Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BH6367

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
16-03-2009
Datum publicatie
18-03-2009
Zaaknummer
AWB 08/5064
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verweerster heeft zich er onvoldoende van vergewist dat het onderzoek van de adviescommissie op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden en kon voor de onderbouwing en motivering van het bestreden besluit derhalve niet volstaan met met een verwijzing naar het advies.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 08 - 5064

uitspraak van de meervoudige kamer van 16 maart 2009

in de zaak van:

[eisers],

wonende te [woonplaats],

eisers,

tegen:

de besliscommissie van het Schadeschap Luchthaven Schiphol,

verweerster.

1. Procesverloop

Bij besluit van 12 januari 2006 heeft verweerster eiser een schadevergoeding als bedoeld in artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) toegekend van

€ 8.800,-. Daarbij heeft zij verwezen naar het advies van de Adviescommissie Schadeschap Luchthaven Schiphol (hierna: de Adviescommissie) van 15 november 2005.

Tegen dit besluit hebben eisers bij brief van 17 februari 2006 bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 7 juli 2008 heeft verweerster het bezwaar ongegrond verklaard. Daarbij heeft verweerster verwezen naar het nadere advies van de Adviescommissie van 11 februari 2008. Tevens heeft verweerster het in het bezwaarschrift opgenomen verzoek om vergoeding van kosten ad € 300,- in verband met het laten opmaken van een taxatierapport, afgewezen.

Tegen dit besluit hebben eisers bij brief van 14 juli 2008 beroep ingesteld.

Verweerster heeft op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend.

Het beroep is behandeld ter zitting van 15 januari 2009. Namens eisers is verschenen [eiser] en verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door O.M. te Rijdt, werkzaam bij het Schadeschap Luchthaven Schiphol.

2. Overwegingen

2.1 Bij de Gemeenschappelijke regeling Schadeschap Luchthaven Schiphol is het openbaar lichaam “Schadeschap Luchthaven Schiphol” (hierna: het Schadeschap) ingesteld. Het Schadeschap is opgericht in verband met de behandeling van verzoeken tot schadevergoeding in verband met de uitbreiding van de luchthaven Schiphol, vastgelegd in de Planologische Kernbeslissing (PKB) “Schiphol en omgeving”, van kracht geworden op 8 januari 1996, en het Aanwijzingsbesluit van 23 oktober 1996 als bedoeld in artikel 27 juncto artikel 24 Luchtvaartwet, strekkende tot uitbreiding van het bestaande luchtvaartterrein.

2.2 In de Gemeenschappelijke regeling zijn de bevoegdheid en werkwijze van het Schadeschap geregeld. De Gemeenschappelijke regeling strekt er onder meer toe de schadevergoedingsbevoegdheden van de raden van de deelnemende gemeenten te delegeren aan het Schadeschap. De gemeenteraden hebben hun bevoegdheden ex artikel 49 WRO overgedragen, doch uitsluitend voor zover het schadeverzoeken betreft die verband houden met de uitbreiding van luchthaven Schiphol, zoals bepaald in het Aanwijzingsbesluit en de PKB.

2.3 Eisers hebben verzocht om vergoeding van schade, bestaande in de vermindering van de waarde van hun woning aan de [adres] ten gevolge van het bestemmingsplan “Schiphol West en omgeving”, dat per 29 april 1999 in werking is getreden. Het verzoek is derhalve terecht aangemerkt als een verzoek ingevolge artikel 49 WRO. In genoemd bestemmingsplan is de vijfde baan (Polderbaan) opgenomen, waarbij nadere geluids- en veiligheidszones rond luchthaven Schiphol zijn vastgesteld.

2.4 Niet in geschil is, en ook voor de rechtbank staat vast, dat eisers, op grond van de in het kader van artikel 49 WRO te maken vergelijking tussen de nieuwe planologische situatie ten gevolge van genoemd bestemmingsplan en de direct daaraan voorafgaande planologische situatie op grond van het toen vigerende planologische regime, in een planologisch nadeliger situatie zijn komen te verkeren. Deze schade dient in het kader van artikel 49 WRO tot uitdrukking te komen in een, door middel van de planvergelijking te berekenen, vermindering van de waarde van het onroerend goed van de aanvrager. Partijen zijn het er voorts over eens dat de waardevermindering moet worden vastgesteld op 5% van de waarde die de onroerende zaak daags voor de peildatum had.

2.5 Verweerster heeft het verzoek om schadevergoeding toegewezen tot een bedrag van

€ 8.800,-. Daarbij is zij, verwijzend naar het advies van de Adviescommissie van

15 november 2005, ervan uitgegaan dat de verkoopwaarde van het woonhuis van eiser daags voor 29 april 1999 € 175.500,- bedroeg.

Bij de thans bestreden beslissing heeft verweerster dit uitgangspunt gehandhaafd, waarbij zij heeft verwezen naar het nadere advies van de Adviescommissie van 11 februari 2008.

2.6 Het beroep van eisers richt zich inhoudelijk uitsluitend tegen de hoogte van de toegekende schadevergoeding, waarbij het geschil is beperkt tot de berekening van de waarde van de woning op de dag gelegen voor de peildatum van 29 april 1999.

Naar eisers mening is de vaststelling van verweerster te laag, aangezien de WOZ-waarde in dat jaar € 313.108,- bedroeg en de door hen geraadpleegde makelaar B.N. Beukers van Van Groenigen Makelaardij (hierna: Van Groenigen) in diens rapport van 26 januari 2006 de betreffende waarde heeft getaxeerd op € 315.000,-. Voorts verwijzen eisers naar een taxatierapport van 8 december 2002, opgesteld door hetzelfde makelaarskantoor, waarin de waarde van de woning op dat moment wordt getaxeerd op € 375.000,- Het beroep richt zich tevens tegen de afwijzing van de gevraagde kostenvergoeding van € 300,- ter zake van het taxatierapport.

2.7 Nu verweerster voor de onderbouwing en motivering van het thans bestreden besluit heeft verwezen naar de advisering van de Adviescommissie, staat gezien artikel 3:49 Awb ter beoordeling van de rechtbank de vraag of verweerster daarmee heeft kunnen volstaan. In dit verband is artikel 3:9 Awb van belang, waarin is bepaald dat, indien een besluit berust op een onderzoek naar feiten en gedragingen dat door een adviseur is verricht, het bestuursorgaan zich dient te vergewissen dat dit onderzoek op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden.

2.8 Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerster dit onvoldoende gedaan. Omdat in het advies van 15 november 2005 geheel geen rekenkundige onderbouwing is gegeven van de verkoopwaarde van de woning van eisers, heeft verweerster de adviescommissie verzocht hieromtrent een nader advies uit te brengen, hetgeen op 11 februari 2008 is geschied. In dit advies wordt weliswaar een berekening gegeven van de verkoopwaarde van de woning van eisers op 29 april 1999, maar hieruit blijkt niet hoe de vierkante meterprijs voor de grond en de kubieke meterprijs voor het woonobject tot stand zijn gekomen. Verweerster had zich ook van deze gegevens dienen te vergewissen, te meer daar eisers een taxatierapport hebben overgelegd, waarin de waarde van de woning op 29 april 1999 op een aanzienlijk hoger bedrag wordt getaxeerd. Niet kon worden volstaan met de overweging dat ten vervolge van het onderzoek naar de prijzen van woningen binnen de invloedssfeer van Schiphol, normen zijn gesteld voor de grondprijzen voor woonobjecten die gelegen zijn aan de Aalsmeerderdijk, de Bennebroekerweg, de Aarbergerweg en de Heermanszwet te Rijsenhout. Dat eisers in de gelegenheid zijn gesteld om te reageren op het aanvullende advies en van deze gelegenheid geen gebruik hebben gemaakt, doet aan het vorenstaande niet af.

2.9 Gelet op het voorgaande kan de beslissing met betrekking tot de toegekende schadevergoeding ingevolge artikel 49 WRO niet in stand blijven wegens schending van het bepaalde in artikel 3:9 Awb.

2.10 Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit moet worden vernietigd.

2.11 Nu het beroep gegrond is bestaat er aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De rechtbank is van oordeel dat verweerster de door eisers verzochte vergoeding van de kosten van het taxatierapport ten onterechte heeft afgewezen. Ingevolge artikel 1 aanhef en onder b van het Besluit Proceskosten bestuursrecht kan een veroordeling in de proceskosten betrekking hebben op kosten van een deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht. Nu eisers konden menen dat de deskundige een relevante bijdrage aan de gunstige uitkomst van procedure zou leveren - hetgeen ook is gebleken – is aan de door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State voor het toekenning van deze vergoeding gestelde voorwaarde voldaan.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1 verklaart het beroep van eisers gegrond;

3.2 vernietigt het besluit van verweerder van 14 juli 2009;

3.3 veroordeelt verweerster in de door eisers gemaakte proceskosten tot een bedrag van in totaal € 300,-;

3.4 gelast dat het Schadeschap Luchthaven Schiphol het door eisers betaalde griffierecht van € 145,- aan hen vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E. Heyning-Huydecoper, voorzitter van de meervoudige kamer, en mr. J.M. Janse van Mantgem en mr. L. Beijen, rechters, en op 16 maart 2009 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. D. Krokké, griffier.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.