Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BH8611

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
13-03-2009
Datum publicatie
27-03-2009
Zaaknummer
154564/HA RK 09-19
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wraking. Verzoek toegewezen. De bij verzoeker levende subjectieve vrees voor partijdigheid is door het verzuim van de rechter het onderzoek ter zitting overeenkomstig het bepaalde in artikel 8:16 lid 5 Awb te schorsen objectief gerechtvaardigd. Dit levert een uitzonderlijke omstandigheid op die leidt tot een zwaarwegende aanwijzing voor het oordeel dat de rechter jegens verzoeker heeft gehandeld op een wijze waardoor de onpartijdigheid geacht moet worden schade te hebben geleden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Wrakingskamer

Zaaknummer: 154564/HA RK 09-19

datum beslissing: 13 maart 2009

Op verzoek van: [verzoeker], verzoeker.

1. Procesverloop

1.1 Verzoeker heeft bij schriftelijk verzoek van 17 februari 2009 verzocht om uitstel van behandeling ter zitting van de enkelvoudige belastingkamer van de door hem aangespannen zaak, met zaaknummer 08/3033, hierna te noemen: de hoofdzaak. De rechter, […], heeft dit verzoek om uitstel afgewezen. Verzoeker heeft daarop, op dezelfde datum, schriftelijk een verzoek tot wraking van de rechter ingediend bij de rechtbank.

1.2 De rechter heeft niet berust in de wraking. Van het verhandelde ter zitting van de belastingkamer is proces-verbaal opgemaakt en ter hand gesteld aan de Wrakingskamer.

1.3 De Wrakingskamer heeft zitting gehouden op 2 maart 2009. Verzoeker is daar verschenen en heeft zijn standpunten naar voren gebracht. De rechter heeft schriftelijk op het verzoek gereageerd.

2. Het standpunt van verzoeker.

2.1 Voor de standpunten van verzoeker wordt verwezen naar het aangehechte proces-verbaal van de zitting van de Wrakingskamer.

3. Beoordeling

3.1 Ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert. Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor wraking, indien geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de hoofdzaak de bij een partij bestaande vrees voor partijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn. Het subjectieve oordeel van verzoeker is niet doorslaggevend.

3.2 Eiser heeft zijn verzoek om wraking in eerste instantie gebaseerd op de afwijzing van het verzoek om uitstel door de rechter. Daarenboven acht verzoeker de rechter onbetrouwbaar omdat de rechter de zaak toch ter openbare zitting heeft behandeld en het onderzoek ter zitting heeft gesloten, terwijl verzoeker zijn wrakingsverzoek nog vóór de aanvang van de zitting naar de rechtbank had gefaxt. Ook al zou de rechter pas kennis hebben genomen van het wrakingsverzoek tijdens de zitting, waar verzoeker niet vanuit gaat, dan had de rechter de zaak onmiddellijk moeten schorsen.

3.3 In zijn schriftelijke reactie heeft de rechter toegelicht dat bij de afwijzing van het verzoek tot uitstel door hem een afweging is gemaakt tussen de reden van het verzoek, het tijdstip van indiening, de mogelijkheid van vervanging bij verzoeker en de gevolgen voor de voortgang van de behandeling en de interne organisatie van de rechtbank. De rechter is van opvatting dat er geen grond is voor wraking. Naar het oordeel van de rechter staat de afwijzing van het verzoek tot uitstel van mondelinge behandeling en de wijze waarop die afwijzing tot stand is gekomen niet in de weg aan een onafhankelijke beoordeling van de zaak van verzoeker. In de afwijzing van het verzoek ligt zijns inziens geen partijdigheid besloten.

3.4 De Wrakingskamer is van oordeel dat door de rechterlijke beslissing tot afwijzing van het verzoek om uitstel op zichzelf geen schijn van partijdigheid is ontstaan. Het gaat hierbij om een aan de rechter voorbehouden procesbeslissing die hij, na afweging van de betrokken belangen, in vrijheid kan nemen en die voorts in eventueel hoger beroep kan worden getoetst door een andere gerechtelijke instantie, in dit geval het Gerechtshof te Amsterdam. In de toelichting van verzoeker en van de rechter heeft de Wrakingskamer geen aanwijzingen kunnen vinden die leiden tot de conclusie van enige vooringenomenheid van de rechter bij de afhandeling van het verzoek. Niettemin is niet ondenkbeeldig dat bij verzoeker daardoor het subjectieve gevoel is ontstaan, dat aan hem een ongelijkwaardige positie ten opzichte van de andere partij in de procedure is gegund. Aan verzoeker was immers na zijn ziekmelding te kennen gegeven dat hij schriftelijk een verzoek om uitstel kon indienen onder bijvoeging van een doktersverklaring. Toen hij korte tijd later inderdaad schriftelijk om uitstel verzocht, onder bijvoeging van een doktersverklaring, heeft de rechtbank dit verzoek op andere gronden afgewezen, te weten op de grond dat het verzoek niet tijdig was ingediend en dat verzoeker zich zou kunnen laten vervangen door zijn advocaat. Deze gronden waren echter ook reeds aanwezig op het moment dat hem werd medegedeeld dat het verzoek vergezeld moest zijn van een doktersverklaring en maken het overleggen van een doktersverklaring daarmee overbodig.

3.5 Verzoeker heeft voorts ingebracht aan de betrouwbaarheid van de rechter te twijfelen vanwege de onjuiste behandeling van eisers wrakingsverzoek. Uit het procesverbaal van zitting van 17 februari 2009 maakt de Wrakingskamer op dat de rechter tijdens de mondelinge behandeling van de zaak van verzoeker een fax in ontvangst heeft genomen en kennis heeft kunnen nemen van het verzoek tot wraking. Anders dan artikel 8:16, vijfde lid van de Awb voorschrijft heeft de rechter toen het onderzoek ter zitting niet aanstonds geschorst, doch het onderzoek gesloten en een datum voor de uitspraak bepaald. Eerst na de zitting heeft de rechter het wrakingsverzoek aan de Wrakingskamer voorgelegd en is de procedure stilgelegd.

3.6 Door het wrakingsverzoek ter zitting te negeren en de behandeling in strijd met artikel 8:16, vijfde lid van de Awb te sluiten en een datum voor de uitspraak te bepalen, heeft verzoeker een objectieve bevestiging gekregen van het bij hem aanwezige gevoel dat aan hem een ongelijkwaardige positie ten opzichte van de andere partij werd gegund. Door de wijze waarop de rechter tijdens de zitting heeft gehandeld jegens verzoeker heeft hij niet voorkomen dat bij verzoeker de gerechtvaardigde schijn van partijdigheid en vooringenomenheid is ontstaan.

3.7 De Wrakingskamer is van oordeel dat in deze situatie - los van de vraag of daadwerkelijk getwijfeld moet worden aan de onpartijdigheid van de rechter - de bij verzoeker reeds aanwezige subjectieve vrees voor partijdigheid – ontstaan door de negatieve beslissing op zijn verzoek tot uitstel van de openbare behandeling – objectief gerechtvaardigd is.

3.8 Het voorgaande levert een uitzonderlijke omstandigheid op, die leidt tot een zwaarwegende aanwijzing voor het oordeel, dat de rechter jegens verzoeker heeft gehandeld op een wijze waardoor de onpartijdigheid geacht moet worden schade te hebben geleden. De rechtbank zal het verzoek toewijzen.

3.9. Verzoeker heeft voorts ter zitting verzocht om vergoeding van proceskosten verband houdende met de onderhavige wrakingprocedure. Hij heeft dit bij brief van 2 maart 2009 nader gespecificeerd. De rechtbank wijst dit verzoek af, nu de Algemene wet bestuursrecht hierin niet voorziet.

Beslissing

De rechtbank:

4.1 wijst het verzoek om wraking toe;

4.2. wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af;

4.3 beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de rechter en de wederpartij een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden;

4.4 bepaalt dat de hoofdzaak verder zal worden behandeld door een andere rechter en beveelt dat het onderzoek ter zitting wordt heropend op een nader te bepalen tijdstip.

Deze beslissing is gegeven door mr. J. T. M. Nijenhof, mr. M.J. Smit en mr. C.A.M. van de Rest – van der Heijden, leden van de Wrakingskamer, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2009, in tegenwoordigheid van mr. P.J.M. de Jong als griffier.

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

proces-verbaal

RECHTBANK HAARLEM

Wrakingskamer

Zaaknummer: 154564/HA RK 09-19

Proces-verbaal van het verhandelde ter zitting in het wrakingverzoek van

[verzoeker], wonende te Schoorl, hierna te noemen: verzoeker,

Datum zitting: 2 maart 2009

Zitting hebben: mr. J. T. M. Nijenhof, mr. M.J. Smit en mr. C.A.M. van de Rest – van der Heijden, rechters; mr. P.J.M. de Jong, griffier.

Aanwezig:

[verzoeker], verzoeker, tot bijstand vergezeld van […].

De rechter om wiens wraking is verzocht, alsmede verweerder zijn, beiden met bericht van afwezigheid, niet verschenen.

Alle in dit proces-verbaal opgenomen verklaringen zijn zakelijk weergegeven.

Aan de orde is het wrakingverzoek van verzoeker. Hij heeft dit verzoek gedaan door middel van een faxbericht van 17 februari 2009, dat – blijkens het procesverbaal van zitting - ten tijde van de mondelinge behandeling van de door verzoeker aangebrachte zaak onder nummer 08/3033 aan het lid van de enkelvoudige kamer belast met de behandeling van belastingzaken is voorgelegd, mr. […]. De gewraakte rechter heeft zijn reactie bij schrijven van 20 februari 2009 kenbaar gemaakt.

Ter zitting heeft verzoeker hier nog het volgende aan toegevoegd:

Ik denk dat de rechter partijdig is. Ik heb dat in mijn eerste fax uiteengezet. Gisteren realiseerde ik me dat mijn faxapparaat niet goed getimed is. Op het verzendbericht bovenaan de bladzijde staat 13:46 uur, terwijl ik heb geklokt dat ik de fax om 13:30 uur verzond. In zijn procesverbaal schrijft de rechter dat hij de fax om 13:46 uur heeft ontvangen. Mijn faxapparaat staat fout. Ik heb tests genomen en daar blijkt dat uit.

Vóór de zitting begon heb ik een wrakingsverzoek ingediend, dan mag de rechter de zitting nooit beginnen. De rechter schrijft in zijn verdediging dat hij het bericht op 13:46 uur heeft ontvangen, daar stel ik vraagtekens bij. De rechter had de zitting nooit mogen laten doorgaan. Dat hij dat toch heeft gedaan, tekent zijn onbetrouwbaarheid.

Ik was ziek op de dag van de zitting. Om 9 uur heb ik naar de rechtbank gebeld. Ik werd teruggebeld om een uur of 10 met de mededeling dat ik naar een dokter moest. Ik ben daar heen geweest en heb een medische verklaring van de dokter gekregen. Ik heb toen gebeld met de rechtbank en later nog een fax gestuurd. Toen kreeg ik te horen dat ik hier moest zijn. Daar was toen geen tijd meer voor, ik moest uit Schoorl komen. Ik had nota bene al om 9 uur ’s ochtends gebeld! Ik wist niet dat ik een longontsteking had, ik dacht dat ik griep had.

Vervolgens schetst verzoeker een relaas van de procedures waarin verzoeker is verwikkeld naar aanleiding van een geschil met het waterschap. Verzoeker vervolgt:

De rechtbank heeft zich in eerdere zaken van mij 30 keer onbevoegd verklaard. Het Hof Amsterdam heeft al die zaken vernietigd. Ik zet vraagtekens bij de eerlijkheid van de rechtbank, het waterschap wordt de hand boven het hoofd gehouden.

Ik heb het proces-verbaal van de door mij gewraakte rechter globaal gelezen.

Mijn wrakingsverzoek is puur om reden van uitstel ingediend, meer niet. De rechter is niet objectief met zijn verhaal over mijn fax, hij is onbetrouwbaar.

Ik heb een advocaat, de heer [advocaat]. Hij had op de dag van de zitting geen tijd meer om daar aanwezig zijn. Ik ben geschaad in mijn verdediging. [advocaat] is niet ter zitting verschenen omdat hij een aantal spullen niet had, die lagen nog bij mij. [advocaat] zat in Leiden en ik in Schoorl, dan kan je niet verwachten dat hij die spullen dan nog even bij mij op komt halen. Ik zou samen met [advocaat] komen. [advocaat] heeft de pleitnota gemaakt. Hij wist van de zitting, maar mijn stukken had hij dus niet. En die zijn belangrijk. Dus moest er worden uitgesteld. Het komt er in deze zaak op neer dat ik de zaak doe en de advocaat kijkt of het juridisch goed gaat.

Heeft [advocaat] ook een brief over de wrakingzitting gekregen? Dat wist ik niet.

Ik heb de fax om 13:30 uur verzonden, nog voor de zitting. Ik stel dat de rechter schrijft dat het faxbericht om 13:46 uur is binnengekomen, maar waarschijnlijk heeft hij hem al veel eerder gezien. Ook al zou de rechter de fax pas om 13:46 uur hebben gezien, vanwege interne distributieproblemen, dan zou hij het onderzoek ter zitting moeten afbreken en dat heeft hij niet gedaan. Daarom is hij onbetrouwbaar.

Ik herhaal: mijn fax is voor de zitting binnengekomen. En al zou hij tijdens de zitting zijn binnengekomen, dan had de rechter de behandeling van de zaak moeten stoppen. De rechter heeft dit niet gedaan en is daarom onbetrouwbaar. Daarom heb ik hem gewraakt.

Ik heb een afspraak moeten afzeggen om hier te komen. Ik zal een verzoek tot proceskostenvergoeding aan de rechtbank richten.

De voorzitter van de Wrakingskamer sluit het onderzoek ter zitting en deelt mee dat op korte termijn, zo spoedig als mogelijk, uitspraak zal worden gedaan.

Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.

De griffier, De voorzitter,

mr. P.J.M. de Jong mr. J. T. M. Nijenhof

Afschriften zijn per post verzonden op: