Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BH2266

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
05-02-2009
Datum publicatie
09-02-2009
Zaaknummer
15/700360-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak voor carjacking (autodiefstal met geweld). Veroordeling voor poging tot doodslag op de kermis in Purmerend en twee gewelddadige berovingen in Purmerend. Gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk. Wetboek van strafrecht artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 57, 287, 310, 312.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/700360-08

Uitspraakdatum: 5 februari 2009

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 22 januari 2009 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats] (Suriname),

wonende te [adres],

thans gedetineerd in P.I. Noord Holland Noord, Huis van Bewaring Zuyder Bos te Heerhugowaard.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

(parketnummer 15/700360-08)

primair

hij op of omstreeks 14 mei 2008 te Purmerend tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer 1] een of meermalen met een mes, althans een scherp voorwerp in de schouder en/of de (rechter)zij (ter hoogte van de long/lever), in elk geval het lichaam heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair

hij op of omstreeks 14 mei 2008 te Purmerend tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer 1] een of meermalen met een mes, althans een scherp voorwerp in de schouder en/of de (rechter)zij (ter hoogte van de long/lever) heeft gestoken en/of (met kracht) met gebalde vuist tegen het gezicht heeft geslagen/gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair

hij op of omstreeks 14 mei 2008 te Purmerend met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Koemarkt, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit (met kracht) met gebalde vuist slaan/stompen tegen het gezicht van die [slachtoffer 1] en/of duwen en/of schoppen en/of slaan en/of slaan met een geslepen stok en/of een scherp voorwerp, tegen het lichaam van die [slachtoffer 1];

(parketnummer 15/740223-08)

1. primair

hij op of omstreeks 13 januari 2008 te Purmerend tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon en/of een MP-3 speler en/of een of meer sleutel(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en/of zijn mededeverdachte(n) - op die [slachtoffer 2] is/zijn afgelopen en/of - (dreigend) (in een kring) om die [slachtoffer 2] heen is/zijn gaan staan (waardoor die [slachtoffer 2] niet kon weglopen) en/of - (vanuit die kring) naar voren stapte(n) en/of (vervolgens) uit de tas die die [slachtoffer 2] bij zich droeg (een) sleutel(s) en/of een mobiele telefoon en/of een MP3-speler heeft/hebben gepakt en/of - die [slachtoffer 2] (dreigend) de woord(en) heeft/hebben toegevoegd: je wilt toch geen ruzie? en/of je gaat toch niet stoer doen?, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;

1. subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 13 januari 2008 tot en met 5 maart 2008 te Purmerend, in elk geval in Nederland, een MP-3 speler (merk Samsung, type YP-K5, kleur zwart) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die MP-3 speler wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

2.

hij op of omstreeks 18 februari 2008 te Purmerend tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk Sony Ericsson, kleur zwart) en/of een mobiele telefoon (merk Nokia, kleur blauw) en/of een portemonnee, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en/of zijn mededader(s) - die [slachtoffer 3] heeft/hebben beetgepakt en/of - (dreigend) die [slachtoffer 3] de woorden heeft/hebben toegevoegd "laat mij mijn mes niet trekken" althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of - die [slachtoffer 3] tegen een muur heeft/hebben geduwd en/of - de zakken van de jas van die [slachtoffer 3] heeft/hebben doorzocht en/of - (meermalen)(met gebalde vuist) op het gezicht van die [slachtoffer 3] heeft/hebben geslagen en/of - (toen die [slachtoffer 3] op de grond lag) die [slachtoffer 3] tegen het hoofd, althans het lichaam heeft/hebben geschopt/getrapt;

3.

hij op of omstreeks 5 januari 2008 te Hoorn, in elk geval in Nederland, op of aan de openbare weg, te weten De Westerdijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk Seat, type Ibiza, [kenteken]) en/of een tas met inhoud waaronder een portemonnee (kleur bruin), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en/of zijn mededader(s) - op die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] is/zijn afgelopen (terwijl die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] op de auto van die [slachtoffer 4] afliep(en)) en/of

- (nadat die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] in de auto van die [slachtoffer 4] was/waren gestapt en/of was/waren gaan zitten) met kracht met zijn, verdachtes en/of zijn mededaders, hand(en) het portier heeft/hebben vastgehouden en/of tussen het portier en de auto is/zijn gaan staan (waardoor die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] het portier niet kon(den) sluiten) en/of - op die [slachtoffer 4] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben gericht en/of - met pepperspray, althans met een bijtende vloeistof in het gezicht van die [slachtoffer 4] en/of in de richting van die [slachtoffer 5] heeft/hebben gespoten en/of - (dreigend) die [slachtoffer 4] de woorden heeft/hebben toegevoegd: uitstappen, althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of - (met kracht) de autosleutels uit de hand(en) van die [slachtoffer 4] heeft/hebben getrokken en/of gerukt;

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaardingen geldig zijn, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaken, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. De tegen verdachte bij afzonderlijke dagvaardingen onder parketnummers 15/700360-08 en 15/740223-08 aangebrachte zaken zijn ter terechtzitting van 29 augustus 2008 gevoegd onder parketnummer 15/700360-08.

3. Oordeel van de rechtbank

3.1. Vrijspraak feit 3 (parketnummer 15/740223-08)

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen hetgeen verdachte onder 3. (parketnummer 15/740223-08) ten laste is gelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt hierbij dat het dossier een sterke aanwijzing bevat dat verdachte op enigerlei wijze betrokken is geweest bij het tenlastegelegde feit, nu er sleutels van verdachte in de gestolen auto zijn aangetroffen. Voorts heeft de getuige [slachtoffer 5] bij de fotoconfrontatie bij de foto van verdachte verklaard: Die lijkt het meest op mijn herinnering van het voorval. De bewoordingen die de getuige kiest, wijzen naar het oordeel van de rechtbank niet op een overtuigende herkenning en strookt evenmin met de verklaring die [slachtoffer 5] kort na de overval bij de politie heeft afgelegd, onder meer inhoudende dat zij een dader heeft gezien en dat dit een lichtgetinte (jonge) man met kroeshaar betrof. Dit signalement komt niet overeen met het signalement van verdachte, want verdachte is een opvallend donkere (jonge) man met vlechtjes. Het vorenstaande in onderling verband en samenhang beschouwend, is naar het oordeel van de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, die ter terechtzitting heeft ontkend bij de gewelddadige diefstal betrokken te zijn geweest, het tenlastegelegde heeft begaan en dient hij daarvan te worden vrijgesproken.

3.2 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

(parketnummer 15/700360-08)

primair

hij op 14 mei 2008 te Purmerend ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer 1] met een mes, in de rechterzij, ter hoogte van de long/lever, heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(parketnummer 15/740223-08)

1. primair

hij op 13 januari 2008 te Purmerend tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon en een MP-3 speler en sleutels toebehorende aan [slachtoffer 2], welke diefstal werd vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij en/of zijn mededeverdachte(n)

- op die [slachtoffer 2] zijn afgelopen en

- dreigend in een kring om die [slachtoffer 2] heen zijn gaan staan waardoor die [slachtoffer 2] niet kon weglopen en

- vanuit die kring naar voren stapten en vervolgens uit de tas die die [slachtoffer 2] bij zich droeg sleutels en een mobiele telefoon en een MP3-speler hebben gepakt en

- die [slachtoffer 2] dreigend de woorden hebben toegevoegd: je wilt toch geen ruzie? en je gaat toch niet stoer doen?;

2.

hij op 18 februari 2008 te Purmerend tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon merk Sony Ericsson, kleur zwart, en een mobiele telefoon merk Nokia, kleur blauw, en een portemonnee, toebehorende aan [slachtoffer 3], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij en/of zijn mededader

- die [slachtoffer 3] hebben beetgepakt en

- dreigend die [slachtoffer 3] de woorden heeft toegevoegd laat mij mijn mes niet trekken en

- die [slachtoffer 3] tegen een muur heeft geduwd en

- de zakken van de jas van die [slachtoffer 3] hebben doorzocht en

- meermalen met gebalde vuist op het gezicht van die [slachtoffer 3] heeft/hebben geslagen en

- toen die [slachtoffer 3] op de grond lag die [slachtoffer 3] tegen het hoofd hebben geschopt.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3.3 Bewijsmiddelen

(parketnummer 15/700360-08)

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het primaire feit op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

- de verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd, waarin hij onder meer - zakelijk weergegeven - heeft verklaard:

Het klopt dat ik 14 mei 2008 op de kermis te Purmerend was. Ik heb een discussie gehad met die jongen, [slachtoffer 1], waarbij is geduwd en getrokken. Later hoorde ik dat hij gestoken is, het zou kunnen door iemand uit mijn groep. Ik droeg mijn haar die dag naar achteren gevlochten en ik droeg een wit shirt.

- de verklaring van [slachtoffer 1] ter terechtzitting afgelegd, waarin hij onder meer - zakelijk weergegeven - heeft verklaard:

Op 14 mei 2008 was ik op de kermis te Purmerend met mijn broertje [getuige 1], mijn vriendin en nog twee anderen. Bij de botsauto’s zag ik drie jongens staan, waaronder de verdachte die ik hier herken. Ik keek hem lang aan en hij mij. Hij kwam naar mij toe en vroeg: wat is er. Hij liep naar zijn vrienden en ik ging er achteraan. Verdachte ging druk doen en gaf mij een kopstoot. Ik heb teruggeduwd. De groep kwam toen op mij af. Toen nam ik afstand. Ik liep weg en ze stonden weer voor mij, aan de andere kant van de botsautootjes. Ik hield verdachte in de gaten, omdat ik ruzie met hem had. Toen zag ik dat verdachte een mes in zijn handen had. De groep kwam op mij af, we gingen weer struggelen. Ik rende toen weg en ik voelde en zag bloed. Ik zag dat ik was gestoken. Ik heb geen anderen met een mes gezien. Niemand van ons had een mes.

- de verklaring van [getuige 1] ter terechtzitting afgelegd, waarin hij onder meer - zakelijk weergegeven - heeft verklaard:

Mijn broer [slachtoffer 1] had op de kermis in Purmerend ruzie met iemand waarvan ik later hoorde dat hij [verdachte] heette. Deze man, hier aanwezig, stond met een mes in zijn hand, een zilverachtig mes. Ik stond naast mijn broer. Ze stonden vlak tegenover elkaar. Ik heb gezien dat de hand van de verdachte richting de zij van mijn broer ging. Hij sloeg op mijn broer in, met het mes in zijn hand. Ik heb dat echt gezien. Ik zag dat het lemmet een beetje in de hand van verdachte zat.

- de verklaring van [getuige 2] ter terechtzitting afgelegd, waarin hij onder meer - zakelijk weergegeven - heeft verklaard:

Op 14 mei 2008 had ik gehoord dat mijn neef [slachtoffer 1] op de kermis gestoken was door een jongen [verdachte]. Ik ben toen samen met mijn vriendin [naam] en mijn dochtertjes in de auto gestapt en we zijn richting de kermis gereden. Ik zag een groep jongens lopen. Ik draaide het raampje naar beneden en vroeg hen wie er gestoken had. Vervolgens stapte ik uit en liep een klein stukje met hen mee om te vragen wie gestoken had. De verdachte, hier aanwezig, was bij het groepje. Hij stak zijn hand op en zei dat hij degene was die gestoken had. Ik zag dat hij een wond aan zijn hand had. Hij ging als een gangster praten. Vervolgens kwamen twee politiewagens aanrijden en renden ze weg. Ik zag dat er aan de overkant een mes werd weggegooid.

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 15 mei 2008 (dossierpagina 45-47), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Ik ben op 14 mei 2008 neergestoken op de kermis in Purmerend. Ik ben daar naartoe gegaan met mijn broertje [getuige 1], mijn vriendin [naam] en twee zusjes van haar, genaamd [naam] en [naam]. Toen we bij de botsauto’s stonden keek ik naar een Surinaamse jongen, die volgens mij [verdachte] heet. Dat heb ik gehoord van mijn broer. [verdachte] liep naar mij toe en vroeg waarom ik zo keek. [verdachte] begon bruut te doen en gaf mij een kopstoot. Ik duwde [verdachte] naar achteren en toen kwamen er andere vrienden van hem aan om zich ermee te bemoeien. Ik kwam niet weg. Ze waren met 15 a 20 man. Ik kreeg vuistslagen in mijn gezicht en over mijn hele lichaam. Ik voelde niet veel pijn. Ik ben weggevlucht. Ik voelde toen iets warms in mijn zij (rechts). Ik begon moeilijk te ademen. Toen ik naar mijn arm keek, zag ik bloed. Ik trok mijn trui uit. Toen zag ik bloed uit mijn zij spuiten. Ik schrok daarvan en voelde een hevige pijn in mijn zij. Ik dacht meteen dat ik was gestoken. Ik zag een gat. Ik heb er niets van gemerkt dat ik in mijn rug ben gestoken. Ik heb wel iemand met een stok zien lopen. Dit was een jongen met een rode trui.

De man met wie ik het eerst contact had: klein, ongeveer 16/17 jr., ongeveer 1.70m, normaal postuur, negroide huidskleur (redelijk donker), ingevlochten vlechtjes op de hoofdhuid tot in zijn nek gevlochten, wit/beige/geel kleurige trui met korte mouwen, blauwe spijkerbroek. Hij heet volgens mijn broer [naam verdachte]. Hij heeft mij vermoedelijk gestoken in mijn zij, omdat hij een mes in zijn handen had.

Ik heb pijn en letsel bekomen dat bestaat uit een wond op de rug ter hoogte van het rechterschouderblad en een steekwond in de rechterflank.

- de medische verklaring d.d. 15 mei 2008 van behandelend arts A.F. van der Sluijs (dossierpagina 54-55), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Bij [slachtoffer 1] is geconstateerd: een oppervlakkige steekwond rug ter hoogte van het linkerschouderblad. Een oppervlakkige steekwond rechterflank ter hoogte van de overgang long/lever. Geen vitale organen geraakt.

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van verbalisant Stam d.d. 11 juni 2008 (dossierpagina 56-62), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Op 10 juni sprak ik met A.F. van der Sluijs, behandelend arts van [slachtoffer 1]. Van der Sluijs verklaarde dat beide wonden zich op plaatsen van het lichaam bevinden waar vitale delen onder liggen. De verwonding in de zij zit ter hoogte van de lever en een long. Als de lever geraakt zou zijn zou dit tot een inwendige bloeding kunnen leiden met veel pijn. Zouden er grote bloedvaten geraakt zijn dan zou de situatie zeer acuut zijn. Als een long zou worden geraakt, zou dit kunnen leiden tot een klaplong. In bepaalde gevallen kan een klaplong tot de dood leiden.

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 14 mei 2008 (dossierpagina 69-70), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Een van de jongens schold mijn broer uit ter hoogte van de botsautootjes. Toen mijn broer uit de groep wegliep, zag ik dat dezelfde jongen, die eerder mijn broer had uitgescholden achter hem aanliep en stekende bewegingen maakte in de richting van mijn broer. Ik zag dat hij dit met een mes deed. Ik zag aan mijn broers gezicht dat hij pijn had en ik keek naar zijn rechterzij en zag dat hij een grote plek bloed op zijn kleding had.

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] bij de rechter-commissaris d.d. 28 oktober 2008 (los opgenomen), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Op 14 mei 2008 was ik op de kermis te Purmerend en stond daar achter de botsauto’s. Ik was daar onder andere met [verdachte]. Ik weet niet waarom maar plotseling had [verdachte] een mes in zijn handen. Het was een klapmes. Hierna zag ik dat [slachtoffer 1] en [getuige 1] ruzie hadden met allerlei negers uit Purmerend en dat [slachtoffer 1] achterna werd gezeten.

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [getuige 3] d.d. 18 juni 2008 (dossierpagina 110-112), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Ik zei tegen [verdachte] dat hij het mes weg moest doen en hij zei dat hij niet meer over zich heen laat lopen. Ik zag dat hij het mes in zijn broekzak wegstopte.

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [getuige 4] bij de rechter-commissaris d.d. 28 oktober 2008 (los opgenomen), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Op 14 mei 2008 op de kermis in Purmerend zag ik een groep discussiëren. Uiteindelijk begonnen ze te duwen en gingen met elkaar op de vuist. Een jongen van tussen de 16 en 18 jaar, ik denk Surinaams, met half lang gevlochten haar, trok een mes uit zijn rechterbroekzak. Het was een klapmes. De jongen waar ze ruzie mee hadden rende weg en de messentrekker en de groep waartoe hij behoorde gingen achter hem aan. Er was maar 1 jongen in de groep waarop de agressie van de groep van de messentrekker zich richtte. Toen de messentrekker het mes uit zijn zak haalde stond hij tegenover de jongen tegen wie de agressie zich richtte. De afstand tussen hen was 2 a 3 meter.

(parketnummer 15/740223-08)

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van feit 1. primair op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

- de verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd, waarin hij onder meer - zakelijk weergegeven - heeft verklaard:

Het klopt dat ik op 13 januari 2008 met wat jongens op een schoolplein in Purmerend ben geweest. [medeverdachte 1], die tot mijn groepje behoorde, stond te praten met een jongen. Het was midden in de nacht en er waren geen mensen in de buurt. Ik zag [medeverdachte 2] later met een telefoon in zijn hand. [medeverdachte 2] zei dat hij een MP3-speler had afgepakt. Het klopt dat de politie later die MP3-speler bij mij heeft teruggevonden. Die had ik van [medeverdachte 2] geleend.

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] d.d. 13 januari 2008 (dossierpagina 129-131), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Op zondag 13 januari 2008 was ik in Purmerend en stond ik omstreeks 00.45 uur met een vriendin op een schoolplein te praten. Twee negroïde jongens kwamen naar ons toelopen, onmiddellijk gevolgd door nog eens drie donkere jongens. Een van de jongens kwam naar mij toelopen en vroeg of ik geld had en een mobiel. Hij voelde aan mijn Eastpack nektas. Hij pakte uit deze tas mijn mobiel. Een andere jongen die erbij was komen staan pakte mijn MP3- speler uit mijn tas. Ik kon niet voorkomen dat de jongens mijn MP3 speler en mobiel wegnamen. Omdat de jongens met zijn vijven om mij heen stonden heb ik ze niet tegen kunnen houden. Ik had het idee dat als ik dat wel gedaan zou hebben, ik dan in elkaar zou zijn geslagen. Toen zij van ons wegliepen vroeg ik aan een van de jongens die nog achtergebleven was of hij wilde zorgen dat mijn telefoon terug kwam. Hij wilde dat niet. Een andere jongen uit die groep kwam naar mij teruggelopen en vroeg mij of ik stoer wilde doen.

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [getuige 5] d.d. 13 januari 2008 (dossierpagina 183-184), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Op 13 januari 2008 stonden [slachtoffer 2] en ik te wachten op het schoolplein van de Marimbaschool te Purmerend. Er kwamen vijf jongens naar ons toe. De vijf jongens gingen om [slachtoffer 2] heen staan. Ik zag dat een van de jongens uit het voorvakje van de Eastpack spullen haalde. Later hoorde ik dat [slachtoffer 2] zijn telefoon en zijn Ipod kwijt was. De jongens stonden allemaal om [slachtoffer 2] heen en hij kon geen kant op. Na de beroving renden drie jongens weg en bleven er twee staan. [slachtoffer 2] wilde achter die jongens aanrennen. De twee die achterbleven zeiden tegen hem: je wilt toch geen ruzie?, of zo iets.

- het in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] d.d. 8 februari 2008 (dossierpagina 153-154, respectievelijk 156), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Op zondagochtend 13 januari 2008 was ik samen met [medeverdachte 2] en drie vrienden, [medeverdachte 3], [medeverdachte 4] en [verdachte] in Purmerend. We liepen langs een school. Op het schoolplein zag ik een jongen, die ik ken als [slachtoffer 2], en een meisje staan. Ik liep naar hem toe. Vervolgens pakte ik uit zijn Eastpack nektasje de sleutels van de jongen. Ik zag dat [medeverdachte 2] ook naar [slachtoffer 2] toe liep. Ook zag ik dat de andere jongens dichterbij kwamen. De andere jongens bleven op een afstand van ongeveer 2 meter van de jongen staan. Ik zag dat [medeverdachte 2] ook met zijn hand in het tasje van [slachtoffer 2] graaide. Ik zag vervolgens dat [medeverdachte 2] uit het tasje een mobiele telefoon en een MP3-speler pakte. Toen zag ik dat [medeverdachte 2] wegliep met de telefoon en de MP3-speler.

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 3] d.d. 8 februari 2008 (dossierpagina 158-160), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Ik was op een schoolplein samen met [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en nog twee andere jongens. Ik zag dat één of meerdere jongens van ons groepje dingen pakten van een jongen. Ik kan me voorstellen dat de jongen die zich niet durfde te verzetten, omdat er vier donkergekleurde jongens om hem heen stonden die nacht. Ik denk wel, dat als die jongen zich had verzet, die jongen klappen had gehad.

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van feit 2. op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

- de verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd, waarin hij onder meer - zakelijk weergegeven - heeft verklaard:

Het klopt dat ik op 18 februari 2008 te Purmerend een discussie had met die [slachtoffer 3]. We gingen duwen. Hij duwde mij en ik duwde hem. Ik wilde die jongen onder vier ogen spreken, daarom gingen we in de steeg. [medeverdachte 4] was er ook bij, die ging vanzelf mee.

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] d.d. 18 februari 2008 (dossierpagina 326-328), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Op 18 februari 2008 liep ik richting de Poststeeg in Purmerend toen ik voelde dat ik werd beetgepakt en aan mijn jas de steeg in werd getrokken. Ik zag dat ik door twee jongens werd vastgepakt. De jongens die mij beetpakten ken ik als [medeverdachte 4] en [verdachte]. Ik hoorde dat [medeverdachte 4] zei: Laat mij mijn mes niet trekken. Hierdoor werd ik bang en durfde ik mij niet te verzetten. Ik zag dat er nog een derde jongen bij stond, die ik ken als Sergio. Ik werd door [medeverdachte 4] tegen de muur aan geduwd in de steeg. Ik zag en voelde dat mijn zakken werden doorzocht door [verdachte] en [medeverdachte 4]. Ik probeerde dit te verhinderen. Ik zag en voelde vervolgens dat ik door [verdachte] met gebalde vuist op mijn gezicht werd geslagen. Toen hebben [medeverdachte 4] en [verdachte] mijn mobiele telefoons uit mijn zakken gehaald. Het betrof een blauwe Nokia en een zwarte Sony Ericsson. Ik zag en voelde dat ook [medeverdachte 4] mij met zijn vuist op mijn gezicht sloeg. Hierna zijn [medeverdachte 4], [verdachte] en [medeverdacht 5] weggelopen. Ik liep achter de jongens aan en sprak [verdachte] aan. Ik kreeg toen weer klappen van [verdachte]. Ik viel op de grond. Ik werd toen ik op de grond lag door [medeverdachte 4] en [verdachte] getrapt en tegen mijn hoofd geschopt. [getuige 6] kwam er toen tussen. [verdachte] gooide mijn portemonnee naar [getuige 6]. Uit de portemonnee was ongeveer 1 euro weggenomen. [Verbalisant Groot constateert dat de jukbeenderen van aangever rood en licht gezwollen zijn.]

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [getuige 6] ten overstaan van de rechter-commissaris d.d. 24 april 2008 (dossierpagina 337-338), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Op 18 februari 2008 zag ik dat [verdachte], [medeverdachte 4] en een derde persoon met [slachtoffer 3] meeliepen in de richting van de steeg. Zij gingen om de hoek, uit mijn zicht. Ongeveer na een halve minuut hoorde ik [slachtoffer 3] schreeuwen. Ik zag vervolgens [verdachte], [medeverdachte 4] en de derde jongen, [medeverdachte 5], om de hoek terugkomen en een seconde later [slachtoffer 3]. [slachtoffer 3] had een rood gezicht, van boosheid of van een klap. Hij was boos en schreeuwde: ik word gek. Hij liep op die andere jongens af en toen vlogen ze elkaar aan. [medeverdachte 4] heeft geslagen en [verdachte] heeft een schop gegeven.

- de in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal van verhoor van [medeverdachte 5] d.d. 18 maart 2008 en 19 maart 2008 (dossierpagina 382-387), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Ik was op 18 februari 2008 samen met [verdachte] en [medeverdachte 4] in het centrum van Purmerend. Ik zag dat [verdachte] en [medeverdachte 4] naar die Nederlandse jongen liepen. Ik zag dat die Nederlandse jongen in zijn kraag werd gepakt door, volgens mij, [medeverdachte 4]. Ik zag toen dat [medeverdachte 4] en [verdachte] de jongen meenamen naar de hoek van de straat. Ik had toen al het vermoeden dat dat [medeverdachte 4] en [verdachte] de jongen wilden gaan roven of slaan. Ik ben toen achter [medeverdachte 4] en [verdachte] aangelopen. Toen wij de hoek om waren, zag ik dat [medeverdachte 4] de jongen met zijn rug tegen de muur aan duwde. Ik zag dat de jongen met zijn rug tegen de muur aan stond. Ik zag dat [medeverdachte 4] en [verdachte] om de jongen heen stonden en ik ben toen tussen [medeverdachte 4] en [verdachte] in gaan staan. Ik stond toen op ongeveer één meter afstand van de jongen. Ik denk dat dit erg bedreigend voor de jongen was. Ik zag toen dat [medeverdachte 4] met zijn gebalde rechtervuist de jongen op zijn wang sloeg. [verdachte] sloeg hem ook met zijn vlakke hand op zijn wang. Ik denk dat hij twee keer heeft geslagen. De jongen was erg bang en keek angstig. Ik heb [medeverdachte 4] met zijn hand in de jaszak van de jongen zien gaan. Ik zag dat de jongen de hand van [medeverdachte 4] probeerde af te weren.

3.4 Bewijsoverwegingen

(parketnummer 15/700360-08)

Ten aanzien van het bewijs van het primaire feit

De rechtbank overweegt dat [slachtoffer 1] en de getuigen [getuige 1] en [getuige 3] en [getuige 4] op de kermis te Purmerend hebben gezien dat verdachte een mes bij zich had, voorafgaand aan en tijdens de ruzie met [slachtoffer 1]. Er heeft een woordenwisseling plaatsgevonden tussen verdachte en [slachtoffer 1], hetgeen door verdachte wordt bevestigd. [slachtoffer 1] heeft reeds in de avond waarop het incident zich heeft voorgedaan tegenover de politie verklaard, hetgeen hij later in zijn aangifte heeft bevestigd, namelijk dat hij ruzie had met een jongen en dat hij in de vechtpartij die hierop volgde is gestoken. Ter terechtzitting heeft hij aangegeven dat verdachte die jongen is waarmee hij ruzie had. Verder heeft [getuige 1], broer van verdachte, direct in zijn eerste verhoor bij de politie op 14 mei 2008 verklaard dat hij heeft gezien dat de jongen waar zijn broer ruzie mee had, stekende bewegingen met een mes maakte. Ter terechtzitting heeft deze getuige bevestigd dat verdachte die jongen is. Dat er tijdens de woordenwisseling inderdaad een mes is getrokken vanuit de groep waartoe verdachte behoorde, wordt voorts bevestigd door [getuige 4]. Ten slotte heeft [getuige 2] bij de politie verklaard dat [verdachte] achteraf tegenover hem heeft toegegeven dat hij aangever op de kermis heeft gestoken. Ook [getuige 2] heeft ter terechtzitting de verdachte aangewezen als degene die hij in zijn verklaring bij de politie heeft aangeduid met de naam [verdachte]. Verdachte heeft daartegenover geen feiten en omstandigheden aangevoerd die tot een andere lezing van de gebeurtenissen zouden moeten of kunnen leiden. Voor zover verdachte – naar aanleiding van de verwonding aan zijn hand – heeft willen betogen dat niet hij, maar [slachtoffer 1] een mes in zijn handen had, wordt dit op geen enkele manier in het dossier bevestigd. Het vorenstaande, in onderling verband en samenhang beschouwd, brengt de rechtbank tot de conclusie dat het wettig en overtuigend bewezen is dat het verdachte is geweest die met een mes in de zij van aangever heeft gestoken.

(parketnummer 15/740223-08)

Ten aanzien van het bewijs van feit 1.

De rechtbank volgt de raadsvrouw niet in haar stelling dat geen sprake is geweest van opzet dan wel medeplegen van de beroving van [slachtoffer 2]. De verklaring van [slachtoffer 2] houdt onder meer in dat er vijf negroïde jongens om hem heen zijn komen staan. Deze verklaring vindt bevestiging in de verklaring van [getuige 5]. Voorts heeft [medeverdachte 3] verklaard dat hij het zich goed kan voorstellen dat de jongen die beroofd werd zich niet durfde te verzetten, omdat er vier donkere jongens om hem heen stonden. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt hieruit dat [verdachte] aan de beroving heeft bijgedragen door om het slachtoffer heen te gaan staan en aldus een bedreigende situatie voor het slachtoffer heeft doen ontstaan. Reeds door het feit dat hij er zo dichtbij stond moet er naar het oordeel van de rechtbank van worden uitgegaan dat verdachte zich tenminste op het moment dat de beroving plaatsvond, daarvan bewust moet zijn geweest. Verdachte heeft zich vervolgens op geen enkel moment van die beroving gedistantieerd, hetgeen nog wordt bevestigd door het feit dat de gestolen MP3-speler van het slachtoffer later bij verdachte thuis is aangetroffen. Alles bijeengenomen komt de rechtbank tot de slotsom dat er tussen de vijf jongens, waaronder verdachte, bewust is samengewerkt bij het plegen van het ten laste gelegde feit, ook al heeft niet iedereen daarbij dezelfde rol vervuld.

Ten aanzien van feit 2.

De rechtbank volgt de raadsvrouw niet in haar stelling dat de verklaringen van de getuige [medeverdachte 5] onbetrouwbaar zijn en van het bewijs dienen te worden uitgesloten. De voor verdachte belastende onderdelen van de door [medeverdachte 5] afgelegde verklaringen bij de politie, worden door [medeverdachte 5] bevestigd bij de rechter-commissaris en vinden voorts steun in de aangifte en andere bewijsmiddelen. Voor zover deze getuige, die overigens medeverdachte is, op onderdelen niet steeds consistent mocht hebben verklaard, maakt dit die verklaringen over het geheel genomen nog niet onbetrouwbaar. Zij kunnen naar het oordeel van de rechtbank mede voor het bewijs worden gebezigd.

4. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

(in de zaak met parketnummer 15/700360-08)

primair:

poging tot doodslag;

(in de zaak met parketnummer 15/740223-08)

1. primair:

diefstal door twee of meer verenigde personen vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken;

2. diefstal door twee of meer verenigde personen voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van de sancties en van overige beslissingen

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde feit (parketnummer 15/700360-08) en de onder 1. primair, 2. en 3. tenlastegelegde feiten (parketnummer 15/740223-08) en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, onder de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal houden aan de voorschriften en aanwijzing hem te geven door de Reclassering, ook als zulks inhoudt een behandeling bij de Waag of een soortgelijke instelling, of een COVA-training. De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4] volledig worden toegewezen, dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] wordt toegewezen tot een bedrag van € 300,- en dat de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd ten behoeve van de slachtoffers [slachtoffer 1], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4].

6.2 Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede door de persoon van verdachte zoals van een en ander is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van de vanwege de Reclassering uitgebrachte rapporten van 4 juni 2008 en 26 augustus 2008 en de brief d.d. 9 juli 2008 van dhr. Dalebout, gezondheidszorgpsycholoog.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich in een korte periode schuldig gemaakt aan drie zeer ernstige strafbare feiten.

Allereerst heeft verdachte zich schuldig gemaakt een poging tot doodslag. Verdachte liep met een mes op zak rond op de kermis in Purmerend, hetgeen de rechtbank verdachte reeds zeer kwalijk neemt. Verdachte is vervolgens ruzie gaan zoeken met het slachtoffer omdat deze hem, naar de zin van verdachte, te lang aan keek. Vervolgens is een vechtpartij ontstaan tussen verdachte en het slachtoffer. Vrienden van verdachte hebben zich met de vechtpartij bemoeid en eveneens geweld gebruikt. Uiteindelijk heeft verdachte in die vechtpartij zijn mes getrokken en heeft hij het slachtoffer in de zij gestoken, ter hoogte van de lever en een long. Het is slechts aan een gelukkig toeval en geenszins aan verdachte te danken dat het slachtoffer door deze messteek niet om het leven is gekomen. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij zo achteloos omspringt met het leven van een ander. Door zijn handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Feiten als deze veroorzaken daarnaast hevige gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een diefstal onder bedreiging met geweld. Samen met vier vrienden liep verdachte, ruim na middernacht, door Purmerend. Op een schoolpleintje stonden een jongen en een meisje te praten. Verdachte en zijn vrienden zijn naar de jongen toegelopen en zijn over gegaan tot het beroven van de jongen. Daarbij zijn de telefoon, MP3-speler en sleutels van de jongen afgepakt. De sleutels zijn door een van verdachtes vrienden teruggegeven. De rechtbank overweegt dat verdachte mogelijk niet de grootste rol heeft gespeeld bij de beroving, maar dat hij wel aan de beroving heeft bijgedragen door met de anderen om het slachtoffer heen te gaan staan en blijven staan en aldus een dreigende situatie heeft doen ontstaan voor het slachtoffer, die zich op een openbare, voor een ieder toegankelijke plaats bevond. Door zijn handelen heeft verdachte het slachtoffer materiele schade berokkend en hem ernstige vrees aangejaagd.

Ten slotte heeft verdachte zich nogmaals schuldig gemaakt aan een beroving. Hierbij is fors geweld gebruikt. Verdachte kwam het slachtoffer op straat, dus wederom in de publieke ruimte, tegen en wilde naar eigen zeggen iets uitpraten over een meisje. Samen met in ieder geval 1 van zijn vrienden heeft verdachte het slachtoffer mee genomen naar een steegje en hem aldaar beroofd van zijn telefoons en portemonnee. Hierbij is het slachtoffer meermalen in het gezicht geslagen. Vervolgens is het slachtoffer, toen hij achter de daders aanliep, door verdachte en diens vriend geslagen en geschopt, zelfs toen hij al op de grond lag. De portemonnee is vervolgens aan een vriend van het slachtoffer gegeven. Door zijn handelen heeft verdachte het slachtoffer materiele schade berokkend, pijn en letsel bezorgd en hem ernstige vrees aangejaagd.

De rechtbank kan geen rekening houden met de – grotendeels onbesproken gebleven – persoonlijke omstandigheden van verdachte, nu hij weigert mee te werken aan een Pro Justitia Rapportage en het opstellen van een behoorlijk gemotiveerd reclasseringsrapport. Verdachte toont hiermee aan dat hij weinig inzicht heeft in zijn gedrag en de gevolgen daarvan. Van enig berouw is de rechtbank evenmin gebleken.

In het voordeel van verdachte houdt de rechtbank slechts rekening met de jeugdige leeftijd van verdachte en zijn blanco strafblad.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van 2 jaar opdat verdachte er tijdens die proeftijd van wordt weerhouden strafbare feiten te begaan.

Daarnaast acht de rechtbank verplicht contact met de Reclassering gedurende de proeftijd noodzakelijk. Een voorwaarde van die strekking zal aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden.

De op te leggen straf is lager dan de straf die de officier van justitie heeft gevorderd, nu de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie.

6.3 Vorderingen benadeelde partijen

(parketnummer 15/700360-08)

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1631,33 ingediend tegen verdachte wegens (im)materiele schade die hij als gevolg van het primair tenlastegelegde feit zou hebben geleden. De gestelde schade bestaat uit:

- kleding ad € 150,-

- reiskosten ad € 11,33

- immateriële schade ad € 1500,-

De rechtbank is van oordeel dat de materiële schade tot het gevorderde bedrag eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het primair bewezenverklaarde feit. De vordering zal dan ook worden toegewezen.

De rechtbank is van oordeel dat de immateriële schade tot een bedrag van € 850,- rechtstreeks voortvloeit uit het primair bewezenverklaarde feit. Gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting komt de rechtbank vergoeding van de schade tot dit bedrag billijk voor. Voor zover meer is gevorderd wordt de benadeelde partij in zijn vordering niet ontvankelijk verklaard, omdat de gestelde hogere schade in het kader van deze strafprocedure niet eenvoudig is vast te stellen.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in haar vordering ontvangen.

(parketnummer 15/740223-08)

De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 399,99 ingediend tegen verdachte wegens materiele schade die zij als gevolg van het onder 1. primair tenlastegelegde feit zou hebben geleden. De gestelde schade bestaat uit:

- mobiele telefoon Sony Ericsson ad € 299,99

- mobiele telefoon Nokia ad € 100,-

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van € 150,- eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder 1. primair (parketnummer 15/740223-08) bewezenverklaarde feit. Dit bedrag is als volgt opgebouwd:

- mobiele telefoon Sony Ericsson ad € 100,-

- mobiele telefoon Nokia ad € 50,-.

In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in haar vordering ontvangen.

De benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1566,04 ingediend tegen verdachte wegens materiele schade die zij als gevolg van het onder 3. (parketnummer 15/740223-08) tenlastegelegde feit zou hebben geleden.

De benadeelde partij zal, nu verdachte ter zake van dit feit is vrijgesproken, niet in de vordering kunnen worden ontvangen.

6.4 Schadevergoedingsmaatregel

(parketnummer 15/700360-08)

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij [slachtoffer 1] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het primair bewezenverklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 1011,33.

(parketnummer 15/740223-08)

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij [slachtoffer 3] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1. primair bewezenverklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 150,-.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Wetboek van Strafrecht: artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 57, 287, 310, 312.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen dat verdachte het hem onder 3. (parketnummer 15/740223-08) tenlastegelegde feit en spreekt het daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde feit (parketnummer 15/700360-08) en de onder 1. primair en 2. (parketnummer 15/740223-08) tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.2 vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte primair (parketnummer 15/700360-08), 1. primair en 2. (parketnummer 15/740223-08) meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van ZESENDERTIG (36) MAANDEN.

Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot TWAALF (12) MAANDEN niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien:

- verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

- verdachte niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd

zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens Reclassering Nederland, Regio Alkmaar/Haarlem, Unit Zaandam, thans in de persoon van mevr. Y. Dreves, zolang die instelling dat nodig acht, ook als zulks inhoudt een behandeling bij De Waag of een soortgelijke instelling.

Bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4] niet-ontvankelijk in haar vordering.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] geleden schade tot een bedrag van

€ 1011,33 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 1] voornoemd, [rekeningnummer], ten name van [naam], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 3] geleden schade tot een bedrag van

€ 150,- en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 3], voornoemd, [rekeningnummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 1011,33, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van [slachtoffer 3] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 150,-, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 3 dagen hechtenis.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Gelast de teruggave aan de rechthebbende, de Postbank, van nummer 1 op de lijst van inbeslaggenomen goederen, te weten:

- 1 bankpas, Postbank Giro, op naam van [naam], [nummer]

Gelast de teruggave aan verdachte van de nummers 2-8 op de lijst van inbeslaggenomen goederen, te weten:

-1 GSM-toestel Sony Ericsson Z530I

- 1 GSM-toestel SAMSUNG

- 1 Autoradiocompactdisc TOM-TEC

- 1 Autoradiocompactdisc XIRON

- 1 SIM-kaart ORANGE PREPAID

- 1 SIM-kaart T-MOBILE

- 1 SIM-kaart ONBEKEND

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.E. Patijn, voorzitter,

mrs. E.C.M. van Mierlo en T. van Muijden, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. G. Drenth,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 februari 2009.