Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BH3796

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
20-02-2009
Datum publicatie
23-02-2009
Zaaknummer
15/700799-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich in een relatief korte tijdsperiode schuldig gemaakt aan een serie misdrijven, die voornamelijk gericht waren tegen zijn familie en de schoonfamilie van zijn broer. Met name de moeder van verdachte moest het hierbij ontgelden. De raadsman van verdachte heeft ter zitting verklaard dat het momenteel beter gaat met verdachte en dat hij feitelijk weer bij zijn moeder woont. De rechtbank ziet gelet op het vorenoverwogene aanleiding een langere voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan dat door de officier van justitie is gevorderd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummers: 15/700799-07 en 15/669070-07 (ttz. gev.)

Uitspraakdatum: 20 februari 2009

Tegenspraak ex artikel 279 Sv

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 06 februari 2009 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is na wijziging tenlastelegging tenlastegelegd dat:

(Parketnummer 15/700799-07)

Feit 1 primair

hij op of omstreeks 17 oktober 2007 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen autosleutels, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren en/of

- het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtof[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van autosleutels, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, immers heeft hij, verdachte, nadat hij alle deuren van de woning waarin hij en die [slachtoffer 1] zich bevonden had afgesloten:

- die [slachtoffer 1] meermalen met kracht geslagen (waardoor en of waarna die [slachtoffer 1] ten val kwam) en/of

- die [slachtoffer 1] meermalen met kracht geschopt en/of

- die [slachtoffer 1] meermalen bedreigd met de dood en/of (hierbij) het snoer van een oplader tegen de keel van die [slachtoffer 1] gehouden.

subsidiair

hij op of omstreeks 17 oktober 2007 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend nadat hij alle deuren van de woning waarin hij en die [slachtoffer 1] zich bevonden had afgesloten en/of terwijl hij een snoer van een oplader tegen de keel van die [slachtoffer 1] hield deze dreigend de woorden toegevoegd: "Ik ga je dood maken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

en/of

hij op of omstreeks 17 oktober 2007 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer opzettelijk mishandelend [slachtoffer 1], althans een persoon (te weten [slachtoffer 1]), meermalen met kracht heeft geslagen (waardoor en/of waarna zij ten val kwam) en/of meermalen met kracht heeft geschopt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Feit 2

hij op of omstreeks 8 maart 2007 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

- een paspoort en/of

- een portemonnee en/of

- sleutels en/of

- (een) bankpas(sen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

en/of

hij op of omstreeks 8 maart 2007 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk en wederrechtelijk een telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt, immers heeft hij, verdachte, die telefoon (met kracht) op de grond gegooid.

Feit 3

hij op of omstreeks 13 mei 2007 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit in een (voordeur), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt, immers heeft hij, verdachte, voornoemde deur ingetrapt (waarbij die ruit kapot is gegaan) en/of die ruit ingegooid en/of ingeslagen.

Feit 4

hij op of omstreeks 27 augustus 2007 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 4]),

- meermalen heeft geslagen en/of gestompt in het gezicht, althans tegen het hoofd, en/of

- meermalen heeft getrapt en/of geschopt in de buik, althans tegen het lichaam, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

en/of

hij op of omstreeks 27 augustus 2007 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 4] dreigend de woorden toegevoegd: "Dit is nog niet klaar. Ik kan je gelijk doodschieten, maar ik doe rustig aan" en/of "Ik ben nog niet klaar met je", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Feit 5

hij op of omstreeks 27 augustus 2007 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, (een) wapen(s) van categorie I onder 7°, te weten een luchtdrukwapen van het merk GAMO, zijnde (een) voorwerp(en) vermeld op lijst b van de bij de Regeling Wapens en Munitie behorende bijlage I, voorhanden heeft gehad.

Feit 6

hij op of omstreeks 11 september 2007 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk en wederrechtelijk een (voor)bumper van een auto ([merk] en/of kenteken [nummer kentekenplaat]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door toen en daar een of meermalen (krachtig) zijn, verdachte's, fiets, althans een fiets, tegen bovengenoemde bumper te duwen en/of aan te rijden.

(parketnummer 15/669070-07)

hij op of omstreeks 08 oktober 2007 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens artikel 2 Politiewet 1993, in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift gedaan door [verbalisant 1] brigadier van politie en/of [verbalisant 2], hoofdagent van politie en/of [verbalisant 3], hoofdagent van politie, die was belast met de uitoefening van enig toezicht en/of die was belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, immers heeft verdachte toen en daar opzettelijk, nadat deze ambtenaar hem had bevolen, althans van hem had gevorderd weg te gaan en/of te verwijderen (uit de [naam adres], geen gevolg gegeven aan dit bevel of die vordering.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Oordeel van de rechtbank

3.1. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

(Parketnummer 15/700799-07)

Feit 1

primair

hij op 17 oktober 2007 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen autosleutels, toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, immers heeft hij, verdachte die [slachtoffer 1] met kracht geslagen en die [slachtoffer 1] met kracht geschopt en die [slachtoffer 1] bedreigd met de dood en hierbij het snoer van een oplader tegen de keel van die [slachtoffer 1] gehouden.

Feit 2

hij op 8 maart 2007 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een paspoort en een portemonnee en sleutels en bankpassen, toebehorende aan [slachtoffer 1] en hij op 8 maart 2007 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk en wederrechtelijk een telefoon, toebehorende aan [slachtoffer 1], heeft vernield, immers heeft hij, verdachte, die telefoon met kracht op de grond gegooid.

Feit 3

hij op 13 mei 2007 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit in een voordeur, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft vernield, immers heeft hij, verdachte, die ruit ingegooid en/of ingeslagen.

Feit 4

hij op 27 augustus 2007 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk mishandelend een persoon te weten [slachtoffer 4], meermalen heeft geslagen en/of gestompt in het gezicht en meermalen heeft geschopt in de buik, waardoor deze pijn heeft ondervonden en hij op 27 augustus 2007 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 4] dreigend de woorden toegevoegd: "Dit is nog niet klaar. Ik kan je gelijk doodschieten, maar ik doe rustig aan".

Feit 5

hij op 27 augustus 2007 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, een wapen van categorie I onder 7°, te weten een luchtdrukwapen van het merk GAMO, zijnde een voorwerp vermeld op lijst b van de bij de Regeling Wapens en Munitie behorende bijlage I, voorhanden heeft gehad.

Feit 6

hij op 11 september 2007 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk en wederrechtelijk een voorbumper van een auto, [merk] en kenteken [nummer kentekenplaat], toebehorende aan [slachtoffer 5], heeft beschadigd door toen en daar meermalen krachtig zijn, verdachtes, fiets, tegen bovengenoemde bumper te duwen en/of aan te rijden.

(parketnummer 15/669070-07)

hij op 08 oktober 2007 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk niet heeft voldaan aan een vordering, krachtens artikel 2 Algemene Plaatselijke Verordening gedaan door [verbalisant 1] brigadier van politie, die was belast met de uitoefening van enig toezicht en die was belast met het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, immers heeft verdachte toen en daar opzettelijk, nadat deze ambtenaar van hem had gevorderd zich te verwijderen (uit de [naam adres], geen gevolg gegeven aan die vordering.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 1 meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3.2 Bewijsmiddelen

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

Ten aanzien van feit 1:

• het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] d.d. 17 oktober 2009 (dossierpagina 27 e.v.);

• het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 17 oktober 2007 (dossierpagina 37), waarin hij onder meer – zakelijk weergegeven – heeft verklaard: Ik zag op 17 oktober 2007 bij mij thuis dat [verdachte] [slachtoffer 1] in haar onderbuik schopte. [verdachte] trok [slachtoffer 1] aan haar schouders. [verdachte] pakte de oplader van de mobiele telefoon en zei als ze niet ging zitten dat hij haar ging kelen. Ik zag ook dat [verdachte] [slachtoffer 1] heeft geslagen tegen haar schouder. Ik zag dat [verdachte] in de jaszak van [slachtoffer 1] ging zitten en hij pakte toen de autosleutels;

• het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verdachte bij de rechter-commissaris d.d. 19 oktober 2007, waarin hij onder meer – zakelijk weergegeven – heeft verklaard: Het klopt dat ik de autosleutels van [slachtoffer 1] heb afgenomen.

Ten aanzien van feit 2:

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] d.d. 8 maart 2007;

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 8 maart 2007, waarin hij onder meer – zakelijk weergegeven – heeft verklaard: Ik heb op 8 maart 2007 de mobiele telefoon van [slachtoffer 1] op de grond kapot gegooid. Ik heb spullen van mijn moeder meegenomen. Ik heb hiervoor geen toestemming van [slachtoffer 1] gekregen.

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van tonen spullen fouillering waaruit blijkt dat [slachtoffer 1] de bij verdachte bij zijn fouillering aangetroffen spullen herkent.

Ten aanzien van feit 3:

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] d.d. 13 mei 2007 (dossierpagina 17 e.v.);

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] d.d. 13 mei 2007 (dossierpagina 19 e.v.);

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 14 mei 2007 (dossierpagina 23 e.v.), waarin hij onder meer – zakelijk weergeven – heeft verklaard: Als er tegen mij een aangifte is gedaan dat ik ruiten van de woning van [slachtoffer 3] te [adres en plaatsnaam], vernield heb, kan dat kloppen met dien verstande dat alleen het raam van de deur is vernield.

Ten aanzien van feit 4:

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] d.d. 27 augustus 2007;

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] d.d. 27 augustus 2007, waarin zij onder meer – zakelijk weergegeven – heeft verklaard: Ik stond op 27 augustus 2007 bij de kassa van de Aldi aan de Graan voor Visch te Hoofddorp en zag dat een jonge man een oude man aan het slaan en schoppen was. Ik zag dat de oude man een paar flinke schoppen in zijn buik kreeg van de jongen;

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] d.d. 27 augustus 2007, waarin zij onder meer – zakelijk weergegeven – heeft verklaard: Op 27 augustus 2007 zag ik een jonge man in een [kleur en merk auto] met het kenteken [nummer kentekenplaat] de straat Graan voor Visch van de Aldi in Hoofddorp in rijden. Hij stapte uit, liep naar een oudere Surinaamse man en begon deze in elkaar te slaan. Ik heb gezien dat de man meerdere klappen kreeg en een paar schoppen in zijn buik;

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 27 augustus 2007, waarin hij onder meer – zakelijk weergeven – heeft verklaard: Ik heb [slachtoffer 4] een paar heuten op zijn bek gegeven. Het kan zijn dat ik [slachtoffer 4] in zijn buik geschopt hebt, want ik was boos. Ik heb tegen hem gezegd: “Ik ben nog niet klaar met je”;

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 27 augustus 2007, waarin hij onder meer – zakelijk weergeven – heeft verklaard: Ik weet wel zeker dat [slachtoffer 4] daar pijn van ondervonden heeft want ik heb zelf goed uitgehaald. Ik heb hem zeker drie of vier keer vol op het gezicht geraakt. Hij zal nu wel blauwe of beurse plekken hebben.

Ten aanzien van feit 5:

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 augustus 2007, waarin – zakelijk weergegeven – onder meer de volgende bevinding van verbalisant voorkomt: Ik heb een onderzoek ingesteld in de door verdachte bestuurde auto. Verdachte was aanwezig bij dit onderzoek. Onder de rechter voorstoel van de [merk auto], [nummer kentekenplaat], vond ik een hard plastic etui, kleur zwart, met daarin een luchtdruk pistool. In deze doos zat ook een klein doosje met kogeltjes;

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 augustus 2007, waarin – zakelijk weergegeven – onder meer de volgende bevinding van verbalisant: Het in beslag genomen voorwerp is een luchtdrukwapen van het merk GAMO dat vermeld is onder B92 op lijst B van bijlage I van de Regeling Wapens en Munitie. Derhalve is dit voorwerp een wapen in de zin van artikel 2, lid 1, categorie I onder 7 van de Wet wapens en munitie, gelet op artikel 3 onder B van de Regeling wapens en munitie;

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 27 augustus 2007, waarin hij onder meer – zakelijk weergeven – heeft verklaard: Dit wapen is niet van mij maar van een maat van mij. Ik neem de verantwoording voor dit wapen.

Ten aanzien van feit 6:

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] d.d. 12 september 2007 (dossierpagina 10 e.v.);

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4] d.d. 12 september 2007 (dossierpagina 12 e.v.), waarin zij onder meer – zakelijk weergegeven – heeft verklaard: Op dinsdag stond ik in de hal van het pand waar ik werkzaam ben en dat is gevestigd aan [adres en plaatsnaam]. Vanuit de hal heb je zicht op het parkeerterrein welke voor het pand ligt. Ik zag dat daar een personenauto stond geparkeerd. Vervolgens zag ik dat een persoon welke ik ken, genaamd [naam verdachte] naar een fiets bij een boom liep en deze pakte. Ik zag dat hij de achterzijde van de fiets vast pakte en deze tot tweemaal toe met kracht langs de voorzijde van de personenauto haalde. Hij draaide moedwillig de achterzijde van zijn fiets langs de personenauto;

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 27

augustus 2007 (dossierpagina 14 e.v.), waarin hij onder meer – zakelijk weergeven – heeft verklaard: Ik was bij [naam instelling], [adres en plaatsnaam], omdat ik het momenteel niet meer zo zie zitten. Ik heb daar een gesprek met [slachtoffer 5] gehad maar hij heeft mij de deur gewezen en wil mij niet helpen. Ik wil graag opgenomen worden maar daar wilde [slachtoffer 5] dus niet aan meewerken. Ik ben vervolgens naar buiten gelopen, pakte mijn fiets die tegen een boom stond en maakte mijn slot los. Ik wilde mijn fiets omdraaien en dat heb ik ook gedaan. Ik fietste weg en toen zag ik dat [slachtoffer 5] naar buiten kwam gerend. Ik hoorde dat hij zei dat ik zijn auto vernield had met mijn fiets. We zijn toen naar de auto gelopen en ik zag inderdaad dat er een kras op de bumper zat.

Ten aanzien van feit 8:

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aanhouding van verdachte d.d. 8 oktober 2007, met daarin onder meer – zakelijk weergegeven – de volgende bevindingen van verbalisant [verbalisant 1]: Ik heb bij de flat van de moeder van verdachte aan de [adres] verdachte gevorderd zich te verwijderen teneinde het verstoren van de openbare orde en overlast voor de omwonenden te doen ophouden. Hieraan gaf hij geen gevolg, dit deelde hij ons wederom luidkeels toe, met de woorden: ”Ik ga niet weg, ik blijf hier, anders ga ik wel met jullie mee.” Verdachte is vervolgens aangehouden;

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 8 oktober 2007, waarin hij onder meer – zakelijk weergeven – heeft verklaard: Mij is op de [adres] door de politie verteld dat ik weg moest gaan. Ik ben niet weggegaan toen de politie dat tegen mij zei omdat de politie niet bepaalt wat ik doe en niet doe. Ik maak dat allemaal zelf wel uit.

4. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1: diefstal voorafgegaan en/of vergezeld van geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken.

Ten aanzien van feit 2: diefstal en opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat aan een ander toebehoort vernielen.

Ten aanzien van feit 3: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat aan een ander toebehoort vernielen.

Ten aanzien van feit 4: mishandeling en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Ten aanzien van feit 5: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij artikel 55, eerste lid van de Wet wapens en munitie.

Ten aanzien van feit 6: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat aan een ander toebehoort beschadigen.

Ten aanzien van het feit met parketnummer 15/669070-07: opzettelijk niet voldoen aan een vordering krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar belast met de uitoefening van enig toezicht en bevoegd verklaard tot het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van sanctie(s) en van overige beslissingen

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 primair, 2, 3, 4, 5, 6, en onder parketnummer 15/669070-07 tenlastegelegde feiten en gevorderd dat verdachte terzake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 120 dagen, waarvan 19 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen heeft de officier van justitie gevorderd dat de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 5] wordt toegewezen tot een bedrag van € 300,00, met oplegging van de maatregel van schadevergoeding en dat de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] tot een bedrag van € 375,00 eveneens wordt toegewezen, met oplegging van de maatregel van schadevergoeding. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] voor het overige in haar vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van het vanwege het door Pro Justitia uitgebrachte rapport van psychiatrisch onderzoek van verdachte van 30 mei 2008 is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in een relatief korte tijdsperiode schuldig gemaakt aan een serie misdrijven, die voornamelijk gericht waren tegen zijn familie en de schoonfamilie van zijn broer. Met name de moeder van verdachte moest het hierbij ontgelden. De feiten vonden veelal plaats in en om de huizen van zijn familieleden, een plaats waar zij zich juist te allen tijde veilig zouden moeten kunnen voelen. Verdachte heeft aldus ernstig inbreuk gemaakt op de veiligheidsgevoelens van zijn slachtoffers. Uit de verschillende aangiften van verdachtes moeder, die zich in het dossier bevinden, blijkt bovendien dat zij reeds gedurende langere tijd bang was voor haar zoon en herhaaldelijk doodsangsten voor hem heeft uitgestaan. De rechtbank rekent verdachte dit zwaar aan.

De raadsman van verdachte heeft ter zitting verklaard dat het momenteel beter gaat met verdachte en dat hij feitelijk weer bij zijn moeder woont.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te melden duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaar opdat verdachte er tijdens die proeftijd van wordt weerhouden strafbare feiten te begaan. Deze vrijheidsbeneming is van langere duur dan de officier van justitie gevorderd heeft, omdat de rechtbank in het vorenoverwogene reden ziet verdachte een langere voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan door de officier van justitie is geëist.

Vorderingen benadeelde partijen

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 375,00 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het derde tenlastegelegde feit zou hebben geleden. De rechtbank is van oordeel dat deze zijdens de verdediging niet betwiste schade tot het gevorderde bedrag eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het bewezenverklaarde feit. De vordering zal dan ook worden toegewezen.

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft voorts een vordering tot schadevergoeding van € 450,00 ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die zij als gevolg van het tenlastegelegde feit zou hebben geleden. De rechtbank is van oordeel dat deze zijdens de verdediging betwiste schade niet rechtstreeks uit het bewezenverklaarde feit voortvloeit, zodat de benadeelde partij in dit deel van de vordering niet zal kunnen worden ontvangen.

De benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 300,00 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van het zesde tenlastegelegde feit zou hebben geleden. De rechtbank is van oordeel dat deze zijdens de verdediging niet betwiste schade tot het gevorderde bedrag eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het bewezenverklaarde feit. De vordering zal dan ook worden toegewezen.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die hij door de onder 3 en 6 tenlastegelegde en bewezenverklaarde feiten heeft toegebracht. Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vorderingen van de benadeelde partijen zijn toegewezen.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Wetboek van Strafrecht: artikelen 9, 14a, 14b, 36f, 57, 184, 285, 300, 310, 312, 350.

Wet wapens en munitie: artikelen 13 en 55.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.1 vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tevens tot een gevangenisstraf voor de duur van 160 dagen.

Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 59 dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaar.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 2] geleden schade tot een bedrag van € 375,00 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 2], voornoemd, rekeningnummer 34.58.21.165, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 375,00, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door zeven dagen hechtenis. Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 5] geleden schade tot een bedrag van € 300,00 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 5], voornoemd, rekeningnummer 54.93.31.042, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 300,00, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door zes dagen hechtenis. Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Heft op het reeds geschorste bevel voorlopige hechtenis van de verdachte.

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. H.A. Pott Hofstede, voorzitter,

mrs. T. Avedissian en J.J.M. Uitermark, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier J.A. Huismans,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 februari 2009.

Mr. Pott Hofstede is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.