Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BH2690

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
14-01-2009
Datum publicatie
12-02-2009
Zaaknummer
136238 - HA ZA 07-770
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Beoordeling van de vraag of een koopovereenkomst met betrekking tot percelen grond tot stand is gekomen. Het gespreksverslag kan niet worden beschouwd als een neerslag van een volledige koopovereenkomst, maar veeleer als een neerslag van een voornemen daartoe. Niet is onderbouwd waarom de als eerste recht van koop aangeduide afspraken in wezen een koopoptie behelzen. Het recht van eerste koop is overgegaan op de erven van eiser. Partijen hebben echter geen definitieve prijsafspraken gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 136238 / HA ZA 07-770

Vonnis van 14 januari 2009

in de zaak van

de gezamenlijke erfgenamen van [eiser], ten deze vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger],

wonende te Westzaan, gemeente Zaanstad,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. K. Beishuizen,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NATIONALE PAPIERGROOTHANDEL B.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WOUTER VEENIS B.V.,

gevestigd te Westzaan, gemeente Zaanstad,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

W. VEENIS BEHEER B.V.,

gevestigd te Westzaan, gemeente Zaanstad,

4. [gedaagde 4],

wonende te Westzaan, gemeente Zaanstad,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. E. van der Hoeven te Alkmaar.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 15 augustus 2008

- het proces-verbaal van comparitie gehouden op 14 november 2007

- de conclusie van repliek in conventie

- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie

- de conclusie van dupliek in reconventie.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Wouter Veenis Beheer B.V. is enig aandeelhouder van Wouter Veenis B.V. [gedaagde 4] is bestuurder van Wouter Veenis B.V. en van Wouter Veenis Beheer B.V.

2.2. [eiser] was destijds directeur van Bouwbedrijf Kuyt Westzaan B.V. [eiser] is in 2003 overleden.

2.3. Vanaf 1996 hebben [eiser] en [gedaagde] gesproken over de overdracht van drie percelen grond met opstallen aan de [adres 1] en aangelegen percelen, kadastraal bekend nrs. […496], […396] en […728].

2.4. Zoals blijkt uit een kadastraal bericht van 26 juli 2007 is perceel Westzaan […496] sinds 30 september 1986 eigendom van Wouter Veenis B.V. Zoals blijkt uit een kadastraal bericht van 26 juli 2007 is perceel […396] sinds 12 september 1991 eigendom van Wouter Veenis B.V. en zoals blijkt uit een kadastraal bericht, eveneens van 26 juli 2007 is perceel […728] ten slotte sinds 6 januari 1999 eigendom van Wouter Veenis B.V. Op alle drie percelen is op verzoek van de erven [eiser] conservatoir beslag gelegd.

2.5. Volgens de inhoud van de notariële akte van 30 december 1987 heeft W. Veenis Beheer B.V. als rechtsopvolger van B.V. Papierwarenfabriek Jan Bakker CZ. haar activa, waaronder de percelen […496] en […396] ingebracht in de vennootschap B.V. Nationale Papiergroothandel ’s-Gravenhage .

2.6. Op 9 oktober 1995 heeft W. Veenis Beheer B.V. de aandelen in Mozave Beheer B.V. gekocht. Mozave Beheer B.V. hield de aandelen in Molenaar Zaanstad Verpakkingsspecialisten B.V. (hierna: MZV B.V.). MZV B.V. huurde haar bedrijfspand aan [adres 2] van Molenaar Onroerend Goed B.V. (hierna: MOG B.V.). Tussen MZV B.V. als huurder en MOG B.V. als verhuurder is een nieuwe huurovereenkomst d.d. 15 oktober 1995 gesloten, die als bijzondere bepaling in artikel 26 onder meer inhield:

Huurder heeft het recht van koop op het gehuurde gedurende de huurtijd, eventuele verlengingen daaronder begrepen.

Indien huurder wil kopen dan maakt hij dit schriftelijk bekend aan verhuurder.

Binnen één maand na verzending van die brief zal het transport plaatsvinden bij een door koper aan te wijzen notaris.

(…)

2.7. Bij brief van 22 februari 1996 van MZV B.V. aan MOG B.V. is een beroep gedaan op de koopoptie van artikel 26 van de huurovereenkomst. Dit beroep is door MOG B.V. niet aanvaard, waarna een geschil is ontstaan tussen MOG B.V. en MZV B.V.

2.8. Op 12 maart 1996 heeft tussen [eiser] en [gedaagde] in aanwezigheid van [A] van Kuijs Reinder Kakes (hierna: [A]) een gesprek plaatsgevonden. Een door [A] vervaardigde handgeschreven notitie behelst als verslag van dat gesprek het volgende:

“t.a.v. J.L.M. Fruytier 12/3/96

[eiser]\[gedaagde]\[A]

1)[eiser] of derden koopt conform huurovereenkomst van [gedaagde] i.p.v. [gedaagde] [adres 2] alle percelen totaal 1 ha [gedaagde] doet bewust niet mee

- verhuurd/leeg

- excl. nieuw ontwerp

- met verr. van vuil

2) [Eiser] of derden streeft naar koop overname van

1 og bv (van [B])

2 bekende bv (van [B])

vanwege compensabele verliezen

3)[Eiser] of derden betaalt ivm 1) enz aan [gedaagde] fl 1.000.000 kk in relatie met 4)

4)[Eiser] of derden koopt van [gedaagde] c.a. [adres 1] ged., het nieuw verkregen gesaneerde onbebouwde noordelijke terrein tot ± …. inzenden van bouw 12 app + 22 won.

5)De verdeling van de koopsom 1000.000 tussen [adres 2] en [adres 1] nader te bepalen, het [adres 1] deel zal fl 600.000,-

6)[Eiser] heeft eerste recht van koop voor de rest [adres 1] voor zelfde m2 grondprijs

7)f 1000.000 staat vast het streven naar [adres 2] + [adres 1] = f 2250.000

8) Als [adres 2] niet lukt wordt deelprijs [adres 1] f 700.000,-“

2.9. De percelen [adres 2] zijn op 20 september 1996 getaxeerd op ƒ 450.000,-- zonder bodemverontreiniging en zonder rekening te houden met potentiële woningbouw.

2.10. Op 17 april 1997 schreef [A] een memo met, voor zover van belang, de volgende inhoud:

Op 12 maart 1996 spraken [gedaagde] en [eiser] in mijn bijzijn een aantal zaken globaal af, een en ander is destijds in 8 punten door mij op papier gezet, zie geschreven bijlage. Thans komt de afronding van de aankoop van het [adres 2] in zicht, waardoor nu de globale afspraken concreet gemaakt moeten worden.

De afspraken zijn gemaakt uitgaande van een totale versnelde verhuizing, echter het economisch belang van partijen en hun ondernemingen moet in acht worden genomen.

Ontwikkeling van het [adres 2] kan alleen als er ontruimd wordt en de [adres 1] kan eigenlijk alleen ontwikkeld worden als Bakker Papier is verhuisd, verhuizing van Bakker Papier is echter alleen mogelijk als de geldstromen uit verkoop bekend zijn.

Gegeven de ontwikkelingen rond het [adres 2] dient thans het stappenplan te worden opgesteld en ingevuld, maar dan wel voor het geheel.

1. [Eiser] neemt [adres 2] over via ABC incl. afkoop milieuclaim. WV huurt [adres 2] voor bekende prijs op basis van nieuwe huurovereenkomst zonder bijzondere bepalingen.

(…)

2. De totale ontwikkeling van de [adres 1] moet ter hand worden genomen. Wat gaat er gebouwd worden? Wat is derhalve de grondwaarde? Mag er gebouwd worden wat [eiser]] wilde en wat is opgeschreven op 12-3-1996?

3. De studie terzake totale verhuizing moet worden opgepakt teneinde een goed beeld te hebben van de gevraagde investering in grond, bouw, verhuizing e.d. om zodoende de haalbaarheid te beoordelen.

Bovenstaande punten dienen gedrieën te worden besproken en nader te worden uitgewerkt incl. een tijdspad. Wellicht zijn er zelfs andere varianten denkbaar zoals bijbouwen op [adres 2] of [adres 1], of huren, of fuseren, of …????

2.11. Bij de stukken bevindt zich een als overeenkomst aangeduid geschrift, opgesteld door mr. G. Kramer d.d. 7 mei 1997, met, voor zover van belang, de volgende inhoud:

Ondergetekenden,

1. (…) W. Veenis B.V. (…)

en

2. (…) Kuyt Westzaan B.V. (…)

Overwegende:

[Eiser] is een bouwbedrijf en tevens projectontwikkelaar. In verband met een te ontwikkelen bouwplan te Westzaan, gemeente Zaanstad, wenst zij de aan [gedaagde] toebehorende percelen gelegen aan de [adres 1] te kopen. Alvorens tot bouwen kan worden overgegaan dient aan [eiser] voor het project een bouwvergunning te worden afgegeven.

Partijen hebben overleg gevoerd over de aankoop van de hierna nader te noemen percelen door [eiser] en het realiseren van een bouwplan met inachtname van het programma van eisen van de gemeente Zaanstad.

Partijen komen overeen:

Artikel 1: Omschrijving overeenkomst

A. [gedaagde] verkoopt aan [eiser], gelijk [eiser] aan [gedaagde] koopt de percelen grond kadastraal bekend gemeente Westzaan:

sectie.., nummer .....,

sectie.., nummer .....,

sectie.., nummer .....,

- zoals weergegeven op de aan deze overeenkomst gehechte kadastrale tekening plaatselijk bekend gemeente Westzaan, [adres 1] onder de opschortende voorwaarde dat uiterlijk 1 juni 2000, of zoveel eerder, onherroepelijke vergunning wordt verleend voor de bouw van .. woningen, waarbij de kosten (…) worden gebudgetteerd op ca. ƒ …………..(…).

Artikel 2:Betaling

A. De koopsom bedraagt ƒ 550.000,-- (…).

Artikel 3:Opdracht en tijdstip van levering

(…)

Op de eerste bladzijde van dit stuk is door [gedaagde] met de hand geschreven:

[eiser] dit slaat nergens op, stop er nu verder mee

2.12. [eiser] en [gedaagde] hebben op 28 mei 1997 gesproken ten kantore van mr. G. Kramer (onder meer) over de aankoop van [eiser] van de percelen.

2.13. Op een in dit geding onbekend gebleven tijdstip heeft Nationale Papiergroothandel B.V. bij monde van [gedaagde] een aan [eiser] geadresseerde brief geschreven, met de volgende inhoud:

Hierbij bevestig ik u, als directeur/aandeelhouder van de Nationale Papiergroothandel B.V., het gesprek hetwelk op 28 mei 1997 ten kantore van mr G. Kramer plaatsvond.

De Nationale Papiergroothandel B.V., eigenaresse van de gebouwen en ondergrond van Jan Bakker Papier B.V., staande en gelegen aan de [adres 1], alsmede het naastliggende terrein, beide partijen genoegzaam bekend, verbindt zich jegens u bij eventuele verkoop van de terreinen en/of opstallen (al dan niet gescheiden) als eerste het recht te verlenen om deze opstallen aan te kopen.

Deze verplichting geldt niet alleen voor de nationale Papiergroothandel B.V. maar tevens voor haar rechtsopvolgers hetzij onder bijzondere titel hetzij onder algemene titel.

2.14. In een door [A] opgestelde concept-huurovereenkomst d.d. 11 juni 1997 tussen Bakker & Molenaar Verpakkingen B.V. en MOG B.V. is als bijzondere bepaling opgenomen:

23. [gedaagde] geeft aan verhuurder namens en in opdracht van de eigenaar van het complex [adres 1] te Westzaan het recht van eerste koop, een en ander zoals vastgelegd in het onderhandse opgemaakte verslag van een gesprek d.d. 12 maart 1996. Bedoeld recht van eerste koop kan door verhuurder uitgeoefend worden vanaf 1 juli 2002.

2.15. Op 1 januari 1998 heeft W. Veenis Beheer B.V. de meerderheid van de aandelen in MOG Beheer B.V. – en dus het perceel [adres 2]– gekocht van [B]; de koopprijs bedroeg ƒ 1,--. De aandelen zijn overgedragen op 25 juni 1999.

2.16. Bij brief van 22 maart 2000 heeft [A] aan Bakker & Molenaar Verpakkingen, ter attentie van [gedaagde], onder meer het volgende geschreven:

(…)

Dit bedrag steekt ver uit boven de koopsom voor jouw beide complexen ad ƒ 2.250.000,- die je in 1996 met [eiser] hebt afgesproken.

(…)

2.17. Op 31 augustus 2000 heeft W. Veenis Beheer B.V. de meerderheid van de aandelen in MOG Beheer B.V. verkocht aan de vennootschap Aannemingsmij Kuyt Westzaan B.V., waarvan behalve [eiser], ook twee van zijn kinderen en twee kinderen van [A] directeur waren. De koopprijs was ƒ 724.181,--. De aandelen zijn op 11 september 2000 overgedragen.

2.18. Bij brief van 9 mei 2007 heeft mr. Fruytier namens de erven [eiser] aan [gedaagde] onder meer het volgende geschreven:

Omdat u zich – ten onrechte – op het standpunt stelt dat er “slechts”sprake is van een recht tot eerste koop en niet reeds van een koopovereenkomst bericht ik u hierbij namens [echtgenote van eiser] dat de erfgenamen bij deze het recht van eerste koop van de [adres 1] uitoefenen voor de overeengekomen koopprijs van EUR 714.703,83; althans de tegenwaarde van NLG 1.575.000. In het geval er slechts sprake mocht zijn van een recht tot eerste koop hetgeen niet het geval is – is door de uitoefening van het recht tot eerste koop een koopovereenkomst tot stand gekomen.

2.19. De erven [eiser] hebben ter verzekering van verhaal van hun vorderingen conservatoir beslag laten leggen op de in geding zijnde percelen.

3. Het geschil

in conventie

3.1. De erven [eiser] vorderen, zakelijk weergegeven, na wijziging van eis buiten processueel bezwaar van [gedaagde] dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

Primair

A. voor recht verklaart dat tussen wijlen [eiser] en [gedaagde] en/of de Nationale Papiergroothandel B.V. een koopovereenkomst tot stand is gekomen, op basis waarvan [gedaagde] verplicht zijn tot levering aan de erven [eiser] van de percelen aan de [adres 1] te Westzaan, kadastraal bekend als B 2496, B 3728 en B 3396, tegen de prijs van € 692.386,47,

B. gedaagden sub 2, 3 en 4 hoofdelijk veroordeelt om voornoemde percelen tegen de overeengekomen koopprijs aan de erven [eiser] te leveren,

C. voor het geval gedaagden in gebreke zouden blijven om uitvoering te geven aan de onder B gevorderde veroordeling, bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de akte van levering,

subsidiair

A. voor recht verklaart dat tussen wijlen [eiser] en [gedaagde] en/of de Nationale Papiergroothandel B.V. een koopoptie is overeengekomen, die aan de erven [eiser] het recht geeft om voornoemde onroerende zaak te kopen tegen de prijs als vastgelegd in die overeenkomst, te weten een bedrag van € 692.386,47, en voor recht verklaart dat dit recht is overgegaan aan de erven [eiser] en dat deze de koopoptie hebben aanvaard,

B. gedaagden sub 2, 3 en 4 hoofdelijk veroordeelt om voornoemde percelen voor de overeengekomen koopprijs aan de erven [eiser] te leveren,

C. voor het geval gedaagden in gebreke zouden blijven om uitvoering te geven aan de onder B gevorderde veroordeling, bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de akte van levering en overdracht,

meer subsidiair

A. voor recht verklaart dat tussen wijlen [eiser] en [gedaagde] en/of de Nationale Papiergroothandel B.V. een koopoptie is overeengekomen die de erven [eiser] het recht geeft om voornoemde onroerende zaak te kopen tegen de prijs als vastgelegd in die overeenkomst, te weten een bedrag van € 692.386,47, en dat dit recht is overgegaan op de erven [eiser],

B. gedaagden sub 2, 3 en 4 hoofdelijk veroordeelt om voornoemde percelen voor de overeengekomen koopprijs aan de erven [eiser] te koop aan te bieden, welk aanbod de erven [eiser] hierbij op voorhand aanvaarden en vervolgens te leveren,

C. voor het geval gedaagden in gebreke zouden blijven om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis uitvoering te geven aan de onder B gevorderde veroordeling tot het aanbieden van de in geding zijnde onroerende zaak, bepaalt dat gedaagden een dwangsom verbeuren van € 15.000,-- per dag,

D. voor het geval gedaagden in gebreke zouden blijven om uitvoering te geven aan de onder B gevorderde veroordeling tot levering, bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de akte van levering,

primair, subsidiair en meer subsidiair

E. [gedaagde] hoofdelijk veroordeelt om volledige en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de levering en overdracht van voornoemde onroerende zaak, almede de veroordeling van de onderscheiden gedaagden bij dit vonnis te gehengen en te gedogen,

F. een en ander op straffe van een dwangsom van € 5.000,-- per dag dat [gedaagde] met de gehele of gedeeltelijke nakoming van de bevelen genoemd onder B en/f D van de primaire en subsidiaire petita in gebreke blijft, en

G. [gedaagde] hoofdelijk te veroordelen in de kosten van het geding, daaronder begrepen de kosten van het gelegde beslag.

3.2. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.3. [gedaagde] vordert samengevat - veroordeling van [eiser] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, tot betaling van de door [gedaagde] als gevolg van de door de erven [eiser] gelegde beslagen geleden schade, op te maken bij staat, vermeerderd met rente en kosten.

3.4. [eiser] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1. Het gaat in dit geschil om het antwoord op de vraag of en zo ja, welke afspraken zijn gemaakt tussen wijlen [eiser] en [gedaagde], al dan niet via door hen gecontroleerde vennootschappen, over de percelen grond aan de [adres 1] enz. en of die afspraken, zo die zijn gemaakt, moeten leiden tot de verplichting voor [gedaagde] tot levering van deze percelen aan de erven [eiser].

4.2. De primaire stelling van de erven [eiser] luidt dat [eiser] en [gedaagde] over de verkoop van de percelen overeenstemming hebben bereikt en dat dit blijkt uit het gespreksverslag van [A] van het gesprek van 12 maart 1996 (zie hierboven sub 2.8), de onder 2.13 aangehaalde brief en de bijzondere bepalingen bij de huurovereenkomst tussen Bakker & Molenaar Verpakkingen B.V. en MOG B.V., die zijn weergegeven onder 2.14. De erven [eiser] stellen zich op het standpunt dat aan een gedeelte van de in eerstgenoemd gesprek gemaakte afspraken daadwerkelijk uitvoering is gegeven.

4.3. De rechtbank oordeelt als volgt. Wat er zij van de status van het - door [gedaagde] betwiste - gespreksverslag, hetgeen daarin is verwoord kan niet worden beschouwd als neerslag van een perfecte (in de zin van volledige) koopovereenkomst, maar veeleer als een neerslag van een voornemen daartoe. Voor dit oordeel is van belang dat op 12 maart 1996 niet duidelijk is wie als koper zal optreden (“[eiser] of derden”), dat niet de precieze omvang van het perceel is ingevuld (“[adres 1] ged., (…) noordelijke terrein tot …”), dat over de koopprijs nog het een en ander moest worden vastgesteld en dat helemaal niets is geregeld over de (termijn van) levering. Voor dit oordeel is voorts van belang dat [A] in de onder 2.10 aangehaalde memo schrijft over globale afspraken welke concreet gemaakt moeten worden en dat hij vervolgens kanttekeningen plaatst bij de uitgangspunten die destijds daarbij hebben gegolden, hetgeen duidt op ten hoogste een nog niet voltooide koopovereenkomst, dat de onder 2.11 weergegeven concept koopovereenkomst eveneens duidt in de richting van een nog niet gesloten koopovereenkomst en dat de Nationale Papiergroothandel in de onder 2.13 aangehaalde brief - nadien - een recht van eerste koop verleent, hetgeen zich niet laat rijmen met een reeds gesloten koopovereenkomst.

4.4. De onder 2.13 en 2.14 aangehaalde stukken kunnen niet bijdragen tot het bewijs van het bestaan van een perfecte koopovereenkomst, aangezien daarin met zoveel woorden wordt gesproken van een recht van eerste koop. In hetgeen [A] heeft geschreven in de onder 2.16 aangehaalde brief kan weliswaar een argument worden gevonden, maar zonder verdere aanknopingspunten, waarvan niet is gebleken, kan alleen deze omstandigheid niet aan de voorgaande overwegingen afdoen.

4.5. De erven [eiser] stellen subsidiair dat – zo al niet een koopovereenkomst tot stand was gekomen in 1996 – daarvan sprake is door het inroepen van een aan [eiser] verleende koopoptie bij brief van 9 mei 2007 (aangehaald onder 2.18).

4.6. Ook deze stelling baat de erven [eiser] niet. Een koopoptie in de door de erven [eiser] voorgestane zin, namelijk dat zij enkel door het uitbrengen van een daartoe strekkende verklaring een koopovereenkomst tot stand kunnen brengen, kan niet gelijk worden gesteld met een recht van eerste koop, dat de erven [eiser] het recht geeft om, indien de eigenaar van de betrokken percelen tot verkoop wenst over te gaan, als koper op te treden. De erven [eiser] hebben niet (onderbouwd) uiteengezet waarom de in diverse stukken als eerste recht van koop aangeduide afspraken in wezen een koopoptie in de hiervoor aangeduide zin behelzen.

4.7. Wel worden de erven [eiser] gevolgd in hun meer subsidiaire stellingname dat aan [eiser] een eerste recht van koop is verleend, gelijk door [gedaagde] is erkend. In geschil is of daarbij een vaste prijs van ƒ 1.525.819,00 is afgesproken. De erven [eiser] hebben dit bedrag als volgt berekend. In het gespreksverslag van 12 maart 1996 staat: 7) ƒ 1000.000 staat vast het streven naar [adres 2] + [adres 1] = ƒ 2250.000. Vast staat dat de grond aan het [adres 2], althans de aandelen in de vennootschap die eigenaar was van het [adres 2], is verkocht voor ƒ 724.181,00, zodat resteert voor de gronden aan de [adres 1] enz. het bedrag van ƒ 1.525.819,00.

4.8. Ook hierin volgt de rechtbank de erven [eiser] niet. Reeds uit de in het verslag van het gesprek op 12 maart 1996 gebruikte formulering (het streven is ƒ 2.250.000,00) volgt dat partijen geen definitieve prijsafspraken hebben gemaakt. Daar komt bij dat de prijs van de grond aan het [adres 2] onderwerp van onderhandeling is geweest. Ook volgens de stellingen van de erven [eiser] is die prijs toen verhoogd van ƒ 450.000,00 naar ƒ 724.181,00. Dat daarmee de prijs van de [adres 1] dus naar beneden wordt bijgesteld om op hetzelfde resultaat te komen is ongerijmd. De uitkomst van de onderhandelingen voor [gedaagde] zou daarmee een sigaar uit eigen doos worden en verwacht had mogen worden dat dit ten minste bij de bepaling van de nieuwe prijs voor het [adres 2] zou worden geëxpliciteerd. Ten slotte wijst ook de verklaring van [echtgenote van eiser] ter comparitie dat geen prijzen zijn genoemd in deze richting.

4.9. Bespreking behoeft nog het verweer van [gedaagde] dat het recht van eerste koop is verleend aan [eiser] persoonlijk en dus niet kan worden ingeroepen door zijn rechtsopvolgers onder algemene titel. Dit verweer faalt reeds omdat is bedongen dat die koop kan worden geëffectueerd door een door [eiser] gecontroleerde vennootschap en derhalve niet slechts door hem persoonlijk.

4.10. De voorgaande overwegingen leiden tot de slotsom dat kan worden vastgesteld dat [eiser] en [gedaagde] hebben afgesproken dat [eiser] of een door hem gecontroleerde vennootschap een recht van eerste koop heeft op de gronden aan de [adres 1] die inzet vormen van dit geding voor een nader overeen te komen prijs. Dit recht van eerste koop is overgegaan op de erven [eiser] als rechtsopvolgers onder algemene titel van [eiser]. Partijen hebben een groot aantal bijkomende omstandigheden geschetst, zoals de diverse aandelentransacties en het project Bakker. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen die omstandigheden aan voormelde uitleg van de afspraken tussen [eiser] en [gedaagde] echter niet afdoen en zij worden dan ook onbesproken gelaten.

4.11. De vorderingen in conventie liggen, gelet op het voorgaande, voor afwijzing gereed. De rechtbank voegt daar, ten overvloede, aan toe dat deze afwijzing niet meebrengt dat het [gedaagde] zonder meer vrij staat om de percelen grond aan derden te verkopen en over te dragen, rechtstreeks noch in het kader van een zelf te realiseren ontwikkeling, omdat dat in strijd kan komen met het aan de erven [eiser] toekomende eerste recht van koop.

4.12. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:

- vast recht 251,00

- salaris advocaat 7.740,00 (3,0 punten × tarief EUR 2.580,00)

Totaal EUR 7.991,00

in reconventie

4.13. In reconventie vordert [gedaagde] de schade die zij lijdt door de gelegde beslagen, het geding in conventie en alle bijkomende problemen. [gedaagde] was naar eigen zeggen ten tijde van de beslaglegging in een vergevorderd stadium van onderhandelingen over de verkoop van de bedrijfsactiviteiten van de papierwarenfabriek, welke verkoop door de beslagen en de procedure in conventie niet tot stand is gekomen.

4.14. Indien en voor zover de percelen grond niet in de onderhandelingen over de verkoop waren betrokken, valt zonder nadere toelichting, die in de stellingen van [gedaagde] ontbreekt, niet in te zien dat de beslagen en de procedure in voldoende causaal verband tot de beweerde schade staan om tot toewijzing te komen. Indien echter de percelen grond in de onderhandelingen wel een rol speelden, zou dat schending van het recht van eerste koop van de erven [eiser] kunnen opleveren, in welk geval van onrechtmatige beslaglegging geen sprake is.

4.15. De reconventionele vordering kan derhalve niet worden toegewezen.

4.16. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- salaris advocaat 3.870,00 (3,0 punten × factor 0,5 × tarief EUR 2.580,00)

Totaal EUR 3.870,00

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op EUR 7.991,00,

5.3. verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

5.4. wijst de vorderingen af,

5.5. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op EUR 3.870,00,

5.6. verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Sicking, mr. L.M. de Vries en mr. I.A.M. Tel en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2009.?