Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BH7988

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
24-03-2009
Datum publicatie
26-03-2009
Zaaknummer
15/800008-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

drugshandel en witwassen; verdachte is op 2 januari op Schiphol aangehouden in het bezit van een duwersbol gevuld met cocaïne. Tevens heeft zij in de periode van 14 oktober 2007 tot en met 1 januari 2008 meermalen samen met anderen verdovende middelen Nederland uitgevoerd. Verdachte heeft daarnaast samen met anderen voorbereidingshandelingen verricht, gericht op het uitvoeren van verdovende middelen. De rol van verdachte bestond uit het vervoeren van de cocaïne naar Engeland.

Naar het oordeel van de rechtbank staan de door haar bewezen verklaarde feiten 2 en 3 in zodanig verband, dat zij moeten worden beschouwd als voortgezette handelingen. De bewezenverklaarde feiten zijn het gevolg van dezelfde (ongeoorloofde) wilsbesluiten en bestaan uit gelijksoortige handelingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Schiphol

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/800008-08

Uitspraakdatum: 24 maart 2009

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 05 maart 2009 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Groot-Brittannië),

wonende te [adres] (Groot-Brittannië).

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

feit 1

zij op of omstreeks 02 januari 2008 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, ongeveer 193,2 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, althans bevattende een (ander) middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

feit 2

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 14 oktober 2007 t/m 1 januari 2008,

te weten op:

- op 14 oktober 2007 (zaaksdossier C13) en/of

- op 12 december 2007 (zaaksdossier C15) en/of

- op 18 december 2007 (zaaksdossier C7) en/of

- op 29 december 2007 (zaaksdossier C8),

te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

feit 3

zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2007 tot en met 2 januari 2008 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, buiten en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen,

- zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of heeft verschaft en/of

- een of meer anderen getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of daarbij behulpzaam te zijn en/of daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of anderen betaalmiddelen voorhanden heeft gehad waarvan zij, verdachte, en/of haar mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en)

immers heeft/hebben zij, verdachte, en/of haar mededader(s) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens):

- (telefonische) contacten onderhouden met afnemers en/of koeriers en/of leveranciers van verdovende middelen en/of

- koeriers geronseld en/of laten ronselen voor in- en uitvoer van verdovende middelen en/of geldbedragen van en naar Nederland en/of

- (bolletjes) verdovende middelen geprepareerd en/of laten prepareren en/of

- geld ontvangen van en/of beschikbaar gesteld en/of

- (vlieg- en/of trein- en/of bus-)tickets geboekt en/of verstrekt en/of gekocht en/of laten boeken en/of laten verstrekken en/of laten kopen en/of

- een onderkomen geregeld voor koeriers gedurende hun verblijf en/of laten regelen en/of

- koeriers naar Schiphol en/of het Amstelstation gebracht en/of laten brengen en/of

- verpakkingsmateriaal en/of gereedschap ten behoeve van het prepareren van verdovende middelen (te weten lepel, soldeerbout, weegschaal, mondkap, plakband, boterhamzakjes en folie) voorhanden gehad;

feit 4

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 13 oktober 2007 t/m 31 december 2007, te weten op:

- 13 oktober 2007 (zaaksdossier C13) en/of

- 2 december 2007 (zaaksdossier C14) en/of

- 11 december 2007 (zaaksdossier C15) en/of

- 13 december 2007 (zaaksdossier C16) en/of

- 18 december 2007 (zaaksdossier C7) en/of

- 29 december 2007 (zaaksdossier C8) en/of

- 31 december 2007 (zaaksdossier C9),

te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en/of Amsterdam, in elk geval Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft zij, verdachte, een voorwerp, te weten een of meer geldbedrag(en), verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten een of meer geldbedrag(en), gebruik gemaakt, terwijl zij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

3.1. Gedeeltelijke vrijspraak

Ten aanzien van feit 3

Ten aanzien van de onder feit 3 ten laste gelegde feitelijkheden overweegt de rechtbank als volgt. Artikel 1 lid 5 van de Opiumwet bepaalt dat het begrip ‘buiten het grondgebied van Nederland brengen’ een ruime betekenis heeft en onder meer omvat: ‘het met bestemming naar het buitenland vervoeren, ten vervoer aannemen of ten vervoer aanbieden’.

Deze ruime definitie van het begrip ‘uitvoer’ brengt met zich dat in voorkomende gevallen handelingen die - wanneer dit ruime begrip niet zou hebben bestaan - onder voorbereidingshandelingen of onder het pogingsbegrip zouden vallen, nu vallen onder het voltooide delict van artikel 2 onder A van de Opiumwet.

De rechtbank is van oordeel dat het strijdig zou zijn met de systematiek van de Opiumwet indien dezelfde handelingen die door artikel 1 lid 5 van de Opiumwet onder het begrip ‘uitvoer’ worden gebracht (en daarmee het voltooide delict van artikel 2 onder A van de Opiumwet opleveren) tegelijkertijd aangemerkt zouden kunnen worden als voorbereidingshandelingen, in de zin van artikel 10a van de Opiumwet, ten aanzien van diezelfde uitvoer. Het voorgaande houdt in dat de rechtbank de ten laste gelegde feitelijkheden die vallen in de categorie ‘met bestemming naar het buitenland vervoeren, ten vervoer aannemen of ten vervoer aanbieden’, te weten:

koeriers naar Schiphol en/of het Amstel station gebracht en/of laten brengen,

niet zal aanmerken als voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 10a van de Opiumwet. In zoverre zal verdachte worden vrijgesproken.

3.2. Bespreking van een bewijsverweer

Ter terechtzitting heeft de raadsman, kort weergegeven, het volgende betoogd. Verdachte is buiten heterdaad aangehouden op grond van CIE-informatie in samenhang met vluchtgegevens, waaruit bleek dat verdachte op 2 januari 2008 een vlucht had geboekt. De zich in het dossier bevindende vordering op grond van de artikelen 126nd en/of 126ne van het Wetboek van Strafvordering (Sv), waarmee die vluchtgegevens waren opgevraagd, is te ruim en te algemeen geformuleerd en betreft bovendien een doorlopende vordering zodat deze niet voldoet aan de vereisten door die artikelen gesteld. Dit betekent dat de aanhouding van verdachte onrechtmatig is geweest en de bewijsmiddelen welke voort zijn gevloeid uit die aanhouding, namelijk het aantreffen van de duwersbol met cocaïne en de door verdachte afgelegde verklaringen, niet als bewijs kunnen worden gebezigd, aldus de raadsman.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe het volgende. In het dossier bevindt zich de vordering verstrekking historische en toekomstige gegevens van 24 december 2007 (dossier D0, pagina 199) welke kennelijk ten grondslag heeft gelegen aan het opvragen van de genoemde vluchtgegevens. De officier van justitie heeft ter terechtzitting medegedeeld dat deze vordering ten aanzien van de verdachten die figureerden in het onderzoek Guldenroede is afgegeven. Dit blijkt ook uit het proces-verbaal van verbalisant W.W. Blom van

24 december 2007 dat ten grondslag heeft gelegen aan het afgeven van de vordering (dossier D0, pagina 187). De vordering is afgegeven voor de periode van 27 december 2007 tot en met 24 januari 2008. De rechtbank is van oordeel dat deze periode niet dusdanig lang is dat de vordering niet voldoet aan hetgeen in de artikelen 126nd en 126ne Sv is bepaald. Nu uit genoemd proces-verbaal blijkt dat tijdens het onderzoek bleek dat veelvuldig werd gevlogen door of in opdracht van de verdachten in het onderzoek, kon niet worden verlangd dat voor elke vlucht een specifieke vordering werd afgegeven. De vordering bevat echter niet de naam of een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de persoon of personen over wie gegevens werden gevorderd, terwijl artikel 126nd, derde lid onder a Sv dit wel vereist. Uit de overige inhoud van het dossier blijkt dat de personalia van verdachte (en van een aantal andere verdachten) op 2 januari 2008 wel bekend waren. Derhalve is niet voldaan aan alle vereisten die de wet stelt aan een dergelijke vordering. Gelet op de mededeling van de officier van justitie ter terechtzitting dat bij het afgeven van een vordering door hem ten aanzien van de verdachten die voorkwamen in het onderzoek steeds is getoetst of een inbreuk op de bescherming van de persoonsgegevens kon worden gemaakt, is de rechtbank van oordeel dat het ontbreken van de personalia van verdachte niet een dusdanige inbreuk maakt op de belangen van verdachte dat het opvragen van vluchtgegevens op grond van deze vordering en daarmee de aanhouding van verdachte onrechtmatig is geweest. Derhalve zal de rechtbank niet overgaan tot uitsluiting van enig bewijsmiddel.

3.3. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat

feit 1

zij op 02 januari 2008 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, ongeveer 193,2 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

feit 2

zij in de periode van 14 oktober 2007 tot en met 1 januari 2008,

te weten op:

- op 14 oktober 2007 en

- op 12 december 2007 en

- op 18 december 2007 en

- op 29 december 2007,

te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en/of Amsterdam, meermalen telkens tezamen en in vereniging met een ander of anderen, telkens opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, telkens een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

feit 3

zij in de periode van 1 september 2007 tot en met 2 januari 2008 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en Amsterdam, meermalen, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

telkens om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, buiten het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen,

- zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van die feiten heeft getracht te verschaffen en/of heeft verschaft en/of

- een of meer anderen getracht te bewegen om die feiten te plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of daarbij behulpzaam te zijn en/of daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- voorwerpen en/of stoffen en/of gelden voorhanden heeft gehad waarvan zij, verdachte, en/of haar mededader(s) wist(en) dat zij bestemd waren tot het plegen van die feiten

immers heeft/hebben zij, verdachte, en/of haar mededader(s) tezamen en in vereniging met een ander of anderen:

- (telefonische) contacten onderhouden met afnemers en/of koeriers van verdovende middelen en/of

- koeriers geronseld en/of laten ronselen voor in- en/of uitvoer van verdovende middelen en/of geldbedragen van en naar Nederland en/of

- (bolletjes) verdovende middelen geprepareerd en/of laten prepareren en/of

- geld ontvangen en/of beschikbaar gesteld en/of

- (vlieg- en/of trein- en/of bus-)tickets geboekt en/of verstrekt en/of gekocht en/of

- een onderkomen geregeld voor koeriers gedurende hun verblijf en/of

- verpakkingsmateriaal en gereedschap ten behoeve van het prepareren van verdovende middelen (te weten lepel, soldeerbout, weegschaal, mondkap, plakband, boterhamzakjes en folie) voorhanden gehad;

feit 4

zij in de periode van 13 oktober 2007 tot en met 31 december 2007, te weten op:

- 13 oktober 2007 en

- 2 december 2007 en

- 11 december 2007 en

- 13 december 2007 en

- 18 december 2007 en

- 29 december 2007 en

- 31 december 2007,

te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en/of Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft zij, verdachte, voorwerpen, te weten geldbedragen, verworven, voorhanden gehad, en overgedragen, terwijl zij wist dat bovenomschreven geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in haar verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3.4. Bewijsmiddelen

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit op grond van de navolgende bewijsmiddelen. De door de rechtbank als processen-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde personen en voldoen ook overigens aan de daaraan bij de wet gestelde eisen. De opgenomen schriftelijke stukken worden slechts gebruikt in samenhang met de andere bewijsmiddelen.

Ten aanzien van feit 1, 2 en 3

• Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina 41, zaaksdossier C9), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Op 2 januari 2008 bevonden wij, verbalisanten, ons op de luchthaven Schiphol, gelegen in de gemeente Haarlemmermeer. Ik, Van der Meer, heb [verdachte] ter plaatse aangehouden. Ik, verbalisant Hipwell, heb verbalisant De Vries om assistentie verzocht teneinde [verdachte] aan een kledingonderzoek te onderwerpen. In afwachting van de komst van verbalisant De Vries verklaarde [verdachte] desgevraagd dat zij een zogenaamde duwersbol met cocaïne in haar lichaam had en dat zij deze zelf wilde verwijderen. [verdachte] heeft in bijzijn van, verbalisant De Vries, de zogenaamde duwersbol verwijderd uit haar vagina. Hierop heb ik de duwersbol in beslag genomen.

• Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen, verdovende middelen (dossierpagina 51, zaaksdossier C9), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Bij verdachte [verdachte] werd een zogenaamde duwersbol aangetroffen. Het nettogewicht van de aangetroffen stof, bedroeg totaal 193,2 gram. Monsterneming ingeschreven onder nummer 08-000306 A.

• Het deskundigenrapport van het Douane Laboratorium d.d. 8 januari 2008 opgesteld door mw. Drs. M.M. Sarneel, hoofdscheikundige (dossierpagina 73, zaaksdossier C9), onder meer inhoudende dat het monster onder nummer 08-000306A cocaïne bevat.

• Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] bij inverzekeringstelling (dossierpagina 59, zaaksdossier C9) inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Vandaag heb ik in Amsterdam een bol gekregen die ik mee moest nemen naar Londen. Ik moest de bol in mijn vagina stoppen. Ik zou hiervoor 500 Engelse ponden krijgen. Ik dacht dat het om cocaïne zou gaan.

Ten aanzien van de feiten 2, 3 en 4

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 13 oktober 2007 om 15: 53 uur tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] (dossierpagina 23, zaaksdossier C13), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[medeverdachte 1] noemt het bedrag van 1200 pond.

[medeverdachte 1] zal proberen vandaag vroeg klaar te zijn met zijn werk, want het is zaterdag en [medeverdachte 1] heeft zijn wiet nodig, [betrokkene 1] heeft daarna wiet voor [medeverdachte 1], dus [medeverdachte 1] vraagt of [betrokkene 1] het straks even langs kan komen brengen bij [verdachte].

[medeverdachte 1] zegt een paar keer dat the flight is going to finish early today.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 13 oktober 2007 om 16: 51 uur tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] (dossierpagina’s 24-25, zaaksdossier C13), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[medeverdachte 1]: naar heathrow, dus ik wil fucking dat je die wiet samen met die paper inpakt en in je “boom boom” stopt en over stuiteren (bounce over). Je hoeft niet al het papier erin te stoppen, alleen maar alle vijfhonderdjes met de.. (ntv).

[verdachte]: dat is een hoop geld, ik zal het we/in mijn handtas(purse) doen.

[medeverdachte 1]: ja ja. het is 20.000 toch ? (twenty thousend)

[verdachte]: is het..(ntv)..dun?

[medeverdachte 1]: ja precies, dus stop het in je poesje(pussy) met de wiet aub en doe de 50-jes of 100-jes...

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 13 oktober 2007 om 17: 19 uur tussen [medeverdachte 1] en NNM (dossierpagina 26, zaaksdossier C13), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[medeverdachte 1]: Je hebt tweeëntwintig (22) en nog iets euro’s, toch?

NN94: ja ja

[medeverdachte 1]: Ja

NN94: Tweeëntwintig (22) zeven (7)

[medeverdachte 1]: Drieëntwintigduizend zevenhonderd (23.700)?

NN94: Nee.. (door elkaar)

[medeverdachte 1]: twee en twintig (22).. ?

NN94: Twee en twintig (22)

[medeverdachte 1]: Sorry

NN94: Ja.

[medeverdachte 1]: Geef haar de ene om haar reis te betalen. En betaal de taxi uit ons geld..

NN94: heh?

[medeverdachte 1]: Betaal de taxi uit mijn geld, toch?

NN94: Oke.

[medeverdachte 1]: Je gaf haar het wiet [lett. the weed] en alles, toch?

NN94: [ntv] bovenop.. [ntv]

[medeverdachte 1]: Om het op te vullen?

NN94: Hmm.

[medeverdachte 1]: Oke dan.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 13 oktober 2007 om 18: 09 uur tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] (dossierpagina 27, zaaksdossier C13), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[medeverdachte 1]: het glijdt er zo makkelijk in daar?

[verdachte]: jaaa

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 13 oktober 2007 om 18: 57 uur tussen [medeverdachte 1] en NN vrouw [verdachte] (dossierpagina 29, zaaksdossier C13), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[medeverdachte 1]: Ben je al doorheen?

NNV: Ik ga er net doorheen. Dank je.

(…)

NNV: Ik ben nu bij International Departures… ga net door de controle…enz.

[medeverdachte 1]: heb je papieren in je zak?

NNV: Ehh.. nee in mijn portemonnaie en zo..het is oke, zeg het maar..

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 13 oktober 2007 om 22: 14 uur tussen [medeverdachte 1]/ NNV en [medeverdachte 2] (dossierpagina 32-33, zaaksdossier C13), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

NNv: Hoi. Die dingen die je gemaakt hebt, die worden gróót, weetje!

NN2: Ja?

NNv: Ja, ze worden wat onvoorzichtig.

NN2: Ok...

NNv: Ja, ze worden wat groot... ik vond gewoon dat je dat moest weten..

(…)

NN1: Ze hebben geklaagd over jou steeds, man…

NN2: Ja maar ehh ik weet niet… ik weet niet wat ik moet doen, man..

NN1: Maar het ziet er echt groot uit, maat…

(…)

NN2: JA! (mompelt: ) Ze zijn gewoonlijk groot, weet je.

(…)

NN2: We doen ze altijd iets langer en niet dik.

• Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina 38, zaaksdossier C13), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Ik, verbalisant, zag onder andere de navolgende naam op bovengenoemd passagierslijst vermeld staan: Date 13/10/2007 British Midland BD113 LHR-AMS, Name [verdachte].

• Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina 46, zaaksdossier C13), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Boekingslijst EZY5116 Amsterdam-Gatwick 14 oktober

Ik, verbalisant, ontving de boekingsgegevens van vlucht EZY5116 van Amsterdam naar Gatwick Londen van de luchtvaartmaatschappij Easyjet. Ik, verbalisant, zag onder andere de navolgende gegevens vermeld staan: [verdachte], 0 stuk bagage.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 2 december 2007 om 02:19 uur tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] (dossierpagina 15, zaaksdossier C14), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[medeverdachte 1] zegt, je hoeft niet alles te wisselen, je hebt het geld voor je vlucht. Ze moet dat geld apart houden. Vrouw gaat ‘hem’ nu bellen. Vrouw vraagt hoeveel ze eruit moet halen. Twee biljetten [lett. Twee bills], zeg [medeverdachte 1] maar het is al gewisseld.

Vrouw zegt ‘hij’ moet toch twee biljetten hebben want ik betaal de vlucht niet.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 2 december 2007 om 14:20 uur tussen [medeverdachte 1] en NNvrouw [verdachte] (dossierpagina 25, zaaksdossier C14), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[medeverdachte 1]: Hoeveel ponden gaf je aan haar?

NNM: Ehh..negen honderd vijf en zeventig.

[medeverdachte 1]: 9 7 5

NNM: Negen honderd vijf en zeventig..ja.

(…)

[medeverdachte 1]: Maar ik heb die vijf ‘bulls’ [vermoedelijk vijftig] morgen nodig dat weet je.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 10 december 2007 om 11:32 uur tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] (dossierpagina 32, zaaksdossier C15), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[verdachte]: “en wat verwacht je dat ik over een uur doe? Om het te doen ja?

[medeverdachte 1]: “ja alsjeblieft, ik heb hier ook 7200 (‘bills’) nodig”

[verdachte]: “aha”

[medeverdachte 1]: “we zijn helemaal blut hierzo”

[verdachte]: Oke

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 10 december 2007 om 12:34 uur tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] (SH) (dossierpagina 33, zaaksdossier C15), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[medeverdachte 1] vraagt of [verdachte] ‘dat’ al naar [betrokkene 2] heeft verstuurd.

(…)

[medeverdachte 1] zal een naam regelen waar [verdachte] 200 pond op moet versturen, hier naartoe.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 10 december 2007 om 12: 35 uur tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] (NG) (dossierpagina 34, zaaksdossier C15), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[medeverdachte 1] zegt dat [verdachte] 800 voor [betrokkene 2] moet laten, dat is een noodgeval, [verdachte] moet alles bij elkaar 1100 pond meenemen. [verdachte] zegt oke. (…) [medeverdachte 1] zegt dat [verdachte] te veel praat over geld via deze telefoon en daar baalt [medeverdachte 1] van. [medeverdachte 1] heeft [verdachte] toch al verteld dat dat geld is om de business van [medeverdachte 1] te financieren. [betrokkene 2] krijgt helemaal geen geld, het is voor de mensen die daar zitten. [betrokkene 2] krijgt pas geld als iedereen zijn geld krijgt.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 11 december 2007 om 11:03 uur tussen [medeverdachte 1] en NVV ([verdachte]) (dossierpagina 45, zaaksdossier C15), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[verdachte] geeft het volgende nummer door: [nummer] en het is verstuurd op [verdachte]’s volledige naam.

[medeverdachte 1] zegt oke.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 12 december 2007 om 14:13 uur tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] (dossierpagina 56, zaaksdossier C15), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[medeverdachte 1]: Ik wil je niet gek maken. ja? Maar eh.. kan je alsjeblieft stuiteren (‘bounce’)?

[verdachte]: Ja, maar ik ben net gisteren pas gekomen, weet je..

(…)

[medeverdachte 1]: Ik weet het, maar een meisje moet via die weg (‘has to pass that way’), weet je..

[verdachte]: Ja, maar ik wil niet via die andere weg gaan, ik kan het niet op die manier doen (‘can‘t do it that way’), het is te veel..

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 12 december 2007 om 15: 46 uur tussen [medeverdachte 1] en NNman (dossierpagina 57, zaaksdossier C15), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[medeverdachte 1] vraagt of NNman condooms voor hem kan meebrengen.

(…)

[medeverdachte 1] wil dat NNman de chauffeur vraagt waar ze condoom kunnen krijgen. NNman heeft geen dinges bij zich, maar zegt dat er nog condooms in de dingen liggen, in de doos. [medeverdachte 1] heeft die al meegenomen, toen hij naar het andere huis ging.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 13 december 2007 om 01: 08 uur tussen [medeverdachte 1] en [betrokkene 3] (dossierpagina 61, zaaksdossier C15), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[betrokkene 3]: ... Ja… Is [verdachte] niet bij je?

[medeverdachte 1]: Nee. Ze stuitert (‘bounce’)

[betrokkene 3]: Zij stuitert?

[medeverdachte 1]: Ja

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 13 december 2007 om 07:30 uur tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] (dossierpagina 62, zaaksdossier C15), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[verdachte]: mmm

[medeverdachte 1]: je bent okee ja?

[verdachte]: huh huh (=bevestigend)

[medeverdachte 1]: Je bent over ja?

[verdachte]: ja man… ik was aan het slapen (fon)

• Schriftelijk stuk, bijlagen bij het proces-verbaal bevindingen d.d. 11 januari 2008, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende (dossierpagina 20-23, zaaksdossier C15):

Send date : 11/12/2007

MTCN : 4092619064

Paid Date : 11/12/2007

Recording Agent country : Netherlands

Recording Agent City : Amsterdam Zuidoost

Name Sender : [verdachte]

Name Payee : [betrokkene 4]

Paying Agent Country : United Kingdom

Amount Paying principa1 : 133.37 euros

• Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 januari 2008, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende (dossierpagina 65, zaaksdossier C15):

Per fax werden door busmaatschappij “Eurolines” Nederland de navolgende gegevens ter beschikking gesteld:

Eén passagierslijst betreffende de busreis van Amsterdam naar Londen d.d. 12 december 2007. Ik, verbalisant, zag dat op deze lijst, onder andere, de navolgende gegevens zijn vermeld: Mrs [verdachte] 0001262123 Amsterdam -London 22.00 GBR P. 094512891.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 13 december 2007 om 13: 23 uur tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] (dossierpagina 21 zaaksdossier C16), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[verdachte]: Wat zei je, 1 3 7 5?

[medeverdachte 1]: Ja.... Ben je in de winkel?

[verdachte]: Nee. .maar dat, dat, dat gaat ten koste van mijn 200 (‘2 bills’) om daar te komen en zo.

[medeverdachte 1]: Ah.. maar je hebt daar toch 16?

[verdachte]: Ja, er is 16..

[medeverdachte 1]: Ja, dus (ntv) deel zoals gewoonlijk.

[verdachte]: Ja, maar dit is 1 3 en ik heb..

[medeverdachte 1]: Oke.. nee, nee, je hebt toch 1 50, je moet proberen.. 100 is.. laat me de Flat (fon) bellen, ik bel je terug, een minuutje, ja?

[verdachte]: Oke.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 13 december 2007 om 13: 26 uur tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] (dossierpagina 22 zaaksdossier C16), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[medeverdachte 1]: Ja, maar je zult nog meer geld krijgen, dus als er iets is, dan neem je daar maar 20 of 30 pond van of net wat je nodig hebt.

[verdachte]: Van dat geld, ja?

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 13 september 2007 om 14:08 uur tussen NNman en [medeverdachte 1] (dossierpagina 28 zaaksdossier C16), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

(…)

[medeverdachte 1]: Dat is je eigen probleem bro, ik zit op jou te wachten, ja? Kom op. Je zult vijf moeten sturen of zoiets bro.

(…)

[medeverdachte 1]: Geef het gewoon aan haar man!

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 13 december 2007 om 15: 20 uur tussen [medeverdachte 1] en NNman (dossierpagina 32 zaaksdossier C16), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[medeverdachte 1]: Je hebt haar het geld enzo gegeven? Ja?

NNM: Ja

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 13 december 2007 om 16: 52 uur tussen [medeverdachte 1] en NNman (dossierpagina 33 zaaksdossier C16), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[verdachte] is in Gatwick en neemt een Easyjet vlucht, ze gaat niet met BA wat [medeverdachte 1] dacht. De vlucht vertrekt om 5 over 4. [verdachte] verzoekt of er iemand is in Amsterdam om haar af te halen, of “[betrokkene 5]” (vrijwel onverstaanbaar) daar kan zijn bijvoorbeeld.

• Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 17 januari 2008, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende (dossierpagina 38, zaakdossier C16):

Ik, verbalisant, ontving de passagierslijst van vlucht EZY51 07 van Londen Gatwick naar Amsterdam van 13 december 2007 van de luchtvaartmaatschappij Easyjet.

Ik, verbalisant, zag onder andere de navolgende naam op bovengenoemd passagierslijst vermeld staan: Date 13/12/2007, Easyjet 5107 EZY5107 LGW-AMS, Name [verdachte].

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 17 december 2007 om 13.22 uur tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] (dossierpagina 17, zaaksdossier C7) – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende:

(…)

[medeverdachte 1] vraagt of [verdachte] niet vanavond kan komen en dan morgen vroeg terug kan stuiteren.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 17 december 2007 om 21.06 uur tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] (dossierpagina 21, zaaksdossier C7), - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende:

[verdachte]: Ik moet een trein pakken, want wanneer ik daar kom moet dat ding nog daarheen toe gaan ja, zou dat de andere helft moeten pakken na half vijf.

[medeverdachte 1]: Fuck me now.

[verdachte]: Ja.

[medeverdachte 1]: Dus hoeveel heb je in je kut zitten?

[verdachte]: 15 maar.

(…)

[verdachte]: Ik heb 100 pond nodig voor mijn ticket.

[medeverdachte 1]: Ja (maar) dat is genoeg.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 17 december 2007 om 21.27 uur tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] (dossierpagina 23, zaaksdossier C7), - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende:

Inhoud sms bericht:

Goede bui, die verdomde missie heeft me laten bloeden en mijn menstruatie was pas 2 weken geleden. Dit is dus niet goed.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 18 december 2007 om 15.33 uur tussen [medeverdachte 1] en NNman0791 (dossierpagina 29, zaaksdossier C7), - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende:

[medeverdachte 1]: De man die me de food heeft gegeven wil 500 euro.

(…)

[medeverdachte 1]: [verdachte] komt wel over met geld, weet je, maar het is het gezeik, [betrokkene 6] man.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 18 december 2007 om 21.11 uur tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] (dossierpagina 36, zaaksdossier C7), - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende:

[medeverdachte 1]: Op dat andere ding, het andere ding, het lange ding. Ze stellen je geen vragen daar of wel?

[verdachte]: Over heb je, of je P hebt?

[medeverdachte 1]: Ja.

[verdachte]: Nee….dat vragen ze je niet..

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 18 december 2007 om 23.10 uur tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] (dossierpagina 37, zaaksdossier C7), - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende:

[medeverdachte 1]: Je bent hier, je bent er al doorheen, ja?

[verdachte]: Nee, nog niet, ik zit nog in het vliegtuig.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 18 december 2007 om 23.34 uur tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] (dossierpagina 38, zaaksdossier C7), - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende:

[medeverdachte 1]: Ben je terug?

[verdachte]: Maar ik ben niet echt blij…Huh?

(…)

[medeverdachte 1]: Zeg tegen hem dat je een taxi vanaf Heathrow neemt en dat je wilt dat hij hem betaald, ja?

[verdachte]: Oh, zal ik dat tegen hem zeggen.

[medeverdachte 1]: Ja, want hij zal het ding van je overnemen, ja?

[verdachte]: Ja.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 18 december 2007 om 23.42 uur tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] (dossierpagina 40, zaaksdossier C7), - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende:

[verdachte]: Ja, wat is hij..ehm…wat moet hij mij geven.. jouw geld (‘P’) geven om hier te houden?

[medeverdachte 1]: Hij moet je gewoon 6 duizend (‘bags’) geven.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 18 december 2007 om 23.43 uur tussen [medeverdachte 1] en NNman Gee3377 (dossierpagina 41, zaaksdossier C7), - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende:

[medeverdachte 1]: Het is flake, het is flake, hoe je het ook wendt of keert, het is flake, begrijp je, altijd als ik flake doe, ja, kan ik maar 200 met een meid sturen, snap je wat ik tegen je zeg.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 19 december 2007 om 00.54 uur tussen [medeverdachte 1] en NNvrouw3360 [[verdachte]] (dossierpagina 43, zaaksdossier C7), - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende:

[verdachte]: Jij okee?

[medeverdachte 1]: Waar ben je?

[verdachte]: Ik ben hier… met NTV

[medeverdachte 1]: Heb je al met hem gesproken?

[verdachte]: Ja, ik ben nu bij hem.

[medeverdachte 1]: Okee.

(…)

Nnman komt aan telefoon. [medeverdachte 1] noemt hem Gee

NNM: Ik zou krijgen…Het was zeven, toch?

[medeverdachte 1]: Ja.

NNM: En we trekken de andere stukken daar vanaf..de vijf..

(…)

[medeverdachte 1]: Geef haar gewoon…wat geef je haar nu? Zeven toch?

NNM: Ja, ja, ja.. en ik haal van de andere in ieder geval. Dat is goed.

(…)

NNM: Ja, want hij gaat…Want het zal een uur zijn voordat ze terug komen.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 21 december 2007 om 17.21 uur tussen [medeverdachte 1] en [betrokkene 6] (dossierpagina 48, zaaksdossier C7), - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende:

[medeverdachte 1] heeft [verdachte] over laten stuiteren met 200 en dat is in feite wat [medeverdachte 1] het papierbedrag van heeft gekregen als [verdachte] niet over was gestuiterd dan zou [medeverdachte 1] kapot geweest zijn, [medeverdachte 1] heeft HEM het meeste geld betaald maar HIJ vraagt om nog 6000 maar [medeverdachte 1] zal HEM nog een paar dagen aan het lijntje moeten houden, de vriend van [medeverdachte 1] komt over met 10 bags.

• Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina 127, zaaksdossier C7), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Ik, verbalisant, ontving de passagierslijst van vlucht BD114 van Amsterdam-Londen Heathrow van 18 december 2007 van de luchtvaartmaatschappij British Midland.

Ik, verbalisant, zag onder andere de naam [verdachte] op bovengenoemde passagierslijst staan.

• Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina 132, zaaksdossier C7), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Ik, verbalisant, ontving de passagierslijst van vlucht EZY5107 van Londen Gatwick naar Amsterdam van 18 december 2007 van de luchtvaartmaatschappij Easyjet. Ik, verbalisant, zag onder andere de navolgende naam op bovengenoemd passagierslijst vermeld staan: Campbell/[verdachte].

Ik, verbalisant, ontving de boekingsgegevens van [verdachte] met PNR-nummer ED29FXS, van vlucht EZY5107 d.d. 18 december 2007 van Londen Gatwick naar Amsterdam van de luchtvaartmaatschappij Easyjet. Ik, verbalisant zag onder andere de navolgende gegevens vermeld staan: [verdachte] 0 stuks bagage.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 28 december 2007 om 14.07 uur tussen [medeverdachte 1] en NNvrouw (dossierpagina 18, zaaksdossier C8), - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende:

[medeverdachte 1]: Ik kom over een uur of twee, ik wacht op [verdachte] die komt met het vliegtuig uit Birmingham.

NN: Goed

[medeverdachte 1]: Ze heeft papieren en alles, maak je niet ongerust.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 29 december 2007 om 16.03 uur tussen [medeverdachte 1] en NNman (dossierpagina 24, zaaksdossier C8), - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende:

(…)

[[verdachte] komt aan de telefoon]

(…)

[verdachte]: Ja, ok is alleen denk ik dat het wel langer gaat duren zo, maar goed ik ga sowieso niet klagen dus laat “het” er maar zo in (leave it in)…

[medeverdachte 1]: Dus het hangt er niet uit?

[verdachte]: Nou, ik heb het nog niet geprobeerd, maar…

[medeverdachte 1]: Nou probeer het! Probeer het man! (stemverheffend en drukopvoerend)

[verdachte]: …..hangt het er uit uit hoe dan ook (hang out anyway)

[medeverdachte 1]: Probeer het, alsjeblieft, probeer het. Alsjeblieft, voordat die man terugbelt

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 29 december 2007 om 22.57 uur tussen [medeverdachte 1] en NNman (dossierpagina 31, zaaksdossier C8) – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudende:

(…)

[medeverdachte 1]: Morgen is het er, bro.

NN: Morgen nou, ja?

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 30 december 2007 om 17.51 uur tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] (dossierpagina 38, zaaksdossier C8), - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende:

[verdachte] zegt dat ‘hij’ heeft gebeld en zei dat hij op zijn tester zit te wachten.

• Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina 43, zaaksdossier C8), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Per fax werd door busmaatschappij Eurolines Nederland de navolgende gegevens ter beschikking gesteld. Een boekingslijst en twee passagierslijsten betreffende de busreis van Amsterdam naar Londen d.d. 29 december 2007. Op de boekingslijst staat vermeld: [verdachte]. Op een van de passagierslijsten staat vermeld: [verdachte].

• Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van onderzoek zaaksdossier C8 (dossierpagina 7, zaaksdossier C8) inhoudende – zakelijk weergegeven – onder meer het navolgende:

De vluchtgegevens zijn opgevraagd van de vlucht van BMI Baby met nummer WW0111 d.d. 29 december 2007 van Birmingham (Engeland) naar Schiphol. Op deze passagierslijst van deze vlucht stond onder andere vermeld: [verdachte].

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 31 december 2007 om 19.21 uur tussen [medeverdachte 1] en NNM 0547 (dossierpagina 16, zaaksdossier C9), - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende:

[medeverdachte 1]: Je weet dat het geld 600 pond te weinig is toch?

(…)

[medeverdachte 1]: ja dus het had zeven duizend (bags) blood moeten zijn zeven.

NN: Wacht eens even (schreeuwen door elkaar). Je hebt helemaal niet…

[medeverdachte 1]: Luister naar me! Ik heb het eten verkocht/verstuurd (shot) voor 775 per ounce (a oz) Het komt op 6975…

• Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 3 januari 2008 (dossierpagina 37, persoonsdossier B6) inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

A: Een dag voor nieuwjaarsdag kwam ik aan in Nederland. Ik was naar Brussel gereisd en daar kwam iemand me ophalen en heeft me naar de Bijlmer gebracht.

(…)

A: Ik ben in de Bijlmer gebleven bij een vriend. Ik wil niet zeggen hoe die vriend heet. Hij is Engels. Hij heeft wel met deze smokkel te maken. Hij heeft de cocaïne aan me gegeven.

(…)

V: Wanneer kreeg u de cocaïne?

A: Op de dag van vertrek kreeg ik de cocaïne. Er kwam een Afrikaans persoon naar de Bijlmer en van hem kreeg ik de cocaïne.

V: Hoe bent u naar Schiphol gegaan?

A: Ze hadden een snorder voor me gebeld. Ik had geld gekregen om de snorder en een vliegticket te betalen.

V: Wat zou u in Engeland moeten doen?

A: Ik zou naar huis gaan en dan zou ik gebeld worden voor een afspraak om de cocaïne over te dragen.

V: Wat is de reden dat u drugs gesmokkeld heeft?

A: Voor het geld.

V: Bent u tijdens uw reis nog gebeld op de telefoon door iemand van de organisatie?

A: Nee, hij staat wel in mijn telefoon. Het is het enige recente Nederlandse nummer in mijn telefoon.

• Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 24 januari 2008, om 12.15 uur (dossierpagina 46, persoonsdossier B6) inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

V: Heb je een mobiele telefoon?

A: Ja

V: Wat is daar het nummer van?

A: [telefoonnummer].

V: In jouw verklaring na je aanhouding zeg je dat het nummer van jouw opdrachtgever in je telefoon staat als enige recentelijk gebelde Nederlands contact, klopt dat?

A: Ja.

V: Wij tonen de verdachte een foto van [medeverdachte 1] en vragen haar of zij de man op de foto herkend.

A: Ja, ik herken hem.

V: Is dit jouw opdrachtgever?

A: Ja, dit is hem.

V: Weet je zijn naam?

A: Ja, ik weet alleen zijn voornaam. Hij heet [medeverdachte 1], maar ik noem hem bij zijn bijnaam. Zijn bijnaam is [medeverdachte 1].

V: Wanneer en hoe ben je in Nederland aangekomen?

A: Ik ben per trein naar Brussel gegaan. Ik ben oudjaarsdag aangekomen in Brussel.

V: Hoe ben je van Brussel naar Nederland gekomen?

A: [medeverdachte 1] heeft me opgehaald met een huurauto.

V: Wat heb je toen voor [medeverdachte 1] meegenomen naar Nederland?

A: Geld. [medeverdachte 1] heeft me gevraagd om geld mee te nemen.

(…)

V: Van wie heb je het geld gekregen?

A: Een van [medeverdachte 1] zijn vrienden had het aan mij gegeven.

(…)

V: Wanneer jij en [medeverdachte 1] het hebben over “food”, wat bedoelen jullie hiermee dan?

A: Zijn drugs.

V: Wat bedoelen jullie als jij en [medeverdachte 1] het hebben over paper?

A: Geld.

(…)

V: Hoe zou het geld voor de drugs weer bij [medeverdachte 1] terecht komen?

A: Soms via WESTERN UNION, soms ook persoonlijk met een vlucht naar Nederland.

V: Wat heb je verder nog voor [medeverdachte 1] gedaan en hoelang ben je daar al mee bezig?

A: Ik doe het voor een paar maanden. Ik doe geld ophalen of geld wisselen voor hem. De dingen die hij zelf niet kan doen.

• Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 24 januari 2008, om 14.10 uur (dossierpagina 52, persoonsdossier B6) inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

V: Volgens onze gegevens ben je op 29 december ook in Nederland aangekomen, wat kan je daarover verklaren?

A: Het kan zijn dat ik geld gebracht heb voor [medeverdachte 1] of dat ik hem gewoon kwam opzoeken.

V: Weet je dat zeker?

A: Nee, ik geloof dat ik hem geld gebracht heb. Ik dacht dat het een paar duizend euro’s was.

(…)

V: Wat kwam die persoon in het huis doen?

A: Hij kwam dat ding inpakken. Ik was er niet bij toen hij dit deed.

V: Was het dezelfde persoon als waarvan je op 2 januari 20087 de drugs kreeg?

A: Ja, dit was dezelfde persoon.

V: Wat heeft de 1e Afrikaanse man je gegeven in het huis van [medeverdachte 1] op 29 december?

A: Hij gaf mij een klein pakje, net zoals ik had toen ik aangehouden werd.

V: Wat zat daarin?

A: Ik denk hetzelfde als waarvoor ik was aangehouden. [medeverdachte 1] wil niet dat ik het zie.

V: Wat heb je gedaan toen de 1e Afrikaanse man weg was?

A: Ik had het ergens in het huis neergelegd, totdat ik klaar was om te vertrekken naar mijn huis.

V: Hoe ben je vervolgens terug naar Engeland gegaan?

A: Ik ging per bus.

V: Wat heb je gedaan toen je in Engeland aankwam?

A: [medeverdachte 1] had me gebeld. Ik ben toen naar mijn woning gegaan. Iemand zou het bij me komen ophalen.

V: Aan wie moest je de cocaïne overdragen?

A: aan een vriend van [medeverdachte 1].

V: Is dat ook gebeurd. Is deze vriend ook naar je toe gekomen?

A: Ja, dat is gebeurd. Ook al heeft het heel lang geduurd voordat dat spul uit mijn woning was.

V: hoeveel geld krijg je voor het meenemen van cocaïne?

A: 500 pond per keer.

(…)

V: Hoe vaak heb je al cocaïne gesmokkeld voor [medeverdachte 1]?

A: Ik heb het een paar keer gedaan. Ik weet niet hoeveel keer. Soms als ik al naar huis zou gaan dan wilde [medeverdachte 1] dat ik lette op mensen die dan het spul bij zich hadden. Ik moest dan op ze letten dat het spul niet gestolen wordt.

V: Heeft [medeverdachte 1] dezelfde mensen om het spul heen en weer te brengen?

A: Bijna allemaal Nederlandse meiden.

(…)

V: Zijn er naast jou, nog andere meiden die mensen begeleiden voor het vervoeren van drugs?

A: Ja, Nederlandse meiden.

(…)

V: Wat deed [medeverdachte 2] voor [medeverdachte 1]?

A: Inpakken.

V: Wat pakte [medeverdachte 2] in?

A: Hij pakte het spul in, wat ik ook bij me had toen ik werd aangehouden.

(…)

V: Wij tonen de verdachte een foto van [medeverdachte 2] en vragen haar of zij de persoon op de foto herkend.

A: Ja, dit is [medeverdachte 2].

Ten aanzien van feit 3

• Het tapgesprek d.d. 25 oktober 2007 om 17.33 uur tussen [medeverdachte 3] en [betrokkene 7] (dossierpagina 22, zaaksdossier C1), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[medeverdachte 3]: [betrokkene 7]? [medeverdachte 3]. Heb je morgen zin om met ding/spul te gaan?

(…)

[medeverdachte 3]: Maar dan met het vliegtuig weet je.

[betrokkene 7]: Ja. Ja. Eigenlijk wil ik wel gaan ja.

[medeverdachte 3]: Weet je het zeker?

[betrokkene 7]: Ja, eigenlijk wel ja, maar dan wil ik mijn geld wel daar beneden.

(...)

[medeverdachte 3]: Ja, eeh, [medeverdachte 1] krijgt ze het geld daar beneden? [betrokkene 7], als ze morgen gaat, krijgt ze het geld daar dan? (opm. tolk: de stem van [medeverdachte 1] is te horen op de achtergrond. [medeverdachte 1]: …..wie?.....ja, ja, ja)

[medeverdachte 3]: Hij zei ja.

[betrokkene 7]: En jij dan, wat doe jij?

[medeverdachte 3]: Dat weet ik niet, maar ik wil wel met dat klereding gaan.

[betrokkene 7]: Ja, maar wil jij ook gaan werken?

[medeverdachte 3]: Ja, maar hij heeft nog alleen maar eentje nodig, begrijp je?

(…)

[betrokkene 7]: Ja, maar wat denk jij, met dingen gaan of leeg komen, leeg gaan?

(…)

[medeverdachte 3]: En we hebben een gratis vlucht (stv) plus we hebben meer geld over.

(…)

[betrokkene 7]: Ja man, ik ga wel vandaag eeh ik wil wel doen morgen.

• Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 3] d.d. 31 januari 2008, om 11.00 uur (dossierpagina 80, persoonsdossier B2) inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

V: Wij tonen aan verdachte een foto van verdachte [verdachte].

V: Herken je deze vrouw?

A: Ja! dat is [verdachte].

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 17 december 2007 om 12.01 uur tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] (dossierpagina 55, zaaksdossier C5), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[medeverdachte 1] zegt dat [medeverdachte 4] naar hem moet komen want hij heeft business voor hem.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 17 december 2007 om 15.00 uur tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] (dossierpagina 57, zaaksdossier C5), zakelijk weergegevens onder meer inhoudende:

[medeverdachte 1]: Vertel het me, man, ik heb meiden (‘chicks’) nodig.

(…)

[medeverdachte 4]: Ja, ik ben nog steeds voor je op zoek, toch.

(…)

[medeverdachte 1]: Een is goed, een is goed, weet je nog..

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 17 december 2007 om 17.02 uur tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] (dossierpagina 64, zaaksdossier C5), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[medeverdachte 4] zegt dat het Turkse meisje net terug heeft gebeld en ZIJ zegt dat ZIJ iedereen weer bij elkaar zou brengen.

(…) [medeverdachte 1] vind het fijn dat [medeverdachte 4] hard aan het werk is.

• Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [betrokkene 8] (dossierpagina 269, zaaksdossier C5), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

A: Ik kan mij niet al te veel herinneren van de ontmoeting met [medeverdachte 3] in het Grandcafe.

V: Werd er bij de ontmoeting over drugs gesproken?

A: Nou dat weet ik niet, maar [medeverdachte 3] zei wel tegen mij dat ze me nog zou bellen.

V: Wanneer belde ze je?

A: De volgende dag belde [medeverdachte 3] naar [betrokkene 9], want mijn nummer heeft ze niet. Ik hoorde toen [betrokkene 9] praten aan de telefoon en ik hoorde dat het ging over het naar Londen gaan. Ik werd door [betrokkene 9] gebeld waar ik bleef, want [medeverdachte 3] was er al. Ik bedoel bij het huis van [betrokkene 9]. Ik zag dat [medeverdachte 3] in deze zitten samen met een man die ik niet kende. Het is een negroïde man.

V: Wat heb je toen gedaan?

A: Ik ben toen naar boven gegaan om mijn tas te pakken. Toen we in de auto zaten is er wel over drugs gesproken.

V: Wat werd er dan gezegd?

A: [medeverdachte 3] begon hier over. [medeverdachte 3] vroeg of we serieus waren. Ik vroeg aan [medeverdachte 3] of we de drugs moesten slikken en zij zei toen van niet maar dat we het moesten duwen in onze vagina. [medeverdachte 3] zei dat we naar Londen moesten vliegen met een duwersbol en dat we daar dan € 500,- voor zouden krijgen.

V: Toen je daar aankwam, wat hebben jullie toen gedaan?

A: Toen we het huis binnenkwamen zijn we gelijk naar boven gegaan naar een slaapkamer. Ik zat daar met [betrokkene 9] in een slaapkamer.

V: Hoe ging dat?

A: Er kwam een snorder in een blauwe auto. Ik was samen met [betrokkene 9] en met [medeverdachte 3]. In de auto kregen [betrokkene 9] en ik geld van [medeverdachte 3]. Dit was het geld om het ticket te kopen naar Londen.

V: Is er verder iets gezegd in de auto?

A: Ja, [medeverdachte 3] zei dat we een voor een de tickets moesten gaan kopen, zodat het erop zou lijken dat we elkaar niet kenden. In de auto op de terugweg zei [medeverdachte 3] nog tegen mij dat ik niet zo naar haar had moeten kijken en zo zenuwachtig had moeten doen.

V: Jullie rijden dus weer naar dat huis en wat gebeurde er toen?

A: Zijn we gelijk naar boven gegaan naar de slaapkamer. [medeverdachte 3] ging toen naar beneden en kwam later weer naar boven, Ik zag toen dat zij een lange duwersbol in haar handen had.

A: Ik wilde dit als eerste proberen. [medeverdachte 3] deed toen de duwersbol in een condoom en ze deed er glijmiddel op. Hierna ben ik gaan proberen om het in mijn vagina te krijgen. Dit lukte niet want het was veel te groot. [betrokkene 9] is toen gaan proberen de duwersbol in haar vagina te duwen, maar bij haar lukte het ook niet. Hierna ging [medeverdachte 3] naar beneden naar die negroïde man om het kleiner te laten maken. Na ongeveer 10 minuten kwam ze terug met die duwersbol.

V: Was het nu kleiner gemaakt?

A: Dat zei ze maar ik heb er niet echt naar gekeken. Ik heb toen weer geprobeerd om de bol in mijn vagina te krijgen. Maar ook dit keer lukte het niet.

A: het was dus al laat en de vlucht was al weg. We zijn toen met die negroïde man en met [betrokkene 9] en [medeverdachte 3] naar Schiphol gegaan. Verder met een snorder naar het huis van de negroïde man gegaan.

V: Wie zaten er toen allemaal in het huis?

A: Die negroïde man was daar. Ook een zus van [medeverdachte 3] was daar.

A: Toen [betrokkene 9] en ik daar al ongeveer 2 uurtjes zaten kwam [medeverdachte 3] ook weer naar het huis. [medeverdachte 3] vroeg ook nog aan ons of we vanmiddag konden gaan.

V: Verbalisanten tonen een foto van [medeverdachte 3].

A: Ja, dit is [medeverdachte 3].

V: Verbalisanten tonen een foto van [medeverdachte 1].

A: Ik weet niet wat zijn naam is, maar dit is wel die negroïde man.

V: Wie was de opdrachtgever van dit drugssmokkelincident?

A: Ik denk die negroïde man.

V: Je moest dus eigenlijk drugs meenemen op de heenreis, maar moesten jullie ook nog iets meenemen op de weg terug?

A: Nou niet dat ik weet.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 18 december 2007 om 15.33 uur tussen [medeverdachte 1] en NNman0791 (dossierpagina 29, zaaksdossier C7), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[medeverdachte 1] heeft stress, mannen die drugs in cosignatie hebben gegeven willen geld zien. [medeverdachte 1] heeft nieuwe werkers maar geen geld voor hun tickets.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 19 december 2007 om 01.39 uur tussen [medeverdachte 1] en NNvrouw [verm. [verdachte]] (dossierpagina 46, zaaksdossier C7), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[medeverdachte 1]: Je brengt toch zeven terug?

[verdachte]: Ja, zeven. [verdachte] heeft 20 pond eruit gehaald om eten te kopen maar heeft problemen met geld opnemen gehad.

[medeverdachte 1]: Dat weet ik niet. Ik heb al het papier nodig om aan de man te geven, dat weet je.

• Het proces-verbaal van onderzoek inbeslagname van de Koninklijke Marechaussee, Team Migratie Criminaliteit, d.d. 28 februari 2008, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende (dossierpagina 33, zaaksdossier C10):

Op 22 januari 2008 heeft er een doorzoeking plaatsgevonden op het adres van medeverdachte [medeverdachte 2], gelegen aan de [adres] te Amsterdam. Tijdens bovengenoemde doorzoeking en bij de aanhouding zijn goederen in beslag genomen.

Omschrijving goed Bijzonderheden

Tas Hierin zaten de navolgende goederen

Weegschaal Digitaal van het merk Tanita

Lepel Hier zijn cocaïnesporen op gevonden

Soldeerbout Geen bijzonderheden

Mondkap 2x

Doos verpakkingsmateriaal 3x met diepvrieszak of boterhamzak

Folie 2 afgesneden rollen huishoudfolie

Plakband 11 rollen plakband van verschillende maten

Naaigarnituur 3 rollen naaigaren

Ontvangstbewijs Schipholpas op naam van [medeverdachte 2]

• Het proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 29 januari 2008, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende (dossierpagina’s 45-47, zaaksdossier C10):

Locatie: Amsterdam, [adres]

AANGETROFFEN SPOREN

Spoortype : Chemische sporen

Spooromschrijving : Drugs

Veiliggesteld : Bemonsterd

Vindplaats : Vanaf lepel

SVO : AD08004488-0l

Spoortype : Chemische sporen

Spooromschrijving : Drugs

Veiliggesteld : Bemonsterd

Vindplaats : Vanaf weegschaal

SVO : AD08004488-02

ONDERZOEK DRUGS

Op dinsdag 29 januari 2008 is door ons een sporenonderzoek ingesteld waarbij de lepel en de weegschaal zijn onderzocht op aanwezigheid van verdovende middelen. Wij, verbalisanten zagen dat er een zeer geringe hoeveelheid wit kleurig poeder op zowel de weegschaal als de lepel aanwezig waren. Door mij, verbalisant van Brakel is de lepel en de weegschaal afzonderlijk door middel van een wattenstaafje afgenomen. Deze afname heeft twee keer plaatsgevonden waarbij een wattenstaafje is gebruikt om deze door middel van een MMC test te onderzoeken. Tijdens dit onderzoek gaf de MMC test van zowel de lepel als de weegschaal aan dat er een positieve verkleuring zichtbaar was.

Dit houdt in dat er mogelijke aanwezigheid van verdovende middelen voorkomend op lijst 1 van de Opiumwet (cocaïne) is aangetoond.

Door mij, verbalisant Van Brakel is het wattenstaafje afkomstig van de lepel voorzien van een afzonderlijk SVO nummer AD08004488-Ol. Door mij, verbalisant Van Brakel is het wattenstaafje afkomstig van de weegschaal voorzien van een afzonderlijk SVO nummer AD08004488-02. Beide sporen zullen voor onderzoek worden verstuurd naar het NFI te Den Haag.

• Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 15 april 2008 betreffende het onderzoek naar de aangetroffen verdovende middelen, inhoudende de conclusie dat het materiaal ad AD.08004488.01/C 03 01.01.03/lepel en AD 08004488.02/C.03.01.01.02/ weegschaal, cocaïne bevatte, welke substantie is vermeld op lijst I, behorende bij de Opiumwet.

• Het proces-verbaal van doorzoeking woning, d.d. 13 februari 2008, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende (dossierpagina’s 66-67, Inbeslagnamedossier E1):

Er werd op 18 januari 2008 binnengetreden in de woning, gelegen aan de [adres] te Amsterdam. In genoemde woning werd een tas met kleding met daarin een zakje met een hoeveelheid wit poeder aangetroffen.

• Het proces-verbaal van onderzoek inbeslagname, d.d. 20 februari 2008, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende (dossierpagina 48, Inbeslagnamedossier C18):

Op 19 januari 2008 heeft er een doorzoeking plaatsgevonden op de verblijfsadressen van verdachte [medeverdachte 1], gelegen aan de [adres] en [adres] te Amsterdam.

Tijdens bovengenoemde doorzoekingen zijn goederen in beslag genomen.

Omschrijving goed Bijzonderheden

Zwarte nylon tas In deze tas zijn de verdovende middelen aangetroffen.

Cocaïne In een slaapkamer, in een zwarte nylon tas, zat een vuilniszakje met cocaïne erin.

• Het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen verdachte [medeverdachte 1], d.d. 21 januari 2008, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende (dossierpagina’s 68-69, zaaksdossier C12):

Op maandag 21 januari 2008 werd door ons een onderzoek verricht aan de door/bij verdachte [medeverdachte 1] aangetroffen en in beslag genomen -3- slikkersbollen en een -1- brok vermoedelijke cocaïne. Wij zagen dat -3- slikkersbollen qua grootte en vorm nagenoeg identiek waren. Wij hebben deze -3- slikkersbollen categorie A genoemd. De aangetroffen brok vermoedelijke cocaïne hebben wij categorie B genoemd.

Ik, GROENHEIJDE, testte de aangetroffen stof, uit de onderzochte bol en de brok, met van rijkswege verstrekte en daartoe bestemde testsets. Ik zag het volgende: Bij de door mij gebruikte testsets, waarmede ik de stof testte op de aanwezigheid van cocaïne, trad een positieve kleurreactie op, zodat aangenomen mocht worden, dat de geteste stof vermoedelijk betrof: cocaïne, vermeld in lijst 1 van de Opiumwet.

Het netto gewicht van de aangetroffen stof, bedroeg totaal ongeveer 142.10 gram.

Vervolgens nam ik, GROENHEIJDE 2 representatieve monsters van de aangetroffen stof bestemd om ter analyse te worden overgebracht naar het Douanelaboratorium te Amsterdam. Bij het District Koninklijke Marechaussee Schiphol te Schiphol is voornoemde monsterneming ingeschreven onder nummer: 08-004488 A t/m B.

• Het rapport van het Douane Laboratorium Amsterdam van 23 januari 2008 betreffende

het onderzoek naar de aangetroffen verdovende middelen, inhoudende de conclusie dat het materiaal ad 08-004488 A en 08-004488 B, cocaïne bevatte, welke substantie is vermeld op lijst I, behorende bij de Opiumwet.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 17 december 2007 om 09.46 uur tussen [medeverdachte 6] (vermoedelijk) en NNman2 (dossierpagina 17, zaaksdossier C6), - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende:

NN1: Goed, goed. In welk hotel zit je?

NN2: Uhh.. Oosterpark.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 22 december 2007 om 12.20 uur tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 1] (dossierpagina 31, zaaksdossier C6), - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende:

[medeverdachte 6]: Hij heeft hem uit het hotel gegooid, niemand gaat naar hem, niet betalen, dit, dit, dit..

[medeverdachte 1]: Wie en waar?

[medeverdachte 6]: Japan.

[medeverdachte 1]: Man, dat is weer lekker (‘some joke business’) ik heb genoeg van die verdomde mensen.

• Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 24 januari 2008, om 14.10 uur (dossierpagina 52, persoonsdossier B6) inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

V: We hebben het net gehad over Nederlandse meisjes en Bulgaren die naar Engeland gingen? Waar kwamen die Bulgaren vandaan?

A: Bulgarije. Ze logeerden bij [medeverdachte 1].

V: Om hoeveel Bulgaren ging het?

A: Een stuk of vijf.

(…)

V: Wie betaalde die reizen voor de Bulgaren?

A: Dat moet [medeverdachte 1] geweest zijn.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 15 oktober 2007 om 18.27 uur tussen [medeverdachte 1] en NNman van Easyjet (dossierpagina 26, zaaksdossier C3), - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende:

[medeverdachte 1] vraagt hoe laat de laatste vlucht vandaag vertrekt van Amsterdam naar Edinburgh, voor een persoon.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 15 oktober 2007 om 18.35 uur tussen [medeverdachte 1] en [naam] van Easyjet (dossierpagina 27, zaaksdossier C3), - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende:

[medeverdachte 1] vraagt wat de prijs is en hoeveel plaatsen en nog beschikbaar zijn.

[naam] zegt dat er nog minstens 15 plaatsen zijn en de prijs is 172 euro 99 voor een enkele reis plus creditcardkosten ad 7 euro 50.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 30 oktober 2007 om 17.40 uur tussen [medeverdachte 1] en NNvrouw2514 (dossierpagina 32, zaaksdossier C2), - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende:

[medeverdachte 1] heeft het Turkse meisje (NNV2) gesproken. (…) NNV2 had NNV gevraagd hoe het zit met NNV2’s zussen, wanneer die terugkomen.

[medeverdachte 1] heeft ‘hen’ net gebeld en het gaat prima met ze, ze had gezegd dat het prima gaat met ze, alleen moet de babysitter geld hebben.

Ze wil volgens [medeverdachte 1] alleen geld voor zichzelf, (ntv).

[medeverdachte 1] zegt dat ze vandaag of morgen terugkomen.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 30 oktober 2007 om 20.29 uur tussen [medeverdachte 1] en NNman8194 (dossierpagina 33, zaaksdossier C2), - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende:

[medeverdachte 1] zegt hij laat weten dat de vlucht van [medeverdachte 5] is geboekt voor mogen om over te komen met dat papier.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 2 december 2007 om 02: 19 uur tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] (dossierpagina 15, zaaksdossier C14), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Vrouw vraagt of [medeverdachte 1] weet hoe laat het morgen zal zijn. [medeverdachte 1] is er niet zeker van - elf, of een of twee’. Waarop vrouw zegt: dat is een groot tijdsverschil, als ik daar om tien uur ben.

[medeverdachte 1] zegt, je hoeft niet alles te wisselen, je hebt het geld voor je vlucht. Ze moet dat geld apart houden. Vrouw gaat ‘hem’ nu bellen. Vrouw vraagt hoeveel ze eruit moet halen. Twee biljetten [lett. Twee bills], zeg [medeverdachte 1] maar het is al gewisseld.

Vrouw zegt ‘hij’ moet toch twee biljetten hebben want ik betaald de vlucht niet.

• Een schriftelijk stuk te weten het tapgesprek d.d. 2 december 2007 om 14:20 uur tussen [medeverdachte 1] en NNvrouw [verdachte] (dossierpagina 25, zaaksdossier C14), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[medeverdachte 1]: Hoeveel ponden gaf je aan haar?

NNM: Ehh..negen honderd vijf en zeventig.

[medeverdachte 1]: 9 7 5

NNM: Negen honderd vijf en zeventig..ja.

(…)

[medeverdachte 1]: Maar ik heb die vijf ‘bulls’ [vermoedelijk vijftig] morgen nodig dat weet je.

• Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 4] d.d. 22 januari 2008, om 13.30 uur (dossierpagina 51, persoonsdossier B4) inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Ik weet gewoon van een meisje af die echt mee gaat als begeleidster die op de meiden let om die drugs weg te brengen. Zij heet [verdachte]. Ik heb haar twee keer gezien. Er is nog een meisje, die heet [medeverdachte 5] maar zij noemt zichzelf [naam].

(…)

[verdachte] vervoerde vaak geld van Engeland naar Nederland, op dezelfde wijze als de drugs en dit was dus ook vaginaal.

3.5. Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van de cocaïne

Ten aanzien van de bewezen verklaarde bestanddelen ‘cocaïne’ neemt de rechtbank de volgende omstandigheden – bezien in onderling verband - in aanmerking.

Op 2 januari 2008 is verdachte op Schiphol aangehouden door de Koninklijke Marechaussee. Daarbij was zij in het bezit van een zogenoemde duwersbol met daarin materiaal bevattende cocaïne, zoals vastgesteld door het Douane Laboratorium d.d. 8 januari 2008 .

Op 19 januari 2008 is tijdens de doorzoeking in het pand aan de [adres] te Amsterdam, de woning waar medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verbleven, ruim 142 gram van een materiaal bevattende cocaïne aangetroffen, zoals is vastgesteld door het Douane Laboratorium Amsterdam d.d. 23 januari 2008.

Verdachte verklaart in haar verhoor op 24 januari 2008 (14:10 uur), dat zij bij [medeverdachte 2] thuis is geweest. [medeverdachte 2] pakte volgens verdachte het ‘spul’ in, wat zij ook ten tijde van haar aanhouding bij zich had. Uit het vorengenoemde rapport van het Douane Laboratorium van 8 januari 2008 blijkt dat verdachte cocaïne bij zich had ten tijde van haar aanhouding. Aan verdachte wordt, door de verbalisanten, een foto getoond van [medeverdachte 2]. Zij herkent hem als [medeverdachte 2].

Op 22 januari 2008 zijn tijdens een doorzoeking op het adres van medeverdachte [medeverdachte 2], gelegen aan de [adres] te Amsterdam, diverse gereedschappen en verpakkingsmaterialen aangetroffen. Hierbij zijn op enkele delen van dit gereedschap (te weten een lepel en een weegschaal) sporen aangetroffen van een materiaal bevattende cocaïne (rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 15 april 2008).

Verdachte verklaart in haar verhoor op 24 januari 2008, 14.10 uur, voor medeverdachte [medeverdachte 1] meerdere malen cocaïne te hebben vervoerd. Daarbij heeft verdachte verklaard dat het smokkelen telkens op dezelfde manier plaatsvond.

Verdachte heeft in haar verhoor op 24 januari 2008, omstreeks 12:15 uur, ten aanzien van het versluierde taalgebruik in de afgeluisterde gesprekken verklaard, dat waar gesproken wordt over ‘food’ (eten) daar drugs mee worden bedoeld.

De rechtbank heeft uit het dossier en uit het onderzoek ter terechtzitting geen aanwijzingen verkregen, dat verdachte en haar mededaders zich met andere verdovende middelen dan cocaïne hebben beziggehouden.

Het voorgaande brengt met zich dat naar het oordeel van de rechtbank vast is komen te staan dat verdachte en haar mededaders cocaïne buiten Nederland hebben gebracht, danwel voorbereidingshandelingen daartoe hebben getroffen.

Ten aanzien van het medeplegen van de voorbereidingshandelingen

De rechtbank overweegt hieromtrent het navolgende. Medeverdachte [medeverdachte 1] fungeerde in zijn rol als organisator van de drugstransporten als een schakel tussen de verschillende daarbij betrokken personen. Zodoende heeft een ‘netwerk’ van diverse personen bestaan waarin verdachte actief heeft geparticipeerd. Verdachte heeft verklaard dat zij in opdracht van [medeverdachte 1] geld en drugs vervoerde. De drugs en het geld vervoerde zij middels duwersbollen. Tevens heeft zij eenmaal geld via Western Union overgemaakt. Verdachte heeft tenminste een keer telefonisch contact gehad met medeverdachte [medeverdachte 2], op 13 oktober 2007, om 22.24 uur (zie de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen). Dit telefoongesprek betrof de grootte van de duwersbollen. [medeverdachte 2] is de persoon die de bollen met cocaïne prepareerde. Verdachte heeft verklaard dat zij hem in de woning van [medeverdachte 1] heeft gezien en dat hij het spul inpakte. Ook heeft verdachte verklaard dat er meerdere meisjes zijn die hetzelfde werk doen voor [medeverdachte 1] als zij doet. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte intensief heeft samengewerkt met medeverdachte [medeverdachte 1] en op de hoogte was van de andere personen die een rol vervulden in de voorbereiding van de transporten van cocaïne. Om een nauwe en bewuste samenwerking bewezen verklaard te achten meent de rechtbank dat het niet noodzakelijk is dat alle verdachten op elk moment van elkaar wisten wat zij precies aan het doen waren. Op basis van de bovengenoemde bewijsmiddelen en overwegingen acht de rechtbank bewezen dat er een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en haar medeverdachten heeft bestaan.

Ten aanzien van feit 4

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting betoogd dat niet vaststaat dat op 13 oktober 2007 geld vanuit Engeland naar Nederland is gesmokkeld. In een tapgesprek wordt namelijk gesproken over wiet en derhalve blijft onduidelijk of zijn cliënte daadwerkelijk geld heeft meegenomen. Dit betekent dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het haar ten laste gelegde, aldus de raadsman.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt hiertoe het navolgende. In het tapgesprek van 13 oktober om 18.57 uur vraagt [medeverdachte 1] aan verdachte of zij papieren in haar zak heeft. Verdachte antwoordt dan: ‘Nee in mijn portemonnaie en zo..het is oke, zeg het maar..’ Verdachte heeft verklaard dat als zij met [medeverdachte 1] spreekt over ‘paper’ dat zij dan geld bedoelen. (Zie aangehaalde bewijsmiddelen). De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte geld voorhanden had.

Ten aanzien van het opzet op het witwassen

De rechtbank overweegt hieromtrent het navolgende. Verdachte is meerdere malen van Nederland naar Engeland gereisd met medeneming van cocaïne. Op de route van Engeland naar Nederland nam zij geld mee voor [medeverdachte 1]. Het geld werd door verdachte grotendeels vaginaal vervoerd. Gelet op bovengenoemde omstandigheden kan het niet anders dan dat het geld afkomstig was uit de verdiensten van de uitvoer van cocaïne en dat verdachte dit ook wist.

4. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod.

feit 2: voortgezette handeling van medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

feit 3: medeplegen van het voorbereiden en/of bevorderen van een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, door zich of een ander gelegenheid of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen, door een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, of mede te plegen, daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen, en voorwerpen en gelden voorhanden te hebben waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd.

feit 4: gewoontewitwassen.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van sancties en van overige beslissingen

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte terzake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte heeft doorgebracht in verzekering en voorlopige hechtenis. Tevens heeft de officier van justitie gevorderd dat de goederen die onder de verdachte in beslag zijn genomen verbeurd worden verklaard.

6.2. Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte is op 2 januari op Schiphol aangehouden in het bezit van een duwersbol gevuld met cocaïne. Tevens heeft zij in de periode van 14 oktober 2007 tot en met 1 januari 2008 meermalen samen met anderen verdovende middelen Nederland uitgevoerd. Verdachte heeft daarnaast samen met anderen voorbereidingshandelingen verricht, gericht op het uitvoeren van verdovende middelen. In dat kader heeft verdachte onder meer contact gehad met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. De rol van verdachte bestond uit het vervoeren van de cocaïne naar Engeland. Cocaïne is een voor de gezondheid zeer schadelijke stof. Tevens gaan de verspreiding van en handel in cocaïne gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof. De rechtbank verwijt verdachte dat zij zich heeft beziggehouden met in de Opiumwet strafbaar gestelde feiten en daarbij enkel uit winstbejag hebben gehandeld zonder zich te bekommeren omtrent de gezondheidsrisico’s van anderen.

Daarnaast heeft verdachte zich in de periode van 13 oktober 2007 tot en met 31 december 2007 samen met haar medeverdachten schuldig gemaakt aan witwassen van meerdere geldbedragen. Door aldus te handelen heeft verdachte eraan meegewerkt dat opbrengsten van misdrijven aan het zicht van justitie worden onttrokken, hetgeen een ernstige aantasting van de integriteit van het financieel en economisch bestel betekent.

Naar het oordeel van de rechtbank staan de door haar bewezen verklaarde feiten 2 en 3 in zodanig verband, dat zij moeten worden beschouwd als voortgezette handelingen.

De bewezenverklaarde feiten zijn het gevolg van dezelfde (ongeoorloofde) wilsbesluiten en bestaan uit gelijksoortige handelingen. Gelet op artikel 56 van het Wetboek van Strafrecht zal de rechtbank derhalve de onder 2 en 3 bewezenverklaarde feiten één strafbepaling toepassen.

De rechtbank houdt ten voordele van verdachte rekening met de omstandigheid dat zich in het dossier geen vordering ex artikel 126 nd Sv bevindt met betrekking tot het opvragen van de passagierslijst van de vlucht op 14 oktober 2007 van verdachte. Deze vordering wordt geacht te ontbreken en de rechtbank zal deze omstandigheid mee laten wegen in de strafmaat.

Daarnaast overweegt de rechtbank dat verdachte na haar aanhouding heeft meegewerkt aan het onderzoek en uitgebreide verklaringen heeft afgelegd. Ook houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte, die de Engelse nationaliteit heeft en haar woonplaats in Londen heeft, geruime tijd in Nederland in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Verdachte is binnen de organisatie een van de personen geweest die het grootste risico heeft gelopen en het laagst in de hiërarchie stond. Zij heeft immers als koerier de drugs naar Engeland vervoerd en hierdoor zelf een groot risico voor haar eigen gezondheid gelopen. Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

Gelet op bovengenoemde omstandigheden en gelet op het feit dat de rechtbank de feiten onder 2 en 3 bewezenverklaard als voortgezette handelingen beschouwd, zal de rechtbank een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd.

Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten een telefoon, een voucher en een instapkaart, dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat het bewezen verklaarde feit met behulp van die aan verdachte toebehorende voorwerpen, is begaan of voorbereid.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

33, 33a, 47, 55, 56, 57, 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

2, 10, 10a van de Opiumwet.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.2 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zeventien (17) maanden met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot zes (6) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte zich voor het einde van de op twee jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd:

- 1.00 STK Telefoontoestel NOKIA grootbritannie

- 1.00 STK Diverse voucher ond [verdachte] miss.

- 1.00 STK Instapkaart BMI vlucht bd 101 onv [verdachte] miss

Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.C. van den Bos, voorzitter,

mr. H.P. van der Lelie en mr. A. Eichperger, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffiers, mr. De Witte en mr. Zeeman,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 maart 2009.