Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BH3343

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
29-01-2009
Datum publicatie
18-02-2009
Zaaknummer
15/085037-96
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Afwijzing vordering verlenging TBS met dwangverpleging, op advies van deskundigen. Betrokkene is sinds 1997 behandeld en woont inmiddels in een transmurale woonvoorziening. De hem in dat kader geboden structuur, medicatie en begeleiding werken voor betrokkene goed uit. Betrokkene heeft daarnaast laten zien dat hij tijdig hulp zoekt wanneer hij in probleemsituaties dreigt te komen. Jegens veroordeelde is een voorwaardelijke (civiel)rechtelijke machtiging afgegeven, die naar het oordeel van de rechtbank voldoende waarborgen biedt wanneer er risicoverhogende gebeurtenissen plaatsvinden in het leven van veroordeelde. Derhalve acht de rechtbank geen termen aanwezig om de nog vigerende TBS-maatregel te verlengen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige raadkamer

Parketnummer: 15/085037-96

Uitspraakdatum: 29 januari 2009

Beschikking (art. 509t Sv)

1. Ontstaan en loop van de procedure

Op 31 december 2008 is op de griffie van deze rechtbank ingekomen de vordering, gedateerd 16 december 2008, van de officier van justitie in het arrondissement Haarlem tot verlenging van de termijn gedurende welke

[veroordeelde]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

thans verblijvende binnen de Dr. Henri van der Hoeven Kliniek te Utrecht,

bij vonnis van deze rechtbank van 21 januari 1997 ter beschikking werd gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege. De termijn nam een aanvang op 5 februari 1997.

Van deze terbeschikkingstelling werd de termijn laatstelijk verlengd bij beschikking van deze rechtbank van 6 februari 2008.

Een advies als bedoeld in artikel 509o, tweede lid, aanhef en onder 1o van het Wetboek van Strafvordering, gedateerd 5 december 2008, is uitgebracht door mw. drs. M. Kossen, psychiater en plaatsvervangend hoofd van de Van der Hoeven Kliniek, mw. drs. H.T.M. van der Maeden, GZ-psycholoog en hoofd behandeling en mw. S. de Groot, groepsleider.

Voorts zijn adviezen als bedoeld in artikel 509o, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering, gedateerd 18 december 2008 en 24 december 2008, uitgebracht door J.M.J.F. Offermans, psychiater en mw. drs. P.K. Kristensen, GZ-psycholoog.

Tevens zijn de in artikel 509o, tweede lid, aanhef en onder 2o van het Wetboek van Strafvordering bedoelde aantekeningen omtrent de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de ter beschikking gestelde overgelegd.

Op 29 januari 2009 is de vordering op de openbare terechtzitting behandeld. Daarbij zijn gehoord de terbeschikkinggestelde, zijn raadsman mr. R.F. Meijer, advocaat te Haarlem,

de getuige-deskundige Van der Maeden voornoemd en de officier van justitie.

Van dit verhoor is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

2. Beoordeling

De vordering strekte tot verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar. De officier van justitie heeft echter bij de behandeling in de raadkamer – gelet op het aldaar verhandelde – gevorderd de voormelde vordering af te wijzen.

Uit de door de deskundigen uitgebrachte adviezen blijkt, dat betrokkene sinds juli 2005 in de transmurale woonvoorziening van de kliniek in de stad Utrecht verblijft, waar zijn ontwikkeling gestaag vordert met intensieve steun van zijn behandelteam, de geboden structuur, medicatie en begeleiding door de Stichting Beschermde Woonvormen Utrecht (SBWU). Betrokkene is al langere tijd (psychiatrisch) stabiel op het gebied van wonen en werk. Daarnaast maakt hij vorderingen in het geven van openheid over wat hem bezighoudt. Wanneer het kader van de terbeschikkingstelling zou komen te vervallen, maar begeleiding doorgang kan vinden in het kader van een rechterlijke machtiging, heeft dit naar het oordeel van de deskundigen geen consequenties voor het toegepaste risicomanagement, en de risico’s die betrokkene voor de samenleving vormt. De deskundigen achten het maatschappelijk verantwoord de terbeschikkingstelling niet te verlengen in het geval een rechterlijke machtiging direct aansluit. Mede gelet op de mogelijkheden tot tijdige klinische interventie die het kader van een rechterlijke machtiging biedt, achten de deskundigen een civielrechtelijke machtiging thans meer op zijn plaats dan een terbeschikkingstelling.

Ook de door de deskundigen uitgebrachte adviezen strekken aldus tot afwijzing van de vordering van de officier van justitie.

De getuige-deskundige heeft ter zitting voormeld advies toegelicht en onderschreven en heeft daaraan - zakelijk weergegeven - toegevoegd, dat de combinatie van beschermd wonen, werk, een vrijetijdsbesteding en begeleiding door stichting De Waag voor structuur zorgt in het leven van betrokkene. Dankzij deze structuur is er naar de inschatting van de getuige-deskundige weinig risico op recidive. Dit risico wordt immers voldoende beperkt doordat De Waag en RIBW betrokkene nauwgezet volgen en zij preventief kunnen optreden wanneer er in het leven van betrokkene een gebeurtenis plaatsvindt die mogelijk risicoverhogend werkt.

De raadsman heeft ter terechtzitting een fax overgelegd d.d. 27 januari 2009. De fax bevat informatie van mr. N.J. Hos, de advocaat die betrokkene heeft bijgestaan bij de behandeling van de aanvraag van een voorwaardelijke (civiel)rechtelijke machtiging bij de rechtbank Utrecht. In de fax deelt de raadsman – kort samengevat en zakelijk weergegeven – mede dat de voorwaardelijke machtiging door de rechtbank Utrecht is afgegeven, waarbij een aantal voorwaarden zijn gesteld omtrent het gedrag van betrokkene. De Van der Hoevenkliniek te Utrecht is gerechtigd om betrokkene zonder tussenkomst van de rechtbank (gedwongen) op te nemen zo hij zich niet aan die voorwaarden zou houden.

De terbeschikkinggestelde heeft te kennen gegeven, dat hij zich in de uitgebrachte adviezen kan vinden. Hij heeft aangegeven in te zien dat hij nog altijd structuur en begeleiding nodig heeft en dat hij vertrouwen heeft in de middels een rechterlijke machtiging geboden constructie.

De rechtbank is, gelet op voormelde adviezen en de toelichting daarop door getuige-deskundige Van der Maeden van oordeel, dat de terbeschikkingstelling van betrokkene dient te worden beëindigd.

De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat betrokkene al geruime tijd in een transmurale woonvoorziening de Van der Hoevenkliniek verblijft, dat daarbij is gebleken dat de hem in dat kader geboden structuur, medicatie en begeleiding voor betrokkene goed uitwerken en dat betrokkene heeft laten zien tijdig hulp te zoeken wanneer hij in probleemsituaties dreigt te komen. De rechtbank overweegt voorts dat het bestaande hulpkader materieel niet zal veranderen wanneer dit in het kader van een civielrechtelijke machtiging wordt voortgezet. Derhalve acht de rechtbank geen termen aanwezig om de nog vigerende TBS-maatregel te verlengen.

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 509o, 509s en 509t van het Wetboek van Strafvordering.

3. Beslissing

De rechtbank:

Wijst af de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling.

4. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Deze beschikking is gegeven door

mr. A.M. Hol, voorzitter,

mr. mr. M.Th. Goossens en E.P.W. van de Ven, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.M. Brugman

en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2009.

Mr. Hol is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.