Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BI0612

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
10-03-2009
Datum publicatie
17-07-2009
Zaaknummer
AWB 07/6546
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ7218, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Douane. Indeling knoflooktenen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht, meervoudige douanekamer

Procedurenummer: AWB 07/6546

Uitspraakdatum: 10 maart 2009

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

X, gevestigd te Z, eiseres,

gemachtigde A,

en

de inspecteur van de Belastingdienst te P, verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Verweerder heeft aan eiseres op 14 december 2006 een uitnodiging tot betaling (hierna: utb) met referentienummer 0000000001 uitgereikt ter zake van douanerechten ten bedrage van € 14.121,19.

1.2. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 13 september 2007 de utb gehandhaafd.

1.3. Eiseres heeft daartegen bij brief van 26 september 2007, ontvangen bij de rechtbank op 28 september 2007, beroep ingesteld. Eiseres heeft haar beroep aangevuld met gronden bij brief van 5 november 2007.

1.4. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

1.5. Partijen hebben vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn telkens in afschrift verstrekt aan de wederpartij.

1.6. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 januari 2009. Namens eiseres is verschenen haar gemachtigde, bijgestaan door B. Namens verweerder zijn verschenen C, bijgestaan door D en E. Partijen hebben ter zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan de rechtbank en elkaar.

2. Tussen partijen vaststaande feiten

2.1. Op 18 mei 2006 heeft eiseres aangifte ten invoer gedaan voor het vrije verkeer voor knoflooktenen met goederencode 0710.8095.80. Volgens de ‘Bill of Lading’ is sprake van “IQF frozen peeled garlic segments” met een temperatuur van -1,5 graden Celsius.

De knoflooktenen zijn gepeld, met ozon (O3) behandeld en verpakt onder gemodificeerde atmosfeer, zijnde een mengsel van O3 en N2 (stikstof).

2.2. Na het indienen van de aangifte is op 19 mei 2006 een monsteronderzoek ingesteld. In de brief van 13 september 2006 is de uitslag van het monsteronderzoek aan eiseres medegedeeld. In de brief staat – voorzover hier van belang – het volgende vermeld:

“verkeerde bewaartemperatuur was vermeld.

Knoflook, vers.

Het droge-stofgehalte bedraagt: 28.6 gewichtspercenten.

Beschouwing tbv. tariefindeling:

Het monster is op 1 ºC aangetroffen en vertoont enzymactiviteit. Het monster kan daarom niet worden ingedeeld als zijnde gekookt of bevroren. Het dient dan ook te worden ingedeeld als verse knoflook van tariefpost 0703. goederencode: 0703.2000.00.”

2.3. Op verzoek van eiseres is op 15 september 2006 een heronderzoek ingesteld. In de brief van 4 december 2006 wordt de uitslag van het heronderzoek aan eiseres medegedeeld. Hierin staat – voor zover van belang – het volgende vermeld:

“Naar aanleiding van de bewering van de aangever over de bewaartemperatuur is er literatuuronderzoek uitgevoerd. Uit de literatuur blijkt dat in 100 gram knoflook er 64 gram water en 1.42 gram mineralen (zouten) aanwezig zijn. Doordat er zout in de knoflook aanwezig is kan de knoflook niet bevroren zijn bij de door de aangever geclaimde temperatuur van minus 1.5 gr. C.

Beschouwing tbv. tariefindeling:

Het monster is niet bevroren en zeker niet zoals door een door bevroren zoals dit in de GS-toelichting bij hoofdstuk 7 zoals in het tarief vereist wordt. Het monster kan daarom niet worden ingedeeld als zijnde gekookt of bevroren. Het dient dan ook te worden ingedeeld als verse knoflook van tariefpost 0703.2000.”

2.4. Naar aanleiding van de uitslag van voormeld onderzoek heeft verweerder de knoflooktenen ingedeeld in onderverdeling 0703 20 00 van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN) en de in geschil zijnde utb uitgereikt.

3. Geschil en standpunten van partijen

3.1. In geschil is de indeling in de GN van de onder 2.1 genoemde knoflooktenen. Eiseres concludeert primair tot indeling onder GN-code (met verdere onderverdeling) 0710.8095.60, subsidiair onder GN-code 0703.9000.80 (met verdere onderverdeling). Meer subsidiair is eiseres van mening dat sprake is van een bereiding van groenten en dat de knoflooktenen onder een post van hoofdstuk 20 van de GN dient te worden ingedeeld.

3.2. Verweerder concludeert tot indeling onder GN-code 0703 20 00 en derhalve tot ongegrondverklaring van het beroep.

4. Relevante bepalingen

AFDELING II

PRODUCTEN VAN HET PLANTENRIJK

HOOFDSTUK 7

GROENTEN, PLANTEN, WORTELS EN KNOLLEN, VOOR VOEDINGSDOELEINDEN

0703 Uien, sjalotten, knoflook, prei en andere eetbare looksoorten, vers of gekoeld:

0703 20 00 - knoflook

0703 90 00 - prei en andere eetbare looksoorten

0710 Groenten, ook indien gestoomd of in water gekookt, bevroren:

0710 80 - andere groenten:

0710 80 95 - - andere

AFDELING IV

PRODUCTEN VAN DE VOEDSELINDUSTRIE; DRANKEN, ALCOHOLHOUDENDE VLOEISTOFFEN EN AZIJN;

TABAK EN TOT VERBRUIK BEREIDE TABAKSSURROGATEN

2004 Andere groenten, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, bevroren, andere dan de producten bedoeld bij post 2006:

2004 90 - andere groenten en mengsels van groenten

- - andere, mengsels daaronder begrepen

2004 90 98 - - - andere

2005 Andere groenten, op andere wijze bereid of verduurzaamd dan in azijn of azijnzuur, niet bevroren, andere dan de producten bedoeld bij post 2006:

2005 90 - andere groenten en mengsels van groenten:

2005 90 80 - - andere

5. Beoordeling van het geschil

5.1. Voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken. Blijkens de bewoordingen van de posten 0703 en 0710 en de stellingen van partijen is in dit geschil van belang of de knoflooktenen als zijnde ‘bevroren’ dan wel als ‘gekoeld’ kunnen worden aangemerkt. De GS-toelichting, hoofdstuk 7, algemene opmerkingen, tweede en derde alinea, luidt hierover als volgt:

“Onder gekoeld wordt verstaan dat de temperatuur gewoonlijk tot om en nabij 0ºC is verlaagd, zonder dat het product bevriest. Bepaalde producten, zoals aardappelen, kunnen echter als gekoeld worden aangemerkt wanneer zij zijn afgekoeld tot 10ºC en op deze temperatuur wordt gehouden. Onder bevroren wordt verstaan dat een product is afgekoeld tot onder het vriespunt, totdat het door en door bevroren is.”

5.2. Knoflooktenen, welke zijn afgekoeld tot een temperatuur van – 1½ºC, kunnen niet als (door en door) bevroren worden aangemerkt. De rechtbank hecht hierbij waarde aan de uitslag van het monsteronderzoek zoals geciteerd in onderdeel 2.3 alsmede de verklaringen ter zitting van de medewerker van het laboratorium. Zo heeft deze, niet althans onvoldoende weersproken, gemotiveerd verklaard dat de knoflooktenen pas bevriezen bij een temperatuur van ongeveer -9ºC à -10ºC. Gelet hierop kan niet worden gezegd dat de knoflooktenen reeds bij een temperatuur van -1½ºC door en door bevroren zijn.

5.3. De knoflooktenen moeten op grond van de bewoording van de post worden ingedeeld onder de GN-onderverdeling 0703 20 00. De stelling van eiseres dat onder 0703 20 00 enkel hele knoflookbollen kunnen vallen en geen tenen, vindt geen steun in de GS-toelichting op hoofdstuk 7. Hierin staat immers, onder de algemene opmerkingen, vierde alinea, dat, voorzover niet anders bepaald, voor dat hoofdstuk groenten geheel, in schijven of in stukken gesneden, tot pulp geplet, geraspt, geschild, gepeld of ontbolsterd mogen zijn. Voor knoflook is geen uitzondering gemaakt.

De stelling van eiseres dat nu olifantenlook onder indeling 0703 90 00 valt, de in geding zijnde knoflooktenen daar ook onder vallen, slaagt evenmin. Olifantenlook is, naar tussen partijen niet in geschil is, een aparte, eetbare looksoort bestaande uit één teen. Dit betekent echter niet dat voor losse, gepelde knoflooktenen dezelfde indeling volgt als voor olifantenlook. Eiseres’ verwijzing naar Verordening 902/2007 van de Europese Commissie van 27 juli 2007, maakt dit niet anders.

5.4. Voor zover eiseres heeft willen stellen dat de knoflooktenen ingedeeld dienen te worden onder een post in hoofdstuk 20 (bereidingen van groenten), oordeelt de rechtbank als volgt. De GS-toelichting hoofdstuk 7, algemene opmerkingen luidt – voor zover hier van belang – als volgt:

“Luchtdicht verpakte producten zullen echter meestal onder hoofdstuk 20 moeten worden ingedeeld, omdat zij in de regel anders zijn bereid of verduurzaamd dan omschreven is in de posten van dit hoofdstuk.

Evenzo blijven producten van hoofdstuk 7 ingedeeld onder dit hoofdstuk (bijvoorbeeld groenten,vers of gekoeld) indien zij in verpakkingen zijn opgemaakt met behulp van de methode genaamd ‘verpakt onder beschermende atmosfeer’ (Modified Atmospheric Packaging (MAP)), Bij deze methode (MAP) wordt de atmosfeer die het product omgeeft, gewijzigd of gecontroleerd (bijvoorbeeld door het verwijderen van de zuurstof en deze te vervangen door stikstof of koolzuur,dan wel door het verminderen van het zuurstofgehalte en het verhogen van het gehalte aan stikstof of koolzuur).”

5.5. De aantekeningen bij hoofdstuk 20 luiden, voor zover hier van belang, als volgt:

“1. Dit hoofdstuk omvat niet:

a) groenten en vruchten, bereid of verduurzaamd op een wijze genoemd in de hoofdstukken 7, 8 en 11;”

5.6. Dat de knoflooktenen met ozon zijn behandeld en zijn verpakt onder een gemodificeerde atmosfeer betekent, gelet op de onder 5.4. genoemde GS-toelichting, dat zij ingedeeld blijven onder hoofdstuk 7 en niet kunnen worden ingedeeld onder hoofdstuk 20. De behandeling die de knoflooktenen hebben ondergaan is enkel gedaan om bederf tegen te gaan.

5.7. Eiseres’ beroep op de door de Duitse en Zweedse douaneautoriteiten afgegeven bindende tariefinlichting kan evenmin slagen. Afgezien van het feit dat alleen de rechthebbende van de bindende tariefinlichting daarop een beroep kan doen wanneer het om dezelfde producten gaat, hetgeen niet is komen vast te staan, zijn deze verstrekt op een datum gelegen na de datum van invoer. Eiseres’ stellingen met betrekking tot invoerbeperkingen en handelsnormen slagen evenmin, daar deze niets afdoen aan de indelingsregels.

5.8. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

6. Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

7. Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 10 maart 2009 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. A.J. Roke, voorzitter, mr. M.H.L.C. Bijvoet en mr. E. Polak, rechters, in tegenwoordigheid van mr. drs. B.J.E. Lodder, griffier.

Afschrift verzonden aan partijen op:

De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (douanekamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.