Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BH1447

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
27-01-2009
Datum publicatie
30-01-2009
Zaaknummer
15/801357-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mensenmokkel

De meervoudige kamer van de rechtbank Haarlem verwerpt het verweer dat verdachte ontslagen dient te worden van alle rechtsvervolging, nu de zus van verdachte in nood verkeerde en verdachte getracht heeft haar zus te helpen door haar via Nederland naar Italie te brengen. Hierbij is onder meer gebruik gemaakt van een vervalst Italiaans vreemdelingenpaspoort en een vervalste vergunning tot verblijf. De rechtbank overweegt dat de gesmokkelde beschikte over een niet vervalst Ethiopisch paspoort. Daargelaten of de situatie van de gesmokkelde in Ethiopie zodanig was dat een verblijf van haar niet langer te vergen was, is de rechtbank van oordeel dat niet gebleken is dat het binnenkomen van Nederland door middel van een wetsovertreding de enige mogelijkheid was om Ethiopie te verlaten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Schiphol

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/801357-08

Uitspraakdatum: 27 januari 2009

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 13 januari 2009 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Ethiopië),

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in P.I. Utrecht – P.I.V. HvB Nieuwersluis te Nieuwersluis.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 juli 2008 tot en met 04 augustus 2008 te Addis Abeba (Ethiopië) en/of Nairobi (Kenia) en/of Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, een ander, te weten [persoon 1], althans een persoon zich noemende [persoon 2], behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen, in elk geval een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of haar daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, immers heeft verdachte

- voor voornoemd persoon een (vals/vervalst en niet op haar naam gesteld) paspoort op naam van [persoon 2] en/of een Permesso di Soggiorno (verblijfsvergunning) op naam van [persoon 2] en/of (een) vliegticket(s) geregeld en/of

- van voornoemd persoon het (echt en onvervalste) paspoort op naam van [persoon 1] ontvangen, althans in haar, verdachtes, bezit gehad/gehouden en/of

- (vervolgens) voornoemd persoon (geheel of gedeeltelijk) begeleid gedurende haar (vlieg)reis van Addis Abeba (Ethiopie) via Nairobi (Kenia) naar Nederland en/of

- (vervolgens) (op Schiphol) voornoemde personen begeleid naar de grensdoorlaatpost Aankomst Schengen en/of

- (daarbij) aan voornoemd persoon aanwijzingen en/of instructies gegeven en/of

- (daarbij) voor voornoemd persoon opgetreden als woordvoerder en/of tolk, terwijl verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Oordeel van de rechtbank

3.1. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, in dier voege dat:

zij in of omstreeks de periode van 10 juli 2008 tot en met 04 augustus 2008 te Addis Abeba (Ethiopië) en/of Nairobi (Kenia) en/of Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, een persoon zich noemende [persoon 2], behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen, in elk geval een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of haar daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, immers heeft verdachte voor voornoemd persoon een vervalst en niet op haar naam gesteld) paspoort op naam van [persoon 2] en een Permesso di Soggiorno (verblijfsvergunning) op naam van [persoon 2] en vliegtickets geregeld en van voornoemd persoon het echt en onvervalste paspoort op naam van [persoon 1] in haar, verdachtes, bezit gehad en vervolgens voornoemd persoon begeleid gedurende haar reis van Addis Abeba (Ethiopie) via Nairobi (Kenia) naar Nederland en op Schiphol voornoemde personen begeleid naar de grensdoorlaatpost Aankomst Schengen en aan voornoemd persoon aanwijzingen en instructies gegeven en daarbij voor voornoemd persoon opgetreden als woordvoerder en tolk, terwijl verdachte wist dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in haar verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 1 meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3.2 Bewijsmiddelen

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

• de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

• het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 augustus 2008 (dossierparagraaf 0.5), inhoudende – zakelijk weergegeven – onder meer het navolgde: Bij onderzoek van het nationaal vreemdelingenpaspoort van Italië, voorzien van het nummer 41009, zagen verbalisanten dat de persoon die dit paspoort had aangeboden geen gelijkenis vertoonde met de in dit document aangebrachte pasfoto en dat de vorm van het gelaat, de mond en de neus alsmede het formaat van de neus van deze persoon afwijkend waren ten opzichte van de vorm van het gelaat, de mond en de neus alsmede het formaat van de neus van de persoon die afgebeeld stond op de pasfoto in voornoemd vreemdelingenpaspoort. De gebruiker van dit vreemdelingenpaspoort is derhalve niet de rechtmatige houder van dit nationaal vreemdelingen paspoort van Italië. Tevens stelden verbalisanten vast dat de thans op bladzijde -10- geplaatste stempel van de autoriteiten van Italië qua formaat, detaillering en lay out niet overeenkwam met voorhanden zijnde specimen van deze door de betreffende autoriteiten geplaatste stempelafdrukken en een vals exemplaar is.

Bij onderzoek van de vergunning tot verblijf van Italië, voorzien van het nummer 0639966AB, zagen verbalisanten dat de persoon die deze vergunning tot verblijf had aangeboden geen gelijkenis vertoonde met de thans op deze vergunning tot verblijf aangebrachte pasfoto en dat de vorm van het gelaat, de mond en de neus alsmede het formaat van de neus van deze persoon afwijkend waren ten opzichte van de vorm van het gelaat, de mond en de neus alsmede het formaat van de neus van de persoon die afgebeeld stond op de vergunning tot verblijf. De gebruiker van deze vergunning tot verblijf is derhalve niet de rechtmatige houder van deze vergunning tot verblijf van Italië.

3.3 Bewijsoverweging

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, nu de zus van verdachte in Ethiopië in nood verkeerde en verdachte getracht heeft haar zus te helpen door haar via Nederland naar Italië te brengen.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Verdachte heeft ter zitting bekend dat zij getracht heeft een persoon, van wie zij stelt dat het haar zus is, vanuit Ethiopië via Schiphol naar Italië te smokkelen. Hierbij is onder meer gebruik gemaakt van een vervalst Italiaans vreemdelingenpaspoort en een vervalste vergunning tot verblijf. De gesmokkelde persoon beschikte over een niet vervalst Ethiopisch paspoort, maar verklaarde, na eerst anders verklaard te hebben, door middel van omkoping van de autoriteiten dit paspoort te hebben kunnen bemachtigen. Daargelaten of de situatie van de gesmokkelde in Ethiopië zodanig was dat een verblijf van haar niet langer te vergen was, is de rechtbank van oordeel dat niet gebleken is dat het binnenkomen van Nederland door middel van een wetsovertreding de enige mogelijkheid was om Ethiopië te verlaten. Verdachte en de gesmokkelde persoon hebben diverse verschillende en tegenstrijdige verklaringen afgelegd, niet alleen met betrekking tot de plaatselijke en nationale omstandigheden, maar ook met betrekking tot de identiteit van de gesmokkelde persoon, waardoor het niet mogelijk is de relevante feiten vast te stellen.

4. Strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op: mensensmokkel;

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van sanctie(s) en van overige beslissingen

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden zonder aftrek van de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Ten aanzien van het beslag heeft hij gevorderd dat de zes instapkaarten, de notitie en memo die voorzien is van allemaal handtekeningen, de drie notities en memo’s die voorzien zijn van verschillende bedragen, de notitie en memo betreffende een fotokopie dat is voorzien van een pasfoto, de twee claimtags, de zeven formulieren die zijn voorzien van vluchtgegevens en de instapkaart verbeurd worden verklaard.

Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich beziggehouden met - kort gezegd - mensensmokkel. Daarbij is verdachte een persoon behulpzaam geweest bij de wederrechtelijke toegang tot of doorreis door Nederland. Mensensmokkel valt onder de categorie strafbare feiten die ernstige inbreuk maken op de rechtsorde en die in de samenleving gevoelens van grote onrust veroorzaken. Die smokkel doorkruist niet alleen het overheidsbeleid inzake bestrijding van illegaal verblijf in en illegale toegang tot Nederland en andere Schengenlanden, maar draagt ook bij tot het in stand houden van een illegaal circuit, waardoor het maatschappelijk verkeer wordt of kan worden gefrustreerd en gecorrumpeerd, terwijl het draagvlak om de 'echte' asielzoekers (politieke vluchtelingen in de zin van de Conventie van Genève) ruimhartig op te vangen, daardoor in ernstige mate wordt ondermijnd.

Er is bij de smokkel gebruik gemaakt van een niet op de naam van de gesmokkelde gesteld vreemdelingenpaspoort en een vergunning tot verblijf. Hierdoor is het vertrouwen dat men in het maatschappelijk verkeer moet kunnen hebben, namelijk dat ambtelijke stukken, zoals legitimatiebewijzen en reisdocumenten, een juiste weergave bevatten van de daarin vermelde gegevens, geschaad. In dergelijke documenten voorkomende onjuiste (persoons)gegevens kunnen bovendien ook in het handels- en geldverkeer tot aanzienlijke schade leiden.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf gelijk aan de duur van het voorarrest moet worden opgelegd.

Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten zes instapkaarten, een notitie en memo die voorzien is van allemaal handtekeningen, drie notities en memo’s die voorzien zijn van verschillende bedragen, een notitie en memo betreffende een fotokopie dat is voorzien van een pasfoto, twee claimtags, zeven formulieren die zijn voorzien van vluchtgegevens en een instapkaart, dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat het bewezenverklaarde feit met behulp van die voorwerpen die aan verdachte toebehoren, is begaan of voorbereid.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3. vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van 162 dagen.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd:

– zes instapkaarten;

– een notitie en memo die voorzien is van allemaal handtekeningen;

– drie notities en memo’s die voorzien zijn van verschillende bedragen;

– een notitie en memo betreffende een fotokopie dat is voorzien van een pasfoto;

– twee claimtags;

– zeven formulieren die zijn voorzien van vluchtgegevens;

– een instapkaart.

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.C.M. Rutten, voorzitter,

mrs. T. van Muijden en P.P.J. van der Meij, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier J.A. Huismans,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 januari 2009.

Mr. Van der Meij is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.