met artikel 2.123, eerste lid van het Bouwbesluit. De dwangsom is hiermee van rechtswege verbeurd.

2.5 Eiseres heeft betoogd dat een begunstigingstermijn van zes maanden te kort is om én door middel van een nieuw TNO rapport aan te tonen dat de deuren wel aan de brandveiligheidseisen voldoen én indien eiseres in het ongelijk zou worden gesteld de deuren binnen die termijn te vervangen. Eiseres wijst daarbij ook op de korte termijn tussen het bestreden besluit van 11 juni 2008 en het verlopen van de begunstigingstermijn op 18 juni 2008.

2.6 De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht en op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat deuren van de hotelkamers niet voldeden aan artikel 2.120, eerste lid in samenhang met artikel 2.123, eerste lid van het Bouwbesluit. De rechtbank ziet geen reden te twijfelen aan de constateringen van de toezichthouder van de brandweer. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat het door eiseres in bezwaar overgelegde TNO rapport uit 1994 betrekking heeft op een ander type deuren dan aanwezig zijn in het pand van eiseres. Eiseres heeft haar stelling dat de deuren, ten tijde van het bestreden besluit, wel voldeden aan de brandveiligheidseisen en dat zij dit via een nieuw TNO rapport wilde aantonen, maar dat TNO minimaal 8 weken nodig heeft om een dergelijk rapport op te maken, niet nader onderbouwd. Eiseres heeft van deze stelling evenmin een begin van bewijs geleverd. De rechtbank is van oordeel dat verweerder bij afweging van de betrokken belangen gelet op het zwaarwegende belang van hotelgasten bij een brandveilig verblijf in het hotel een termijn van zes maanden alleszins redelijk heeft kunnen achten. Daarbij merkt de rechtbank op dat een begunstigingstermijn er slechts toe dient om de overtreder in de gelegenheid te stellen de last uit te voeren zonder dat een dwangsom wordt verbeurd. De door eiseres aangevoerde omstandigheden geven geen aanleiding te veronderstellen dat de gestelde begunstigingstermijn te kort is voor het uitvoeren van de last. Hieruit volgt dat verweerder bevoegd was om een last onder dwangsom op te leggen.

2.7 Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

2.8 De rechtbank is van oordeel dat zich geen bijzondere omstandigheden hebben voorgedaan waardoor verweerder af moest zien van handhaving. Bij het nemen van het bestreden besluit bestond geen concreet zicht op legalisatie, alleen al niet omdat het Bouwbesluit geen ontheffingen kent die het mogelijk maken dat een bestaand gebouw in een staat kan en mag worden gehouden die in strijd is met de eisen die voor bestaande bouw zijn gesteld. Voorts is niet gebleken dat handhavend optreden in het onderhavige geval zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van handhavend optreden in deze concrete situatie behoort te worden afgezien. Dat in het hotel inmiddels wel brandwerende deuren zijn opgehangen die voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit maakt dit niet anders, nu dit ten tijde van het bestreden besluit nog niet het geval was.

2.9 Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1 verklaart het beroep ongegrond;

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J. Medze, rechter, en op 9 april 2009 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van M.J.E. de Jong, griffier.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.