Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BH9844

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
26-03-2009
Datum publicatie
02-04-2009
Zaaknummer
15-800013-09
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2012:BV6888, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Invoer DMT. Godsdienstvrijheid. Artikel 9 EVRM. Ontslag van alle rechtsvervolging (OVAR).

Verdachte heeft, als lid van de Santo Daime kerk te Amsterdam, vanuit Brazilië ayahuasca thee meegenomen bestemd voor de Santo Daime kerk in Amsterdam. De ayahuasca thee wordt tijdens de erediensten van de kerk gebruikt. Deze thee bevat de stof DMT, welke staat vermeld op lijst I behorende bij de Opiumwet. De rechtbank acht bewezen dat verdachte opzettelijk DMT binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht. In dit geval dient een afweging te worden gemaakt tussen enerzijds het belang van verdachte en de andere leden van de Santo Daime kerk dat geen inbreuk wordt gemaakt op het hun door het EVRM gewaarborgde recht op godsdienstvrijheid en anderzijds het belang van de Staat om zijn uit het Verdrag voortvloeiende verplichting tot het verbieden van DMT na te komen. Gezien het grote gewicht dat moet worden toegekend aan de vrijheid van godsdienst en de omstandigheid dat de invoer van de ayahuasca thee door het kerkgenootschap met waarborgen omkleed is en aan het rituele gebruik van de ayahuasca binnen de beslotenheid van het kerkgenootschap Santo Daime te Amsterdam geen noemenswaardige gezondheidsrisico’s kleven, is de rechtbank van oordeel dat aan de bescherming van de godsdienstvrijheid in dit geval groter gewicht moet worden toegekend. Dit leidt ertoe dat in dit geval artikel 2 van de Opiumwet buiten toepassing dient te blijven. Het arrest van de Hoge Raad van 9 januari 2007 ((LJN AZ2497) brengt de rechtbank, anders dan de officier van justitie, niet tot een ander oordeel. De rechtbank verklaart het bewezene niet strafbaar en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging terzake daarvan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2009, 139
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Schiphol

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/800013-09

Uitspraakdatum: 26 maart 2009

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 12 maart 2009 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] (voormalig Sovjetunie),

wonende te [adres] (Tsjechië).

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 30 december 2008 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van een materiaal bevattende DMT (dimethylthiambuteen), zijnde DMT (dimethylthiambuteen) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, althans bevattende een (ander) middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Oordeel van de rechtbank

3.1. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, in dier voege dat

hij op 30 december 2008 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van een materiaal bevattende DMT (dimethylthiambuteen), zijnde DMT (dimethylthiambuteen) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3.2 Bewijsmiddelen

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

Op 28 december is verdachte van Rio de Janeiro via Parijs naar Amsterdam gereisd 1. Op dinsdag 30 december 2008 werd te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, door personeel van de Douane tijdens een douanecontrole op nagestuurde bagage een rolkoffer en twee rugzakken aangetroffen die afkomstig waren uit Rio de Janeiro. Tijdens de controle werd in de koffer en rugtassen in totaal een vijftal zakken met bruinkleurige vloeistof aangetroffen. Aan de bagage waren bagagelabels bevestigd die op naam stonden van een persoon genaamd [verdachte] en afkomstig waren vanuit Rio de Janeiro, Brazilië. Op de bagagelabels stonden de nummers 4957 JJ 730668, 4957 JJ 730653 en 4957 JJ 730807 2. Uit elk van de vijf zakken is een representatief monster van de aangetroffen vloeistof genomen bestemd om ter analyse te worden overgebracht naar het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) te Rijswijk. Bij het District Koninklijke Marechaussee Schiphol te Schiphol is voornoemde monsterneming ingeschreven onder nummer 08-096450 1 t/m 5 3. Op 2 januari 2009 kwam [verdachte] zijn bagage claimen 4. Verdachte overhandigde drie claimtags met daarop de volgende nummers: 4957 JJ 730668, 4957 JJ 730653 en 4957 JJ 730807 5.

Het NFI heeft de monsters onderzocht. Het NFI concludeert dat in de monsters DMT (N,N-dimethyltryptamine) is aangetoond 6. DMT is vermeld op lijst I behorende bij de Opiumwet.

Naar de rechtbank heeft begrepen zijn N,N-dimethyltryptamine en dimethylthiambuteen benamingen voor dezelfde stof.

4. Strafbaarheid van verdachte

De raadsvrouw van verdachte stelt zich op het standpunt dat het handelen van verdachte wordt beschermd door artikel 9 van het EVRM. Verdachte heeft, als lid van de Santo Daime kerk te Amsterdam, vanuit Brazilië een vloeistof, de ayahuasca thee, meegenomen bestemd voor de Santo Daime kerk in Amsterdam. Deze thee kan alleen in Brazilië op rituele wijze worden bereid. De ayahuasca thee wordt tijdens de erediensten van de kerk gebruikt als heilig sacrament. Het gebruik van de ayahuasca thee is derhalve een onlosmakelijk onderdeel van de eredienst van deze kerk. De ayahuasca thee bevat DMT. Het in de Opiumwet opgenomen verbod deze thee, vanwege de zich hierin bevindende DMT, in te voeren vormt echter een ongeoorloofde inbreuk op de vrijheid van godsdienst. De raadsvrouw komt tot de conclusie dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat het bewezenverklaarde geen strafbaar feit oplevert, nu artikel 9 EVRM in dit geval in de weg staat aan de toepassing van artikel 2 Opiumwet.

De rechtbank komt ten aanzien van het door de raadsvrouw gedane beroep op artikel 9 EVRM tot het volgende oordeel.

Ingevolge artikel 9, tweede lid, van het EVRM kan de vrijheid zijn godsdienst te belijden aan geen andere beperkingen worden onderworpen dan die bij de wet zijn voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de openbare veiligheid, voor de bescherming van de openbare orde, gezondheid of goede zeden of voor de bescherming van rechten en vrijheden van anderen.

Verdachte heeft ongeveer 40 liter ayahuasca thee meegenomen vanuit Brazilië naar Nederland. Deze thee bevat DMT (N,N-dimethyltryptamine). Deze vloeistof was bestemd voor de Santo Daime kerk in Amsterdam. Mevrouw [getuige 1], voorgangster van de Santo Daime kerk in Amsterdam en ter terechtzitting als getuige gehoord, heeft bevestigd dat verdachte vanuit Brazilië op verzoek ayahuasca thee mee zou nemen naar Nederland om deze bij de erediensten te gebruiken. De vloeistof die zich in de bagage van verdachte bevond, was bestemd voor haar kerk.

De Santo Daime religie is omstreeks 1920 in Brazilië ontstaan als godsdienst die eeuwenoude Indiaanse riten en gebruiken waaronder het ritueel gebruik van het plantenmengsel ayahuasca, heeft gecombineerd met het vanuit Europa geïntroduceerde christelijke katholicisme. Van daaruit heeft deze religie zich verspreid over Brazilië en sinds de jaren negentig ook naar andere landen, waaronder Nederland. De ayahuasca is een thee die door de Santo Daime kerken bij haar diensten als heilig sacrament aan haar leden wordt verstrekt. De drank is samengesteld uit twee uit het Amazonegebied afkomstige planten de zogenaamde Banisteripsis Caapi, een liaan bevattende DMT en Psychotria Viridis, bevattende een zogenaamde Mao-remmer. De bereiding van de thee geschiedt op rituele wijze. De planten worden door mannen en vrouwen gescheiden in de natuur gezocht en bewerkt. Vervolgens worden de schoongemaakte en geplette planten tot een thee gekookt in een ritueel dat vele uren duurt onder het zingen van de hymnen van de kerk. Het hele proces duurt plusminus tien dagen. De thee die daarvan het resultaat is, is voor de kerkleden een heilige drank die de heilige geest van de Santo Daime overbrengt op de drinker ervan.

Evenals de rechtbank Amsterdam bij vonnis van 21 mei 2001(parketnummer 13/067455-09) komt deze rechtbank tot het oordeel dat de Amsterdamse kerk Ceflu Cristi-Ceu da Santa Maria (ook wel genoemd de Santo Daime kerk) daadwerkelijk moet worden beschouwd als kerkgenootschap. De aangehangen leer moet worden aangemerkt als een geloofsovertuiging en het gebruik van de thee ayahuasca, oftewel Daime, moet als het meest belangrijke sacrament binnen de erediensten van de Santo Daime kerk worden beschouwd, als een essentieel onderdeel van de religieuze beleving van de gelovigen. Deze Daime brengt volgens de leer tijdens de erediensten de heilige vonk over. De overtuiging van de Santo Daime kerk moet dan ook worden aangemerkt als een religieuze overtuiging, welke overtuiging, alsmede de toediening van het heilige sacrament waarbij deze overtuiging tot uitdrukking wordt gebracht, de bescherming van artikel 9 EVRM genieten. Overigens is ook de officier van justitie in zijn requisitoir daarvan uitgegaan.

Vanwege het openbaar ministerie is betoogd dat de beperking van het recht van verdachte op vrije uitoefening van zijn godsdienst gerechtvaardigd is uit een oogpunt van de volksgezondheid met verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 9 januari 2007 (LJN AZ2497). De officier van justitie concludeert op basis van het arrest dat de Hoge Raad afstand lijkt te nemen van de concrete toetsing van de gevaarzetting bij het gebruik van DMT onder specifieke omstandigheden zoals in een religieuze setting. Art. 9 EVRM vrijwaart verdachte niet. Het wettelijke verbod op het bezit/invoer van DMT is een beperking op de godsdienstvrijheid van verdachte noodzakelijk in een democratische samenleving ter bescherming van de gezondheid.

De rechtbank overweegt naar aanleiding hiervan het volgende.

DMT is een stof die genoemd wordt op een als lijst I bij de Opiumwet gevoegde bijlage. In het kader van de volksgezondheid is het verboden stoffen genoemd op deze lijst in te voeren (artikel 2 van de Opiumwet). Dit is één van de in het tweede lid van artikel 9 EVRM, genoemde mogelijkheden tot beperking van het recht op vrijheid van godsdienst. Blijkens de vaste jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, dient in concreto te worden getoetst of inperking van de uitoefening van een fundamentele vrijheid in het belang van de openbare veiligheid, ter bescherming van de openbare orde, gezondheid of goede zeden of ter bescherming van rechten en vrijheden van anderen gerechtvaardigd is.

In het onderhavige geval zal de rechtbank derhalve dienen te onderzoeken of de volksgezondheid een beperking van de godsdienstvrijheid rechtvaardigt.

Ten behoeve van de strafzaak voor de Amsterdamse rechtbank die tot voormeld vonnis heeft geleid, heeft Prof. Dr. F.A. de Wolff met betrekking tot de ayahuasca thee in relatie tot het gebruik ervan door de aanhangers van het Santo Daime kerkgenootschap en de volksgezondheid een deskundigenrapport opgesteld. Dit deskundigenrapport is ook op internet gepubliceerd, de rechtbank heeft hier kennis van kunnen nemen. In dit rapport beschrijft de deskundige de Wolff hoe ongewenste effecten van milde aard, zoals misselijkheid, maar ook ernstiger symptomen van toxiciteit kunnen optreden in de vorm van bijvoorbeeld stijging van de bloeddruk of versnelde hartslag. Ook gaat hij in op de interactie tussen stoffen in ayahuasca en in genees- en voedingsmiddelen. Hij is van oordeel dat een betrouwbaar beeld wordt gegeven van eventuele risico’s van ayahuasca-gebruik door middel van de aan de deelnemers van de bijeenkomsten ter beschikking gestelde vragenlijsten betreffende de gezondheidstoestand van individuele deelnemers en de verstrekte gezondheidsinformatie, waarin voorlichting wordt gegeven over contra-indicaties voor het gebruik van ayahuasca in combinatie met bepaalde voedingsmiddelen of medicijnen.

De religieuze context brengt volgens de deskundigen mee dat het produceren van ayahuasca en het gebruik tijdens de religieuze bijeenkomsten strikt is gereguleerd. Bovendien is de consumptie gekoppeld aan rituelen en geschiedt dit gebruik altijd in aanwezigheid van anderen die vertrouwd zijn met de effecten.

Op grond van het voorgaande komt de deskundige De Wolff tot de conclusie dat het gebruik van ayahuasca in individuele gevallen risico’s voor de gezondheid met zich mee kan brengen, dat de voorlichting die door de Santo Daime kerk wordt verstrekt in het algemeen correct en adequaat is en dat de beperkte beschikbaarheid van ayahuasca en de strikt gereguleerde omstandigheden waaronder het gebruik daarvan plaatsvindt een bescherming vormen tegen misbruik. Gelet hierop luidt de eindconclusie van het rapport dat, mede gezien de beperkte omvang van de Santo Daime kerk, het volgens de huidige stand van de wetenschap niet aannemelijk is dat ayahuasca-gebruik een gevaar voor de volksgezondheid met zich brengt.

De deskundige De Wolff heeft met betrekking tot de combinatie ayahuasca-cannabis nog gesteld dat het ontbreken van wetenschappelijke studies naar het gecombineerde effect van deze stoffen geen aanleiding geeft tot wijziging van de conclusies, nu hij hiermee rekening heeft gehouden bij het opstellen van zijn rapport en er onvoldoende aanwijzingen zijn dat de conclusies van het rapport niet valide zouden zijn.

Niet gebleken is dat nadien nadere feiten, inzichten en/of omstandigheden naar voren zijn gekomen op grond waarvan de conclusies van dit rapport niet langer valide zouden zijn. De officier van justitie heeft zich daarop ook niet beroepen.

Gelet op het door het rapport van De Wolff verkregen inzicht in de samenstelling van en de gezondheidsrisico’s verbonden aan ayahuasca gaat de rechtbank er dan ook vanuit dat aan het drinken hiervan binnen het religieuze verband van de Santo Daime kerk geen noemswaardige risico’s voor de volksgezondheid kleven. Weliswaar kan in individuele gevallen de in de Daime aanwezige stof DMT een mogelijk gezondheidsrisico vormen, doch de daarover verstrekte informatie en het gecontroleerde gebruik binnen de geloofsgemeenschap vormen naar het oordeel van de rechtbank een voldoende waarborg tegen onaanvaardbare gezondheidsrisico’s in die gevallen waarin het gebruik van de thee moet worden ontraden.

[verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard lid te zijn van de Santo Daime kerk te Amsterdam. Tevens is ter terechtzitting gebleken dat de ayahuasca thee die wordt gebruikt in het kader van de geloofsuitoefening, alleen in Brazilië op rituele wijze kan worden bereid en voor die bereiding gezien het proces en de riten waarmee deze is omkleed, geen alternatief in Nederland voorhanden is. Het invoeren van de ayahuasca thee vanuit Brazilië is voor de leden Amsterdamse kerk Santo Daime kerk derhalve essentieel om hun godsdienst te kunnen belijden. De invoer van die ayahuasca thee vanuit Brazilië naar Nederland is met een aantal waarborgen omkleed. Mevrouw [getuige 1] heeft ter terechtzitting als getuige onder ede verklaard dat de ayahuasca thee alleen kan worden meegenomen door personen die lid zijn van de Santo Daime kerk. Zij heeft verder bevestigd dat verdachte lid is van de Santo Daime kerk. De leden van de Santo Daime kerk moeten de gelofte afleggen voor de kerk te werken. In Brazilië kan de ayahuasca thee verkregen worden bij de heer [betrokkene 1], die aan de organisatie van de kerk in Brazilië is verbonden en de thee op rituele wijze bereidt. Wanneer iemand bij hem ayahuasca thee komt halen, verifieert hij vervolgens bij mevrouw [getuige 1] of deze persoon inderdaad gerechtigd is voor haar de vloeistof mee te nemen, alvorens dat ook daadwerkelijk mee te geven.

Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat in het geval van verdachte het op grond van het Verdrag inzake Psychotrope Stoffen in de wet gegeven verbod tot het invoeren van DMT, een zodanige inbreuk vormt op de vrijheid van godsdienst dat deze inbreuk niet kan worden beschouwd als te zijn noodzakelijk in een democratische samenleving, nu DMT een bestanddeel van de heilige ayahuasca thee vormt die alleen in Brazilië wordt vervaardigd en een wezenlijk onderdeel van de godsdienstige overtuiging voor de leden van de Santo Daime kerk is, ten gevolge van welk verbod de Santo Daime kerk tijdens de eredienst het belangrijkste sacrament binnen zijn godsdienst overtuiging niet kan ontvangen.

In dit geval dient voorts een afweging te worden gemaakt tussen enerzijds het belang van verdachte en de andere leden van de Santo Daime kerk dat geen inbreuk wordt gemaakt op het hun door het EVRM gewaarborgde recht op godsdienstvrijheid en anderzijds het belang van de Staat om zijn uit het Verdrag voortvloeiende verplichting tot het verbieden van DMT na te komen. Gezien het grote gewicht dat moet worden toegekend aan de vrijheid van godsdienst en de omstandigheid dat, zoals hiervoor is overwogen, de invoer van de ayahuasca thee met waarborgen omkleed is en aan het rituele gebruik van de ayahuasca binnen de beslotenheid van het kerkgenootschap Santo Daime te Amsterdam geen noemenswaardige gezondheidsrisico’s kleven, is de rechtbank van oordeel dat aan de bescherming van de godsdienstvrijheid in dit geval groter gewicht moet worden toegekend. Dit leidt ertoe dat in dit geval artikel 2 van de Opiumwet buiten toepassing dient te blijven.

De officier van justitie heeft zich beroepen op het arrest van de Hoge Raad van 9 januari 2007 ((LJN AZ2497). Dit arrest brengt de rechtbank echter niet tot een ander oordeel. De opmerking van verdachte ter terechtzitting dat het gebruik van de ayahuasca thee niet noodzakelijk is voor het belijden van haar godsdienst en het niet gebruiken niet aan het belijden in de weg staat, maakt de in dat arrest voorliggende casus geheel anders dan de onderhavige. Bovendien is een toetsing in concreto achterwege gebleven.

Verdachte zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging nu het bewezenverklaarde onder deze omstandigheden geen strafbaar feit opleveren.

5. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezene niet strafbaar en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging terzake daarvan.

6. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. W.A.F. Jansen, voorzitter,

mrs. Ph. Burgers en P.P.J. van der Meij, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. D.M.A. Richelle,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 maart 2009.

Mr. P.P.J. van der Meij is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Eindnoten:

1 De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 12 maart 2009 afgelegd.

2 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevinding en overdracht d.d. 30 december 2008 (dossierparagraaf 2.2).

3 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verdovende middelen d.d. 16 januari 2009 (dossierparagraaf 2.8).

4 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal d.d. 2 januari 2009 (dossierparagraaf 2.3).

5 Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal d.d. 2 januari 2009 (dossierparagraaf 2.4).