Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BH8782

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
25-03-2009
Datum publicatie
30-03-2009
Zaaknummer
356137 / CV EXPL 07-7649
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek om ontslag van instantie ingevolge artikel 27 lid 2 Fw. Verknochtheid van de conventie en de reconventie leidt ertoe dat de processuele band tussen beide vorderingen niet zonder meer mag worden verbroken. Het verzoek wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 356137 / CV EXPL 07-7649

datum uitspraak: 25 maart 2009

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de besloten vennootschap People Buy More Green B.V.

met in gang van 26 augustus 2008 in staat van faillissement verklaard,

met benoeming van mr. R. Mulder als curator

te Haarlem

eisende partij in conventie

verwerende partij in reconventie

hierna te noemen PBMG

gemachtigde mr. R.B.M. van Poorten

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats]

gedaagde partij in conventie

eisende partij in reconventie

hierna te noemen [gedaagde]

gemachtigde mr. M. Velsink

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 30 januari 2008, met de in dat vonnis genoemde gedingstukken;

- de akte na tussenvonnis van [gedaagde] en de akte uitlating na tussenvonnis van PBMG, beiden van 13 februari 2008;

- het proces-verbaal getuigenverhoor van 23 mei 2008;

- de akte uitlating getuigen PBMG van 4 juni 2008;

- het proces-verbaal getuigenverhoor van 25 augustus 2008;

- het faillissement van PBMG met ingang van 26 augustus 2008, met aanstelling van

mr. R. Mulder als curator;

- het bericht van de curator van 19 november 2008 dat het geding in conventie niet door hem wordt overgenomen;

- de akte [gedaagde] uitlating faillissement van 31 december 2008, tevens verzoek ontslag van instantie in conventie;

- het betekeningsexploot van [gedaagde] van 11 februari 2009 oproeping curator in reconventie.

Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

De verdere beoordeling

In conventie

Uit de processtukken blijkt dat PBMG met ingang van 26 augustus 2008 in staat van faillissement is gesteld, met aanstelling van mr. R. Mulder als curator (hierna: de curator). De curator heeft op 19 november 2008 te kennen gegeven het geding in conventie niet over te nemen na daartoe door [gedaagde] te zijn opgeroepen in de zin van artikel 27 lid 1 Faillissementswet (Fw). Vervolgens heeft [gedaagde] verzocht om ontslag van instantie in conventie.

De kantonrechter overweegt dat het verzoek om ontslag van instantie in conventie van [gedaagde] in beginsel op grond van artikel 27 lid 2 Fw toewijsbaar is. Dit is alleen anders, indien er feiten of omstandigheden zijn gesteld of gebleken op grond waarvan geoordeeld zou moeten worden dat toewijzing van het verzoek in strijd is met de eisen van een goede procesorde. Daarvan is onder meer sprake indien de vorderingen in conventie en reconventie zodanig verweven zijn dat de band tussen beide vorderingen niet zonder noodzaak dient te worden verbroken.

In het onderhavige geval zijn de vordering in conventie en die in reconventie ten nauwste met elkaar verweven; het verweer van [gedaagde] tegen de conventionele vordering dat aan hem geen geldlening is verstrekt, vormt in wezen de keerzijde van de stelling van [gedaagde] in de reconventionele vordering dat hij nog recht heeft op loonbetaling over de maanden maart, april en mei 2007. Het antwoord op de vraag of een geldlening is verstrekt is dus zowel voor het geschil in conventie als voor dat in reconventie beslissend. Een dergelijke verknochtheid van de conventie en de reconventie leidt ertoe dat de processuele band tussen beide vorderingen niet zonder meer mag worden verbroken. Door thans aan [gedaagde] het gevraagde ontslag van instantie te weigeren, kan zulks worden voorkomen. Op die grond zal derhalve het verzoek worden afgewezen en kan de procedure in beginsel worden voortgezet buiten bezwaar van de boedel, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 27 lid Fw.

Gelet evenwel op de verwevenheid met de procedure in reconventie zal de procedure in conventie om proceseconomische redenen eveneens worden aangehouden totdat in reconventie kan worden doorgeprocedeerd.

In reconventie

In reconventie heeft [gedaagde] bij betekeningsexploot van 11 februari 2009 de curator opgeroepen te verschijnen in reconventie voor de rol van 25 februari 2009. De curator is niet verschenen.

De kantonrechter overweegt dat artikel 26 Fw bepaalt dat rechtsvorderingen, die voldoening van een verbintenis uit de boedel ten doel hebben, gedurende het faillissement op geen andere wijze ingesteld kunnen worden dan door aanmelding ter verificatie. Het door [gedaagde] in reconventie gevorderde heeft ten doel de voldoening van verbintenissen uit de failliete boedel van PBMG. Voor wat dit gevorderde betreft schorst de kantonrechter de onderhavige procedure, gelet op artikel 30, tweede lid en artikel 29 van de Faillissementswet. De procedure slechts dan worden voortgezet, indien de curator de verificatie van de vordering betwist.

Beslissing

De kantonrechter:

In conventie:

- wijst het verzoek tot ontslag van instantie in conventie af;

- houdt de procedure aan totdat in reconventie kan worden voort geprocedeerd;

In reconventie:

- schorst het geding

In conventie en in reconventie:

- verwijst de zaak naar de parkeerrol van 24 juni 2009

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Udo de Haes en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.