Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BH7794

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
24-03-2009
Datum publicatie
26-03-2009
Zaaknummer
15/840108-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

drugshandel, witwassen, wapenbezit; verdachte heeft een initiërende en organiserende rol vervuld bij de uitvoer van de cocaïne naar het Verenigd Koninkrijk. Verdachte trad hierbij op als verbindende schakel tussen de koeriers en de afnemers van de cocaïne In het kader van de voorbereiding van de drugstransporten was verdachte actief in het werven van personen om deze transporten uit te voeren. Tevens werden in opdracht van verdachte bollen bevattende cocaïne vervaardigd, teneinde deze stof te kunnen smokkelen.

De rechtbank ziet geen aanknopingspunten die kunnen duiden op het door de raadsman gestelde achterhouden van informatie en bewust belemmeren van het horen van getuigen. Niet kan worden gesteld dat door handelen van het openbaar ministerie doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte, aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak tekort is gedaan.

Naar het oordeel van de rechtbank staan de door haar onder 1. en 2. bewezenverklaarde feiten in zodanig verband, dat zij moeten worden beschouwd als voortgezette handelingen. Deze feiten zijn het gevolg van hetzelfde (ongeoorloofde) wilsbesluit en bestaan uit gelijksoortige handelingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Schiphol

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/840108-07

Uitspraakdatum: 24 maart 2009

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 6 en 10 maart 2009 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Groot-Brittannië),

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Instelling Utrecht, Huis van Bewaring locatie Nieuwegein.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 19 mei 2007 tot en met 2 januari 2008, te weten op:

- op 19 mei 2007

- op 14 oktober 2007 (zaaksdossier C13) en/of

- op 16 oktober 2007 (zaaksdossier C3) en/of

- op 29 oktober 2007 (zaaksdossier C2) en/of

- op 12 december 2007 (zaaksdossier C15) en/of

- op 18 december 2007 (zaaksdossier C5) en/of

- op 18 december 2007 (zaaksdossier C6) en/of

- op 18 december 2007 (zaaksdossier C7) en/of

- op 29 december 2007 (zaaksdossier C8) en/of

- op 2 januari 2008 (zaaksdossier C9),

te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 4 en/of 5 van de Opiumwet, (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 19 mei 2007 tot en met 18 januari 2008 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en/of Amsterdam in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, buiten en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of heeft verschaft en/of

- een of meer anderen getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of daarbij behulpzaam te zijn en/of daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of anderen betaalmiddelen voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en)

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens):

- (telefonische) contacten onderhouden met afnemers en/of koeriers en/of leveranciers van verdovende middelen en/of

- koeriers geronseld en/of laten ronselen voor in- en uitvoer van verdovende middelen en/of geldbedragen van en naar Nederland en/of

- (bolletjes) verdovende middelen geprepareerd en/of laten prepareren en/of

- geld ontvangen van en/of beschikbaar gesteld en/of

- (vlieg- en/of trein- en/of bus-) tickets geboekt en/of verstrekt en/of gekocht en/of laten boeken en/of laten verstrekken en/of laten kopen en/of

- een onderkomen geregeld voor koeriers gedurende hun verblijf en/of laten regelen en/of

- koeriers naar Schiphol en/of het Amstel station gebracht en/of laten brengen en/of

- verpakkingsmateriaal en/of gereedschap ten behoeve van het prepareren van verdovende middelen (te weten lepel, soldeerbout, weegschaal, mondkap, plakband, boterhamzakjes en folie) voorhanden gehad;

3.

(zaaksdossier C12)

hij op of omstreeks 18 januari 2008 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 142,1 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

4.

hij in of omstreeks de periode van 13 oktober 2007 tot en met 18 januari 2008, te weten op:

- 13 oktober 2007 (zaaksdossier C13) en/of

- 25 oktober 2007 (zaaksdossier C18) en/of

- 29 oktober 2007 (zaaksdossier C1) en/of

- 31 oktober 2007 (zaaksdossier C2) en/of

- 2 december 2007 (zaaksdossier C14) en/of

- 11 december 2007 (zaaksdossier C15) en/of

- 13 december 2007 (zaaksdossier C16) en/of

- 18 december 2007 (zaaksdossier C7) en/of

- 29 december 2007 (zaaksdossier C8) en/of

- 31 december 2007 (zaaksdossier C9), en/of

-18 januari 2008,

te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en/of Amsterdam, in elk geval Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte, een voorwerp, te weten een of meer geldbedrag(en), verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten een of meer geldbedrag(en), gebruik gemaakt, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

5.

hij op of omstreeks 18 januari 2008 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, een of meer wapens van categorie III, te weten een (zwart) vuurwapen (van het merk Glock, model 30, kaliber .45), en/of munitie van categorie III, te weten een of meer (8) volmantel kogelpatro(o)n(en), voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

2. Voorvragen

2.1 Geldigheid van de dagvaarding

Feit 2.

De raadsman heeft ter terechtzitting aangevoerd dat de dagvaarding, wat betreft het onder 2. tenlastegelegde, nietig dient te worden verklaard omdat daarin niet is opgenomen welke zaaksdossiers de verdachte precies worden verweten.

De rechtbank overweegt met betrekking tot dit verweer het volgende.

Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de tenlastelegging onder 2. concreter had kunnen worden geformuleerd door te verwijzen naar zaaksdossiers, maar gelet op de gehele context - het dossier, de behandeling ter terechtzitting en de door de verdediging gevoerde verweren - is de rechtbank van oordeel dat het de verdachte voldoende duidelijk is geweest welke gedragingen hem in het onder 2. tenlastegelegde worden verweten. De dagvaarding voldoet ten aanzien van het onder 2. tenlastegelegde aan eisen zoals bepaald in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. Het verweer wordt mitsdien verworpen.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding ook overigens geldig is en dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak

2.2 Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

De raadsman heeft in het kader van de rechtmatigheid van de aanvang van het onderzoek – kort weergegeven – het volgende betoogd. Uit het dossier blijkt niet duidelijk wat de aanleiding is geweest voor de start van het onderzoek tegen verdachte. Die aanleiding is in verschillende processen-verbaal wisselend omschreven. Het proces-verbaal waarin beschreven wordt dat de Dienst Internationale Politie samenwerking op 7 juni 2007 informatie ontving, staat haaks op het proces-verbaal van verbalisant Bultena van 21 mei 2007, alsmede het proces-verbaal van verbalisant Van Schaik van 1 augustus 2008. Het vermoeden bestaat, aldus de raadsman, dat er kennelijk al een onderzoek tegen verdachte liep in Nederland en dat in een later stadium ten onrechte in processen-verbaal is vastgelegd dat informatie afkomstig van justitie in Brazilië en Criminele Inlichtingeneenheid (CIE) -informatie het startpunt vormden voor het onderzoek tegen verdachte.

Bij brief van 10 september 2008 heeft de raadsman om het horen van getuigen verzocht, teneinde de aanvang van het onderzoek en met name de gang van zaken met betrekking tot de ontvangst van informatie uit Brazilië, te kunnen toetsen. Omdat het openbaar ministerie vervolgens aankondigde verdachte niet voor de invoer van verdovende middelen vanuit Brazilië op 19 mei 2007 te vervolgen wegens onvoldoende bewijs, heeft het openbaar ministerie, aldus de raadsman, de verdediging de mogelijkheid ontnomen om getuigen te horen met betrekking tot de ontvangst van de informatie uit Brazilië.

De raadsman verzoekt de rechtbank alsnog de in zijn brief van 10 september 2008 genoemde getuigen te horen. Indien dit verzoek wordt afgewezen, verzoekt de raadsman het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren nu de verdediging niet in de gelegenheid is gesteld de (werkelijke) aanleiding voor de start van het onderzoek tegen verdachte te toetsen als gevolg van het gebrek aan transparantie en het belemmeren van het horen van getuigen door het openbaar ministerie.

De rechtbank overweegt als volgt. Uit het dossier en uit hetgeen de officier van justitie ter terechtzitting heeft medegedeeld blijkt dat op 19 mei 2007 telefonisch CIE-informatie is ontvangen dat er een vlucht uit Brazilië met een koffer met 10 kilo cocaïne aan boord op Schiphol binnen zou komen. Het Schipholteam heeft vervolgens op deze informatie gereageerd en daarbij is 10 kilo cocaïne aangetroffen. Op 21 mei 2007 is die CIE-informatie gerelateerd in een proces-verbaal. Op 7 juni 2007 ontving de Dienst Internationale Politiesamenwerking schriftelijke informatie van de Braziliaanse opsporingsautoriteiten welke informatie werd vastgelegd in een proces-verbaal op 13 juni 2008. Volgens die informatie zouden bij het transport van 19 mei 2007 een persoon genaamd [verdachte] en onbekende andere personen betrokken zijn. De informatie omvatte tevens een aantal telefoonnummers van de personen die bij het transport betrokken zouden zijn. Naar aanleiding hiervan is een onderzoek gestart tegen de vooralsnog onbekende personen door het aansluiten van telefoontaps op de ontvangen telefoonnummers. Die telefoontaps betroffen geen telefoonnummers in gebruik bij verdachte. Aanvankelijk kwam medeverdachte [medeverdachte 1] in beeld, die kennelijk gebruik maakte van één van die telefoonnummers. Medeverdachte [medeverdachte 1] bleek veelvuldig telefonisch contact te hebben met een onbekende man, naar later bleek verdachte. De verdenking tegen verdachte ontstond eerst als gevolg van de inhoud van die gevoerde en afgeluisterde telefoongesprekken met medeverdachte [medeverdachte 1].

De rechtbank acht de aanleiding tot het onderzoek tegen verdachte voldoende duidelijk geworden en acht het horen van getuigen met betrekking tot die aanleiding niet noodzakelijk. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten die kunnen duiden op het door de raadsman gestelde achterhouden van informatie en bewust belemmeren van het horen van getuigen. Niet kan worden gesteld dat door handelen van het openbaar ministerie doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte, aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak tekort is gedaan. Gelet hierop verwerpt de rechtbank het verweer van de raadsman strekkende tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie.

De rechtbank heeft vastgesteld, dat het openbaar ministerie ook overigens ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten, met uitzondering van de uitvoer van cocaïne op 19 mei 2007, zoals mede onder 1. tenlastegelegd;

- de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren;

- verbeurdverklaring van de op de lijst van in beslag genomen voorwerpen onder 16, 17, 24, 31 en 32 vermelde goederen;

- onttrekking aan het verkeer van de op de lijst van in beslag genomen voorwerpen onder 1, 28, 52 en 55 vermelde goederen;

- retournering aan verdachte van de overige op de lijst van in beslag genomen vermelde voorwerpen.

4. Oordeel van de rechtbank

4.1 Partiële vrijspraken

4.1.1 Feit 1

Zaaksdossier C 19

Met de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte zich op 19 mei 2007 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, en/of Amsterdam, heeft schuldig gemaakt aan het tezamen en in vereniging binnen het grond gebied van Nederland brengen van een hoeveelheid cocaïne. In het dossier bevinden zich onvoldoende bewijsmiddelen om tot een bewezenverklaring te komen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4.1.2 Feit 2

Ten aanzien van de onder feit 2 tenlaste gelegde feitelijkheden overweegt de rechtbank als volgt. Artikel 1 lid 5 van de Opiumwet bepaalt dat het begrip ‘buiten het grondgebied van Nederland brengen’ een ruime betekenis heeft en onder meer omvat ‘het met bestemming naar het buitenland vervoeren, ten vervoer aannemen of ten vervoer aanbieden’. Deze ruime definitie van het begrip ‘uitvoer’ brengt met zich dat in voorkomende gevallen handelingen die - wanneer dit ruime begrip niet zou hebben bestaan - onder voorbereidingshandelingen of onder het pogingsbegrip zouden vallen, nu vallen onder het voltooide delict van artikel 2 onder A van de Opiumwet.

De rechtbank is van oordeel dat het strijdig zou zijn met de systematiek van de Opiumwet indien dezelfde handelingen die door artikel 1 lid 5 van de Opiumwet onder het begrip ‘uitvoer’ worden gebracht (en daarmee het voltooide delict van artikel 2 onder A van de Opiumwet opleveren) tegelijkertijd aangemerkt zouden kunnen worden als voorbereidingshandelingen, in de zin van artikel 10a van de Opiumwet, ten aanzien van diezelfde uitvoer. Het voorgaande houdt in dat de rechtbank de ten laste gelegde feitelijkheden die vallen in de categorie ‘met bestemming naar het buitenland vervoeren, ten vervoer aannemen of ten vervoer aanbieden’, te weten: ‘koeriers naar Schiphol en/of het Amstelstation gebracht en/of laten brengen’, niet zal aanmerken als voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 10a van de Opiumwet. In zoverre zal verdachte worden vrijgesproken.

4.2 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

1.

hij in de periode van 14 oktober 2007 tot en met 2 januari 2008, te weten op:

- op 14 oktober 2007 en

- op 16 oktober 2007 en

- op 29 oktober 2007 en

- op 12 december 2007 en

- op 18 december 2007 (drie keer) en

- op 29 december 2007 en

- op 2 januari 2008,

te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en/of Amsterdam, meermalen telkens tezamen en in vereniging met een ander of anderen, telkens opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, telkens een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I;

2.

hij in de periode van 1 september 2007 tot en met 18 januari 2008 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en Amsterdam meermalen, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

telkens om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, buiten het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van die feiten heeft getracht te verschaffen en/of heeft verschaft en/of

- een of meer anderen getracht te bewegen om die feiten te plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of daarbij behulpzaam te zijn en/of daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- voorwerpen en/of stoffen en/of gelden voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat zij bestemd waren tot het plegen van die feiten

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met een ander of anderen:

- (telefonische) contacten onderhouden met afnemers en/of koeriers van verdovende middelen en/of

- koeriers geronseld en/of laten ronselen voor in- en uitvoer van verdovende middelen en/of geldbedragen van en naar Nederland en/of

- (bolletjes) verdovende middelen geprepareerd en/of laten prepareren en/of

- geld ontvangen en/of beschikbaar gesteld en/of

- (vlieg- en/of trein- en/of bus-) tickets geboekt en/of verstrekt en/of gekocht en/of

- een onderkomen geregeld voor koeriers gedurende hun verblijf en/of

- verpakkingsmateriaal en gereedschap ten behoeve van het prepareren van verdovende middelen (te weten lepel, soldeerbout, weegschaal, mondkap, plakband, boterhamzakjes en folie) voorhanden gehad;

3.

hij op of omstreeks 18 januari 2008 te Amsterdam, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 142,1 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

4.

hij in de periode van 13 oktober 2007 tot en met 18 januari 2008, te weten op:

- 13 oktober 2007 en

- 25 oktober 2007 en

- 29 oktober 2007 en

- 31 oktober 2007 en

- 2 december 2007 en

- 11 december 2007 en

- 13 december 2007 en

- 18 december 2007 en

- 29 december 2007 en

- 31 december 2007 en

- 18 januari 2008,

te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en/of Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte, voorwerpen, te weten geldbedragen, verworven, voorhanden gehad en overgedragen, terwijl hij wist dat bovenomschreven geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

5.

hij op of omstreeks 18 januari 2008 te Amsterdam, een wapen van categorie III, te weten een (zwart) vuurwapen (van het merk Glock, model 30, kaliber .45), en munitie van categorie III, te weten 8 volmantel kogelpatronen, voorhanden heeft gehad.

4.3 Bewijsmiddelen

De rechtbank komt tot bovenstaande bewezenverklaring op grond van de volgende bewijsmiddelen. De door de rechtbank als processen-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde personen en voldoen ook overigens aan de daaraan bij de wet gestelde eisen. De opgenomen schriftelijke stukken worden slechts gebruikt in samenhang met de andere bewijsmiddelen.

Feiten 1, 2, 3 en 4

• Het proces-verbaal van vaststelling identiteit d.d. 20 oktober 2007 (dossierpagina 49, persoonsdossier B1), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Middels processen-verbaal van stemherkenning is vastgesteld dat de onbekende Engels sprekende man gebruik maakt van de volgende telefoonnummers:

[telefoonnummer], taplijn 14;

[telefoonnummer], taplijn 18;

[telefoonnummer], taplijn 17;

[telefoonnummer], taplijn 15;

[telefoonnummer], taplijn 16;

[telefoonnummer], taplijn 19;

[telefoonnummer];

[telefoonnummer].

• Het proces-verbaal van toegepaste Bijzondere Opsporingsmethodieken d.d. 14 april 2008 (dossierpagina’s 61-63, algemeen dossier), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Onderzoek van telecommunicatie

Lijn 30 [telefoonnummer]

Ten aanzien van witwassen en de uitvoer van cocaïne op 13 en 14 oktober 2007:

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 13 oktober 2007 om 15: 53 uur tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] (lijn 17) (dossierpagina 23, zaaksdossier C13), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[verdachte] noemt het bedrag van 1200 pond.

[verdachte] zal proberen vandaag vroeg klaar te zijn met zijn werk, want het is zaterdag en [verdachte] heeft zijn wiet nodig, [betrokkene 4] heeft daarna wiet voor [verdachte], dus [verdachte] vraagt of [betrokkene 4] het straks even langs kan komen brengen bij [medeverdachte 4].

[verdachte] zegt een paar keer dat the flight is going to finish early today.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 13 oktober 2007 om 16: 51 uur tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] (lijn 17) (dossierpagina’s 24-25, zaaksdossier C13), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[verdachte]: Hee “[medeverdachte 4]”de vlucht is om 6:30 (six forty) yeah, het kost 74 pond, aub kan je op die vlucht gaan?

(…)

[verdachte]: …het vliegtuig gaat om 10 (ten), ga terug naar…land,

(…)

[medeverdachte 4]: waar naartoe dan?

[verdachte]: naar heathrow, dus ik wil fucking dat je die wiet samen met die paper inpakt en in je “boom boom” stopt en over stuiteren (bounce over). Je hoeft niet al het papier erin te stoppen, alleen maar alle vijfhonderdjes met de.. (ntv).

[medeverdachte 4]: dat is een hoop geld, ik zal het we/in mijn handtas(purse) doen.

[verdachte]: ja ja. het is 20.000 toch ? (twenty thousend)

[medeverdachte 4]: is het..(ntv)..dun?

[verdachte]: ja precies, dus stop het in je poesje(pussy) met de wiet aub en doe de 50-jes of 100-jes...

[medeverdachte 4]: ik kan niet de wiet en alles daarin stoppen, het is geen emmer.

[verdachte]: jawel, dat kan je wel, je kan de wiet oprollen (rap it up).... (ntv)...

(…)

[verdachte]: verander niet van onderwerp man, het is alleen een beetje wiet man! Doe de wiet erin aub…

(…)

[verdachte]: Waarom praat je over gisteren nog, toen was er geen geld (money)

(…)

[verdachte]: serieus, breng de wiet man.

(…)

[verdachte]: ..de vlucht om 6 uur, je moet daar zijn voor 6:30.

[medeverdachte 4]: dus dan zal hij ook een paar pond geven voor de vlucht, jah?

[verdachte]: natuurlijk zal hij dat brengen, hij zal je 150 geven man.

(…)

[verdachte]: Ik wil dat je niet morgen stuitert (bounce), maar weer op maandag, je krijgt ervoor betaald…(ntv)…dat is je nieuwe job. Ik wil dat je nog 1 laatste missie doet, hoor je me?

[medeverdachte 4]: ja

[verdachte]: daarna is er geen missie meer. Is dat okee voor je?

(…)

[verdachte]: Okee, ik zie je snel, zie je om 8:30 jah?

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek (lijn 18) d.d. 13 oktober 2007 om 17: 19 uur tussen [verdachte] en NNM (dossierpagina 26, zaaksdossier C13), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[verdachte]: Je hebt tweeëntwintig (22) en nog iets euro’s, toch?

NN94: ja ja

[verdachte]: Ja

NN94: Tweeëntwintig (22) zeven (7)

[verdachte]: Drieëntwintigduizend zevenhonderd (23.700)?

NN94: Nee.. (door elkaar)

[verdachte]: twee en twintig (22).. ?

NN94: Twee en twintig (22)

[verdachte]: Sony

NN94: Ja.

[verdachte]: Geef haar de ene om haar reis te betalen. En betaal de taxi uit ons geld..

NN94: heh?

[verdachte]: Betaal de taxi uit mijn geld, toch?

NN94: Oke.

[verdachte]: Je gaf haar het wiet [lett. the weed] en alles, toch?

NN94: [ntv] bovenop.. [ntv]

[verdachte]: Om het op te vullen?

NN94: Hmm.

[verdachte]: Oke dan.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 13 oktober 2007 om 18: 09 uur tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] (lijn 18) (dossierpagina 27, zaaksdossier C13), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[verdachte]: je hebt mijn wiet weggestopt toch?

[medeverdachte 4]: ja

(…)

[medeverdachte 4]:... (ntv). . .Ik ben bezorgd om die dingen weet je.

[verdachte]: het glijdt er zo makkelijk in daar?

[medeverdachte 4]: jaaa

[verdachte] zegt; je weet dat je de mishbish doet en [medeverdachte 4] vraagt wiens zijn dingen dat zijn.

[verdachte] zegt dat hij [medeverdachte 4] vandaag gezonden heeft en verzoekt haar voor een aantal dagen te blijven. [medeverdachte 4] vraagt waar naartoe en [verdachte] zegt rechtstreeks.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 13 oktober 2007 om 18: 57 uur tussen [verdachte] en NN vrouw [medeverdachte 4] (lijn 18) (dossierpagina 29, zaaksdossier C13), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

(…)

[verdachte]: Ben je al doorheen?

NNV: Ik ga er net doorheen. Dank je.

(…)

NNV: Ik ben nu bij International Departures… ga net door de controle…enz.

[verdachte]: heb je papieren in je zak?

NVV: Ehh..nee in mijn portemonnaie en zo.. het is oke, zeg het maar..

[verdachte]: Het is niet veel, t och?

NVV: Nee.. het is cool.

[verdachte]: Cool.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 13 oktober 2007 om 22: 14 uur tussen [verdachte]/ NNV en [medeverdachte 1] (lijn 17) (dossierpagina 32-33, zaaksdossier C13), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

NNv: Hoi. Die dingen die je gemaakt hebt, die worden gróót, weetje!

NN2: Ja?

NNv: Ja, ze worden wat onvoorzichtig.

NN2: Ok...

NNv: Ja, ze worden wat groot... ik vond gewoon dat je dat moest weten..

(…)

NN1: Ze hebben geklaagd over jou steeds, man…

NN2: Ja maar ehh ik weet niet… ik weet niet wat ik moet doen, man..

NN1: Maar het ziet er echt groot uit, maat…

(…)

NN2: JA! (mompelt: ) Ze zijn gewoonlijk groot, weet je.

(…)

NN2: We doen ze altijd iets langer en niet dik.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 14 oktober 2007 om 14: 42 uur tussen [verdachte] en NNM (lijn 17) (dossierpagina 36, zaaksdossier C13), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[verdachte] wil een enkele vlucht van AMS-Londen Gatwick voor vandaag.

[betrokkene 1] zegt dat ze twee vluchten heeft en geeft de prijzen door voor de vlucht (205,99 euro)

De volgende vluchten zijn er vandaag:

- 18:30 uur

- 21:56 uur

[verdachte] geeft de volgende wensen voor de vlucht:

- enkele vlucht 1 persoon

- prijs in euro’s

[verdachte] vraagt of hij het ook contant kan betalen aan de balie voor hetzelfde prijs.

Ten aanzien van de uitvoer van cocaïne op 16 oktober 2007:

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 15 oktober 2007 om 17.54 uur tussen NNman en [verdachte] (lijn 14) (dossierpagina 21, zaaksdossier C3), zakelijk weergegevens onder meer inhoudende:

NN1: We zijn klaar, het is afgelopen, we zijn er klaar mee. We zijn werkloos, kan je me wat sturen?

[verdachte]: ja, natuurlijk, op zeker, op zeker, morgen er is er morgen op zeker eentje voor je.

NN1: nee, ik heb het vandaag nodig, ik ben klaar.

(…)

NN1: En dan ook nog, als je dat aan het doen bent, kan je dan ook een paar van die Mr. perfect dingen oversturen, want we kunnen er ook een paar van die gedaan krijgen.

(…)

NN1 vraagt of [verdachte] dan wat werk voor hen kan regelen. Geen probleem zegt [verdachte].

NN1: Vandaag liefst.

[verdachte]: vandaag?

NN1: Ik stuur een paar ‘dockies’ daarheen, zodat jij ze kunt verzamelen en…je weet wel.

(…)

NN1: Nee, nee, nee, ik, ik, ik wil ze geven de, ik wil voor nu het echte ding doen, snap je?

[verdachte]: ik heb een corner, wil je dat ik een corner stuur?

(…)

NN1: Bedoel je…tenzij je iemand daar hebt die je kunt sturen, snap je, geen probleem als je iemand stuurt met dat

[verdachte]: Nou misschien moet je er morgen voor naar beneden..

NN1: Er voor naar beneden gaan?

[verdachte]: wat bedoel je, sturen? Ik heb de Poolse man, ik kan de Poolse man daarmee sturen, weet je.. Ik heb niemand die rechtstreeks komt.

(…)

NN1: Gewoon hem laten landen, dan kunnen wij weer even vooruit, een dag lang, toch..

(…)

NN1: Kom op, nou, dat red je toch wel, of niet? Zorg dat je die dingen krijgt en stuur hem in zijn eentje er mee over, ja?

(…)

[verdachte]: Als het aankomt op dit deel van..als het aankomt dit deel van het werk, weet je, dat is mijn expertise. (…) Dit deel ervan, zorgen dat het verpakt/klaar is en alles, dat is mijn expertise.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 15 oktober 2007 om 18.27 uur tussen [verdachte] en NNman van Easyjet (lijn 17) (dossierpagina 26, zaaksdossier C3), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[verdachte] vraagt hoe laat de laatste vlucht vandaag vertrekt van Amsterdam naar Edinburgh, voor een persoon.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 15 oktober 2007 om 18.50 uur tussen [verdachte] en NNman (lijn 18) (dossierpagina 28, zaaksdossier C3), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[verdachte] zegt dat hij wil dat NN hem naar het vliegveld brengt een ticket koopt voor hem en hem dan terug brengt naar het huis van [betrokkene 2].

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 16 oktober 2007 om 00.43 uur tussen [verdachte] en NNman ([betrokkene 3]) (lijn 14) (dossierpagina 43, zaaksdossier C3), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[verdachte] zegt dat hij nog niet thuis is maar net vertrekt bij de Pool, [verdachte]: Ik heb hem net gegeven.. snap je wat ik bedoel?

NNman zegt oke fijn.

(…)

Hij wil alleen maar voor [verdachte] werken, want hij ziet dat [verdachte] een aardige vent is.

(…)

NNman vraagt of hij in zijn eentje zal gaan.

[verdachte] zegt van wel.

(…)

NNman vraagt hoe laat hij zal vertrekken. Hij zal om 11 uur vertrekken.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 16 oktober 2007 om 08.05 uur tussen [verdachte] en NNman (lijn 14) (dossierpagina 47, zaaksdossier C3), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[verdachte]: hallo mijn vriend. Heb je je dingen gedaan?

N: Ja, Ik heb de dingen gedaan, ik heb alles gedronken, alles.

[verdachte]: Oke. Over een uur moet je een taxi bestellen. Ja?

N: oke. Ik ga een taxi nemen naar Schiphol, naar het vliegveld. Ja.

[verdachte]: Je hebt het geld al gewisseld toch?

N: Ja, ja.

(…)

[verdachte]: Ik stuur je een sms-bericht met een telnr. Dat je moet bellen als je daar eenmaal aankom.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 16 oktober 2007 om 09.00 uur tussen [verdachte] en NNman (lijn 14) (dossierpagina 48, zaaksdossier C3), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

N: Ik bel je wel wanneer ik in Edinburgh aangekomen ben, ja?

[verdachte]: Nee, luister naar me.

(…)

[verdachte] zegt dat wanneer NN in de taxi is dat hij hem moet bellen en dan zal [verdachte] hem zeggen wat hij moet doen.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 16 oktober 2007 om 13.44 uur tussen NN1 en NN2 (lijn 14) (dossierpagina 61, zaaksdossier C3), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[verdachte]: Waar zit je? In Schotland hè?

NN2: Ja, ik zit in Schotland.

(…)

[verdachte]: Ik ga hem nu bellen om jou daar op te halen.

NN2: Ja, ik wacht hier voor de parkeer.

Ten aanzien van de uitvoer van cocaïne en witwassen op 29 en 31 oktober 2007:

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 29 oktober 2007 om 21.20 uur tussen [verdachte] en NNvrouw 5249 (lijn 17) (dossierpagina 24, zaaksdossier C2), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[verdachte]: Mag je het vliegtuig al in?

NN: Ja, ja, ja, we zitten al.

[verdachte]: Ok. Cool, cool.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 30 oktober 2007 om 13.25 uur tussen [verdachte] en [betrokkene 5] (lijn 17) (dossierpagina 26, zaaksdossier C2), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[verdachte]: (…) Waar is ‘that food’?

NN: [stamelt] Nee, ja, we gaan ntv komt wat geld ophalen ntv [medeverdachte 6] (fon) nee…

[verdachte]: Van wie?

NN: ..voor het hotel..van (ntv Flock? - door elkaar)..

[verdachte]: Wie heeft ‘that food’? [medeverdachte 6] (fon), ja?

NN: ja!

[verdachte]: Goed!

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 30 oktober 2007 om 20.29 uur tussen [verdachte] en NNman8194 (lijn 17) (dossierpagina 33, zaaksdossier C2), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[verdachte] zegt hij laat weten dat de vlucht van [medeverdachte 6] is geboekt voor morgen om over te komen met dat papier.

• Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [betrokkene 7] 4 maart 2008 (dossierpagina 100 e.v., zaaksdossier C2), op pagina 104 zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

V: Hoe vaak bent u afgelopen jaar naar Engeland geweest?

A: Ik ben een keer alleen geweest en de andere keer met mijn kleine zusje. Zij heet [betrokkene 6].

• Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [betrokkene 6] d.d. 4 maart 2008 (dossierpagina 76 e.v., zaaksdossier C2), op pagina 79 en vanaf pagina 85 e.v. zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

A: Ik ben twee keer naar Londen gegaan. De tweede keer is mijn zus [betrokkene 7] met me meegegaan.

V: Wie had bepaald in welk hotel jullie verbleven?

A: Die had [medeverdachte 6] uitgekozen, zij leek het te kennen. Zij was nogal een bazig typje. Zij is met ons meegegaan naar Londen. Ze heeft een aantal telefoongesprekken gevoerd. Ze liep steeds weg om te bellen. Ik kreeg het vermoeden dat er iets niet klopte toen die mannen binnenkwamen op de hotelkamer. Zij kwamen binnenlopen en hadden hun handen al in hun zakken toen ze naar de badkamer liepen.

(…)

A: Ik hoorde wel dat ze het in de badkamer van het hotel hadden over euro’s. De volgende dag zag ik dat ze een aantal briefjes van 50 euro had, ik zag niet hoeveel. Ze stopte die in haar bh. Ik heb daar niets over gezegd tegen haar, we zouden de vlucht gaan nemen.

Noot verbalisanten: Wij tonen verdachte een foto van [verdachte].

V: Kent u deze man?

A: Ja ik ken deze man. Ik heb deze man gezien voor de deur van een huis in Amsterdam. Ik zat in de auto met [betrokkene 7], [medeverdachte 6] was erbij.(…) Er waren nog meer mensen, ik ben ergens in huis geweest. daar in dat huis was een dame. Zij had een naam voor hem genoemd. Toen we bij hem waren voor de deur werd hij met deze naam gesproken. Dat was allemaal niet op dezelfde dag. Dat was eerder.

Op 29 oktober ben ik en [betrokkene 7] of met de trein of heeft [betrokkene 8] ons gebracht naar Amsterdam. In Amsterdam kwamen we met zijn drieën aan bij een adres. Ik zag de man waarvan u een foto toonde voor de deur staan. (Noot verbalisanten: de foto is van [verdachte]). (…) Toen wij, ik mijn zus [betrokkene 7] en [betrokkene 8], naar Schiphol wilden gaan, kwam de vrouw die u mijn toonde naar buiten. (Noot verbalisanten: de vrouw op de foto is [[medeverdachte 6]). De vrouw vertelde dat ze meeging naar Schiphol. Ik en [betrokkene 7] zijn toen gaan inchecken. Op Schiphol mochten ik en [betrokkene 7] niet bij de vrouw van de foto staan. Wij zijn met zijn drieën naar een hotel in Londen gegaan.

Ten aanzien van witwassen en de uitvoer van cocaïne op 11 en 12 december 2007:

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 10 december 2007om 11: 32 uur tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] (lijn 30) (dossierpagina 32, zaaksdossier C15), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

(…)

[medeverdachte 4]: “en wat verwacht je dat ik over een uur doe? Om het te doen ja?

[verdachte]: “ja alsjeblieft, ik heb hier ook 7200 (‘bills’) nodig”

[medeverdachte 4]: “aha”

[verdachte]: “we zijn helemaal blut hierzo”

[medeverdachte 4]: Oke

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 10 december 2007 om 12: 34 uur tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] (SH) (lijn 30) (dossierpagina 33, zaaksdossier C15), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[verdachte] noemt deze persoon [medeverdachte 4].

[verdachte] vraagt of [medeverdachte 4] ‘dat’ al naar [betrokkene 9] heeft verstuurd. [medeverdachte 4] verstaat [verdachte] niet. Hij herhaalt zijn vraag of [medeverdachte 4] ‘dat’ al voor [betrokkene 9] heeft gedaan.

[medeverdachte 4] zegt van niet, zij gaat het nu doen.

[verdachte] vraagt waar [medeverdachte 4] is.

[medeverdachte 4] is in het huis van haar vader.

[verdachte] vraagt waar [medeverdachte 4] het zal gaan doen.

[medeverdachte 4] zegt in Brixton.

[verdachte] zegt dat [medeverdachte 4] dan een identiteitsbewijs mee zal moeten nemen.

[medeverdachte 4] weet dat.

[verdachte] zal een naam regelen waar [medeverdachte 4] 200 pond op moet versturen, hier naartoe.

[medeverdachte 4] vraagt of [verdachte] haar terug wil bellen.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 10 december 2007 om 12: 35 uur tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] (NG) (lijn 30) (dossierpagina 34, zaaksdossier C15), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

(…)

[medeverdachte 4] vraagt wanneer [verdachte] wil dat zij komt.

[verdachte] zegt dat zij kan komen zodra [betrokkene 10] (fon) haar het geld voor dat ding zal geven.

[medeverdachte 4] zegt dat dat er niet zal zijn.

[verdachte] zegt dat het er morgen allemaal zou moeten zijn.

(…)

[verdachte] zegt dat [medeverdachte 4] 800 pond voor [betrokkene 9] moet laten, dat is een noodgeval. [medeverdachte 4] moet alles bij elkaar 1100 pond meenemen.

[medeverdachte 4] zegt oke. [medeverdachte 4] zegt dat [betrokkene 11] (fon) ook heeft gevraagd om hem er 1 (‘onder’- te sturen. Wil [verdachte] dat zij dat ook doet?

[verdachte] zegt dat dat uit ZIJN geld komt, HIJ heeft er toch 1 achtergelaten bij [medeverdachte 4]? Ja, maar hoe moet [medeverdachte 4] HEM opsturen? [verdachte] zegt dat [medeverdachte 4] gewoon 80 pond van die 1 moet afhalen. Oh begrijpt [verdachte] dan, je bedoelt welke naam? Ja, zegt [medeverdachte 4], ik weet aan wie ik het moet sturen, maar stuur ik het allemaal tegelijk met de 200? Ja, antwoordt [verdachte], maar [medeverdachte 4] moet wel uitzoeken hoeveel ze krijgt voor 80 pond, zodat HIJ het weet. Dan zijn er geen problemen. Dus hoeveel je krijgt voor 80 pond, vraagt [medeverdachte 4]. Ja, in euro zegt [verdachte]. Kan ik er niet gewoon 100 sturen. Ja , zegt [verdachte], maar je moet ervoor betalen om het te versturen. En [verdachte] wil dat niet van zijn geld betalen. Of wil [medeverdachte 4] het soms betalen?

[medeverdachte 4] klaagt dat [verdachte] haar nog geen geld heeft gegeven.

[verdachte] zegt dat dat geld is om te bekostigen wat er aan de hand is met [betrokkene 9], dat geld is CRUMMY MONEY (fon) dat is niet om van te leven maar is voor vliegtuigtickets en al die soort dingen.

[medeverdachte 4] zegt: “ja ik weet het maar hij krijgt steeds geld en ik krijg niet betaald wat ik heb verdiend”. [verdachte] (begint te schreeuwen) vraagt waar [medeverdachte 4] het over heeft en zegt dat HIJ niet kan werken zonder geld, er blijft geen geld over.

(…)

[verdachte] zegt dat [medeverdachte 4] te veel praat over geld via deze telefoon en daar baalt [verdachte] van. [verdachte] heeft [medeverdachte 4] toch al verteld dat dat geld is om de business van [verdachte] te financieren. [betrokkene 9] krijgt helemaal geen geld, het is voor de mensen die daar zitten. [betrokkene 9] krijgt pas geld als iedereen zijn geld krijgt.

(…)

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 10 december 2007 om 13: 43 uur tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] (SH) (lijn 30) (dossierpagina 40, zaaksdossier C15), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[medeverdachte 4] zegt dat het 938,35 is, [medeverdachte 4] vraagt of dat goed is. [verdachte] weet het niet.

[medeverdachte 4] zegt dat er een vier staat en er staat ARS en dan staat er 26 punt 17.

[verdachte] zegt ARI, hij denkt dat hij weet wat dat is.

[medeverdachte 4] zegt dat ze 800 pond heeft gestuurd en de kosten waren 47.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 11 december 2007 om 11: 03 uur tussen [verdachte] en NVV ([medeverdachte 4]) (lijn 30) (dossierpagina 45, zaaksdossier C15), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

(…)

[medeverdachte 4] geeft het volgende nummer door: 4092619064 en het is verstuurd op [medeverdachte 4]’s volledige naam.

[verdachte] zegt oke.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 11 december 2007 om 11: 46 uur tussen NNman en [verdachte] (lijn 30) (dossierpagina 46, zaaksdossier C15), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

NNman vraagt wat haar volledige naam is.

[verdachte] zegt: [medeverdachte 4] (fon), haar achternaam is [medeverdachte 4] (fon).

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 12 december 2007 om 14: 13 uur tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] (lijn 30) (dossierpagina 56, zaaksdossier C15), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

(…)

[verdachte]: Ik wil je niet gek maken. ja? Maar eh.. kan je alsjeblieft stuiteren (‘bounce’)?

[medeverdachte 4]: Ja, maar ik ben net gisteren pas gekomen, weet je..

[verdachte]: Huh?

[medeverdachte 4]: Ik ben gisteren pas gekomen.

[verdachte]: Ik weet het, maar een meisje moet via die weg (‘has to pass that way’), weet je..

[medeverdachte 4]: Ja, maar ik wil niet via die andere weg gaan, ik kan het niet op die manier doen (‘can ‘t do it that way’), het is te veel..

[verdachte]: Alsjeblieft, alsjeblieft, alsjeblieft..

[medeverdachte 4]: Ik zal er over nadenken voor je.

[verdachte]: Goed.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 12 december 2007 om 15: 46 uur tussen [verdachte] en NNman (lijn 30) (dossierpagina 57, zaaksdossier C15), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[verdachte] vraagt of NNman condooms voor hem kan meebrengen.

(…)

[verdachte] wil dat NNman de chauffeur vraagt waar ze condoom kunnen krijgen. NNman heeft geen dinges bij zich, maar zegt dat er nog condooms in de dingen liggen, in de doos. [verdachte] heeft die al meegenomen, toen hij naar het andere huis ging

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 13 december 2007 om 01: 08 uur tussen [verdachte] en [betrokkene 12] (lijn 30) (dossierpagina 61, zaaksdossier C15), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[verdachte]: He! He!

[betrokkene 12]: Ja..

[verdachte]: Ik ga slapen en ik bel je morgenochtend, ja?

[betrokkene 12]: ... Ja… Is [medeverdachte 4] niet bij je?

[verdachte]: Nee. Ze stuitert (‘bounce’)

[betrokkene 12]: Zij stuitert?

[verdachte]: Ja

[betrokkene 12]: Oke, nee, zie je, ik belde haar en zij zei, nee nu even niet, ik ben niet bij mij thuis geweest, ik dacht dat ze echt ergens kwaad over was..

[verdachte]: Nee..

[betrokkene 12]: Huh?

[verdachte]: Stuiteren, stuiteren (‘bouncing’)

(…)

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 13 december 2007 om 07:30 uur tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] (lijn 30) (dossierpagina 62, zaaksdossier C15), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[medeverdachte 4]; mmm

[verdachte]; je bent okee ja?

[medeverdachte 4]; huh huh (=bevestigend)

[verdachte]; Je bent over ja?

[medeverdachte 4]; ja man… ik was aan het slapen (fon)

• Een schriftelijke stuk, bijlage bij het proces-verbaal bevindingen d.d. 11 januari 2008, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende (dossierpagina 20-23, zaaksdossier C15):

10.

Send date : 11/12/2007

MTCN : 4092619064

Paid Date : 11/12/2007

Recording Agent country : Netherlands

Recording Agent City : Amsterdam Zuidoost

Name Sender : [medeverdachte 4]

Name Payee : [betrokkene 13]

Paying Agent Country : United Kingdom

Amount Paying principa1 : 133.37 euros

• Het proces-verbaal bevindingen d.d. 18 januari 2008, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende (dossierpagina 65, zaaksdossier C15):

Op vrijdag 18 januari 2008 werden per fax door busmaatschappij “Eurolines” Nederland de navolgende gegevens ter beschikking gesteld:

Eén passagierslijst betreffende de busreis van Amsterdam naar Londen d,d. 12 december 2007.

Ik, verbalisant, zag dat op deze lijst, onder andere, de navolgende gegevens zijn vermeld:

Op de passagierslijst staat vermeld:

20 [medeverdachte 4] 0001262123 Amsterdam -London 22.00 GBR P. 094512891

Ten aanzien van de uitvoer van cocaïne op 18 december 2007:

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 17 december 2007 om 12.01 uur tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] (dossierpagina 55, zaaksdossier C5), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[verdachte] zegt dat [medeverdachte 5] naar hem moet komen want hij heeft business voor hem.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 17 december 2007 om 15.00 uur tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] (lijn 30) (dossierpagina 57, zaaksdossier C5), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[verdachte]: Vertel het me, man, ik heb meiden (‘chicks’) nodig.

(…)

[medeverdachte 5]: Ja, ik ben nog steeds voor je op zoek, toch.

(…)

[verdachte]: Een is goed, een is goed, weet je nog..

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 17 december 2007 om 17.02 uur tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] (lijn 30) (dossierpagina 64, zaaksdossier C5), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[medeverdachte 5] zegt dat het Turkse meisje net terug heeft gebeld en ZIJ zegt dat ZIJ iedereen weer bij elkaar zou brengen.

(…) [verdachte] vind het fijn dat [medeverdachte 5] hard aan het werk is.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 17 december 2007 om 20.05 uur tussen [verdachte] en [medeverdachte 3] (lijn 30) (dossierpagina 80, zaaksdossier C5), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[verdachte] zegt haar dat ze hen alleen moet laten gaan en niet met hen naar binnen moet en dat ze haar ticket daarna moet halen. [medeverdachte 3] stemt toe.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 18 december 2007 om 17.02 uur tussen [medeverdachte 5] en [betrokkene 14] (lijn 30) (dossierpagina 109, zaaksdossier C5), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[medeverdachte 5] vraagt of de kinderen/meisjes al hebben gebeld. [betrokkene 14] zegt dat ze al hadden gebeld. [medeverdachte 5] wil het nummer hebben en dat [betrokkene 14] tegen ze zegt dat ze haar nu moeten bellen.

• Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 5] d.d. 22 januari 2008, te 11.14 uur (dossierpagina 149, zaaksdossier C5), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

V: Hoe heten uw broers/zussen

A: Mijn oudste zus heet [betrokkene 15] en mijn jongste zusje heet [medeverdachte 3].

Wij verbalisanten, tonen verbalisanten een foto van [verdachte].

A: Ik ken hem. Hij heeft mij weleens gevraagd om mensen te benaderen. Hij had gevraagd of ik meisjes ken die een soortemet dildo gebruiken tussen hun benen en dat weg moeten brengen naar Engeland. Er zit drugs in die soortemet dildo’s van volgens boven 200 en onder de 250 gram drugs. Hij noemt zich [betrokkene 16].

A: Hij heeft mij gevraagd of ik meisjes voor hem wilde regelen om drugs voor hem naar Engeland te smokkelen. Ik heb gewoon meisjes benaderd en die heb ik in contact gebracht met [betrokkene 16]. Ik heb ook mijn nicht [betrokkene 14] uit Doetinchem van mij gebeld om ook meisjes te regelen voor [betrokkene 16].

A: Het is ongeveer 2 of 3 maanden dat ik voor het laatst gevraagd ben of ik meisjes voor hem had. Ik toen [betrokkene 14] gebeld en die heeft toen meisjes voor hem geregeld naar die hebben [betrokkene 16] toen bestolen van zijn drugs. Die meiden zouden een dildo met drugs voor hem wegbrengen.

A: [betrokkene 16] regelde of zijn mensen regelden tickets voor die meisjes om dat die drugs voor hem weg te brengen. De meiden kregen dan die dildo’s met drugs en die moesten zij dan in hun vagina verstoppen. De meiden moeten dan naar Engeland toe en de volgende dag zouden ze weer terugkomen. Ik heb wel eens meisjes voor hem geregeld, maar dit is eigenlijk nooit gelukt. Ik was eigenlijk de tussenpersoon die het maar moest regelen.

• Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 5] d.d. 22 januari 2008, te 13.30 uur (dossierpagina 157, zaaksdossier C5), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

De eerste keer dat ik hem heb ontmoet, noemde hij zichzelf [betrokkene 16]. Hierna heb ik hem altijd M’s genoemd. Ik bedoel hiermee de eerste letter van zijn voornaam. Hij wilde nooit dat mensen zijn echte naam wisten.

V: Wat is uw mobiele telefoonnummer?

A: [telefoonnummer]

Het nummer [telefoonnummer] is een oud nummer van mij. Ik heb volgens mij met dit nummer ook contact gehad met [betrokkene 16].

V: Doet u wel eens bank of geldzaken via Western Union?

A: Heb ik wel gedaan, dit om geld te ontvangen, maar niet geld voor mezelf. Maar wel voor iemand van hun, of ook voor [betrokkene 16]. Ik moest dan geld aan hem geven. Dit was ongeveer 3 of 4 keer dat ik dit moest. Dit kwam uit Engeland. Ik kreeg via de sms van [betrokkene 16] te horen wie dat geld gestort had en dan moest ik het voor hem ophalen. Ik kreeg hier dan een vergoeding van 200 of 300 euro voor.

Tonen telefoongesprek d.d. 17 december 2007 te 15.35 uur.

A: Dit waren de meisjes die door [betrokkene 14] zijn geregeld. Ik had [betrokkene 14] gevraagd om meisjes te regelen. Ik weet gewoon van een meisje af die echt mee gaat als begeleidster die op de meiden let om die drugs weg te brengen. Zij heet [medeverdachte 4]. Er is ook nog een meisje die heet [medeverdachte 6] maar zij noemt zichzelf [naam]. Zij is een soortemet patron. Iemand die ook het een en ander regelt.

V: Kent u het telefoonnummer [telefoonnummer]?

A: Dat denk ik het wel. Het is het nummer van [betrokkene 16].

V: Waaraan bent u hard aan het werk?

A: Ik denk dat [betrokkene 16] het hier heeft over de meisjes die ik moest regelen voor hem. Anders kan ik het me niet voorstellen.

Tonen gesprek d.d. 17 december 2007, te 21.48 uur.

V: In dit gesprek hebben jullie het over een grote vent. Wie is dit dan?

A: Dit gaat over een Bulgaar, een grote vent, letterlijk en figuurlijk. Hij heeft krullen, blanke huidskleur, korte nek. Wat [betrokkene 16] met die Bulgaar had weet ik niet. Voor de kerst is die Bulgaar weggegaan.

Tonen sms d.d. 17 december 2007, te 18.35 uur.

[medeverdachte 3] zou meegaan naar Engeland, samen met die 2 meisjes, en zou hun vlucht begeleiden. [medeverdachte 3] vervoert geen drugs, zij zit nog op school.

Er waren 2 meisjes die drugs voor [betrokkene 16] naar Engeland zouden brengen en [medeverdachte 3] zou hun begeleiden. Er waren er meer die meisjes moesten regelen voor [betrokkene 16] en hier wat aan konden verdienen. Hij maakte zelf ook niet de dildo’s met drugs, dat deed iemand anders. Ik weet niet wie.

V: Kun jij vertellen wat er wordt bedoeld met ‘food’ in veel telefoongesprekken?

A: dat is of geld of drugs.

• Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 5] d.d. 24 januari 2008, te 11.20 uur (dossierpagina 167, zaaksdossier C5), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

V: Wat is het telefoonnummer van de zwarte Samsung die we gisteren bij jou in beslag hebben genomen?

A: [telefoonnummer]

Tonen tapgesprek d.d. 17 december 2007 te 15.00 uur.

A: Hij benadert mij altijd zo van of ik nog meiden had voor hem. Dit was een van de gesprekken toen hij mij haastig en met ernstige dwang vroeg om meisjes te regelen voor hem. Dat is op 17 of 18 december 2007 geld heb moeten ophalen bij Western Union voor [betrokkene 16], kan ik me echt niet herinneren.

V: Heb je toen geld moeten ophalen, wat gestort was door een persoon met de naam [naam]?

A: Ik herken die naam, deze was [naam].

Tonen tapgesprek d.d. 17 december 2007 te 17.02 uur.

V: Moest [medeverdachte 3] ook drugs en/of geld wegbrengen voor [verdachte] op 17 of 18 december 2007?

A: Nee, omdat zij die dag met die andere meisjes moest zijn om de boel in de gaten te houden, dit is niet doorgegaan uiteindelijk. Ze moest begeleiden.

Tonen tapgesprek d.d. 18 december te 17.02 uur.

V: Wie is [betrokkene 14]?

A: Ik denk dat het hier [betrokkene 14] betreft.

Tonen tapgesprek d.d. 18 december 2007 te 17.43 uur.

V: Waar gaat dit gesprek over?

A: Dat gesprek is tussen [betrokkene 16] en mezelf over [medeverdachte 3] die met de meiden mee moet gaan om ze te begeleiden. Eentje heette [naam] of [naam] genoemd. De andere ken ik niet. Ik ken beiden meiden ook niet persoonlijk en ook niet gezien.

Tonen tapgesprek d.d. 18 december 2007 te 19.21 uur.

A: Ik weet wel dat ik mijn zilvergrijze Mini Cooper had uitgeleend aan [betrokkene 16] die avond.

• Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 5] d.d. 30 januari 2008, te 13.45 uur (dossierpagina 197, zaaksdossier C5), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

V: Tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] werd ook wel eens gesproken dat “het ding kleiner gemaakt” moest worden en dat iedereen klaagde over de grootte van het ding. Weet jij wat hiermee bedoeld werd?

A: Ik neem aan dat ze duwersbollen bedoelen, zoals jullie die noemen.

• Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 3] d.d. 22 januari 2008, te 11.45 uur (dossierpagina 231, zaaksdossier C5), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

A: Op 17 december 2007, was ik naar Schiphol geweest samen met 2 meisjes. We waren van plan om te reizen met het vliegtuig richting Engeland

V: Wat was de reden van deze reis?

A: De meisjes moesten de drugs inwendig overbrengen naar Engeland.

A: het is gegaan via iemand die ik ken via mijn zus [medeverdachte 5]. Deze vriend van [medeverdachte 5] stelde aan mij voor om drugs te vervoeren, maar ik wilde niet riskeren om gepakt te worden voor de smokkel. Ik zelf kende wel een aantal meisjes, die de drugs wel wilden vervoeren omdat hij dat vroeg aan mij. Ik heb vervolgens het telefoonnummer van die vriend van [medeverdachte 5] aan de meisjes gegeven. Ik ken de echte naam van hem niet, ik ken hem alleen als [naam]. Hij stelde zich toen als [naam] voor aan mij.

V: Moest jij ook mee van hem om deze reis te maken op 17 december 2007?

A: Nee, tenminste, ik moest er alleen op toe zien dat die meisjes er niet vandoor zouden gaan tijdens het vervoeren van de drugs.

V: Toen alles akkoord was om de drugs inwendig te smokkelen, hoe ging dit toen in zijn werk?

A: Ik heb die meiden die avond in de Vensepolder opgehaald samen met [naam], hij reed ook die avond. We reden in een grijze oude auto, het merk hiervan ken ik niet. Daarna zijn wij met die meiden naar een adres in de Kemperingbuurt gereden.

V: Wat gebeurde toen jullie aankwamen op dit adres?

A: Toen legde [naam] uit wat wij moesten doen, namelijk het inwendig vervoeren van drugs, alleen ik zou dit niet doen. Ik deed alleen de begeleiding van de meiden, echter die meiden wisten dit niet, zoals ik al eerder verklaarde, dachten zij dat ik ook drugs zou vervoeren. Hierna zijn we met de snorder richting Schiphol gegaan om de tickets te kopen. De reservering was nog niet gedaan op dat moment, dat moesten wij zelf regelen. Ik kreeg, ongeveer 700 euro van die [naam], om de tickets te regelen van die meiden.

V: Wanneer kreeg u de drugs eigenlijk te zien?

A: Voordat we naar Schiphol reden, liet [naam] ons een bol zien als voorbeeld.

A: maar de bol was 10 centimeter lang en 4 centimeter breed.

V: Wat gebeurde toen u op Schiphol aankwam?

A: [naam] verzocht mij om apart van de meiden de tickets te halen om niet gezien te worden door aanwezige politie op de luchthaven, omdat ik de meiden zou begeleiden tijdens naar Engeland.

V: Wat moest, na het ophalen van deze tickets gebeuren?

A: We zijn toen met dezelfde snorder teruggegaan naar dezelfde woning in de Kempering om de verdovende middelen inwendig in te nemen. Toen wij aankwamen, waren de bollen drugs nog niet klaar. Uiteindelijk hebben wij op 17 december 20907 onze vlucht gemist richting Londen, Engeland, omdat de bollen drugs voor de meiden nog niet klaar waren.

V: Wat was het traject, als jullie aangekomen waren te Londen met de verdovende middelen?

A: Dan moest ik een telefoonnummer bellen die opgeschreven was door [naam] op papier. Als deze persoon niet zou opnemen, zou ik [naam] weer bellen.

V: Waren er andere personen op de hoogte van jouw reis richting Londen 17 december?

A: Mijn zus, [medeverdachte 5].

V: Wat zou ze dan wel gedaan hebben?

A: Ze zou hetzelfde als mij gedaan hebben, namelijk het zoeken naar meisjes om drugs te vervoeren namens [naam].

• Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 3] d.d. 22 januari 2008, te 14.00 uur (dossierpagina 237, zaaksdossier C5), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

V: Uit ons onderzoek is gebleken dat u ook behulpzaam bent geweest bij het drugssmokkelincident op 18 december 2007 richting Engeland, wat kan u chronologisch hierover verklaren?

A: Het was de bedoeling dat ik naar school zou gaan die dag, maar ik werd gebeld door [naam] om weer te gaan met die meiden. [naam] wou namelijk dat dezelfde meisjes weer de drugs zouden vervoeren richting Engeland op 18 december 2007. [betrokkene 17] belde mij op en vroeg mij of ik al onderweg was naar het huis in de Kempering, want [betrokkene 17] en [betrokkene 18] waren hier al aanwezig. Toen ik hier aankwam, was [naam] daar ook al aanwezig.

V: Was hier ook al de drugs aanwezig?

A: Ja.

V: In welke vorm dan?

A: Dit waren kleine bolletjes ter grootte van mijn pink, die in een plastic zak zaten. [naam] zei tegen mij dat hij van plan was om van deze kleine bolletjes een grotere te maken. Die zelfde bollen drugs moesten daarna weer inwendig vervoerd worden richting Engeland diezelfde dag.

V: Wat is er gebeurd na je schooltijd op 18 december 2007?

A: Ik was thuisgekomen van school en toen belde [naam] mij op of ik nog andere meisjes kende die de drugs wilde vervoeren richting Engeland. Ik zei tegen hem, dat mijn zus [medeverdachte 5] misschien wel wat meisjes kende om dit te doen. Later werd ik door mijn nicht [betrokkene 14] opgebeld om 2 meiden uit Eindhoven op te halen in de Bijlmer, die ik zelf niet kende. Ik wist dat deze meiden met mij naar Engeland zouden gaan met verdovende middelen. Toen ik de meiden ophaalde, herkende ik een van deze meiden van vroeger van mijn schooltijd als [betrokkene 19]. Van dat andere meisje weet ik de naam niet meer.

V: en toen?

A: toen zijn we naar een nieuw huis gegaan achter een moskee in Kempering.

V: Wie waren aanwezig op dit adres?

A: [betrokkene 19], het andere meisje, ik zelf, [naam], een hele grote onbekende blanke man. Deze man is denk ik iemand uit het Oostblok, want hij praatte een soort Engels dat op Russisch lijkt.

V: V: Wat hebben jullie toen gedaan?

A: We zijn toen naar het Amstel station gegaan met een snorder om de bustickets te kopen. [naam] vertelde ons dat we dit keer met de bus richting Engeland zouden reizen met de verdovende middelen. Hij zei dat de busmaatschappij Euro Lines betrof.

V: Wie had geld gegeven voor de bustickets?

A: [naam] gaf mij 150 euro. De meiden hebben hun eigen ticket gekocht van dit geld, ik heb dit namelijk zelf gezien die avond. Na het kopen van de tickets zijn we terug gegaan naar mijn huis in Amstelveen om kleding op te halen, zodat we niet zouden opvallen gedurende onze reis richting Engeland. De meiden hadden zelf namelijk geen bagage meegenomen.

V: Van wie moest je de kleding ophalen?

A: Van [naam].

V: Wat moesten jullie doen in het huis?

A: Hierna zijn we teruggegaan naar het huis achter de moskee in de Bijlmer. De meiden moesten vervolgens de verdovende middelen inwendig inbrengen. Ik heb dit zelf gezien.

V: Was die snorder er ook bij betrokken?

A: Ik denk van wel, want hij moest erop toezien dat die meiden met de bus zouden vertrekken.

V: Was die snorder [betrokkene 20] genaamd?

A: Ja! Die was het.

V: Als u telefonische gesprekken had met deze [naam] over drugs, hoe besprak hij dit dan met u, dus in welke woorden?

A: Met food en stof bedoelde [naam] drugs.

• Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 3] 22 januari 2008, te 15.18 uur (dossierpagina 241, zaaksdossier C5), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Wij tonen verdachte een foto van een andere verdachte die wij kennen als [verdachte].

A: Ja, dat is hem, dat is [naam]. Dit is de persoon van wie ik en de meisjes de drugs moest smokkelen vanuit Nederland naar Engeland met het vliegtuig op 17 december 2007 en per bus op 18 december 2007.

V: Wat is zijn echte naam?

A: Dat weet ik niet.

V: Sinds wanneer kent u [naam] eigenlijk?

A: Sinds eind september of begin oktober 2007.

• Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 3] d.d. 31 januari 2008, te 11.00 uur (dossierpagina 245, zaaksdossier C5), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

V: Wat kan je ons, behalve de namen [betrokkene 18] en [betrokkene 17] verder nog vertellen over deze twee meisjes?

A: Ik had een keer aan een meisje gevraagd of ze kon koerieren. Ik denk dat [betrokkene 18] en [betrokkene 17] het zo te weten kwamen, dat ik dat deed en daarom mij aanspraken toen ik ze tegenkwam. Ze zeiden toen tegen mij dat ze geld nodig hadden en wilden koerieren.

V: De volgende dag, 18 december 2007, ben je weer naar een huis gegaan in de Kempering. Hoeveel bolletjes waren dit en in welke plastic zak zaten ze?

A: Dat kan ik jullie echt niet meer vertellen. Ik heb het niet allemaal gezien op een bolletje na, die zag ik liggen in het huis.

V: Heb je enig idee van wie deze kleine bolletjes een grotere duwersbol zou maken?

A: Nee.

V: Wie heeft nu die twee meisjes geregeld voor de 18e december 2007?

A: Die nicht van mij, genaamd [betrokkene 14].

A: Ze heeft alleen meisjes gezocht. Ik kreeg van [medeverdachte 5] te horen dat [betrokkene 14] die geregeld had. [medeverdachte 5] heeft [betrokkene 14] verzocht, denk ik, om meiden te zoeken.

V: Wie was de opdrachtgever van dit drugssmokkelincident?

A: [naam].

• Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [betrokkene 17] (dossierpagina 262, zaaksdossier C5), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

V: Ken je [medeverdachte 3]?

A: Ja, die ken ik. Ik heb haar voor het laatst gezien in december 2007. Dit was tijdens het uitgaan. [medeverdachte 3] sprak mij aan over iets. Ik zal u zeggen dat het over drugs gedonder ging dat we naar Engeland moesten brengen. Ze zou me bellen wanneer er wat was en dat heeft ze ook de dag erna al gedaan. [betrokkene 22] was er ook bij in die discotheek. We wilden allebei wel gaan. Toen ze de dag erna belde, toen vijf uur in de middag, vertelde ze me dat ik die avond nog kon vliegen. Ze vroeg toen ook of mijn zus nog wilde gaan. [medeverdachte 3] vertelde me dat ze me in de avond zou komen halen. [medeverdachte 3] vroeg toen of ik al klaar was. Ik moest van haar een tas met spullen en toiletartikelen meenemen. [medeverdachte 3] zat in een auto, een Mini cooper, er zat een dik mannetje in. Hij is een Engelse man, Jamaicaans achtig. Het was een zwarte man. Deze man was de baas. We reden toen naar Kempering. [betrokkene 22] en ik moesten naar boven, het was de kamer naast de badkamer. Wij moesten toen wachten maar de vaginabol was nog niet klaar. Wij, [betrokkene 22], [medeverdachte 3] en ik moesten naar Schiphol met een snorder. [medeverdachte 3] regelde alles. Wij moesten op Schiphol een ticket gaan kopen. Onderweg naar Schiphol kregen [betrokkene 22] en ik allebei € 200,- van [medeverdachte 3]. [medeverdachte 3] zei ook dat we niet samen het ticket mochten kopen. [medeverdachte 3] had verteld dat we een ticket naar Heathrow, Londen bij BMI moesten kopen. We zijn toen terug gegaan naar het huis van de dikke man. Toen we weer in het huis kwamen in de Kempering kregen we, [betrokkene 22] en ik, de vaginabol van dikke man. Hij gaf er een en zei dat er dan een morgen zou gaan reizen. Ik kreeg de vaginabol niet naar binnen en mijn zus ook niet. [medeverdachte 3] vertelde ons dat zij niet ging passen omdat zij iets vanuit Engeland moest meenemen naar Nederland. Ik geloofde dat toen niet. De dikke man vertelde toen dat ze het kleiner zouden laten maken en dat we dan morgen zouden gaan reizen. In het huis zaten we met [medeverdachte 5], [medeverdachte 3], [betrokkene 22] en ik in de kamer van de dikke man boven. Om tien uur in de ochtend hadden we een afspraak om weer naar het huis in Kempering te gaan. Toen we er weer waren hebben we smoesjes verzonnen om niet te gaan. [medeverdachte 3] kwam er later ook nog bij en die probeerde ons ook constant over te halen. [medeverdachte 3] wilde dat er een met de bus en een met het vliegtuig zou gaan. [medeverdachte 3] zou met een van ons meegaan, ze zei alleen niet met wie.

V: We tonen je een foto, herken je deze persoon die wij kennen als [verdachte]?

A: Dit is de dikke man waarover ik heb gesproken. Hij heeft het huis in nieuw Kempering.

• Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [betrokkene 22] (dossierpagina 269, zaaksdossier C5), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

A: Ik kan mij niet al te veel herinneren van de ontmoeting met [medeverdachte 3] in het Grandcafe.

V: Werd er bij de ontmoeting over drugs gesproken?

A: Nou dat weet ik niet, maar [medeverdachte 3] zei wel tegen mij dat ze me nog zou bellen.

V: Wanneer belde ze je?

A: De volgende dag belde [medeverdachte 3] naar [betrokkene 17], want mijn nummer heeft ze niet. Ik hoorde toen [betrokkene 17] praten aan de telefoon en ik hoorde dat het ging over het naar Londen gaan. Ik werd door [betrokkene 17] gebeld waar ik bleef, want [medeverdachte 3] was er al. Ik bedoel bij het huis van [betrokkene 17]. Ik zag dat [medeverdachte 3] in deze zitten samen met een man die ik niet kende. Het is een negroïde man.

V: Wat heb je toen gedaan?

A: Ik ben toen naar boven gegaan om mijn tas te pakken. Toen we in de auto zaten is er wel over drugs gesproken.

V: Wat werd er dan gezegd?

A: [medeverdachte 3] begon hier over. [medeverdachte 3] vroeg of we serieus waren. Ik vroeg aan [medeverdachte 3] of we de drugs moesten slikken en zij zei toen van niet maar dat we het moesten duwen in onze vagina. [medeverdachte 3] zei dat we naar Londen moesten vliegen met een duwersbol en dat we daar dan € 500,- voor zouden krijgen.

V: Toen je daar aankwam, wat hebben jullie toen gedaan?

A: Toen we het huis binnenkwamen zijn we gelijk naar boven gegaan naar een slaapkamer. Ik zat daar met [betrokkene 17] in een slaapkamer.

V: Hoe ging dat?

A: Er kwam een snorder in een blauwe auto. Ik was samen met [betrokkene 17] en met [medeverdachte 3]. In de auto kregen [betrokkene 17] en ik geld van [medeverdachte 3]. Dit was het geld om het ticket te kopen naar Londen.

V: Is er verder iets gezegd in de auto?

A: Ja, [medeverdachte 3] zei dat we een voor een de tickets moesten gaan kopen, zodat het erop zou lijken dat we elkaar niet kenden. In de auto op de terugweg zei [medeverdachte 3] nog tegen mij dat ik niet zo naar haar had moeten kijken en zo zenuwachtig had moeten doen.

V: Jullie rijden dus weer naar dat huis en wat gebeurde er toen?

A: Zijn we gelijk naar boven gegaan naar de slaapkamer. [medeverdachte 3] ging toen naar beneden en kwam later weer naar boven. Ik zag toen dat zij een lange duwersbol in haar handen had.

A: Ik wilde dit als eerste proberen. [medeverdachte 3] deed toen de duwersbol in een condoom en ze deed er glijmiddel op. Hierna ben ik gaan proberen om het in mijn vagina te krijgen. Dit lukte niet want het was veel te groot. [betrokkene 17] is toen gaan proberen de duwersbol in haar vagina te duwen, maar bij haar lukte het ook niet. Hierna ging [medeverdachte 3] naar beneden naar die negroïde man om het kleiner te laten maken. Na ongeveer 10 minuten kwam ze terug met die duwersbol.

V: Was het nu kleiner gemaakt?

A: Dat zei ze maar ik heb er niet echt naar gekeken. Ik heb toen weer geprobeerd om de bol in mijn vagina te krijgen. Maar ook dit keer lukte het niet.

A: het was dus al laat en de vlucht was al weg. We zijn toen met die negroïde man en met [betrokkene 17] en [medeverdachte 3] naar Schiphol gegaan. Verder met een snorder naar het huis van de negroïde man gegaan.

V: Wie zaten er toen allemaal in het huis?

A: Die negroïde man was daar. Ook een zus van [medeverdachte 3] was daar.

A: toen [betrokkene 17] en ik daar al ongeveer 2 uurtjes zaten kwam [medeverdachte 3] ook weer naar het huis. [medeverdachte 3] vroeg ook nog aan ons of we vanmiddag konden gaan.

Verbalisanten tonen een foto van [medeverdachte 3].

A: Ja, dit is [medeverdachte 3].

Verbalisanten tonen een foto van [verdachte].

A: Ik weet niet wat zijn naam is, maar dit is wel die negroïde man.

V: Wie was de opdrachtgever van dit drugssmokkelincident?

A: Ik denk die negroïde man.

• Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [betrokkene 14] d.d. 27 februari 2008, te 09.30 uur (dossierpagina 281, zaaksdossier C5), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Mijn familie noemt mij [betrokkene 14].

• Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [betrokkene 14] d.d. 27 februari 2008, te 10.10 uur (dossierpagina 283, zaaksdossier C5), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

V: Bent u nu wel of niet benaderd door [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3]?

A: Ja, ik ben door beide benaderd.

A: Ze hebben me in december 2007 meerdere malen gebeld met de vraag of ik meisjes kon regelen om te koerieren met verdovende middelen.

A: Ik heb een andere man, [betrokkene 21], gebeld en ik heb hem gezegd dat [medeverdachte 5] mij gebeld had dat ze meisjes nodig had. Ik heb [betrokkene 21] weer gebeld en toen heb ik het nummer van [medeverdachte 5] of [medeverdachte 3] gegeven, dat weet ik niet meer.

• Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [betrokkene 23] (dossierpagina 292, zaaksdossier C5), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

A: Ik ben op 17 december 2007 gebeld door Jamaican dit is de persoon van de foto van mijn eerdere verhoor. Ik weet sinds het eerdere verhoor dat dit [verdachte] is. [verdachte] vroeg mij om een ritje te maken. Ik moest naar het huis van [verdachte]. Kwamen er 3 meiden in de auto stappen. [verdachte] kwam ook naar buiten en vertelde dat ik deze meiden naar de luchtgaven Schiphol moest brengen. Ik heb de meiden afgezet op Schiphol, de meiden hebben vliegtickets gekocht en ik heb ze daarna weer teruggebracht naar het huis van [verdachte]. Op 18 december moest ik weer van [verdachte] 3 meiden wegbrengen naar het Amstel station. Ik moest van [verdachte] blijven wachten tot de meiden in de bus waren gestapt. Ik weet niet waarom dit moest.

Ten aanzien van de uitvoer van cocaïne op 18 december 2007:

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 17 december 2007 om 09.46 uur tussen [medeverdachte 2] en NNman2 (dossierpagina 17, zaaksdossier C6), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

NN1: Goed, goed. In welk hotel zit je?

NN2: Uhh.. Oosterpark.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 17 december 2007 om 12.24 uur tussen NNman1 en NNman2 (dossierpagina 18, zaaksdossier C6), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

NNman1: Luister. Jullie kunnen achter elkaar aan. Snap je?

NNman2: Ja. Ja.

Nnman1: En zeg dat ze beide nemen… (ntv)

NNman2: Voor vandaag?

NNman1: Schrijf het voor hem op een papiertje. En datgene die als eerste vertrekt bij mij op papiertje hebben en kan me bellen bij aankomst.

(…)

NNman1: En als ze “het” komen brengen zodat jullie het werk doen moet je me weer bellen.

NNman2: Goed.

NNman1: Zonder dat je namen gaat opschrijven. Zoals ik het opgeschreven heb. Zonder namen.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 17 december 2007 om 16.28 uur tussen NNman1 en NNman2 (dossierpagina 19, zaaksdossier C6), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

NNman2: Ze hebben me net een grote koffer gebracht en ik ga waarschijnlijk vanavond. Ze zeiden dat ze wat kleding voor mij zouden kopen.

NNman1: Ja. Heb je al gedineerd? Wanneer ga je eten?

NNman2: Dat hebben ze me niet verteld. Ik denk dat ik vanavond ga dineren.

(…)

NNman1: Bel me als je gaat dineren.

NNman2: Goed.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 17 december 2007 om 21.38 uur tussen NNman1 en NNman2 (dossierpagina 23, zaaksdossier C6), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

NNman1: Hoeveel vlees hebben ze gebracht?

NNman2: Ik heb 10 (tien) pizza’s gegeten.

NNman1: Aha. Goed. Kop op. Hoeveel vlees is er nog?

NNman2: het is niet weinig. Ze zijn me niet aan het opjagen.

NNman1: Goed. Wanneer gaat jouw vriend dineren?

NNman2: Ik denk…als ik vertrokken ben zal hij twee dagen na mij…

(…)

Nnman2: Ik zal zoveel mogelijk.

NNman1: Kom op.

NNman2: Ik zal proberen zoveel mogelijk te eten.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 17 december 2007 om 23.55 uur tussen [betrokkene 24] en NNman2 (dossierpagina 24, zaaksdossier C6), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

NNman2 heeft al 30 pizza’s opgegeten. NNman2 zegt “Ze willen dat ik 100 opeet”.

(…)

NNman1 zegt dat rustig gedronken moet worden. Wodka moet je rustig drinken en geen pizza’s meer eten.

Nnman2 heeft bloed gespuugd door de wodka’s. NNman1 zegt: “dan doe je het te snel”.

NNman2 zegt: “Zo willen ze het”. NNman1 vraagt of ze snel willen.

NNman2 zegt: “Ik drink 10 wodka’s en rust uit. En dan weet 10 wodka’s en rust”.

NNman1 zegt: “Rustig aan, probeer per 5.”

NNman2 zegt dat dat goed is.

NNman2 had al gezegd dat hij niet overhaast wil doen.

NNman1 vraagt wanneer het is. Morgen zegt NNman2. NNman1 raadt NNman2 om rustig aan te doen en alle tijd te nemen zonder haast.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 18 december 2007 om 11.18 uur tussen NNman1 en NNman2 (dossierpagina 27, zaaksdossier C6), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

NNman1 zegt: “Geef de telefoon aan de jongen zodat ik contact met hem heb.” Dat is goed, zegt NNman2. NNman1 zegt: “Ik ben niet tevreden over hoeveel je gedronken hebt. Dat zeg ik je. Waren de wodka’s slecht? Leg uit.”

NNman2 zegt: “Kleine en grote”.

Nnman1 vraagt: “Waren ze slecht dan?”

NNman2 zegt: “Nee, ze zijn goed”.

NNman1 zegt: “Wat doe je dan? Wat is dit voor aanstellerij?”

(…)

Hierna komt een derde man aan de lijn.

(…)

NNman1 zegt dat [betrokkene 25] te weinig wodka heeft gedronken. NNman3 zegt het te begrijpen en dat de jongen moeite heeft gedaan.

• Het tapgesprek d.d. 22 december 2007 om 12.17 uur tussen [medeverdachte 2] en NNman2 (dossierpagina 29, zaaksdossier C6), - zakelijk weergegeven - onder meer inhoudende:

[medeverdachte 2]: Nu heb ik de telefoon van een vriend van hem genomen om jou te bellen. Vanochtend ben ik om 10.00 uur het hotel uitgezet, net als vuil.

(…)

NNman zegt dat hij een visitekaartje van het hotel heeft maar daar staat de naam in het Japans op en hij kan de naam niet lezen.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 22 december 2007 om 12.20 uur tussen [medeverdachte 2] en [verdachte] (lijn 30) (dossierpagina 31, zaaksdossier C6), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[medeverdachte 2]: Hij heeft hem uit het hotel gegooid, niemand gaat naar hem, niet betalen, dit, dit, dit..

[verdachte]: Wie en waar?

[medeverdachte 2]: Japan.

[verdachte]: Man, dat is weer lekker (‘some joke business’) ik heb genoeg van die verdomde mensen.

• Het proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina 55, zaaksdossier C6), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Afgegeven is de passagierslijst van vlucht KL861 van Amsterdam naar Narita Japan van 18 december 2007.

Ik, verbalisant, zag onder andere de navolgende gegevens vermeld staan: [betrokkene 26].

• Het proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 26] bij de rechter-commissaris d.d. 29 januari 2009, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

V: U vraagt mij of ik de naam [medeverdachte 2] ken.

A: Ik ken die persoon. Ik moest van hem ampullen slikken, met daarin waarschijnlijk drugs.

A: Ik heb wel telefoongesprekken gevoerd met betrekking tot het slikken van dingen.

V: U vraagt mij of wij die dingen tijdens deze gesprekken gewoon bij de naam noemden of dat wij hiervoor andere benamingen gebruikte.

A: In principe sprake wij over vodka’s en pizza’s. Ik sprak hierover aan de telefoon met [medeverdachte 2].

(…)

V: U houdt mij voor dat uit een proces-verbaal van bevindingen van 19 februari 2008 blijkt dat ik op 18 december 2007 met vlucht KL861 van Amsterdam naar Narito ben gevlogen. U vraagt mij wat ik daar ging doen.

A: Ik heb in Amsterdam die pillen geslikt en heb deze naar Tokio gebracht. Ik weet niet meer of ik toen in Narita ben aangekomen. Het is juist dat ik in Tokio problemen had met het hotel en dat ik uit het hotel ben gezet. Ik stond daar en wachtte tot iemand ergens vandaan zou komen.

V: U vraagt mij wie er zou komen.

A: Waarschijnlijk een of andere idioot. Ik heb toen naar Nederland gebeld, naar [medeverdachte 2]. Hij zei dat ik gewoon moest wachten. Toen is er iemand gekomen die ik nog nooit eerder had gezien. Die pillen heb ik aan hem gegeven.

(…)

A: Toen ik naar Tokio reisde, vervoerde ik ongeveer 45 pillen. Het was minder dan een halve kilo en iedere bol woog 5 gram.

Ten aanzien van witwassen en de uitvoer van cocaïne op 18 december 2007:

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 17 december 2007 om 21.06 uur tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] (lijn 30) (dossierpagina 21, zaaksdossier C7), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[medeverdachte 4]: Ik moet een trein pakken, want wanneer ik daar kom moet dat ding nog daarheen toe gaan ja, zou dat de andere helft moeten pakken na half vijf.

[verdachte]: Fuck me now.

[medeverdachte 4]: Ja.

[verdachte]: Dus hoeveel heb je in je kut zitten?

[medeverdachte 4]: 15 maar.

(…)

[medeverdachte 4]: Ik weet niet waarom jij 50 zei.

[verdachte]: Ik heb hem niet zest…eh 15 gezegd.

[medeverdachte 4]: Hij zei tegen mij dat jij gezegd had 15.

[verdachte]: Waarom?

[medeverdachte 4]: Ik zeg net tegen jou dat hij tegen mij gezegd heeft dat jij 15 gezegd had.

[verdachte]: Maar waarom zou ik zoiets zeggen, want dat zal niet genoeg geld worden?

(…)

[medeverdachte 4]: Ik heb 100 pond nodig voor mijn ticket.

[verdachte]: Ja (maar) dat is genoeg.

• Een schriftelijk stuk bevattende het sms-bericht d.d. 17 december 2007 om 21.27 uur tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] (lijn 30) (dossierpagina 23, zaaksdossier C7), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Inhoud smsbericht:

Goede bui, die verdomde missie heeft me laten bloeden en mijn menstruatie was pas 2 weken geleden. Dit is dus niet goed.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 18 december 2007 om 15.33 uur tussen [verdachte] en NNman0791 (lijn 30) (dossierpagina 29, zaaksdossier C7), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[verdachte] heeft stress, mannen die drugs in cosignatie hebben gegeven willen geld zien. [verdachte] heeft nieuwe werkers maar geen geld voor hun tickets.

(…)

[verdachte]: De man die me de food heeft gegeven wil 500 euro.

(…)

[verdachte]: [medeverdachte 4] komt wel over met geld, weet je, maar het is het gezeik, [betrokkene 27] man.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 18 december 2007 om 23.34 uur tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] (lijn 30) (dossierpagina 38, zaaksdossier C7), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[verdachte]: Ben je terug?

[medeverdachte 4]: Maar ik ben niet echt blij…Huh?

[verdachte]: Waarom, wat is er aan de hand?

[medeverdachte 4]: Ik kan geen geld opnemen, er stond dat ik contact moest opnemen met de bank.

(…)

[verdachte]: Zeg tegen hem dat je een taxi vanaf Heathrow neemt en dat je wilt dat hij hem betaalt, ja?

[medeverdachte 4]: Oh, zal ik dat tegen hem zeggen’.

[verdachte]: Ja, want hij zal het ding van je overnemen, ja?

[medeverdachte 4]: Ja.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 18 december 2007 om 23.42 uur tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] (lijn 30) (dossierpagina 40, zaaksdossier C7), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[medeverdachte 4]e: Ja, wat is hij..ehm…wat moet hij mij geven.. jouw geld (‘P’) geven om hier te houden?

[verdachte]: Hij moet je gewoon 6 duizend (‘bags’) geven.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 18 december 2007 om 23.43 uur tussen [verdachte] en NNman Gee3377 (lijn 30 (dossierpagina 41, zaaksdossier C7), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[verdachte]: Ja, ik heb haar gezegd dat ze jou moest bellen en een taxi nemen, was dat goed?

NN: Ja, ja, ja, het is afgehandeld.

[verdachte]: Anders zou ze er uren over hebben gedaan als ze niet meteen in een taxi was gesprongen, G..

NN: Ja

[verdachte]: …dan had ze een trein moeten nemen en die man had maar in het huis gezeten, terwijl hij steeds bozer werd.

NN: Ja, ja, ja..

[verdachte]: Dus ik zei tegen haar jou te bellen zodat ze gewoon in een taxi kon stuiteren.

(…)

NN: Eh..zoals ik zeg eh..de…wat zal ik doen, haar het ding ook geven of..?

[verdachte]: Het papier, ja, ja, ja, ja.

(…)

[verdachte]: Het is flake, het is flake, hoe je het ook wendt of keert, het is flake, begrijp je, altijd als ik flake doe, ja, kan ik maar 200 met een meid sturen, snap je wat ik tegen je zeg.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 19 december 2007 om 01.39 uur tussen [verdachte] en NNvrouw (lijn 30) (dossierpagina 46, zaaksdossier C7), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[verdachte]: Je brengt toch zeven terug?

[medeverdachte 4]: Ja, zeven. [medeverdachte 4] heeft 20 pond eruit gehaald om eten te kopen maar heeft problemen met geld opnemen gehad.

[verdachte]: Dat weet ik niet. Ik heb al het papier nodig om aan de man te geven, dat weet je.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 21 december 2007 om 17.21 uur tussen [verdachte] en [betrokkene 27] (lijn 30) (dossierpagina 48, zaaksdossier C7), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

(…)

[verdachte] heeft [medeverdachte 4] over laten stuiteren met 200 en dat is in feite wat [verdachte] het papierbedrag van heeft gekregen als [medeverdachte 4] niet over was gestuiterd dan zou [verdachte] kapot geweest zijn, [verdachte] heeft HEM het meeste geld betaald maar HIJ vraagt om nog 6000 maar [verdachte] zal HEM nog een paar dagen aan het lijntje moeten houden, de vriend van [verdachte] komt over met 10 bags.

Ten aanzien van witwassen en de uitvoer van cocaïne op 29 december 2007:

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 28 december 2007 om 14.07 uur tussen [verdachte] en NNvrouw (lijn 30) (dossierpagina 18, zaaksdossier C8), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[verdachte]: Ik kom over een uur of twee, ik wacht op [medeverdachte 4] die komt met het vliegtuig uit Birmingham.

NN: Goed

[verdachte]: Ze heeft papieren en alles, maak je niet ongerust.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 29 december 2007 om 16.03 uur tussen NNman/[medeverdachte 4] en [verdachte] (lijn 30) (dossierpagina 24, zaaksdossier C8), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[[medeverdachte 4] komt aan de telefoon]

(…)

[medeverdachte 4]: Ja, ok is alleen denk ik dat het wel langer gaat duren zo, maar goed ik ga sowieso niet klagen dus laat “het” er maar zo in (leave it in)…

[verdachte]: Dus het hangt er niet ui?

[medeverdachte 4]: Nou, ik heb het nog niet geprobeerd, maar…

[verdachte]: Nou probeer het! Probeer het man! (stemverheffend en drukopvoerend)

[medeverdachte 4]: …..hangt het er uit uit hoe dan ook (hang out anyway)

[verdachte]: Probeer het, alsjeblieft, probeer het. Alsjeblieft, voordat die man terugbelt

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 30 december 2007 om 17.51 uur tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] (lijn 30) (dossierpagina 38, zaaksdossier C8), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[medeverdachte 4] zegt dat ‘hij’ heeft gebeld en zei dat hij op zijn tester zit te wachten.

• Het proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina 43, zaaksdossier C8), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Per fax werd door busmaatschappij Eurolines Nederland de navolgende gegevens ter beschikking gesteld. Een boekingslijst en twee passagierslijsten betreffende de busreis van Amsterdam naar Londen d.d. 29 december 2007. Op de boekingslijst staat vermeld: [medeverdachte 4] Op een van de passagierslijsten staat vermeld: [medeverdachte 4]

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 31 december 2007 om 19.21 uur tussen [verdachte] en NNM 0547 (lijn 30) (dossierpagina 16, zaaksdossier C9), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

NN: Fats

[verdachte]: Je weet dat het geld 600 pond te weinig is toch?

(…)

[verdachte]: ja dus het had zeven duizend (bags) blood moeten zijn zeven.

NN: Wacht eens even (schreeuwen door elkaar). Je hebt helemaal niet…

[verdachte]: Luister naar me! Ik heb het eten verkocht/verstuurd (shot) voor 775 per ounce (a oz) Het komt op 6975…

Ten aanzien van de uitvoer van cocaïne op 2 januari 2007:

• Het proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina 41, zaaksdossier C9), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Op 2 januari 2008 bevonden wij, verbalisanten, ons op de luchthaven Schiphol, gelegen in de gemeente Haarlemmermeer. Ik, Van der Meer, heb [medeverdachte 4] ter plaatse aangehouden. Ik, verbalisant Hipwell, heb verbalisant De Vries om assistentie verzocht teneinde [medeverdachte 4] aan een kledingonderzoek te onderwerpen. In afwachting van de komst van verbalisant De Vries verklaarde [medeverdachte 4] desgevraagd dat zij een zogenaamde duwersbol met cocaïne in haar lichaam had en dat zij deze zelf wilde verwijderen. [medeverdachte 4] heeft in bijzijn van, verbalisant De Vries, de zogenaamde duwersbol verwijderd uit haar vagina. Hierop heb ik de duwersbol in beslag genomen.

• Het proces-verbaal van bevindingen, verdovende middelen (dossierpagina 51, zaaksdossier C9), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Het nettogewicht van de aangetroffen stof, bedroeg totaal 193,2 gram. Monsterneming onder nummer 08-000306 A.

• Het deskundigenrapport van het Douane Laboratorium d.d. 8 januari 2008 opgesteld door mw. Drs. M.M. Sarneel (dossierpagina 73, zaaksdossier C9), onder meer inhoudende dat het monster onder nummer 08-000306A cocaïne bevat.

• Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 4] bij ivs (dossierpagina 59, zaaksdossier C9), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Ik ben in Engeland gebeld door iemand die mij gevraagd heeft naar Nederland te komen om iets naar Engeland te brengen. Vandaag heb ik in Amsterdam een bol gekregen die ik mee moest nemen naar Londen. Ik moest de bol in mijn vagina stoppen. Ik zou hiervoor 500 Engelse ponden krijgen. Ik wist niet wat er in de bol zat maar ik dacht dat het om cocaïne zou gaan.

Ten aanzien van witwassen op 25 oktober 2007:

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 25 oktober 2007 om 18: 44 uur tussen [medeverdachte 6] en [verdachte] (lijn 17) (dossierpagina 24, zaaksdossier C18), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[verdachte]: ja

[medeverdachte 6]: he schat kom jij me ophalen?

[verdachte]: ja

[medeverdachte 6]: oke

[verdachte]: heb jij het papier gestopt waar ik je heb gezegd het papier te stoppen?

[medeverdachte 6]: ja

[verdachte]:goed

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 25 oktober 2007 om 23: 07 uur tussen [verdachte] (SH) en [medeverdachte 6] (SH) (lijn 17) (dossierpagina 29, zaaksdossier C18), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[medeverdachte 6]: Schatje, ik ben hier bij de paspoortcontrole, ja? Ik zal er over 4 minuten zijn het is een beetje

[verdachte]: Ben je naar het toilet geweest voor je door de paspoortcontrole ging?

[medeverdachte 6]: Schatje ik moest wel

[verdachte]: Waarvoor?

[medeverdachte 6]: Ik moest plassen.

[verdachte]: ik hoop dat je dat ding niet eruit gehaald hebt he?

[medeverdachte 6]: Nee

[verdachte]: Dat heb je wel gedaan.

[medeverdachte 6]: Kun je je kop houden alsjeblieft, nee dat heb ik niet gedaan.

Ten aanzien van witwassen op 29 oktober 2007:

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 25 oktober 2007 om 17.33 uur tussen [medeverdachte 3] en [betrokkene 28] (dossierpagina 22, zaaksdossier C1), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[medeverdachte 3]: [betrokkene 28]? [medeverdachte 3]. Heb je morgen zin om met ding/spul te gaan?

(…)

[medeverdachte 3]: Maar dan met het vliegtuig weet je.

[betrokkene 28]: Ja. Ja. Eigenlijk wil ik wel gaan ja.

[medeverdachte 3]: Weet je het zeker?

[betrokkene 28]: Ja, eigenlijk wel ja, maar dan wil ik mijn geld wel daar beneden.

(...)

[medeverdachte 3]: Ja, eeh, [verdachte] krijgt ze het geld daar beneden? [betrokkene 28], als ze morgen gaat, krijgt ze het geld daar dan? (opm. tolk: de stem van [verdachte] is te horen op de achtergrond. [verdachte]: …..wie?.....ja, ja, ja)

[medeverdachte 3]: Hij zei ja.

[betrokkene 28]: En jij dan, wat doe jij?

[medeverdachte 3]: Dat weet ik niet, maar ik wil wel met dat klereding gaan.

[betrokkene 28]: Ja, maar wil jij ook gaan werken?

[medeverdachte 3]: Ja, maar hij heeft nog alleen maar eentje nodig, begrijp je?

(…)

[betrokkene 28]: Ja, maar wat denk jij, met dingen gaan of leeg komen, leeg gaan?

(…)

[medeverdachte 3]: En we hebben een gratis vlucht (stv) plus we hebben meer geld over.

(…)

[betrokkene 28]: Ja man, ik ga wel vandaag eeh ik wil wel doen morgen.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 29 oktober 2007 om 13.22 uur tussen [verdachte] en [betrokkene 27] (lijn 17) (dossierpagina 29, zaaksdossier C1), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[verdachte] heeft een grote ‘shot’ in een keer. (…) [verdachte] heeft het over dat de meisjes ‘het’ in hun poem poem moeten duwen.

• Het proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina 65, zaaksdossier C1), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Op 29 oktober 2007 werden [betrokkene 28] en [medeverdachte 3] aangehouden op Schiphol. In de zwarte canvas rolkoffer van [medeverdachte 3] werd in totaal een bedrag van € 3.800,- aangetroffen. Bij [betrokkene 28] werd middels een inwendig onderzoek een duwersbol aangetroffen. Uit nader onderzoek van deze duwersbol blijkt dat deze een totaalbedrag van € 8.000,- bevatte.

• Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 3] d.d. 23 januari 2008 (dossierpagina 94, zaaksdossier C1), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[betrokkene 4] zei me geld inwendig te laten vervoeren. Ik weigerde want stop niets naar binnen, geen drugs of geld. Het geld dat ik moest vervoeren en wat aangetroffen werd bij mijn aanhouding op Schiphol, 29 oktober 2007, deed ik uiteindelijk in mijn eigen portemonnee.

V: Werden jullie gedwongen door iemand om geld inwendig te vervoeren?

A: Nee. Ik wist dat [betrokkene 28] wel had geduwd. Ik weet wel dat ze meer geld bij zich had. Dit geld wat zij bij zich had was ook van [betrokkene 4] namens [naam].

Ten aanzien van witwassen op 2 december 2007:

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 2 december 2007 om 02: 19 uur tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] (lijn 30) (dossierpagina 15, zaaksdossier C14), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

(…)

Vrouw vraagt of [verdachte] weet hoe laat het morgen zal zijn. [verdachte] is er niet zeker van - elf, of een of twee’. Waarop vrouw zegt: dat is een groot tijdsverschil, als ik daar om tien uur ben.

[verdachte] zegt, je hoeft niet alles te wisselen, je hebt het geld voor je vlucht. Ze moet dat geld apart houden. Vrouw gaat ‘hem’ nu bellen. Vrouw vraagt hoeveel ze eruit moet halen. Twee biljetten [lett. Twee bills], zeg [verdachte] maar het is al gewisseld.

Vrouw zegt ‘hij’ moet toch twee biljetten hebben want ik betaald de vlucht niet.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 2 december 2007 om 14:20 uur tussen [verdachte] en NNman (lijn 30) (dossierpagina 25, zaaksdossier C14), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

(…)

[verdachte]: Hoeveel ponden gaf je aan haar?

NNM: Ehh..negen honderd vijf en zeventig.

[verdachte]: 9 7 5

NNM: Negen honderd vijf en zeventig..ja.

(…)

[verdachte]: Maar ik heb die vijf ‘bulls’ [vermoedelijk vijftig] morgen nodig dat weet je.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 2 december 2007 om 15:47 uur tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] (lijn 30) (dossierpagina 30, zaaksdossier C14), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

NVV: [medeverdachte 4] is al weg.

[verdachte]: Luister, waar ben je?

NVV: Ik ben op de luchthaven Heathrow.

Ten aanzien van witwassen op 13 december 2007:

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 13 december 2007 om 13: 23 uur tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] (lijn 30) (dossierpagina 21 zaaksdossier C16), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

[medeverdachte 4]: Wat zei je, 1 3 7 5?

[verdachte]: Ja.... Ben je in de winkel?

[medeverdachte 4]: Nee. .maar dat, dat, dat gaat ten koste van mijn 200 (‘2 bilIs’) om daar te komen en zo.

[verdachte]: Ah.. maar je hebt daar toch 16?

[medeverdachte 4]: Ja, er is 16..

[verdachte]: Ja, dus (ntv) deel zoals gewoonlijk.

[medeverdachte 4]: Ja, maar dit is 1 3 en ik heb..

[verdachte]: Oke.. nee, nee, je hebt toch 1 50, je moet proberen.. 100 is.. laat me de Flat (fon) bellen, ik bel je terug, een minuutje, ja?

[medeverdachte 4]: Oke.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 13 december 2007 om 13: 26 uur tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] (lijn 30) (dossierpagina 22 zaaksdossier C16), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

(…)

[verdachte]: Ja, maar je zult nog meer geld krijgen, dus als er iets is, dan neem je daar maar 20 of 30 pond van of net wat je nodig hebt.

[medeverdachte 4]: Van dat geld, ja?

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 13 december 2007 om 16: 52 uur tussen [verdachte] en NNman (lijn 30) (dossierpagina 33 zaaksdossier C16), zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

(…)

[medeverdachte 4] is in Gatwick en neemt een Easyjet vlucht, ze gaat niet met BA wat [verdachte] dacht. De vlucht vertrekt om 5 over 4. [medeverdachte 4] verzoek of er iemand is in Amsterdam om haar af te halen, of “[betrokkene 20]” (vrijwel onverstaanbaar) daar kan zijn bijvoorbeeld

Ten aanzien van witwassen op 18 januari 2008:

• Het proces-verbaal van onderzoek inbeslagname, d.d. 12 februari 2008, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende (dossierpagina 107, inbeslagnamedossier E1):

Op 21 januari 2008 zijn met toestemming van verdachte [verdachte] op het

verblijfadres van voornoemde verdachte gelegen aan de [adres] te Amsterdam, onderstaande goederen in beslag genomen.

Doos all-bran cornflakes.

Op de tafel in de keuken stond deze doos met daarin totaal € 3.300,- verstopt.

21 x € 100,-

6 x € 200,-

Ten aanzien van alle feiten:

• Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 4] d.d. 24 januari 2008, omstreeks 12.15 uur, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende (dossierpagina’s 47-49, zaaksdossier C16 ):

V: Wij tonen de verdachte een foto van [verdachte] en vragen haar of zij de man op de foto herkend .

A: Ja, ik herken hem. Dat is mijn vriend die hier woont.

V: Is dit jouw opdrachtgever?

A: Ja dit is hem.

V: Weet je zijn naam?

A: Ja, ik weet alleen zijn voornaam. Hij heet [verdachte], maar ik noem hem bij zijn bijnaam. Zijn bijnaam is [verdachte].

V: Wanneer en hoe ben je in Nederland aangekomen?

A: Ik ben per trein naar Brussel gegaan. Ik ben Oudejaarsdag aangekomen in Brussel.

V: Hoe ben je van Brussel naar Nederland gekomen?

A: [verdachte] heeft me opgehaald met een huurauto.

V: Wat heb je toen voor [verdachte] meegenomen naar Nederland?

A: Geld. [verdachte] heeft me gevraagd om geld mee te nemen.

V: Wat heb je toen voor [verdachte] meegenomen naar Nederland?

A: Geld. [verdachte] heeft me gevraagd om geld mee te nemen.

V: Hoeveel?

A: Weet ik niet, het is niet mijn geld. We hebben er wel ruzie over gehad dat het minder was dan dat het moeten zijn.

V: Van wie had je het geld gekregen?

A: Eén van [verdachte] zijn vrienden had het aan mij gegeven.

V: Hoe heb je het geld meegenomen?

A: Ik had het in mijn portemonnee gedaan en op deze manier meegenomen.

V: In wat voor biljetten was het geld samengesteld?

A In biljetten van 100 pond. Ik denk dat het totaalbedrag een paar duizend pond was.

V: We hebben een aantaal maanden de telefoonnummers afgeluisterd. Ook de gesprekken die jij met [verdachte] hebt gehad. Wanneer jij en [verdachte] het hebben over “food”, wat bedoelen jullie hiermee dan?

A: Zijn drugs.

V Wat bedoelen jullie als jij en [verdachte] het hebben over paper?

A: Geld.

V: Waar ben je verbleven alle dagen voor je terugreis?

A: In de Bijlmer, in de woning van [verdachte].

V: Wanneer heb je de verdovende middelen gekregen?

A: Op de dag dat ik naar huis zou vertrekken. Ik kreeg het

in de middag.

V: Van wie heb je de verdovende middelen gekregen?

A: [verdachte] was erbij, maar de Afrikaanse man heeft het me gegeven.

V: Wat heb je gedaan toen je de verdovende middelen gehad had?

A: Het zat al in een condoom, ik hoefde het alleen maar in te brengen.

V: Hoe en wanneer ben je naar de luchthaven gegaan?

A: Een snorder kwam me ophalen en deze bracht me naar de luchthaven.

V Wat zou je hebben gedaan als je niet was aangehouden?

A: Ik zou thuis gekomen zijn, ik had [verdachte] gebeld dat ik thuis was en dan zou er iemand naar me toe komen om de drugs te komen ophalen.

V: Hoeveel geld zou je voor dit transport krijgen?

A: Alleen maar 500 pond.

V: Hoe zou het geld voor de drugs weer bij [verdachte] terecht komen?

A: Soms via WESTERN UNION, soms ook persoonlijk met een vlucht naar Nederland. Hij manipuleert mij om het geld op te halen, want dit is dan de enige manier om mijn geld te krijgen.

• Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 4] d.d. 24 januari 2008, omstreeks 14.10 uur, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende (dossierpagina’s 57-59, zaaksdossier C13):

V: Wanneer was je nog meer in Nederland gedurende het afgelopen half jaar?

A: Ik weet het niet. Een paar keer. Als ik moet schatten, denk ik ongeveer 10 maal.

V: Volgens onze gegevens ben je op 29 december ook in Nederland aangekomen, wat kan je daarover verklaren?

A: Het kan zijn dat ik geld gebracht heb voor [verdachte] of dat ik hem gewoon kwam opzoeken.

V: Weet je dat zeker?

A: Nee, ik geloof dat ik hem geld gebracht heb. Ik dacht dat het een paar duizend euro’s was.

V: Je moet goed begrijpen dat we tapgesprekken hebben waaruit naar voren komt, dat je daar bent aangekomen en dat het spul getest moet worden. Hoe zit dit?

A: [verdachte] is mij geld verschuldigd. [verdachte] gebruikt deze situatie nu om mij onder druk te zetten om dingen voor hem te doen. Dit doet hij niet alleen met mij, maar ook met andere meisjes.

V: Wat kwam die persoon in het huis doen?

A: Hij kwam dat ding inpakken. Ik was er niet bij toen hij dit deed.

V: Was het dezelfde persoon als waarvan je op 02 januari 2008 de drugs kreeg?

A: Ja, dit was dezelfde persoon.

V: Wat voor man was het?

A: Het is een Afrikaan.

V: Hoe vaak heb je deze Afrikaanse man bij [verdachte] gezien, en buiten [verdachte] om?

A: Een paar keer. Ik denk 3 maal. Hiervoor deed iemand anders het.

V: Wie was deze man?

A: Deze heet [medeverdachte 1]. Hij is ook een Afrikaan

V: Ben je ook wel eens met [verdachte] naar de woning van deze man geweest.

A: Ja, 1 keer.

V: Wanneer ging je naar deze andere Afrikaanse man toe?

A: Ongeveer een maand voor Kerst. Deze man ging later op vakantie.

V: Wat heeft de 1e Afrikaanse man je gegeven in het huis van [verdachte] op 29 december?

A: Hij gaf mij een klein pakje, net zoals ik had toen ik aangehouden werd.

V: Wat zat daarin?

A: Ik denk hetzelfde als waarvoor ik was aangehouden.

V: Wat heb je gedaan toen de 1e Afrikaanse man weg was?

A: Ik had het ergens in het huis neergelegd, totdat ik klaar was om te vertrekken naar mijn huis.

V: Wat heb je gedaan toen je in Engeland aankwam?

A: [verdachte] had me gebeld. Ik ben toen naar mijn woning gegaan. Iemand zou het bij me komen ophalen.

V: Hoe zou diegene weten dat hij naar jou toe moest?

A: [verdachte] zou hem dat vertellen en die vriend weet ook wie ik ben en waar ik woon.

V: Is dat ook gebeurd. Is deze vriend ook naar je toe gekomen?

A: Ja, dat is gebeurd, ook al heeft het héél lang geduurd voordat dat spul uit mijn woning was.

V: Hoe vaak heb je al cocaïne gesmokkeld voor [verdachte]?

A: Ik heb het een paar keer gedaan. Ik weet niet hoeveel keer. Soms als ik al naar huis zou gaan dan wilde [verdachte] dat ik lette op mensen die dan het spul bij zich hadden. Ik moest dan op ze letten dat het spul niet gestolen wordt. Ik vind dit beter, want dan hoef ik het spul zelf niet meenemen. Ik wilde er niet te veel betrokken bij zijn. Ik wilde het niet bij me hebben, in mijn huis en zo. Het was niet eens mijn eigen drugs.

V: Hoe vaak gebeurde dit?

A: Soms gebeurde het wekelijks. Soms gingen de mensen ook zonder begeleiding.

V Heeft [verdachte] dezelfde mensen om het spul heen en weer te brengen?

A: Bijna allemaal Nederlandse meiden.

V: Zijn er naast jou, nog andere meiden die mensen begeleiden voor het vervoeren van drugs?

A: Ja, Nederlandse meiden.

V: Hoeveel geld krijg je voor het meenemen van cocaïne?

A: 500 pond per keer.

V: Was het smokkelen altijd op dezelfde manier?

A: Ja, het was zoals ik was aangehouden.

V: Krijg je geld voor het meenemen van geld hierheen?

A: Niet, echt. Soms kreeg ik een klein beetje geld. Maar meestal was het dat ik het de volgende keer van [verdachte] zou krijgen, maar dat gebeurde dan niet.

V: Ik wil het hebben over de 2e Afrikaan, genaamd [medeverdachte 1].

Je hebt gezegd dat je bij deze man thuis ben geweest. Waar was dit?

A: Het was dicht bij het winkelcentrum KRAAIENNEST.

V: Wat deed [medeverdachte 1] voor [verdachte]?

A: Inpakken.

V: Wat pakte [medeverdachte 1] in?

A: Hij pakte het spul in, wat ik ook bij me had toen ik werd aangehouden. Ik heb het nooit zelf gezien, maar ik kon het opmaken uit de gesprekken van [verdachte] wanneer hij aan de telefoon was.

V: Als wij je een foto tonen van deze man, zou je hem dan herkennen?

A: Ja, ik denk het wel.

V: Wij tonen de verdachte een foto van [medeverdachte 1] en vragen haar of zij de persoon op de foto herkend.

A: Ja, dit is [medeverdachte 1].

• Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 4] d.d. 25 januari 2008, omstreeks 11.15 uur, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende (dossierpagina’s 63-65, zaaksdossier C13):

V: Wij tonen je een gesprek met nummer 270141682, waarin jij, [verdachte] en een vermoedelijk Afrikaanse man te horen zijn wie [verdachte] [medeverdachte 1] noemt. Wie is deze [medeverdachte 1]?

A: Ik kan me dat gesprek herinneren. Dat is de [medeverdachte 1] waar we het eerder over gehad hebben, die jullie geïdentificeerd hebben, de persoon waarvan jullie de foto aan mij hebben getoond.

V: In dit gesprek neem jij de telefoon van [verdachte] over en zeg je tegen [medeverdachte 1] dat die dingen die hij gemaakt heeft groot worden. Volgens jou worden ze wat onvoorzichtig. Waar ging dit over?

A: Een van die bollen ging het over. Een van de Nederlandse meisjes had gezegd dat ze te groot werden en aangezien ik het ook al een keer had gedaan werd dus aan mij gevraagd of ik tegen [medeverdachte 1] wilde zeggen dat ze te groot waren. [verdachte] en [medeverdachte 1] hadden daar wel eens ruzie over. De meisjes hadden de bol. Omdat [verdachte] [medeverdachte 1] betaalde om de bollen te maken hadden ze soms wel eens ruzie omdat de meiden klaagden over de bollen. En aangezien [verdachte] niet graag mensen betaald is dat een goede aanleiding voor een ruzie. Met onvoorzichtig bedoelde ik gewoon dat ze erg groot werden, [medeverdachte 1] wilde niet van [verdachte] aannemen dat ze te groot waren en dus kwam ik aan de lijn om het te bevestigen.

V: Hoe vaak ben je bij [medeverdachte 1] thuis geweest?

A: Slecht een keer. Als we daar vaker waren dan ging alleen [verdachte] naar binnen. In een soort ondergrondse parkeergarage. Die parkeergarage was in Kraaiennest, ik ben daar een keer met een wat oudere auto van [verdachte] geweest.

V: Waarom was je daar toen?

A: Volgens mij was hij een bol aan het maken. [verdachte] moest weg en wilde dat ik achter bleef omdat hij [medeverdachte 1] niet helemaal vertrouwde. Ik moest dus een beetje toezicht houden op het inpakken.

V: Hoe werd de bol door [medeverdachte 1] bereid?

A: Hij deed hem in een zakje en omwikkelde hem in cellofaan. Ik weet niet hoe het in die vorm gemaakt wordt, maar ik zag alleen hoe hij het in de verpakking rolde. De keren dat ik een bol had gehad van die andere nieuwe Afrikaan was het omwikkeld met wit tape, maar [medeverdachte 1] gebruikte volgens mij zwart tape.

V: Kan je een omschrijving geven van de woning van [medeverdachte 1]?

A: Vanaf de parkeergarage kom je met een trappengang linksaf op de galerij, ik geloof dat je twee verdiepingen omhoog moet en dan links de galerij op moet. Als je binnenkomt door de voordeur is rechts de keuken en als je doorloopt is daar de voorkamer en alleen daar ben ik geweest.

V: Wij tonen je een gesprek met nummer 270149675, waarin jij met het nummer waarover je hebt verklaard dat het jouw nummer is met [verdachte] spreekt. In dit gesprek zeg je dat je maandag komt werken, wat bedoel je hiermee?

A: Waarschijnlijk dat ik geld kom brengen of iets voor hem te doen, dat bedoel ik als ik tegen hem zeg dat ik kom werken.

V: [verdachte] zegt dat als je dan terug gaat naar Engeland je papier zal krijgen. Waar hadden jullie het in dat gesprek over, wat ging je doen?

A; Dat zal waarschijnlijk gaan om geld wat ik daarvoor zou krijgen, geld dat hij me verschuldigd was.

V: Vervolgens vraagt [verdachte] aan jou of je [medeverdachte 6] de P’s al gegeven hebt. Wie is [medeverdachte 6]?

A: [medeverdachte 6] is een Nederlands meisje dat [verdachte] vaak geld bracht. Ik had volgens mij toen geld van [verdachte], maar [medeverdachte 6] had geloof ik geld nodig om thuis te komen, maar zeker weten doe ik het niet meer.

V: Hoe vaak heb je haar gezien?

A: Ik heb haar heel vaak gezien, niet recentelijk, maar voorheen heb ik haar wel vaak gezien. Oktober wel veel, maar december niet meer. Ze deed dat heel vaak. Ze ging vaak op en neer tussen hier en Londen. Zij kwam met het vliegtuig denk ik.

V: Wat deed zij allemaal voor de rest voor [verdachte]?

A: Mensen volgen op mensen letten die per vliegtuig of per bus reisden. Deze mensen waren Nederlandse of Surinaamse mensen. Dat waren mensen waar zij voor [verdachte] op moest letten. [verdachte] wilde dat zij toezicht hield op mensen die gingen reizen zodat het geld en zo aankwam.

V: Wat gingen die mensen doen voor [verdachte] dan?

A: Drugs en zo brengen.

V: Wat zijn de P’s?

A: P’s is geld.

V: Zijn er naast [medeverdachte 6] nog andere meiden die je kent die het zelfde soort werk voor [verdachte] deden?

A: Ik weet dat er nog een ander Nederlands meisje is, maar die heb ik nooit gesproken. Als hij andere mensen kan krijgen was het ook goed. Hij gebruikte iedereen om zijn geld te vervoeren, zelfs zijn eigen vrienden. In het begin zag ik niet in dat er iets mis mee was om zijn geld te brengen, omdat hij in Nederland was en het geld in Engeland bij mensen die hem dat geld verschuldigd waren.

V: Wij tonen je nog een gesprek met nummer 270201101, waarin [verdachte] belt met ene [betrokkene 27]. In dit gesprek gaat het erover dat [verdachte] jou en [medeverdachte 6] geld heeft gegeven voor tickets en onkosten en dat jullie met de bus moeten gaan. Waar gaat dit over?

A: [betrokkene 27] is een vriend van [verdachte] die in Engeland woont. [betrokkene 27] had geld van [verdachte]. Vaak moesten we geld ophalen van [betrokkene 27] voor [verdachte] en dan konden we daar ons deel uithalen. Ik heb in ieder geval nooit samen met [medeverdachte 6] een reis gemaakt per bus, ook niet per vliegtuig. Misschien was het geld voor andere meisjes die met de bus moesten. [verdachte] wilde wel een keer dat ik samen met [medeverdachte 6] zou reizen toen ik een keer naar huis ging.

V: We hebben het nu over hoe drugs naar Engeland gaat, maar hoe komt het in eerste instantie bij [verdachte] terecht?

A: Ik denk dat hij het in Nederland kocht. Ik heb in het begin gezegd dat ik het niet voor 500 pond wilde doen omdat dat te weinig geld is. Hij legde me toen uit dat hij ook niet meer dan 1500 pond winst maakte per keer. Dit omdat het duur is om in Nederland drugs te kopen. Als het uit Curaçao of zo komt is het goedkoper, maar om het in Nederland te kopen is vrij duur en dan maakte hij dus ook maar 1500 pond winst.

• Het proces-verbaal van inbeslagneming van de Koninklijke Marechaussee, Team Migratie Criminaliteit, d.d. 28 februari 2008, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende (dossierpagina 33, zaaksdossier C10):

Op 22 januari 2008 heeft er een doorzoeking plaatsgevonden op het adres van verdachte [medeverdachte 1], gelegen aan de [adres] te Amsterdam. Tijdens bovengenoemde doorzoeking en bij de aanhouding zijn goederen in beslag genomen.

Omschrijving goed Bijzonderheden

Tas Hierin zaten de navolgende goederen

Weegschaal Digitaal van het merk Tanita

Lepel Hier zijn cocaïnesporen op gevonden

Soldeerbout Geen bijzonderheden

Mondkap 2x

Doos verpakkingsmateriaal 3x met diepvrieszak of boterhamzak

Folie 2 afgesneden rollen huishoudfolie

Plakband 11 rollen plakband van verschillende maten

Naaigarnituur 3 rollen naaigaren

Ontvangstbewijs Schipholpas op naam van [medeverdachte 1]

• Het proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 29 januari 2008, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende (dossierpagina’s 45-47, zaaksdossier C10):

Locatie: Amsterdam, [adres]

AANGETROFFEN SPOREN

Spoortype : Chemische sporen

Spooromschrijving : Drugs

Veiliggesteld : Bemonsterd

Vindplaats : Vanaf lepel

SVO : AD08004488-0l

Spoortype : Chemische sporen

Spooromschrijving : Drugs

Veiliggesteld : Bemonsterd

Vindplaats : Vanaf weegschaal

SVO : AD08004488-02

ONDERZOEK DRUGS

Op dinsdag 29 januari 2008 is door ons een sporenonderzoek ingesteld waarbij de lepel en de weegschaal zijn onderzocht op aanwezigheid van verdovende middelen. Wij, verbalisanten zagen dat er een zeer geringe hoeveelheid wit kleurig poeder op zowel de weegschaal als de lepel aanwezig waren. Door mij, verbalisant van Brakel is de lepel en de weegschaal afzonderlijk door middel van een wattenstaafje afgenomen.

Door mij, verbalisant Van Brakel is het wattenstaafje afkomstig van de lepel voorzien van een afzonderlijk SVO nummer AD08004488-Ol. Door mij, verbalisant Van Brakel is het wattenstaafje afkomstig van de weegschaal voorzien van een afzonderlijk SVO nummer AD08004488-02. Beide sporen zullen voor onderzoek worden verstuurd naar het NFI te Den Haag.

• Het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 15 april 2008 betreffende het onderzoek naar de aangetroffen verdovende middelen, inhoudende de conclusie dat het materiaal ad AD.08004488.01/C 03 01.01.03/lepel en AD 0800448802/C.03.01.01.02/weegschaal, cocaïne bevatte, welke substantie is vermeld op lijst I, behorende bij de Opiumwet.

• Het proces-verbaal van observatie d.d. 14 november 2007, gesloten op 15 november 2007, zakelijk samengevat onder meer inhoudende (dossierpagina 94, zaaksdossier C10):

14 november 2007 omstreeks 18.49 uur

Wij, verbalisanten zien [verdachte] het pand met nummer [nummer] aan de [straat] betreden.

• Het proces-verbaal van doorzoeking woning, d.d. 13 februari 2008, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende (dossierpagina’s 66-67, inbeslagnamedossier E1):

Er werd op 18 januari 2008 binnengetreden in de woning, gelegen aan de [adres] te Amsterdam. In genoemde woning werd een tas met kleding met daarin een zakje met een hoeveelheid wit poeder aangetroffen.

• Het proces-verbaal van onderzoek inbeslagname, d.d. 20 februari 2008, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende (dossierpagina 48, inbeslagnamedossier C18):

Op 19 januari 2008 heeft er een doorzoeking plaatsgevonden op de verblijfsadressen van verdachte [verdachte], gelegen aan de [adres] en [adres] te Amsterdam.

Tijdens bovengenoemde doorzoekingen zijn goederen in beslag genomen.

Omschrijving goed Bijzonderheden

Zwarte nylon tas In deze tas zijn de verdovende middelen aangetroffen.

Cocaïne In een slaapkamer, in een zwarte nylon tas, zat een vuilniszakje met cocaïne erin.

• Het proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen, d.d. 21 januari 2008, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende (dossierpagina’s 68-69, zaaksdossier C12):

Op maandag 21 januari 2008 werd door ons een onderzoek verricht aan de door/bij verdachte [verdachte] aangetroffen en inbeslaggenomen -3- slikkersbollen en een -1- brok vermoedelijke cocaïne.

Wij zagen dat -3- slikkersbollen qua grootte en vorm nagenoeg identiek waren.

Wij hebben deze -3- slikkersbollen categorie A genoemd.

De aangetroffen brok vermoedelijke cocaïne hebben wij categorie B genoemd.

Het netto gewicht van de aangetroffen stof, bedroeg totaal ongeveer 142.10 gram.

Vervolgens nam ik, GROENHEIJDE 2 representatieve monsters van de aangetroffen stof bestemd om ter analyse te worden overgebracht naar het Douanelaboratorium te Amsterdam. Bij het District Koninklijke Marechaussee Schiphol te Schiphol is voornoemde monsterneming ingeschreven onder nummer: 08-004488 A t/m B.

• Het rapport van het Douane Laboratorium Amsterdam van 23 januari 2008 betreffende het onderzoek naar de aangetroffen verdovende middelen, inhoudende de conclusie dat het materiaal ad 08-004488 A en 08-004488 B, cocaïne bevatte, welke substantie is vermeld op lijst I, behorende bij de Opiumwet.

• Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 19 januari 2008, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende (dossierpagina 75, zaaksdossier C12):

V: Kan je iets vertellen over je aanhouding van gisteravond 18 januari 2008?

A: Ik vetrok uit de woning van mijn vriend (de rechtbank begrijpt: de [adres] te Amsterdam) en ik werd buiten aangehouden. Ik heb een week in deze woning verbleven.

V: Kun je ons vertellen waar in de woning je jou kleding en dergelijke hebt of neerlegt?

A: Ik heb mijn spullen in verschillende tassen en die staan in een van de slaapkamers. Dat is de slaapkamer rechts naast de voordeur.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 30 november 2007 om 11.48 uur tussen [verdachte] en NNman 44 6543 (lijn 30) (dossierpagina 39, zaaksdossier C4), zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

[verdachte]: Ik heb een paar namen nodig, maar ik ben nog niet bij de man.

NN6543: Ja, maar luister, voor wanneer heb je ze nodig?

(…)

NN6543: Dat ding/spul.

[verdachte]: Ja, zondag, zaterdag – voor elke dag man!

NN6543: O, ja, want mijn … heeft er een geboekt voor eh … hierzo eh ..aan jou kant.

[verdachte]: Ja, daar ga ik ze voor kopen/wil ik ze voor hebben, voor aan mijn kant.

NN6543: Voor zondag.

[verdachte]: Voor zondag?

NN6543: Ja

[verdachte]: Heb je er maar eentje?

NN6543: Twee.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 30 november 2007 om 14.53 uur tussen [verdachte] en NNman 44 6543 (lijn 30) (dossierpagina 40, zaaksdossier C4), zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

[verdachte] vraagt of het gelukt is. NN man zegt dat hij iets geregeld heeft op zondag voor “zes zes…(ntv)”. (…)

[verdachte] zegt dat NN Man niet moet vergeten dat ZIJ tenminste 200 dollar geld in hun zak moeten hebben om uit te geven, ZIJ moeten elk minimaal 100 dollar hebben.

(…)

[verdachte] zegt dat NN Man HEN het papier moet geven om mee ‘op stap/aan de rol’ te gaan.

(…)

[verdachte] zegt dat hij de 1500 pond bedoelt en vraagt of NN Man HEN dat zal geven.

(…)

[verdachte] zegt dat NN Man dan voor die 1500 moet betalen.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 02 december 2007 om 19.27 uur tussen [verdachte] en NNman [betrokkene 12] (lijn 30) (dossierpagina 41, zaaksdossier C4), zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

[verdachte]: Oke, nou er is iemand onderweg naar je toe, ja?

NN: Oke..

[verdachte]: Ik geloof dat ze om acht uur jou tijd aankomen, (…) ze komen langs dezelfde weg.

NN: Wat, vandaag?

[verdachte]: Ja

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 17 december 2007 om 17.14 uur tussen [verdachte] en [betrokkene 12] (lijn 30) (dossierpagina 42, zaaksdossier C4), zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

[verdachte] zegt dat zijn man heeft gezegd en HIJ zal het over een half uur naar [betrokkene 12] sturen, [verdachte] vraagt of ZIJ dan nog genoeg tijd zullen hebben om vandaag te stuiteren of niet.

[betrokkene 12] zegt dat hij HEN heeft opgestart.

(…)

[verdachte] zegt dat [betrokkene 12] HEN had moeten laten beginnen toen ZIJ hun ticket hadden.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 18 december 2007 om 15.22 uur tussen [verdachte] en NNman2201 (lijn 30) (dossierpagina 52, zaaksdossier C4), zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

[verdachte]: Hoe voelen de mensen zich, blood?

(NN): ahh.. (…) hij heeft 40 ingeduwd.

(…)

[verdachte]: (…) Je kunt ze niet laten beginnen als je de ticket niet in je hand hebt.

(…)

[verdachte]: Maar je moet erover nadenken. Maar je moet eraan denken hoelang ze het kunnen houden.. (…) Kijk hoeveel hij nu al uitgeduwd heeft, blood. Kijk hoe snel hij het uitgeduwd heeft.

(…)

(NN): (…) Mijn man is bereid het overnieuw te doen, zij zijn allebei bereid het overnieuw te doen...

[verdachte]: Ja, ja. Dat moeten ze doen, dat moeten ze doen.

(…)

(NN): drie, vier

[verdachte]: Maar ze kunnen met alles dealen in die tijd?

(NN): ja ja

[verdachte]: Alles kan weer beginnen. Alles de hele procedure..hoe zit het met de zestig..de veertig is al buitengekomen. Dan wil de zestig ook weer naar buiten komen gauw, in de komende paar uur. Begrijp je?

(NN): Nee, hij is.. hij is.. hij heeft ehm.. hij heeft er vier geslikt.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 18 december 2007 om 18.07 uur tussen [verdachte] en NN 54 6925 (lijn 30) (dossierpagina 55, zaaksdossier C4), zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

NN zegt: Mijn man is klaar en de andere zegt dat hij niet meer wil doen. [verdachte] vraagt: Hoeveel hebben ze gedaan. NN zegt: Hij heeft er nu elf gedaan.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 18 december 2007 om 18.08 tussen [verdachte] en NNman 0439 (lijn 30) (dossierpagina 56, zaaksdossier C4), zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

[verdachte]: Want mijn man heeft 11 en hij heeft gezegd dat hij niet meer wil doen.

NNman: wat is 11?

[verdachte]: Er zijn 11 over.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 18 december 2007 om 18.48 uur tussen [verdachte] en NNman 54 9256 (lijn 30) (dossierpagina 62, zaaksdossier C4), zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

[verdachte] vervolgt: Zeg hen dat als ze eenmaal zijn geland en voorbij die mensen zijn gegaan, dat ze dan als dat kan naar buiten slippen.

(…)

[verdachte] zegt: Ik wil dat deze mensen dit doen. Als ze eenmaal voorbij die mensen daar zijn wil ik dat ze in plaats van naar de volgende gaan, naar buiten komen.

(…)

[verdachte] (…) En dan de trein pakken naar Brus en dan haal ik hem op in Brus. Begrijp je.

(…)

[verdachte] vraagt of hij een telefoon heeft en of NN wat geld heeft meegegeven, een ruim bedrag, tenminste 100 D per persoon. NN zegt dat het wat minder is, ongeveer 75 p.p.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 19 december 2007 om 15.37 uur tussen [verdachte] en NNman 54 6925 (lijn 30) (dossierpagina 96, zaaksdossier C4), zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

(…)

[verdachte]: En nu is hij in Engeland aangekomen en ik bel zijn Bulgaarse telefoon en hij heeft op in gesprek gedrukt.. en ik hoor helemaal niks meer. .. ik kan niet tegen deze stress, blood, dat weet je.. geloof me, ik kan hier niet tegen, want jij doet je dingen niet goed, je had verdomme de telefoon van die man weg moeten gooien, bridgen! Ik meen het! Gooi de telefoon van de man weg..

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 19 december 2007 om 22.05 uur tussen [verdachte] en NNman 44 3865 (lijn 30) (dossierpagina 140, zaaksdossier C4), zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

[verdachte]: geen food voorhanden. (…) ik heb net bare food gedropt, maar vandaag ben ik twee ossen en dat spul kwijtgeraakt.

• Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina 158, zaaksdossier C4), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Uit onderzoek is naar voren gekomen dat er op 2 december 2007 een vlucht vertrok van Frankfurt naar Buenos Aires. [betrokkene 29] stond op de passagierslijst vermeld.

Uit de boekingsgegevens van [betrokkene 29] blijkt dat hij een gezamenlijke boeking heeft met [betrokkene 30]. Zij hebben de volgende vluchten gevlogen: Londen Heathrow – Frankfurt op 2 december 2007 en Frankfurt – Buenos Aires op 2 december 2007.

• Een schriftelijk stuk, te weten een getuigenverklaring van C.T. Whitaker, ambtenaar bij Dienst Belasting en Douane, d.d. 20 januari 2008, inhoudende – zakelijk weergegeven – het volgende:

Ik kan verklaren dat er op 19 december 2007 douanebeambten dienst hadden in de Green channel, Terminal Twee, Heathrow Airport. Beambte Considine heeft een passagier tegengehouden die zich bekend maakte als [betrokkene 29]. Beambte Considine had daarna het volgende gesprek:

Considine: Waar ben u vandaan gekomen?

[betrokkene 29]: Parijs.

Considine: Bent u vandaag nog ergens anders vandaan gereisd?

[betrokkene 29]: Ja, Argentinië.

Tussen 19 december 2007 en 20 december 2007 heeft [betrokkene 29] in totaal 90 bolletjes geproduceerd.

• Een schriftelijk stuk, te weten een getuigenverklaring van V. Taio, functionaris van HM Revenu and Customs, inhoudende – zakelijk weergegeven – het volgende:

Op 19 december 2007 had ambtenaar Rafiq dienst in de Green Channel, Terminal twee op de luchthaven van Heathrow. Zij hield een man staande die ik nu ken als de heer [betrokkene 30]. Tijdens zijn bewaring bij de douane produceerde de heer [betrokkene 30] een totaal van 69 bolletjes.

• Een schriftelijk stuk, te weten een getuigenverklaring van L.F. Matthews, Forensisch wetenschapper, d.d. 24 januari 2008, inhoudende – zakelijk weergegeven – het volgende:

Referentie betrokkene: [betrokkene 29]

Het totale gewicht van de zuivere drug in deze poeder is 707 gram (100 procent zuiverheid). In totaal zijn er 90 bolletjes aangetroffen. Van de vier soorten poeder werd bevonden dat zij cocaïne bevatten.

• Een schriftelijk stuk, te weten een getuigenverklaring van W.E. Spall, Forensisch wetenschapper, d.d. 15 januari 2008, inhoudende – zakelijk weergegeven – het volgende:

Referentie betrokkene: [betrokkene 30]

De negentien items bevatten een totaal van negenenzestig bolletjes. Het samengevoegde poeder bleek 82 procent cocaïne te bevatten. Het poeder bevat daarmee 564 gram pure drugs (100 procent zuiverheid).

• Het proces-verbaal van verhoor van getuige [betrokkene 29] d.d. 11 augustus 2008, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:

Eind november ben ik met [betrokkene 30] vertrokken van station Amstel naar Londen. Wij moesten vliegen van Londen naar Frankfurt en daar moesten wij overstappen op een vlucht naar Buenos Aires. Op 18 december kwam [betrokkene 9] met tickets. Hij zei dat wij vanuit Buenos Aires naar Charles de Gaulle zouden vliegen en dan verder naar Londen. In Parijs stapten wij over op een vlucht naar Heathrow en daar werden wij aangehouden. Dit was op woensdag 19 december. Ik kreeg de bolletjes cocaïne in de hotelkamer in Argentinië van [betrokkene 9]. Wodka is cocaïne. Wij hadden afgesproken om dit zo te noemen.

• Een schriftelijk stuk bevattende het tapgesprek d.d. 27 december 2007 om 12: 07 uur tussen [verdachte] en [medeverdachte 5] (lijn 30) (naam genoemd en stemherkenning) (dossierpagina 40, zaaksdossier C17 ), zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende:

(…)

[verdachte] vraagt wat er vandaag gaat gebeuren met de ‘werkers’ van [medeverdachte 5], met [betrokkene 31]. [medeverdachte 5] zegt dat zij vandaag niemand heeft geregeld. [verdachte] zegt dat [medeverdachte 5] weet dat hij iets heeft ‘zitten’ sinds vorige week. [medeverdachte 5] zegt dat ze het zal proberen. [verdachte] zegt dat [medeverdachte 4] zeker zal overkomen maar [verdachte] heeft 2 mensen nodig.

Feiten 1, 2, 3 en 5

• Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 29 januari 2008, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende (dossierpagina’s 33-35, zaaksdossier C11):

V: Wie zijn er op het adres [adres] woonachtig?

A: Officieel sta ik alleen daar ingeschreven. Ik verblijf niet altijd in mijn woning. Soms verblijft er ook een vriend van mij [betrokkene 32] (fon) op mijn adres. Op vrijdag 18 januari 2008 kwam ik erachter dat er een man in mijn woning verbleef. Hij stelde zich voor als [medeverdachte 1] (fon).

V: Wie is [verdachte]?

A: U toont mij een foto. Ik herken deze man als [medeverdachte 1] die vrijdag 18 januari

2008 in mijn woning verbleef.

V: Wij tonen u een tweetal foto’s van een slaapkamer in uw woning. Van wie zijn deze tassen en spullen?

A: Ik zie een aantal plastic tassen zoals een HEMA tas en 2 Albert Heijn tassen en een vuilnis zak. Deze tassen zijn niet van mij en ik kan bijna met zekerheid zeggen dat deze ook niet van [betrokkene 32] zijn. Ik heb [betrokkene 32] nooit gezien met deze tassen. Ik denk dat ze dan van [medeverdachte 1] moeten zijn omdat er niemand verder is die ik ken en een sleutel hebben die spullen in mijn woning neer leggen. [betrokkene 32] heeft altijd een reistas die je om je schouder hangt. Ik zie [betrokkene 32] nooit met plastic tassen lopen.

Feit 5

• Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 januari 2008, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende (dossierpagina’s 12-13, zaaksdossier C11):

Op 19 januari 2008 werd doorzoeking ter inbeslagneming verricht in het kader van het onderzoek Guldenroede. Deze doorzoeking vond plaats in een woning gelegen aan de [adres] te Amsterdam.

Tijdens bovengenoemde doorzoeking werd in een slaapkamer een blauw/witte Albert Heijn tas met kleding aangetroffen. Tussen de kleding in voornoemde tas troffen wij, verbalisanten, een vuurwapen, Glock 30, aan. In het vuurwapen zat een patroonhouder met 08 (acht) kogelpatronen kaliber 45 volmantel.

• Het proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee, Bureau Forensische Opsporing d.d. 10 maart 2008, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende (dossierpagina 17, zaaksdossier C11):

Op 31-01-2008 werd door mij, verbalisant van BRAKEL, technisch rechercheur, een sporenonderzoek ingesteld naar een inbeslaggenomen snellader, behorende bij het vuurwapen van het merk Glock 30, type 45 auto.

Bij dit sporen onderzoek werd een dactyloscopisch spoor veiliggesteld en voorzien van SVO nummer AD.08004488.04. Dit spoor werd samen met de vingerslip van de verdachte [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], voor vergelijking, verzonden naar het DNRI te Zoetermeer

UITSLAG:

Op 25 februari 2008, werd door de D.N.R.I te Zoetermeer, het veiliggestelde dactyloscopiche spoor, aangetroffen op snellader, geïdentificeerd op de afdruk van de rechter duim voorkomend op het dactyloscopisch signalementsblad van:

VERDACHTE: Naam: [verdachte]

Voornamen: [voornamen]

Geboorteplaats en datum: [geboorteplaats en -datum]

• Het proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee, Brigade Politie en Beveiliging d.d. 1 februari 2008, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende (dossierpagina 21, zaaksdossier C11):

Het op zaterdag 19 januari 2008 bij de verdachte [verdachte], in beslag genomen voorwerp, is een pistool, van het merk GLOCK, model 30, kaliber.45 Auto en niet voorzien van een serienummer.

Verdere inscripties zijn op de rechterzijde van de slede 2 proefbanktekens. Aan de linkerzijde staat “GLOCK 30 AUSTRIA .45 AUTO”. Op de kast aan de rechterzijde staat “MADE IN AUSTRIA, GLOCK Ges.m.b.H.’, ook staan de twee proefbanktekens hier en onderop de handgreep staat “US.pat 4.539.889 4.825.744 4.893.546”. Op de linkerzijde onderop de handgreep staat ‘GLOCK”.

Het voorwerp is geschikt om projectielen door een loop af te schieten. De werking van het voorwerp berust op het teweegbrengen van een scheikundigeontploffing. Derhalve is dit pistool een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie.

Het vuurwapen valt niet onder de categorie II, sub 2,3 of 6 van de Wet Wapens en Munitie.

• Het proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee, Brigade Politie en Beveiliging d.d. 1 februari 2008, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende (dossierpagina 26, zaaksdossier C11):

De op zaterdag 19 januari 2008 bij verdachte [verdachte], in beslag genomen acht(8) voorwerpen zijn kogelpatronen van het kaliber .45. Derhalve is deze kogelpatroon munitie in de zin van artikel 1, onder 4 gelet op artikel 2, lid 2, categorie III van de Wet Wapens en Munitie.

De munitie is geschikt om te worden verschoten met het bij de verdachte [verdachte] in beslag genomen, scherpe vuurwapen van het merk GLOCK, model 30, kaliber .45, zonder serienummer.

• Het proces-verbaal bevindingen van de Koninklijke Marechaussee, d.d. 14 maart 2008, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende (dossierpagina 47, zaaksdossier C11):

Op 14 maart 2008 heb ik, verbalisant, telefonisch contact gehad met [betrokkene 32].

[betrokkene 32] vertelde dat ten tijde van het vuurwapen aangetroffen was hij niet in Nederland was en zegt dat zijn kamer in de [adres] afgesloten was en dat het vuurwapen niet van hem is.

• Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 5] d.d. 30 januari 2008, (7e verhoor) zakelijk weergegeven onder meer inhoudende (dossierpagina’s 65-66, zaaksdossier C11):

Wij, verbalisanten, tonen verdachte [medeverdachte 5] een foto van een vuurwapen, welke bij huiszoeking op 19 januari 2008 is aangetroffen op het adres [adres] te Amsterdam. Dit is het adres waar [verdachte] voor het laatst verbleef en waar hij op 18januari 2008 is aangehouden..

V: Herken jij dit vuurwapen en van wie is dit wapen?

A: Ik herken dit wapen wel.

V: Waar herken je dit wapen van?

A: Ik heb dit wapen een keer in mij zij gehad.

V: Hoe weet je dat het dit wapen was?

A: Het was zo’n soort wapen, in ieder geval was het wel zwart.

V: Wie heeft het bij jou in je zij gedrukt?

A: M’s heeft dit gedaan. M’s was een keer erg dronken en toen maakte hij grapjes door het wapen in mijn zij te drukken en dat vond hij wel grappig om mij bang te maken.

• Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 3] d.d. 31 januari 2008, (8e verhoor) zakelijk weergegeven onder meer inhoudende (dossierpagina 82, zaaksdossier C11)

V: [medeverdachte 5] heeft ons verklaard dat [naam] haar heeft bedreigd met een wapen, waarbij jij en [betrokkene 33] ook aanwezig waren geweest, wat kan jij ons daar over verklaren?

A: Ik was er wel bij, tenminste ik kwam net naar boven toen [naam] het pistool tegen [medeverdachte 5] gericht hield en ik vroeg [naam] waarmee hij bezig was. Op dit moment zag ik dat hij dit pistool weghaalde wat tegen [medeverdachte 5] aangehouden werd.

V: Hoe zag dit pistool eruit?

A: Zwart van kleur.

Noot verbalisanten: Wij tonen verdachte [medeverdachte 3] een foto van het wapen dat bij [verdachte] in beslag is genomen.

V: Wat kun je ons vertellen over dit wapen?

A: Zo zag het er ongeveer uit.

V; Heb je hem wel een eerder gezien met een pistool bij zich?

A: Ja, 18 december geloof ik. Ik zag het toevallig in de auto toen wij van het Amstelstation wegreden. Ik zag toen. dat [naam] een pistool aan zijn zij droeg.

Het was een zwart 9mm pistool.

4.4 Overwegingen en bijbehorende beslissingen aangaande het bewijs

4.4.1. Rechtmatigheid van het bewijs

De raadsman heeft bepleit dat hetgeen hij in het kader van de rechtmatigheid van het onderzoek (onder 2.2 vermeld) heeft aangevoerd, subsidiair tot vrijspraak dient te leiden.

De rechtbank verwerpt dit verweer - onder verwijzing naar wat zij hiervoor onder 2.2 heeft overwogen.

4.4.2. Deelname van verdachte aan afgeluisterde telefoongesprekken

De raadsman heeft aangevoerd dat uit het dossier niet blijkt dat verdachte degene is die heeft deelgenomen aan de hiervoor als bewijsmiddelen opgenomen afgeluisterde telefoongesprekken. Volgens de raadsman is de stemherkenning zoals die door de verbalisanten is verricht ondermaats. De raadsman heeft verzocht een onderzoek door een deskundige te laten verrichten ter beantwoording van de vraag of verdachte degene is geweest die aan vorengenoemde telefoongesprekken heeft deelgenomen. Bij afwijzing van dit verzoek door de rechtbank, heeft de raadsman integrale vrijspraak bepleit.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt. Medeverdachte [medeverdachte 5] wordt in haar tweede verhoor een serie tapgesprekken voorgehouden, gevoerd op 17 december 2007, te weten op 15:35 uur, 17:02 uur, 21:48 uur, 21:54 uur, alle lijn 30 (dossierpagina 51 e.v., persoonsdossier B4). Medeverdachte [medeverdachte 5] verklaart deze gesprekken met verdachte [verdachte] te hebben gevoerd.

Medeverdachte [medeverdachte 3] wordt in haar vijfde verhoor onder meer een tweetal tapgesprekken voorgehouden, gevoerd op 14 oktober 2007 om 11:42:44 uur (lijn 17), respectievelijk

2 december 2007 02:55:13 uur (lijn 30). Desgevraagd verklaart [medeverdachte 3] nader wat de inhoud van deze gesprekken betrof (zaaksdossier C1, dossierpagina’s 87 en 88). Uit de inhoud van haar verklaringen in relatie tot de vragen die haar door verbalisanten worden gesteld, leidt de rechtbank af dat medeverdachte [medeverdachte 3] deze telefoongesprekken met verdachte [verdachte] heeft gevoerd.

Medeverdachte [medeverdachte 4] wordt in haar derde verhoor twee afgeluisterde telefoongesprekken voorgehouden (nummers 270141682, lijn 17 en 270149675, lijn 18). Zij verklaart dat het gesprek met nummer 270141682 tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 1] wordt gevoerd. Daarbij neemt zij volgens haar verklaring het gesprek over van verdachte om aan medeverdachte [medeverdachte 1] te kunnen bevestigen dat de bollen die hij heeft gemaakt te groot zijn geworden. Tevens verklaart medeverdachte [medeverdachte 4] het gesprek met nummer 270149675 met verdachte te hebben gevoerd.

Volgens het proces-verbaal van vaststelling identiteit (pagina 49 persoonsdossier B1) correspondeert taplijn 17 met het telefoonnummer [telefoonnummer]. In voornoemd proces-verbaal van stemherkenning is vastgesteld dat een Engels sprekende man telkens gebruik maakt van de volgende telefoonnummers: [telefoonnummer] ( taplijn 14), [telefoonnummer] (taplijn 18), [telefoonnummer] (taplijn 17), [telefoonnummer] (taplijn 15), [telefoonnummer] (taplijn 16), [telefoonnummer] (taplijn 19), [telefoonnummer] en [telefoonnummer]. Gelet op de vorengenoemde verklaringen van de medeverdachten en gelet op het proces-verbaal van stemherkenning, concludeert de rechtbank dat verdachte de Engels sprekende persoon is, die in het proces-verbaal van vaststelling van identiteit wordt aangeduid. Bovendien geldt nog dat hoewel verdachte ontkend heeft aan voornoemde gesprekken te hebben deelgenomen, hij niet heeft bestreden dat de telefoonnummers waarmee deze gesprekken zijn gevoerd aan hem toebehoren. Voor het feit dat zowel medeverdachte [medeverdachte 5] als medeverdachte [medeverdachte 4] en medeverdachte [medeverdachte 3] onafhankelijk van elkaar verklaren diverse telefoongesprekken met verdachte te hebben gevoerd, biedt verdachte [verdachte] ook geen verklaring.

Derhalve staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat verdachte [verdachte] de persoon betreft, die deelneemt aan de hem toegeschreven en tot het bewijs gebezigde telefoongesprekken. De rechtbank ziet dan ook niet de noodzaak om het door de raadsman gedane verzoek tot een onderzoek door een deskundige, te honoreren. In voorgaande overwegingen omtrent de afgeluisterde telefoongesprekken ligt tevens besloten dat de rechtbank het verweer tot integrale vrijspraak van feiten 1, 2, en 4 verwerpt.

4.4.3. Het bestanddeel cocaïne (feiten 1 en 2)

Ten aanzien van de bewezenverklaarde bestanddelen ‘cocaïne’ neemt de rechtbank de volgende omstandigheden – in onderling verband en samenhang bezien- in aanmerking.

Op 2 januari 2008 is medeverdachte [medeverdachte 4] op Schiphol aangehouden door de Koninklijke Marechaussee. Daarbij was zij in het bezit van een zogenoemde duwersbol met daarin materiaal bevattende cocaïne, zoals vastgesteld door het Douane Laboratorium d.d. 8 januari 2008.

Op 19 januari 2008 is tijdens de doorzoeking in het pand aan de [adres] te Amsterdam, de woning waar verdachte heeft verbleven, ruim 142 gram van een materiaal bevattende cocaïne aangetroffen, zoals is vastgesteld door het Douane Laboratorium Amsterdam d.d. 23 januari 2008.

Medeverdachte [medeverdachte 4] verklaart in haar verhoor op 24 januari 2008 (14:10 uur), dat zij bij [verdachte] thuis is geweest. [verdachte] pakte volgens [medeverdachte 4] het ‘spul’ in, wat zij ook ten tijde van haar aanhouding bij zich had. Uit het vorengenoemde rapport van het Douane Laboratorium van 8 januari 2008 blijkt dat [medeverdachte 4] cocaïne bij zich had ten tijde van haar aanhouding. Aan [medeverdachte 4] wordt, door de verbalisanten, een foto getoond van medeverdachte [medeverdachte 1]. Zij herkent hem als [verdachte].

Op 22 januari 2008 zijn tijdens een doorzoeking op het adres van medeverdachte [medeverdachte 1], gelegen aan de [adres] te Amsterdam, diverse gereedschappen en verpakkingsmateriaal aangetroffen. Hierbij zijn op enkele delen van het gereedschap (te weten een lepel en een weegschaal), blijkens de rapportage van het Nederlands Forensisch Instituut van 15 april 2008, sporen aangetroffen van een materiaal bevattende cocaïne.

Medeverdachte [medeverdachte 4] geeft aan in haar verhoor op 24 januari 2008, 14.10 uur, voor verdachte meerdere malen cocaïne te hebben vervoerd. Daarbij heeft [medeverdachte 4] tevens verklaard dat het smokkelen telkens op dezelfde manier plaatsvond en bij eerdere drugstransporten telkenmale cocaïne te hebben vervoerd.

Medeverdachte [medeverdachte 4] heeft in haar verhoor op 24 januari 2008, omstreeks 12:15 uur, ten aanzien van het versluierde taalgebruik in de afgeluisterde gesprekken verklaard, dat waar gesproken wordt over ‘food’ (eten) daar drugs mee worden bedoeld.

Ten slotte heeft de rechtbank uit het dossier en uit het onderzoek ter terechtzitting geen aanwijzingen verkregen, dat verdachte en zijn mededaders zich met andere verdovende middelen dan cocaïne hebben beziggehouden.

Het voorgaande brengt met zich dat naar het oordeel van de rechtbank vast is komen te staan dat verdachte en zijn mededaders cocaïne hebben geëxporteerd, danwel voorbereidingshandelingen daartoe hebben getroffen.

4.4.4. Witwassen

Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte door middel van koeriers geld uit Engeland liet brengen. Ook werd in zijn opdracht door anderen een geldbedrag via Western Union overgemaakt en ontvangen. In de woning waar verdachte verbleef, werd ruim 3000 euro aan contanten aangetroffen. Verdachte hield zich bezig met de uitvoer van cocaïne naar Engeland. Verdachte heeft geen uitleg gegeven omtrent de herkomst van die gelden. Onder die omstandigheden kan het niet anders zijn dan dat die gelden afkomstig waren uit verdiensten van de uitvoer van cocaïne en dat verdachte dit ook wist.

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1: voortgezette handeling van medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

feit 2: medeplegen van het voorbereiden en/of bevorderen van een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, door zich of een ander gelegenheid of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen, door een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, of mede te plegen, daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen, en voorwerpen en gelden voorhanden te hebben waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd;

feit 3: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 4: medeplegen van gewoontewitwassen;

feit 5: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van de categorie III;

en:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot munitie van de categorie III.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de sancties

7.1 Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede door de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft een initiërende en organiserende rol vervuld bij de uitvoer van de cocaïne naar het Verenigd Koninkrijk. Verdachte trad hierbij op als verbindende schakel tussen de koeriers en de afnemers van de cocaïne In het kader van de voorbereiding van de drugstransporten was verdachte actief in het werven van personen om deze transporten uit te voeren. Tevens werden in opdracht van verdachte bollen bevattende cocaïne vervaardigd, teneinde deze stof te kunnen smokkelen.

De rechtbank overweegt voorts dat cocaïne een voor de gezondheid zeer schadelijke stof is die ontwrichtend werkt op de samenleving. De in- en uitgevoerde hoeveelheden waren van dien aard, dat deze bestemd moeten zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. Daar komt bij dat de verspreiding van en handel in cocaïne gepaard gaat met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof. De verdachte heeft enkel uit winstbejag gehandeld, zonder zich te bekommeren om de gezondheidsrisico’s van anderen. Door zijn handelswijze heeft verdachte het internationale netwerk van handel in verdovende middelen in stand gehouden en daarvan deel uitgemaakt. De rechtbank rekent hem dat zwaar aan.

Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van verschillende geldbedragen. In opdracht van verdachte zijn veelvuldig geldbedragen overgemaakt en gesmokkeld vanuit het Verenigd Koninkrijk naar Nederland. Door aldus te handelen heeft verdachte eraan meegewerkt dat opbrengsten van misdrijven aan het zicht van justitie worden onttrokken, hetgeen een ernstige aantasting van de integriteit van het financieel en economisch bestel betekent.

Voorts heeft verdachte een vuurwapen en munitie aanwezig gehad. De aanwezigheid van wapens brengt grote risico’s voor de veiligheid van personen met zich mee, hetgeen binnen de samenleving onaanvaardbaar is.

Naar het oordeel van de rechtbank staan de door haar onder 1. en 2. bewezenverklaarde feiten in zodanig verband, dat zij moeten worden beschouwd als voortgezette handelingen. Deze feiten zijn het gevolg van hetzelfde (ongeoorloofde) wilsbesluit en bestaan uit gelijksoortige handelingen. Gelet op artikel 56 Wetboek van Strafrecht zal de rechtbank derhalve voor beide feiten één strafbepaling toepassen.

De bewezenverklaarde feiten rechtvaardigen geen andere straf dan een langdurige vrijheidsbenemende straf.. Deze straf is lager dan door de officier van justitie is gevorderd omdat de rechtbank rekening moet houden met het bepaalde in artikel 56 van het Wetboek van Strafrecht en voor de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten tezamen een straf oplegt.

Op grond van al het voren overwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur passend en geboden is.

7.2 Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- drie Nokia telefoontoestellen,

- een geldbedrag van 2100 euro,

- een geldbedrag van 1200 euro,

dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de bewezenverklaarde feiten met behulp van die voorwerpen die aan verdachte toebehoren, zijn begaan of voorbereid dan wel voorwerpen (geldbedragen) betreffen die aan verdachte toebehoren en die door middel van de strafbare feiten zijn verkregen.

7.3 Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven

voorwerpen, te weten:

- één wapenonderdeel,

- één wapenonderdeel Glock en

- acht patronen, RP45 auto,

dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Deze voorwerpen behoren verdachte toe en het onder 5. bewezenverklaarde feit is met betrekking tot deze voorwerpen begaan. Voorts geldt dat het ongecontroleerde bezit van deze voorwerpen in strijd is met de wet.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

33, 33a, 36b, 36c, 47, 55, 56, 57, 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

2, 10, 10a van de Opiumwet.

26, 55 van de Wet wapens en munitie.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.2 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van zesenvijftig (56) maanden.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd:

- drie Nokia telefoontoestellen,

- een geldbedrag van 2100 euro en

- een geldbedrag van 1200 euro.

Onttrekt aan het verkeer:

- één wapenonderdeel,

- één wapenonderdeel Glock en

- acht patronen, RP45 auto.

Gelast de teruggave aan verdachte van:

- zevenentwintig foto’s,

- vier diverse bescheiden (nummers 5 en 6 van de beslaglijst),

- een huurcontract en

- verpakkingsmateriaal All-Bran Kellog’s.

10. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Van den Bos, voorzitter,

mrs. Van der Lelie en Eichperger, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffiers mrs. De Witte en Zeeman,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 24 maart 2009.