Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BH3335

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
18-02-2009
Datum publicatie
18-02-2009
Zaaknummer
15/700856-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Meerdere diefstallen bewezen verklaard; ISD-maatregel

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/700856-08, 22/003228-07 (TUL) en 13/447057-08 (TUL)

Uitspraakdatum: 18 februari 2009

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 04 februari 2009 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in PI Midden Holland, HvB Haarlem.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1:

hij op of omstreeks 10 november 2008 te Beverwijk met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen portemonnee onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een vals kostuum, immers heeft verdachte op de (voor)deur van de (bejaarden)woning van die [slachtoffer 1] geklopt en/of (vervolgens) tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat hij een medewerker van Fortis-verzekeringen was en/of hij mocht binnen komen en/of aan die [slachtoffer 1] gevraagd of zij goed is verzekerd, althans woorden van gelijke aard en/of strekking.

Feit 2:

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 27 oktober 2008 tot en met 10 november 2008 te Beverwijk (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een map (met Fortisbankafschriften op naam van [slachtoffer 2]) en/of een (zogenaamde) accesskey/kaarthouder (afgegeven door de Fortisbank ten behoeve van internetbankieren), in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Feit 3:

hij op of omstreeks 10 november 2008 te Beverwijk met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (merk Pelikaan), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Feit 4:

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 25 oktober 2008 tot en met 28 oktober 2008 te Beverwijk (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een of meer (bejaarden)woning(gen) (gelegen in het Bejaardenhuis Huis ter Wijck) (telkens) heeft weggenomen een of meer portemonnee(s) (met inhoud) en/of een scheerapparaat en/of een of meer fles(sen) aftershave en/of parfum, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (respectievelijk) [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of tot op heden onbekend gebleven perso(o)n(en), in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs (telkens) heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht (telkens) door middel van een valse sleutel.

Feit 5:

hij in of omstreeks van 01 oktober 2008 tot en met 10 november 2008 te Beverwijk met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer (huis)telefoon(s) (merk Siemens, type Giga 4000), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan het Rode Kruis Ziekenhuis, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Feit 6:

hij op of omstreeks 13 oktober 2008 te Beverwijk met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas (met inhoud, te weten een portemonnee en/of een rijbewijs en/of een ID kaart en/of een telefoon en/of twee bankpassen en/of een creditcard en/of een flesje parfum en/of twee lidmaatschapbewijzen en/of een telefoonoplader en/of een geldbedrag), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Feit 7:

hij op een tijdstip in de periode van 12 oktober 2008 tot en met 14 oktober 2008 te Beverwijk opzettelijk en wederrechtelijk een stenen kat, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt, immers heeft hij, verdachte, (krachtig) die stenen kat in de lift gegooid.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Oordeel van de rechtbank

3.1. Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 2 en 3 ten laste is gelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Met name het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening ontbreekt volgens de rechtbank bij het ten laste gelegde feit 2. Bij feit 3 is evenmin gebleken van het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening nu verdachte ten tijde van het feit bij aangeefster woonde en niet is gebleken dat verdachte toen geen gebruik van de fiets van aangeefster mocht maken.

3.2 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

Feit 1:

hij op 10 november 2008 te Beverwijk met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee met inhoud, toebehorende aan [slachtoffer 1], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van een vals kostuum, immers heeft verdachte op de voordeur van de bejaardenwoning van die [slachtoffer 1] geklopt en vervolgens tegen die [slachtoffer 1] gezegd dat hij een medewerker van Fortis-verzekeringen was en of hij mocht binnen komen en aan die [slachtoffer 1] gevraagd of zij goed is verzekerd.

Feit 4:

hij op tijdstippen gelegen in de periode van 25 oktober 2008 tot en met 28 oktober 2008 te Beverwijk telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit meer bejaardenwoning gelegen in het Bejaardenhuis Huis ter Wijck telkens heeft weggenomen portemonnees met inhoud en een scheerapparaat en flessen aftershave en parfum, toebehorende aan respectievelijk [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en tot op heden onbekend gebleven personen waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs telkens heeft verschaft door middel van een valse sleutel.

Feit 5:

hij in de periode van 01 oktober 2008 tot en met 10 november 2008 te Beverwijk met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen huistelefoons (merk Siemens, type Giga 4000), toebehorende aan het Rode Kruis Ziekenhuis.

Feit 6 (parketnummer 15/680234-08):

hij op 13 oktober 2008 te Beverwijk met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas met inhoud, te weten een portemonnee en een rijbewijs en een ID kaart en een telefoon en twee bankpassen en een creditcard en een flesje parfum en twee lidmaatschapbewijzen en een telefoonoplader, toebehorende aan [slachtoffer 5].

Feit 7 (parketnummer 15/680234-08):

hij op een tijdstip in de periode van 12 oktober 2008 tot en met 14 oktober 2008 te Beverwijk opzettelijk en wederrechtelijk een stenen kat, toebehorende aan [slachtoffer 6], heeft vernield, immers heeft hij, verdachte, krachtig die stenen kat in de lift gegooid.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3.2 Bewijsmiddelen

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

Ten aanzien van feit 1:

- de verklaring van verdachte ter zitting afgelegd, waarin hij onder meer – zakelijk weergegeven – heeft verklaard:

De diefstal van de portemonnee van mevrouw [slachtoffer 1] is duidelijk, daarbij ben ik ook op heterdaad betrapt. Ik geef toe dat ik deze diefstal heb gepleegd in Huize Lommerlust en dat ik mij heb voorgedaan als medewerker van Fortis om binnen te komen.

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte (dossierpagina 29 e.v.), inhoudende – zakelijk weergegeven – onder meer:

Op maandag 10 november 2008 omstreeks 14.15 uur werd er op de deur geklopt door een man die zei dat hij van de Fortis-bank was. Hij vroeg of hij binnen mocht komen om te kijken of ik goed verzekerd was. Ik liet de man binnen. Hij vroeg een glaasje water en dat heb ik voor hem gehaald. Kort daarop wilde hij even in de douche kijken en daarna is de man mijn kamer weer uitgelopen. Mijn portemonnee bewaar ik altijd in mijn tas en mijn tas hing tijdens het bezoek van de man aan mijn rollator of aan mijn bed. De portemonnee zat niet meer in mijn tas, terwijl ik zeker weet dat ik hem daarin had gedaan. Ik vermoed dat de man mijn portemonnee heeft meegenomen.

Ten aanzien van feit 4:

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte bij de rechter-commissaris d.d. 13 november 2008, waarin hij onder meer - zakelijk weergegeven - heeft verklaard:

Het klopt dat ik portemonnees heb meegenomen uit die bejaardentehuizen.

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 11 november 2008 (dossierpagina 43 e.v.), waarin hij onder meer – zakelijk weergegeven – heeft verklaard:

Ik heb wel meer diefstallen gepleegd. Ik heb ongeveer drie weken geleden nog twee portemonnees bij Huis ter Wijck in Beverwijk gestolen, dat waren twee zwarte herenportemonnees. Ik ben daar binnengekomen met een moedersleutel van een schoonmaker, die hing aan een karretje van een schoonmaker. Ik heb ook nog wat scheerschuim en shampoo weggenomen uit een woning daar.

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] (dossierpagina 58 e.v.), inhoudende – zakelijk weergegeven – onder meer:

Op zaterdag 25 oktober 2008 omstreeks 11.30 uur heb ik mijn woning afgesloten, alles was toen in en aan de woning in tact. Op maandag 27 oktober 2008 omstreeks 12.00 uur ontdekte ik dat er een diefstal was gepleegd. Uit de woning zijn een zwarte huishoudportemonnee en een bruine slechtzienden portemonnee gestolen. Vermoedelijk is dit gedaan door een man die zich uitgaf als schoonmaker.

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] (dossierpagina 66 e.v.), inhoudende – zakelijk weergegeven – onder meer:

Op 27 oktober 2008 omstreeks 09.00 uur was alles in en rond mijn woning in tact en afgesloten. Op 28 oktober 2008 omstreeks 12.00 uur ontdekte ik dat er een scheerapparaat was weggenomen.

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van de verklaring van getuige [getuige 1] (dossierpagina 61), inhoudende – zakelijk weergegeven – onder meer:

Ik ben werkzaam in Huis ter Wijck. Op zondag 26 oktober 2008 kwam er een blanke man in de centrale hal van het huis. Ik hoorde dat hij op de 7e etage de toiletten moest schoonmaken omdat daar een hardnekkige bacterie zou zitten. Ik wist niet dat er op zondag een schoonmaker voor zou komen. Ik had twijfels over het verhaal van de schoonmaker en ben boven gaan kijken. In de vuilniszak die aan de schoonmaakkar hangt zag ik 4 halfvolle parfum c.q. aftershaveflesjes liggen. Het in ongebruikelijk dat de schoonmaker dit van de kamer van de bewoners weghaalt.

Ten aanzien van feit 5:

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [naam] (dossierpagina 70 e.v.), inhoudende – zakelijk weergegeven – onder meer:

Ik doe aangifte van diefstal. Het weggenomene behoort geheel in eigendom toe aan het Rode Kruis ziekenhuis. Ik verneem van u dat u twee huistelefoontoestellen heeft aangetroffen van het merk Siemens. Ik kan u niet precies zeggen wanneer de diefstal heeft plaatsgevonden. De telefoons stonden op de oplader in twee verschillende vertrekken.

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] (dossierpagina 73) d.d. 20 november 2008, inhoudende – zakelijk weergegeven – onder meer:

Ik heb in de koffer van [verdachte] twee huistelefoons aangetroffen welke ik al eerder had gezien. [verdachte] was met die telefoons bij ons gekomen en liet ze aan mij zien. Ik heb toen tegen [verdachte] gezegd dat ik die telefoons niet in huis wilde hebben, omdat ze van diefstal afkomstig waren. [verdachte] had de telefoons opengemaakt en ik zag dat ze eigendom waren van een ziekenhuis. Dit was 1 tot 1,5 maand geleden.

- de verklaring van verdachte ter zitting afgelegd, waarin hij onder meer – zakelijk weergegeven – heeft verklaard:

Ik ben inderdaad wel thuisgekomen met de telefoons.

Ten aanzien van feit 6:

- de verklaring van verdachte ter zitting afgelegd, waarin hij onder meer – zakelijk weergegeven – heeft verklaard:

Het klopt dat ik de tas heb gestolen uit de fysio-ruimte.

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] (dossierpagina 19 e.v.), inhoudende – zakelijk weergegeven – onder meer:

Ik ben werkzaam als fysiotherapeute bij het verzorgingstehuis Huis ter Wijck in Beverwijk. Op maandag 13 oktober 2008 heb ik mijn jas en tas in een speciale kast gezet in de fysio-ruimte, deze kast is bedoeld voor onze persoonlijke eigendommen. De kast wordt niet middels een slot afgesloten. Om 12.00 uur opende ik de kast om iets uit mijn tas te pakken en ik weet dus zeker dat mijn tas op dat moment nog in de kast stond. Omstreeks 14.05 uur opende ik de kast en zag ik dat mijn tas er niet meer stond. Het is een groen stoffen buideltas waarin een portemonnee, huissleutels, autosleutels, een etui met pennen en dergelijke en een flesje parfum zit. De goederen staan nader in de goederenbijlage beschreven.

- de bij de voormelde aangifte behorende goederenbijlage, waarop onder meer staat vermeld:

een rijbewijs, een id-kaart, een telefoon, twee bankpassen, een creditcard, een flesje parfum, twee lidmaatschapsbewijzen, een telefoonoplader.

Ten aanzien van feit 7:

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 13 oktober 2008 (dossierpagina 31 e.v.), waarin hij onder meer – zakelijk weergegeven – heeft verklaard:

Ik ben naar de eerste etage gegaan en daar stond een witte stenen kat. De lift stond open en ik gooide de kat kapot in de lift.

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] van dinsdag 14 oktober 2008 (dossierpagina 24 e.v.), inhoudende – zakelijk weergegeven – onder meer:

Ik hoor van u dat er een man is aangehouden die bekend heeft een stenen kat te hebben vernield. Dit is mijn stenen kat. Afgelopen zondag stond het beeld nog op de galerij naast mijn woning in de seniorenflat De Schelphoek.

3.3 Bewijsoverweging

Met betrekking tot feit 5 merkt de rechtbank nog op dat verdachte op de terechtzitting geen aannemelijke verklaring heeft kunnen geven ten aanzien van de vraag hoe hij aan de telefoons is gekomen en van wie hij ze heeft gekregen. Derhalve acht de rechtbank aannemelijk dat verdachte de telefoons ze zelf door middel van diefstal uit het Rode Kruis ziekenhuis heeft gekregen.

4. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

- feit 1: diefstal door middel van een vals kostuum;

- feit 4: diefstal door middel van een valse sleutel;

- feit 5 en 6: diefstal, meermalen gepleegd;

- feit 7: vernieling.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren.

6.2 Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van het vanwege de Justitiële Verslavingszorg uitgebrachte rapport van 2 februari 2009 is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere diefstallen. Uit het 11 pagina’s tellende, hem betreffend, uittreksel uit het justitieel documentatieregister blijkt dat verdachte in het verleden veelvuldig en regelmatig in aanraking is geweest met politie en justitie, met name in verband met vergelijkbare delicten.

De thans bewezenverklaarde diefstallen zijn ergerlijke feiten die voor de benadeelden hinder en schade met zich meebrengen.

Verdachte is, blijkens voormeld uittreksel uit het justitieel documentatieregister, in de laatste vijf jaren voorafgaand aan het thans bewezen verklaarde feit vijf keer onherroepelijk veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf voor het plegen van een misdrijf.

Gelet op de vele veroordelingen en de persoon van verdachte, zoals beschreven in de over verdachte opgestelde rapportages, waaruit onder meer naar voren komt dat verdachte sinds lange tijd verslaafd is aan alcohol, geen inkomen en geen vaste woon- of verblijfplaats heeft, alsmede gelet op zijn eigen verklaring dat hij steelt om te overleven, moet er ernstig rekening mee gehouden worden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan indien hij niet wordt geholpen. Ook uit het over verdachte opgemaakte voorlichtingsrapport ISD-maatregel blijkt dat het recidiverisico bij verdachte hoog is, wanneer zijn veelomvattende problematiek niet wordt aangepakt. In het voorlichtingsrapport is gesteld dat geen andere mogelijkheid wordt gezien dan te adviseren verdachte te veroordelen tot een onvoorwaardelijke ISD-maatregel.

Verdachte heeft ter terechtzitting zelf ook aangegeven dat hij hulp nodig heeft, maar niet gemotiveerd is voor de ISD-maatregel, omdat hij denkt dat hij in dat kader onvoldoende zal worden behandeld. Echter, aangezien verdachte thans tussen de wal en het schip lijkt te zijn geraakt binnen de hulpverleningsmogelijkheden, acht de rechtbank het hoogst wenselijk dat verdachte binnen het ISD-traject de hulpverlening krijgt aangeboden.

Naar het oordeel van de rechtbank eist de veiligheid van personen en goederen thans het opleggen van de ISD-maatregel. Gelet op de door verdachte steeds weer veroorzaakte overlast en schade dient thans het belang van de maatschappij om tegen het handelen van de verdachte te worden beschermd te prevaleren boven de consequenties die het opleggen van de ISD-maatregel voor verdachte heeft.

Nu ook overigens aan de wettelijke voorwaarden voor de maatregel is voldaan, zal de rechtbank gelasten dat verdachte wordt geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders.

Daarbij acht de rechtbank het van belang dat er voldoende tijd wordt genomen de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. Daarom zal de rechtbank de maatregel voor de maximale termijn van twee jaren opleggen, waarbij door de rechtbank geen aftrek zal worden toegepast van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

6.3 Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke straffen

Bij vonnis van 2 september 2008 in de zaak met parketnummer 22/003228-07 heeft het gerechtshof te ’s-Gravenhage verdachte ter zake van vernielingen, diefstal en bedreiging veroordeeld tot - onder meer - een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie (3) maanden. Ten aanzien van die voorwaardelijke straf is de proeftijd op twee jaren bepaald onder de algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van die proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Bij vonnis van 6 juni 2008 in de zaak met parketnummer 13/447057-08 heeft de politierechter te Amsterdam verdachte ter zake van diefstallen veroordeeld tot - onder meer - een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van veertien (14) dagen. Ten aanzien van die voorwaardelijke straf is de proeftijd op twee jaren bepaald onder de algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van die proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De officier van justitie vordert thans dat de rechtbank zal gelasten dat die voorwaardelijke straffen alsnog zal worden ten uitvoer gelegd, mocht de rechtbank van oordeel zijn dat de ISD-maatregel niet dient te worden opgelegd.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering tot tenuitvoerlegging van de voornoemde voorwaardelijke straffen behoort te worden afgewezen, omdat zij van mening is dat de ISD-maatregel wel dient te worden opgelegd en de tenuitvoerlegging van bovengenoemde voorwaardelijke straffen hierbij geen toegevoegde waarde heeft.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

- de artikelen 38m, 38n, 310, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

8. Beslissing

De rechtbank:

Spreekt verdachte vrij van de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten.

Verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3. vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt wegens deze feiten aan verdachte op de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) voor de duur van twee (2) jaren.

Wijst af de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de in de zaken met parketnummers 22/003228-07 en 13/447057-08 opgelegde voorwaardelijke straffen.

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Monster, voorzitter,

mrs. Kos en Minks, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. De Jong,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 februari 2009.

Mr. Minks is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.