Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BH1222

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
21-01-2009
Datum publicatie
28-01-2009
Zaaknummer
139310 - HA ZA 07-1193
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vervoerdersaansprakelijkheid. Het beroep van de vervoerder(s) op vervoerdersovermacht slaagt niet. Evenmin is komen vast te staan dat de goederen zijn verloren gegaan door opzet of daarmee gelijk te stellen schuld. De vervoerder is daarom aansprakelijk voor het verlies van de goederen tot niet meer dan de in artikel 23 CMR genoemde limieten.

Beroep op artikel 36 CMR ter uitsluiting van aansprakelijkheid slaagt niet, omdat geen sprake is van opvolgend vervoer. Gesteld noch gebleken is dat de opvolgend vervoerder de goederen en de vrachtbrief in ontvangst heeft genomen.

De (onder)vervoerder die geen partij is bij de vervoersovereenkomst kan aansprakelijk worden gesteld op grond van onrechmatige daad en zich in dat kader beroepen op de bepalingen van de CMR die zijn aansprakelijkheid uitsluiten of beperken.

Dat de Duitse rechter mogelijk anders zal kunnen gaan oordelen over opzet of daarmee gelijk te stellen schuld aan de zijde van de vervoerder, staat niet aan toewijzing door de Nederlandse rechter van de vordering van de vervoerder tot een verklaring voor recht in de weg.

De systematiek van de CMR brengt mee dat de eerst aangezochte rechter naar nationaal recht oordeelt of sprake is van opzet of daarmee gelijk te stellen schuld en dat dit oordeel vervolgens ook gelding heeft in de andere Verdragssaten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

Vonnis van 21 januari 2009

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 139310 / HA ZA 07-1193 (hierna: zaak 1) van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KINGMA TRANSPORT B.V.,

gevestigd te Surhuisterveen, gemeente Achtkarspelen,

2. de vennootschap onder firma

S. & J. KINGMA TRANSPORT V.O.F.,

gevestigd te Surhuisterveen, gemeente Achtkarspelen,

3. [Eiser 3],

wonende te Surhuisterveen, gemeente Achtkarspelen,

4. [Eiseres 4],

wonende te Surhuisterveen, gemeente Achtkarspelen,

eisers,

advocaat mr. M. Middeldorp,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DRENTSE TRANSPORT COMBINATIE B.V.,

gevestigd te Surhuisterveen, gemeente Achtkarspelen,

gedaagde,

niet verschenen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

B.V. INTER-ZUID-TRANSPORT,

gevestigd te Venlo,

gedaagde,

niet verschenen,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NIPPON EXPRESS EURO CARGO B.V.,

gevestigd te Schiphol Zuid, gemeente Haarlemmermeer,

gedaagde,

advocaat mr. P. Ingwersen,

4. de naamloze vennootschap

CANON EUROPA N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. J. Brons,

5. de naamloze vennootschap

CANON AMSTERDAM N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. J. Brons,

6. de gesellschaft mit beschränkter haftung

CANON DEUTSCHLAND GMBH,

gevestigd te Krefeld, Duitsland,

gedaagde,

niet verschenen,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer 142293 / HA ZA 08-49 (hierna: zaak 2) van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KINGMA TRANSPORT B.V.,

gevestigd te Surhuisterveen, gemeente Achtkarspelen,

2. de vennootschap onder firma

S & J KINGMA TRANSPORT V.O.F.,

gevestigd te Surhuisterveen, gemeente Achtkarspelen,

3. [Eiser 3],

wonende te Surhuisterveen, gemeente Achtkarspelen,

4. [Eiseres 4],

wonende te Surhuisterveen, gemeente Achtkarspelen,

eisers,

gedaagden in het verzet,

advocaat mr. M. Middeldorp,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NIPPON EXPRESS (NEDERLAND) B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

eiseres in het verzet,

advocaat mr. P. Ingwersen,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer 139618 / HA ZA 07-1234 (hierna: zaak 3) van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DRENTSE TRANSPORT COMBINATIE B.V.,

gevestigd te Surhuisterveen, gemeente Achtkarspelen,

eiseres,

advocaat mr. P.F.P. Nabben,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BV INTER-ZUID TRANSPORT,

gevestigd te Venlo,

gedaagde,

niet verschenen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NIPPON EXPRESS EURO CARGO B.V.,

gevestigd te Schiphol Zuid, gemeente Haarlemmermeer,

gedaagde,

advocaat mr. P. Ingwersen,

3. de naamloze vennootschap

CANON EUROPA N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. J. Brons,

4. de naamloze vennootschap

CANON AMSTERDAM N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. J. Brons,

5. de gesellschaft mit beschränkter haftung

CANON DEUTSCHLAND GMBH,

gevestigd te Krefeld, Duitsland,

gedaagde,

niet verschenen,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer 139312 / HA ZA 07-1194 (hierna: zaak 4) van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

B.V. INTER-ZUID-TRANSPORT,

gevestigd te Venlo,

eiseres,

advocaat mr. H. Oomen,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NIPPON EXPRESS EURO CARGO B.V.,

gevestigd te Schiphol-Zuid, gemeente Haarlemmermeer,

gedaagde,

advocaat mr. P. Ingwersen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NIPPON EXPRESS (NEDERLAND) B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. P. Ingwersen,

3. de naamloze vennootschap

CANON EUROPA N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. J. Brons,

4. de naamloze vennootschap

CANON AMSTERDAM N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

advocaat mr. J. Brons,

5. de gesellschaft mit beschränkter haftung

CANON DEUTSCHLAND GMBH,

gevestigd te Krefeld,

gedaagde,

niet verschenen.

Eisers in zaak 1, tevens gedaagden in verzet in zaak 2, zullen hierna gezamenlijk Kingma c.s. genoemd worden.

Eiseres sub 1 in zaak 1, tevens gedaagde sub 1 in verzet in zaak 2, zal hierna Kingma genoemd worden.

Eiseres in zaak 3, tevens gedaagde sub 1 in zaak 1, zal hierna DTC genoemd worden.

Eiseres in zaak 4, tevens gedaagde sub 2 in zaak 1 en gedaagde sub 1 in zaak 3, zal hierna Inter-Zuid genoemd worden.

Gedaagde sub 3 in zaak 1, tevens gedaagde sub 2 in zaak 3 en gedaagde sub 1 in zaak 4, zal hierna Nippon Euro genoemd worden.

Eiseres in verzet in zaak 2, tevens gedaagde sub 2 in zaak 4, zal hierna Nippon Nederland genoemd worden.

Gedaagde sub 4 in zaak 1, tevens gedaagde sub 3 in zaak 3 en gedaagde sub 3 in zaak 4, zal hierna Canon Europa genoemd worden.

Gedaagde sub 5 in zaak 1, tevens gedaagde sub 4 in zaak 3 en gedaagde sub 4 in zaak 4, zal hierna Canon Amsterdam genoemd worden.

Gedaagde sub 6 in zaak 1, tevens gedaagde sub 5 in zaak 3 en gedaagde sub 5 in zaak 4, zal hierna Canon Deutschland genoemd worden.

1. De procedures

1.1. Het verloop van de procedures blijkt uit:

- het tegen DTC, Inter-Zuid en Canon Deutschland verleende verstek in zaak 1

- het tegen Inter-Zuid en Canon Deutschland verleende verstek in zaak 3

- het tegen Canon Deutschland verleende verstek in zaak 4

- de tussenvonnissen van 27 februari 2008 in zaak 1 en 2

- het tussenvonnis van 19 maart 2008 in zaak 3

- het tussenvonnis van 23 januari 2008 in zaak 4

- het proces-verbaal van comparitie van 31 maart 2008.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Canon Europa heeft op of omstreeks 22 augustus 2007 opdracht gegeven aan Nippon Nederland tot het vervoer over de weg van elektronische goederen van het merk Canon vanuit Schiphol (Cessnalaan en Coolhovenlaan) en Amstelveen (Bovenkerkerweg) naar twee locaties van Canon in Willich, Duitsland (Siemensring 42 en Siemensring 90-92). Nippon Nederland heeft vervolgens de hiervoor genoemde opdracht tot vervoer doorgegeven aan Nippon Euro, die op haar beurt Inter-Zuid heeft ingeschakeld. Inter-Zuid heeft de opdracht doorgegeven aan DTC. DTC tenslotte heeft de opdracht tot het vervoer gegeven aan Kingma. Kingma heeft het vervoer van de goederen van Schiphol en Amstelveen naar Willich feitelijk uitgevoerd.

2.2. Voornoemde lading vertegenwoordigt een waarde van tenminste EUR 704.244,17 ex BTW (boekwaarde) dan wel EUR 1.400.000,- (verkoopwaarde).

2.3. In de transportopdracht van Nippon Euro aan Inter-Zuid staat onder meer het volgende vermeld:

[…]

Hierbij verzoeken wij u volgens telefonische afspraak de navolgende zending voor ons te vervoeren:

ZENDING : CANON MACHINES

GEWICHT/VOLUME : 1X 13.6 TRAILER COMPLEET

LAADDATUM : WO 22-08-2007

LAADTIJD : 09-1700 UUR

LAADADRES : CANON, KOOLHOVENLAAN 6, […], SCHIPHOL-RIJK

LAADADRES 2 : NIPPON, CESSNALAAN 24, […], SCHIPHOL-RIJK

LAADADRES 3 : CANON, BOVENKERKERWEG 59-61, […], AMSTELVEEN

[…]

LOSADRESSEN 1) : CANON EUROPA, SIEMENSRING 42, […], WILLICH, GERMANY

AFLEVERDATUM : DO 23-08-2007

LOSTIJD : ASAP

[…]

SPEC.INSTRUCTIES : 1) BEWAAKTE PARKEREN OP AMSTELVEEN

3) AUTO DIENT VERSLOTEN KUNNEN WORDEN BIJ FTL

[…]

2.4. Een chauffeur in dienst van Kingma, [chauffeur], heeft de lading met Canon apparatuur op 22 augustus 2007 opgehaald bij Canon en Nippon op Schiphol en in Amstelveen.

2.5. De chauffeur heeft zich diezelfde dag om omstreeks 17.00 uur met zijn vrachtwagen met de lading gemeld bij Canon op het adres Siemensring 92 in Willich. De chauffeur heeft op voornoemd adres een deel van de lading afgegeven en is vervolgens met de rest van de lading doorgereden naar Canon op het adres Siemensring 42 in Willich (een distributiecentrum van Canon). De chauffeur heeft daar de oplegger met de resterende lading geparkeerd en is met de trekker weggereden om elders te overnachten.

2.6. In de nacht van 22 op 23 augustus 2007 is ingebroken op het terrein van Canon aan de Siemensring 42 in Willich en is de lading uit de vrachtwagen gestolen.

3. Het geschil

in zaak 1

3.1. Kingma c.s. vordert te verklaren voor recht:

I. dat gedaagden, althans DTC en/of Inter-Zuid en/of Nippon Euro en/of Canon Europa en/of Canon Amsterdam en/of Canon Deutschland, in een eventuele schadevordering jegens Kingma c.s., althans Kingma en/of eiseres sub 2 en/of eiser sub 3 en/of eiseres sub 4, niet ontvankelijk zijn/is, althans

II. dat Kingma c.s., althans Kingma en/of eiseres sub 2 en/of eiser sub 3 en/of eiseres sub 4 niet aansprakelijk is jegens gedaagden, althans jegens DTC en/of Inter-Zuid en/of Nippon Euro en/of Canon Europa en/of Canon Amsterdam en/of Canon Deutschland, voor de door hen geleden schade, althans

III. subsidiair dat Kingma c.s., althans Kingma en/of eiseres sub 2 en/of eiser sub 3 en/of eiseres sub 4 niet verder aansprakelijk is jegens gedaagden, althans jegens DTC en/of Inter-Zuid en/of Nippon Euro en/of Canon Europa en/of Canon Amsterdam en/of Canon Deutschland dan tot het bedrag van de CMR-beperking ex artikel 23 CMR,

met veroordeling van gedaagden, althans DTC en/of Inter-Zuid en/of Nippon Euro en/of Canon Europa en/of Canon Amsterdam en/of Canon Deutschland, in de kosten van het geding.

3.2. Nippon Euro, Canon Europa en Canon Amsterdam voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in zaak 2

3.3. Kingma c.s. heeft in de verstekprocedure gevorderd te verklaren voor recht:

I. dat Nippon Nederland in een eventuele schadevordering jegens Kingma c.s., althans Kingma en/of eiseres sub 2 en/of eiser sub 3 en/of eiseres sub 4, niet ontvankelijk is, althans

II. dat Kingma c.s., althans Kingma en/of eiseres sub 2 en/of eiser sub 3 en/of eiseres sub 4, niet aansprakelijk is jegens Nippon Nederland voor de door haar geleden schade, althans

III. subsidiair dat Kingma c.s., althans Kingma en/of eiseres sub 2 en/of eiser sub 3 en/of eiseres sub 4, niet verder aansprakelijk is jegens Nippon Nederland dan tot het bedrag van de CMR-beperking ex artikel 23 CMR,

met veroordeling van Nippon Nederland in de kosten van het geding.

3.4. Bij het verstekvonnis is de vordering van Kingma sub II toegewezen en is DTC veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van Kingma tot de dag van de uitspraak begroot op in totaal EUR 773,85.

3.5. Nippon Nederland vordert in het verzet dat het verstekvonnis wordt vernietigd en dat Kingma c.s. alsnog niet ontvankelijk wordt verklaard in zijn vordering, althans dat de vorderingen van Kingma c.s. alsnog worden afgewezen, met veroordeling van Kingma c.s. in de kosten van het geding

3.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in zaak 3

3.7. DTC vordert te verklaren voor recht:

I. dat gedaagden, althans Inter-Zuid en/of Nippon Euro en/of Canon Europa en/of Canon Amsterdam en/of Canon Deitschland, in een eventuele schadevordering jegens DTC niet ontvankelijk zijn/is, althans

II. subsidiair dat DTC niet aansprakelijk is op grond van artikel 17 lid 2 CMR jegens gedaagden, althans Inter-Zuid en/of Nippon Euro en/of Canon Europa en/of Canon Amsterdam en/of Canon Deutschland, terzake van de transportschade met betrekking tot de zending camera’s van Nederland naar Duitsland ter aflevering aan Canon Amsterdam [de rechtbank begrijpt: Canon Deutschland], althans

III. meer subsidiair DTC niet verder aansprakelijk is jegens gedaagden, althans Inter-Zuid en/of Nippon Euro en/of Canon Europa en/of Canon Amsterdam en/of Canon Deutschland, dan tot het verschuldigde blijkens artikel 23 CMR,

met veroordeling van gedaagden, althans Inter-Zuid en/of Nippon Euro en/of Canon Europa en/of Canon Amsterdam en/of Canon Deutschland, in de kosten van het geding en in de nakosten.

3.8. Nippon Euro, Canon Europa en Canon Amsterdam voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in zaak 4

3.9. Inter-Zuid vordert te verklaren voor recht:

I. dat gedaagden, althans Nippon Euro en/of Nippon Nederland en/of Canon Europa en/of Canon Amsterdam en/of Canon Deutschland, in een eventuele schadevordering jegens Inter-Zuid niet ontvankelijk zijn/is, althans

II. dat Inter-Zuid niet aansprakelijk is jegens gedaagden, althans Nippon Euro en/of Nippon Nederland en/of Canon Europa en/of Canon Amsterdam en/of Canon Deutschland, voor schade als gevolg van het in de dagvaarding omschreven incident, althans

III. subsidiair dat Inter-Zuid jegens gedaagden, althans Nippon Euro en/of Nippon Nederland en/of Canon Europa en/of Canon Amsterdam en/of Canon Deutschland, niet verder aansprakelijk is dan tot de in artikel 23 CMR-Verdrag genoemde limiet, derhalve tot 8,33 SDR x het gewicht van de gestolen goederen

met hoofdelijke veroordeling van gedaagden, althans Nippon Euro en/of Nippon Nederland en/of Canon Europa en/of Canon Amsterdam en/of Canon Deutschland, in de kosten van het geding.

3.10. Nippon Euro, Nippon Nederland, Canon Europa en Canon Amsterdam voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in zaak 1

procesbelang en ontvankelijkheid eisers sub 2 tot en met 4

4.1. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat het feitelijke vervoer van de lading bestaande uit Canon apparatuur is uitgevoerd door Kingma (eiseres sub 1). Kingma heeft (reeds) daarom belang bij haar vordering tot een verklaring voor recht dat gedaagden niet-ontvankelijk zijn in een eventuele schadevordering wegens het verlies van de lading, dan wel dat Kingma niet of beperkt jegens gedaagden aansprakelijk is voor de schade tengevolge van het verlies van de lading.

4.2. Nippon Euro heeft zich op het standpunt gesteld dat geen noodzaak bestaat om de vordering van Kingma mede in te stellen op naam van eisers sub 2 tot en met 4 indien Kingma de contractuele wederpartij van DTC is. Nu eisers sub 2 tot en met 4 hebben erkend dat zij niet betrokken zijn geweest bij het vervoer van de lading Canon apparatuur en evenmin anderszins hebben onderbouwd welk rechtens relevant belang zij hebben bij onderhavige vordering, zal de rechtbank eisers sub 2 tot en met 4 niet ontvankelijk verklaren in hun vordering.

4.3. De rechtbank zal in het navolgende de vordering van Kingma per gedaagde bespreken.

Kingma – Canon Amsterdam

procesbelang en ontvankelijkheid

4.4. Canon Amsterdam heeft betwist dat zij op enigerlei manier is betrokken bij het onderhavige vervoer, hetzij als eigenaar van of anderszins als rechthebbende op de goederen of als partij bij enige vervoerovereenkomst in verband met het onderhavige vervoer. Volgens Canon Amsterdam en Canon Europa was het Canon Europa die aan Nippon Euro [via Nippon Nederland die de opdracht heeft doorgegeven aan Nippon Euro, zoals door Nippon Nederland en Nippon Euro in zaak 4 gesteld en door Canon Amsterdam en Canon Europa niet betwist] de opdracht heeft verstrekt tot het vervoer, hetgeen door Kingma niet is betwist. Nu Kingma niet heeft gesteld op welke wijze Canon Amsterdam als rechthebbende bij het onderhavige vervoer is betrokken, dan wel welk mogelijk ander belang zij heeft bij haar vordering jegens Canon Amsterdam, zal de rechtbank Kingma niet ontvankelijk verklaren in haar vordering jegens Canon Amsterdam.

Kingma – Canon Europa

4.5. Kingma heeft primair betoogd dat Canon Europa in een eventuele schadevordering jegens haar niet ontvankelijk is. Uit het door Kingma gestelde blijkt dat echter niet. Kingma heeft niet gespecificeerd op grond waarvan tot niet ontvankelijkheid geconcludeerd zou moeten worden. De rechtbank zal daarom dit onderdeel van de vordering afwijzen.

4.6. Het geschil tussen Kingma en Canon Europa spitst zich toe op de vraag of, en zo ja in welke mate, Kingma aansprakelijk is voor de schade die Canon Europa heeft geleden dan wel zal lijden ten gevolge van de diefstal van de lading.

onrechtmatige daad en toepasselijk recht

4.7. Tussen partijen is niet in geschil dat een eventuele schadevordering van Canon Europa jegens Kingma wegens de diefstal van de lading zal dienen te zijn gebaseerd op aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad, omdat tussen Canon Europa en Kingma geen contractuele relatie bestaat. Het Verdrag betreffende de overeenkomst tot internationaal vervoer van goederen over de weg (CMR) is op die verhouding tussen Canon Europa en Kingma in beginsel niet van toepassing, behoudens het aan Kingma toekomende en in het navolgende te bespreken beroep op artikel 28 CMR. Naar Nederlands internationaal privaatrecht wordt een vordering uit onrechtmatige daad in beginsel beheerst door het recht van het land waar de onrechtmatige daad heeft plaatsgevonden. Deze regel kan echter uitzondering lijden ingeval beide partijen zijn gevestigd in een ander land dan waar de onrechtmatige daad plaatsvond en de rechtsgevolgen zich geheel in dat andere land afspelen. Nu volgens Kingma Nederlands recht van toepassing is en Canon Europa dit niet heeft weersproken, zowel Canon Europa als Kingma in Nederland zijn gevestigd en de door Canon Europa mogelijk te vorderen schade in Nederland is geleden, is de rechtbank van oordeel dat Nederlands recht van toepassing is.

4.8. Kingma heeft niet weersproken dat het verlies van de goederen het gevolg is van een onrechtmatige daad aan haar zijde, nu zij de vrachtwagen met lading onbeheerd op het terrein van Canon in Willich heeft achtergelaten. Kingma heeft zich echter beroepen op de bepalingen van de CMR die haar aansprakelijkheid uitsluiten dan wel beperken.

artikel 28 CMR

4.9. Wanneer het verlies van de goederen volgens de toepasselijke wet kan leiden tot een vordering die niet op de vervoersovereenkomst is gegrond, kan de vervoerder zich ingevolge artikel 28 lid 1 CMR beroepen op de bepalingen van de CMR die zijn aansprakelijkheid uitsluiten of de verschuldigde schadevergoeding vaststellen of beperken. Nu het verlies van de goederen kan leiden tot een vordering van Canon Europa jegens Kingma uit onrechtmatige daad, komt Kingma een beroep toe op artikel 28 lid 1 CMR.

4.10. In beginsel is de aansprakelijkheid van de vervoerder, ingevolge artikel 23 CMR, beperkt tot 8,33 SDR per kilogram gewicht. Wanneer het verlies van de goederen echter veroorzaakt is door schuld van de rechthebbende of wanneer er – kort gezegd – sprake is van vervoerdersovermacht, is de vervoerder op grond van artikel 17 lid 2 CMR ontheven van alle aansprakelijkheid.

Op grond van artikel 17 lid 4 CMR is de vervoerder voorts ontheven van zijn aansprakelijkheid wanneer het verlies van de goederen een gevolg is van de bijzondere gevaren, eigen aan – voor zover hier van belang – behandeling of lossing van de goederen door de geadresseerde of personen die voor rekening van de geadresseerde handelen. Anderzijds geldt, ingevolge artikel 29 CMR, dat de vervoerder aansprakelijk is voor de volledige schade indien de schade voortspruit uit zijn opzet of uit schuld zijnerzijds.

vervoerdersovermacht

4.11. Kingma heeft zich beroepen op vervoerdersovermacht, op grond waarvan zij zou zijn ontheven van aansprakelijkheid voor de diefstal van de lading. Volgens Kingma is sprake van omstandigheden die zij niet heeft kunnen vermijden en waarvan zij de gevolgen niet heeft kunnen verhinderen, nu zij heeft gehandeld naar de strikte instructie van de geadresseerde Canon Deutschland, althans haar personeel, om de deels nog geladen vrachtwagen gedurende de nacht op het terrein van Canon Deutschland te laten overstaan.

4.12. Canon Europa heeft herhaaldelijk gesteld dat de chauffeur heeft gehandeld in strijd met de uitdrukkelijke instructies zoals vastgelegd in de transportopdracht van Nippon Euro (namens Canon Europa) aan Inter-Zuid, door de lading niet op 23 augustus 2007 bij Canon Deutschland af te leveren, maar een dag eerder, en door de vrachtwagen niet op het bewaakte terrein van Canon Europa te Amstelveen te parkeren. Indien komt vast te staan dat de chauffeur van Kingma inderdaad heeft gehandeld in strijd met door of namens Canon Europa in verband met het onderhavige vervoer gegeven instructies waarvan hij bovendien op de hoogte was of had kunnen of moeten zijn, zou reeds daarom het beroep van Kingma op overmacht niet slagen.

4.13. De rechtbank is echter van oordeel dat Canon Europa, gelet op de betwisting door Kingma, onvoldoende heeft onderbouwd dat Kingma of haar chauffeur op de hoogte was of had kunnen of moeten zijn van de door Nippon Euro namens Canon Europa gegeven instructies. De instructies zijn immers gegeven bij de vervoersopdracht aan Inter-Zuid van 22 augustus 2007, maar gesteld noch gebleken is dat deze instructies ook zijn doorgegeven aan Kingma. De mogelijkheid dat ofwel Inter-Zuid ofwel DTC de instructies niet heeft doorgegeven aan de opvolgend vervoerder, kan niet worden toegerekend aan Kingma. In de stelling van Canon Europa dat Kingma heeft gehandeld in strijd met gegeven instructies is daarom geen grond gelegen het beroep van Kingma op vervoerdersovermacht af te wijzen.

4.14. Ter onderbouwing van haar beroep op overmacht heeft Kingma voorts de volgende feiten gesteld.

a. Op 22 augustus rond 17.00 uur is de chauffeur van Kingma, [chauffeur], op het losadres van Canon Deutschland te Willich aangekomen. Het personeel van Canon Deutschland is begonnen met lossen van de vrachtwagen.

b. Op instructie van het lospersoneel van Canon Deutschland is een deel van de lading niet gelost. Men wilde dit de volgende ochtend lossen, kennelijk omdat het te laat werd.

c. Chauffeur [chauffeur] heeft daarop aangegeven aan het lospersoneel van Canon Deutschland dat hij in dat geval met de vrachtwagen en de resterende lading naar een bewaakte parkeerplaats wilde rijden om aldaar te overnachten.

d. De beveiligingsbeambte van Canon Deutschland heeft chauffeur [chauffeur] geïnstrueerd om de vrachtwagen op het terrein van Canon Deutschland te laten staan.

e. Chauffeur [chauffeur] heeft opvolging gegeven aan de instructie van de beveiligingsbeambte en heeft de deels nog geladen vrachtwagen laten staan.

4.15. Canon Europa heeft voormelde door Kingma gestelde feiten betwist en daartoe – voor zover relevant – de volgende feiten gesteld.

a. Het terrein, het kantoor en het loodsgebouw van Canon Deutschland zijn buiten normale kantoortijden gesloten en in verband met de vakantieperiode in Duitsland was Canon Deutschland op 22 augustus 2007 zelfs eerder gesloten, om 16.00 uur.

b. Het terrein en het gebouw van Canon Deutschland wordt bewaakt door beveiligingspersoneel van Securitas op maandag tot en met vrijdag vanaf 7.00 uur tot 19.00 uur. Buiten deze tijden bevindt zich geen bewakingspersoneel op het terrein of in het gebouw.

c. De chauffeur van Kingma is om 17.10 uur op het adres van Canon aan de Siemensring 42 aangekomen.

d. Op voornoemd tijdstip was het distributiecentrum al gesloten en waren geen medewerkers van Canon aanwezig. Alleen de receptie werd nog bemand door een beveiligingsbeambte van Securitas, [beveiligingsbeambte].

e. De beveiligingsbeambte heeft aan de chauffeur van Kingma aangegeven dat het distributiecentrum was gesloten, dat al het personeel van Canon weg was en dat de vrachtwagen met oplegger niet op het terrein zou worden toegelaten. De beveiligingsbeambte heeft de chauffeur verzocht de volgende dag, donderdag 23 augustus 2007, terug te keren.

f. Chauffeur [chauffeur] is in discussie gegaan met de beveiligingsbeambte met het verzoek om de oplegger met de lading op het terrein van het distributiecentrum te parkeren, waarbij de chauffeur als argumenten heeft gebruikt dat het veiliger was de oplegger gedurende de nacht op het terrein te parkeren in plaats van op de openbare weg.

g. De beveiligingsbeambte was op de hoogte van de instructies dat hij geen vrachtwagens op het terrein van het distrubutiecentrum na sluitingstijd mocht toestaan. Niettemin heeft hij toegestaan dat de oplegger om 17.25 uur op het terrein werd geparkeerd. Canon Deutschland noch Canon Europa was hierover geïnformeerd.

Canon Europa heeft haar stellingen onderbouwd met (afdrukken van) videobeelden van de bewakingscamera van het distributiecentrum van Canon aan de Siemensring 42, met een schriftelijke verklaring van de beveiligingsbeambte [beveiligingsbeambte] van 30 augustus 2007 en het proces-verbaal van verhoor van [beveiligingsbeambte] door de Duitse politie van 23 augustus 2007.

4.16. Gelet op de gemotiveerde betwisting door Canon Europa heeft Kingma haar stellingen dat bij aankomst van haar chauffeur bij Canon aan de Siemensring 42 te Willich het distributiecentrum nog was geopend, dat het personeel van Canon nog aanwezig was en is begonnen met het uitladen van de vrachtwagen en de chauffeur vervolgens heeft geïnstrueerd om de vrachtwagen op het terrein van Canon tot de volgende ochtend te laten staan, onvoldoende onderbouwd om als vast staand te kunnen aannemen. Voor zover Kingma haar beroep op overmacht heeft gebaseerd op voornoemde stellingen, kennelijk ten betoge dat sprake is geweest van schuld van de rechthebbende of van een opdracht van de rechthebbende, kan dat beroep derhalve niet slagen.

Voor zover zou moeten worden aangenomen dat de beveiligingsbeambte van Canon de chauffeur zou hebben geïnstrueerd de vrachtwagen op het terrein van Canon te laten staan, hetgeen door Canon Europa wordt betwist, brengt die omstandigheid voor Kingma evenmin een geslaagd beroep op overmacht mee. Zolang de lading niet volledig was afgeleverd, had de chauffeur een eigen verantwoordelijkheid de vrachtwagen zo veilig mogelijk ’s nachts te laten overstaan. Blijkens de eigen stellingen van Kingma was de chauffeur er ook zelf van bewust dat hij met de vrachtwagen op een bewaakt parkeerterrein diende te overnachten, nu hij aan het personeel van Canon Deutschland, althans aan de beveiligingsbeambte, kenbaar heeft gemaakt dat hij dat voornemens was dat te doen. Door er vervolgens voor te kiezen de oplegger onbeheerd op het terrein van Canon achter te laten en zelf met de trekker elders te overnachten, is geen sprake van omstandigheden die hij niet heeft kunnen vermijden en waarvan hij de gevolgen niet heeft kunnen verhinderen. De stelling dat de chauffeur zou zijn geïnstrueerd door de beveiligingsbeambte van Canon doet daaraan niet af.

4.17. Gelet op het voorgaande slaagt het beroep van Kingma op vervoerdersovermacht niet. Kingma is daarom niet op grond van artikel 17 lid 2 CMR ontheven van alle aansprakelijkheid.

behandeling of lossing van de goederen door de geadresseerde

4.18. Nu niet is komen vast te staan dat bij aankomst van de chauffeur van Kingma bij Canon te Willich het lospersoneel van Canon nog aanwezig was en is begonnen met het uitladen van de vrachtwagen, kan reeds om die reden het beroep van Kingma op artikel 17 lid 4 CMR, dat zij is ontheven van elke aansprakelijkheid omdat het verlies van de goederen het gevolg is van de behandeling of lossing van de goederen door het personeel van Canon, evenmin slagen.

4.19. Gelet op al het voorgaande zal de rechtbank de vordering van Kingma onder II jegens Canon Europa afwijzen.

opzet of daarmee gelijk te stellen schuld

4.20. Aldus komt de rechtbank toe aan de beoordeling van de vraag of Kingma beperkt dan wel volledig aansprakelijk is voor de schade ten gevolge van de diefstal van de lading. Kingma heeft zich in dit verband beroepen op de aansprakelijkheidsbeperking op grond van artikel 23 CMR en zich voorts op het standpunt gesteld dat er geen grond is voor doorbreking van die beperkte aansprakelijkheid op grond van artikel 29 CMR wegens opzet of daarmee gelijk te stellen schuld.

4.21. Canon Europa heeft als meest verstrekkend verweer naar voren gebracht dat de vordering van Kingma tot een verklaring voor recht dat zij niet verder aansprakelijk is dan tot de in artikel 23 CMR genoemde limiet, niet toewijsbaar is omdat Kingma (al dan niet in vrijwaring door andere partijen) nog zal worden gedagvaard in Duitsland, mogelijk in de zaak die Canon Europa en Canon Deutschland tegen Nippon Nederland en Nippon Euro aanhangig heeft gemaakt. Ingevolge artikel 31 lid 2 CMR kan voor een gerecht van de bij het CMR-Verdrag partij zijnde landen geen nieuwe vordering omtrent hetzelfde onderwerp tussen dezelfde partijen worden ingesteld. Volgens Duitse jurisprudentie wordt artikel 31 lid 2 CMR echter zo uitgelegd, dat het begrip ‘vordering’ uitsluitend betrekking kan hebben op een vordering van ladingbelanghebbenden tot vergoeding van schade, en niet op declaratoire vorderingen verband houdende met enige (beperking van) aansprakelijkheid, aldus Canon Europa. Naar Duitse jurisprudentie zal volgens Canon Europa eerder geconcludeerd worden tot opzet of daarmee gelijk te stellen schuld, en dus het beroep op beperking van de aansprakelijkheid ex artikel 23 CMR, worden afgewezen. De rechtbank begrijpt het betoog van Canon Europa aldus, dat de vordering van Kingma niet toewijsbaar is omdat niet is uitgesloten dat de rechter in Duitsland over hetzelfde geschil tot een ander oordeel zal komen.

4.22. Het betoog van Canon Europa slaagt niet. De rechtbank stelt voorop dat gesteld noch gebleken is dat in Duitsland reeds een procedure tussen Canon Europa en Kingma aanhangig is, laat staan dat zij thans zou kunnen anticiperen op een mogelijke uitkomst daarvan. Daarnaast is volgens vaste (Nederlandse) jurisprudentie de procedure tot verkrijging van een (‘negatieve’) verklaring van recht een ‘rechtsgeding’ als bedoeld in artikel 31 CMR. Eveneens volgens vaste jurisprudentie staat het Kingma vrij om de op grond van artikel 31 CMR bevoegde (Nederlandse) rechter te vragen een dergelijke verklaring voor recht af te geven. Het vragen van een dergelijke verklaring voor recht is daarom een in de jurisprudentie erkend (proces)belang. Voorts is tussen partijen niet in geschil dat in het geschil tussen Kingma en Canon Europa de Nederlandse rechter de eerst aangezochte rechter is. Dat omtrent de rechtsgeldigheid van een verklaring voor recht in andere Verdragsstaten mogelijk anders wordt geoordeeld, is voor de rechtbank geen reden om af te wijken van de hiervoor bedoelde jurisprudentie. Dat de Duitse rechter mogelijk anders – volgens Canon Europa voor haar gunstiger – zal kunnen gaan oordelen over opzet of daarmee gelijk te stellen schuld aan de zijde van Kingma, staat niet aan toewijzing door de Nederlandse rechter van de vordering van Kingma in de weg. Dit is een gevolg van de door de Verdragsstaten gekozen systematiek van het CMR, waarin het aan de nationale rechter is overgelaten om de bepalingen van het CMR in te vullen aan de hand van nationaal recht. Het is slechts aan de Verdragsstaten om de mogelijk ongewenste gevolgen van die systematiek te beëindigen. Voorts is het aan de Duitse rechter te oordelen over de gevolgen van een Nederlandse verklaring voor recht in een eventuele (nieuwe) procedure tussen partijen in Duitsland.

4.23. Canon Europa heeft in dit verband als subsidiair verweer gevoerd dat de vordering van Kingma niet toewijsbaar is voor zover daarbij niet tevens wordt aangegeven dat de verklaring voor recht uitsluitend geldt naar Nederlands recht voor de vaststelling of naar omstandigheden sprake is van opzet of aan opzet gelijk te stellen schuld in de zin van artikel 29 CMR. Op grond van hetgeen in het voorgaande is overwogen, slaagt dit verweer evenmin. De systematiek van het CMR brengt mee dat de eerst aangezochte rechter naar nationaal recht oordeelt of sprake is van opzet of daarmee gelijk te stellen schuld en dat dit oordeel vervolgens ook gelding heeft in de andere Verdragsstaten. Dat de Duitse rechter zich mogelijk niet gebonden acht aan een Nederlandse (negatieve) verklaring voor recht, doet aan dat oordeel niet af.

4.24. Canon Europa heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat Kingma voor haar declaratoire vordering geen behoorlijk bewijs heeft aangebracht en daarom dient te worden afgewezen. Ook voor zover dit standpunt van Canon Europa zo moeten worden begrepen dat Kingma niet heeft voldaan aan haar stelplicht, dat immers aan het bewijs vooraf gaat, slaagt dit niet. Kingma heeft zich beroepen op de hoofdregel van artikel 23 CMR dat zij als vervoerder beperkt aansprakelijk is. De stelplicht en de bewijslast dat sprake is van opzet of daarmee gelijk te stellen schuld rusten krachtens artikel 150 Rv echter in beginsel op Canon Europa. Het is aan de ladingbelanghebbende, in dit geval Canon Europa, om te stellen en zonodig te bewijzen dat op grond van opzet of daarmee gelijk te stellen schuld grond bestaat voor doorbreking van de in beginsel beperkte aansprakelijkheid van de vervoerder. Die bewijslastverdeling vloeit voort uit de systematiek van de artikelen 23 en 29 CMR en is niet afhankelijk van de partij die het initiatief neemt tot de procedure.

4.25. De rechtbank komt daarom nu toe aan de (inhoudelijke) beoordeling van het standpunt van Canon Europa dat aan de zijde van Kingma sprake is van opzet of daarmee gelijk te stellen schuld, op grond waarvan de beperkte aansprakelijkheid van Kingma dient te worden doorbroken. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft Canon Europa aangevoerd dat Kingma volgens de geldende instructies de oplegger met de lading had moeten laten overstaan op de bewaakte parkeerplaats van Canon Europa te Amstelveen, in beginsel direct na de belading van de oplegger op 22 augustus 2007 doch eveneens nadat bleek dat de zendingen op de plaats van bestemming niet konden worden afgeleverd. Voorts heeft Canon Europa aangevoerd dat de onmogelijkheid om de goederen af te leveren een gevolg is van het feit dat Kingma niet op de losdatum van 23 augustus 2007, maar een dag eerder al is verschenen, bovendien na sluitingstijd. Volgens Canon Europa volgt uit voornoemde instructies en de verklaringen van de bewakingsbeambte [beveiligingsbeambte] dat de chauffeur van Kingma zich bewust was van de veiligheidsrisico’s verbonden aan het laten overstaan van de oplegger en voorts moet hebben geweten dat de kans dat deze risico’s zich zouden verwezenlijken aanzienlijker groter was dan de kans dat dit niet het geval zou zijn.

4.26. Zoals de rechtbank reeds heeft overwogen onder r.o. 4.13 is onvoldoende komen vast te staan dat Kingma of haar chauffeur op de hoogte was of had kunnen of moeten zijn van de door Nippon Euro namens Canon Europa gegeven instructies voor het vervoer, het laten overstaan en het tijdstip van lossen. De stelling van Canon Europa dat (de chauffeur van) Kingma heeft gehandeld in strijd met de gegeven instructies kan reeds daarom niet leiden tot de door Canon Europa bepleitte conclusie dat aan de zijde van Kingma sprake is van opzet of daarmee gelijk te stellen schuld. De enkele (resterende) omstandigheid, zoals blijkt uit de verklaringen van [beveiligingsbeambte], dat de beveiligingsbeambte aan de chauffeur aanvankelijk heeft aangegeven dat de vrachtwagen met oplegger niet op het terrein zou worden toegelaten en heeft verzocht de volgende dag terug te keren en dat de chauffeur vervolgens in discussie is gegaan met de beveiligingsbeambte met het verzoek om de oplegger met de lading op het terrein van het distributiecentrum te mogen parkeren, is onvoldoende voor het oordeel dat de chauffeur heeft gehandeld met opzet of daarmee gelijk te stellen schuld. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad is daarvan immers eerst sprake indien de vervoerder zich ervan bewust was dat aan zijn gedraging het concrete gevaar dat zich heeft verwezenlijkt is verbonden en dat de kans dat dit gevaar zich zou verwezenlijken aanzienlijk groter was dan de kans dat dit gevaar zich niet zou verwezenlijken. Het overhalen van de bewakingsbeambte om de oplegger op het terrein van Canon te laten staan betekent niet zonder meer schending van voornoemde norm. Daarbij is voorts van belang dat blijkens de verklaring van de bewakingsbeambte, zoals door Canon Europa zelf aangehaald, de chauffeur als argumenten heeft gebruikt om de beveiligingsbeambte over te halen dat het veiliger was de oplegger gedurende de nacht op het terrein te parkeren in plaats van op de openbare weg. Zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, kan onder voornoemde omstandigheden niet worden geconcludeerd dat de chauffeur zich bewust was van een dergelijke grote kans op het verlies van de goederen.

conclusie

4.27. Concluderend is de rechtbank van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de goederen van Canon Europa zijn verloren gegaan ten gevolge van omstandigheden die Kingma niet heeft kunnen vermijden en waarvan zij de gevolgen niet heeft kunnen verhinderen of dat het verlies van de goederen het gevolg is van de behandeling of lossing van de goederen door het personeel van Canon. Evenmin is komen vast te staan dat de goederen zijn verloren gegaan door opzet of daarmee gelijk te stellen schuld van Kingma. Kingma is daarom aansprakelijk voor het verlies van de goederen tot niet meer dan de in artikel 23 CMR genoemde limieten. De rechtbank zal de vordering van Kingma jegens Canon Europa in die zin toewijzen.

Kingma – Nippon Euro

4.28. Kingma heeft primair gevorderd te verklaren voor recht dat Nippon Euro in een eventuele schadevordering jegens haar niet ontvankelijk is. Uit het door Kingma gestelde blijkt dat echter niet. Kingma heeft niet gespecificeerd op grond waarvan tot niet ontvankelijkheid geconcludeerd zou moeten worden. De rechtbank zal daarom dit onderdeel van de vordering van Kingma afwijzen.

4.29. Nippon Euro heeft tegen de vordering van Kingma het verweer gevoerd dat geen sprake is van een contractuele relatie tussen Nippon Euro en Kingma en dat Nippon Euro ten opzichte van Kingma niet als afzender heeft te gelden. Volgens Nippon Euro is Kingma derhalve niet ontvankelijk in haar vordering.

4.30. Voornoemd betoog van Nippon Euro slaagt niet. Dat geen contractuele relatie bestaat tussen Nippon Euro en Kingma staat niet in de weg aan een eventuele schadevordering van Nippon Euro jegens Kingma. Die schadevordering zal dienen te zijn gebaseerd op onrechtmatige daad. De CMR is op die verhouding tussen Nippon Euro en Kingma weliswaar in beginsel niet van toepassing, maar aan Kingma komt wel het beroep op artikel 28 CMR toe. Kingma kan zich daarom beroepen op de bepalingen van de CMR die zijn aansprakelijkheid uitsluiten of de verschuldigde schadevergoeding vaststellen of beperken.

4.31. Nu Nippon Euro voor het overige geen inhoudelijk verweer heeft gevoerd tegen de vordering van Kingma en de vordering te verklaren voor recht dat Kingma beperkt aansprakelijk is op grond van artikel 23 CMR jegens Nippon Euro de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal de rechtbank onder verwijzing naar hetgeen zij heeft overwogen onder r.o. 4.7 tot en met 4.27, waarbij voor Canon Europa steeds Nippon Euro dient te worden gelezen, de vordering van Kingma ook jegens Nippon Euro in voornoemde zin toewijzen.

Kingma - Canon Deutschland, Inter-Zuid en DTC

4.32. Ten aanzien van de niet verschenen gedaagden Canon Deutschland, Inter-Zuid en DTC komt de vordering te verklaren voor recht dat Kingma beperkt aansprakelijk is op grond van artikel 23 CMR de rechtbank evenmin onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom ook jegens hen worden toegewezen.

proceskosten ten aanzien van alle partijen

4.33. Aangezien partijen over en weer deels in het ongelijk zijn gesteld, zal de rechtbank de proceskosten compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

uitvoerbaarheid bij voorraad

4.34. De gevorderde verklaring tot uitvoerbaarheid bij voorraad zal worden geweigerd, nu het dictum zich daarvoor niet leent.

in zaak 2

4.35. Het verzet is tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat DTC in zoverre in haar verzet kan worden ontvangen.

procesbelang en ontvankelijkheid van eisers, tevens gedaagden in verzet, sub 2 tot en met 4

4.36. Nippon Nederland heeft zich in verzet op het standpunt gesteld dat geen noodzaak bestaat om de vordering van Kingma mede in te stellen op naam van eisers sub 2 tot en met 4 indien Kingma de contractuele wederpartij van DTC is. Nu voornoemde eisers niet hebben onderbouwd welk rechtens relevant belang zij hebben bij onderhavige vordering, zal de rechtbank onder verwijzing naar hetgeen zij reeds heeft overwogen onder 4.1 en 4.2, waarbij voor Nippon Euro Nippon Nederland dient te worden gelezen, het verstekvonnis ten aanzien van eisers, tevens gedaagden in verzet, sub 2 tot en met 4 vernietigen en hen alsnog niet ontvankelijk verklaren in hun vordering.

4.37. De rechtbank zal in het navolgende de resterende vordering van Kingma jegens Nippon Nederland bespreken.

Kingma – Nippon Nederland

4.38. Omdat Kingma ook in verzet niet heeft gespecificeerd op grond waarvan Nippon Nederland in een eventuele schadevordering jegens Kingma niet ontvankelijk zou zijn, blijft de rechtbank bij haar oordeel in het verstekvonnis dat dit onderdeel van de vordering van Kingma dient te worden afgewezen.

4.39. Het geschil tussen Kingma en Nippon Nederland spitst zich toe op de vraag of, en zo ja in welke mate, Kingma aansprakelijk is voor de schade die Nippon Nederland heeft geleden of zal lijden ten gevolge van de diefstal van de lading.

4.40. Nippon Nederland heeft tegen de vordering van Kingma, net als Nippon Euro in zaak 1, het verweer gevoerd dat geen sprake is van een contractuele relatie tussen Nippon Nederland en Kingma en Nippon Nederland ten opzichte van Kingma niet als afzender heeft te gelden, zodat Kingma niet ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering.

4.41. Onder verwijzing naar hetgeen zij heeft overwogen ten aanzien van het verweer van Nippon Euro in zaak 1 (r.o. 4.30) verwerpt de rechtbank dit verweer van Nippon Nederland. Nippon Nederland zal immers een schadevordering jegens Kingma kunnen instellen gegrond op onrechtmatige daad. Kingma zal zich in dat geval kunnen beroepen op de bepalingen van de CMR die zijn aansprakelijkheid uitsluiten of de verschuldigde schadevergoeding vaststellen of beperken.

vervoerdersovermacht

4.42. Kingma heeft zich beroepen op vervoerdersovermacht, op grond waarvan zij zou zijn ontheven van aansprakelijkheid voor de diefstal van de lading. Volgens Kingma is sprake van omstandigheden die zij niet heeft kunnen vermijden en waarvan zij de gevolgen niet heeft kunnen verhinderen, nu zij heeft gehandeld naar de strikte instructie van de geadresseerde Canon Deutschland, althans haar personeel, om de deels nog geladen vrachtwagen gedurende de nacht op het terrein van Canon Deutschland te laten overstaan. Ter onderbouwing van haar beroep op overmacht heeft Kingma de feiten gesteld zoals vermeld onder r.o. 4.14.

4.43. Nippon Nederland heeft de door Kingma gestelde feiten betwist en daartoe materieel nagenoeg hetzelfde aangevoerd als Canon Europa in zaak 1 en zoals weergegeven onder r.o. 4.15. Onder verwijzing naar hetgeen zij heeft overwogen onder r.o. 4.16 en 4.17 concludeert de rechtbank derhalve dat ook in onderhavige zaak het beroep van Kingma op vervoerdersovermacht niet slaagt. Kingma is daarom niet op grond van artikel 17 lid 2 CMR ontheven van alle aansprakelijkheid.

conclusie

4.44. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het verstekvonnis vernietigen. Nu Nippon Nederland voor het overige geen gronden van verzet heeft aangevoerd en de (subsidiaire) vordering van Kingma te verklaren voor recht dat zij beperkt aansprakelijk is op grond van artikel 23 CMR jegens Nippon Nederland de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal de rechtbank onder verwijzing naar hetgeen zij heeft overwogen onder r.o. 4.18 tot en met 4.26, waarbij voor Canon Europa steeds Nippon Nederland dient te worden gelezen, de vordering van Kingma ook jegens Nippon Nederland in voornoemde zin toewijzen.

4.45. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zal de rechtbank de proceskosten compenseren, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.

4.46. De gevorderde verklaring tot uitvoerbaarheid bij voorraad zal worden geweigerd, nu het dictum zich daarvoor niet leent.

in zaak 3

4.47. De rechtbank zal de vordering van DTC per gedaagde bespreken.

DTC – Canon Amsterdam

procesbelang en ontvankelijkheid

4.48. Canon Amsterdam heeft, gelijk zij heeft gedaan in zaak 1 ten aanzien van de vordering van Kingma, betwist dat zij op enigerlei manier is betrokken bij het onderhavige vervoer (vgl. r.o. 4.4). Nu ook DTC heeft nagelaten te stellen op welke wijze Canon Amsterdam als rechthebbende bij het onderhavige vervoer is betrokken, dan wel welk mogelijk ander belang zij heeft bij haar vordering jegens Canon Amsterdam, zal de rechtbank DTC niet ontvankelijk verklaren in haar vordering jegens Canon Amsterdam.

DTC – Canon Europa

4.49. DTC heeft primair gevorderd te verklaren voor recht dat Canon Europa in een eventuele schadevordering jegens haar niet ontvankelijk is. Uit het door DTC gestelde blijkt dat echter niet. DTC heeft niet gespecificeerd op grond waarvan tot niet ontvankelijkheid geconcludeerd zou moeten worden. De rechtbank zal daarom dit onderdeel van de vordering van DTC afwijzen.

4.50. Het geschil tussen DTC en Canon Europa spitst zich toe op de vraag of, en zo ja in welke mate, DTC aansprakelijk is voor de schade die Canon Europa heeft geleden dan wel zal lijden ten gevolge van de diefstal van de lading.

opvolgend vervoer

4.51. DTC heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van opvolgend vervoer als bedoeld in artikel 34 CMR. Volgens DTC is zij derhalve op grond van artikel 36 CMR niet aansprakelijk voor het verlies van de lading jegens Canon Europa, nu zij niet kan worden aangemerkt als de eerste of de laatste vervoerder of de vervoerder die het vervoer bewerkstelligde gedurende welke het verlies zich heeft voorgedaan. Het verlies is immers ontstaan gedurende het vervoer dat werd verricht door Kingma.

4.52. Het betoog van DTC slaag niet. Ingevolge artikel 34 CMR is sprake van opvolgend vervoer en worden de tweede en ieder van de volgende vervoerders partij bij de vervoersovereenkomst door inontvangstneming van de goederen en de vrachtbrief. Gesteld noch gebleken is, en door Canon Europa is betwist, dat DTC de goederen en de vrachtbrief zelf in ontvangst heeft genomen. Tussen partijen staat vast dat DTC slechts de vervoersopdracht (administratief) heeft ontvangen van Inter-Zuid en heeft doorgegeven aan Kingma. Van overdracht van goederen is daarbij geen sprake geweest. Er is daarom geen grond voor de toepasselijkheid van artikel 36 CMR, op grond waarvan in geval van opvolgend vervoer een vordering tot aansprakelijkstelling niet tot DTC zou kunnen worden gericht.

onrechtmatige daad en artikel 28 CMR

4.53. Gelet op het voorgaande is DTC weliswaar geen partij bij de door Canon Europa gesloten vervoersovereenkomst, zodat Canon Europa DTC niet uit die hoofde aansprakelijk zal kunnen stellen voor het verlies van de goederen, maar zoals de rechtbank ook heeft overwogen ten aanzien van de relatie van Canon Europa tot Kingma, dient een schadevordering van Canon Europa jegens DTC te zijn gebaseerd op onrechtmatige daad (vgl. r.o. 4.7). DTC kan zich in dat kader beroepen op artikel 28 CMR en derhalve op de bepalingen van de CMR die zijn aansprakelijkheid uitsluiten of de verschuldigde schadevergoeding vaststellen of beperken.

vervoerdersovermacht

4.54. DTC heeft zich in dit verband beroepen op vervoerdersovermacht ex artikel 17 lid 2 CMR. Volgens DTC heeft de chauffeur van Kingma zorgvuldig gehandeld en bovendien op strikte instructie van het personeel van Canon Deutschland. Canon Europa heeft daartegen hetzelfde verweer gevoerd als in de procedure tegen Kingma in zaak 1. De rechtbank voltstaat derhalve met een verwijzing naar hetgeen zij in die procedure heeft overwogen (r.o. 4.11 tot en met 4.17), waarbij voor Kingma DTC dient te worden gelezen, en wijst het beroep van DTC op vervoerdersovermacht af. DTC is niet op grond van artikel 17 lid 2 CMR ontheven van alle aansprakelijkheid. De rechtbank zal daarom de vordering van DTC onder II jegens Canon Europa afwijzen.

opzet of daarmee gelijk te stellen schuld

4.55. Aldus komt de rechtbank toe aan de beoordeling van de vraag of DTC beperkt dan wel volledig aansprakelijk is voor de schade ten gevolge van de diefstal van de lading. DTC heeft zich beroepen op de aansprakelijkheidsbeperking van artikel 23 lid 3 CMR. Canon Europa heeft daartegen hetzelfde verweer gevoerd als in de procedure tegen Kingma in zaak 1. De rechtbank voltstaat derhalve met een verwijzing naar hetgeen zij in die procedure heeft overwogen (r.o. 4.20 tot en met 4.26), waarbij voor Kingma DTC dient te worden gelezen, en concludeert dat niet is komen vast te staan dat de goederen zijn verloren gegaan door opzet of daarmee gelijk te stellen schuld van DTC. DTC is daarom aansprakelijk voor het verlies van de goederen tot niet meer dan de in artikel 23 CMR genoemde limieten. De rechtbank zal de vordering van DTC jegens Canon Europa in die zin toewijzen.

DTC – Nippon Euro

4.56. DTC heeft primair gevorderd te verklaren voor recht dat Nippon Euro in een eventuele schadevordering jegens haar niet ontvankelijk is. Uit het door DTC gestelde blijkt dat echter niet. DTC heeft niet gespecificeerd op grond waarvan tot niet ontvankelijkheid geconcludeerd zou moeten worden. De rechtbank zal daarom dit onderdeel van de vordering van DTC afwijzen.

4.57. Nippon Euro heeft tegen de vordering van DTC, net als zij heeft gedaan in zaak 1, het verweer gevoerd dat geen sprake is van een contractuele relatie tussen Nippon Nederland en Kingma en Nippon Nederland ten opzichte van Kingma niet als afzender heeft te gelden, zodat Kingma niet ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering.

4.58. Onder verwijzing naar hetgeen zij heeft overwogen ten aanzien van het verweer van Nippon Euro in zaak 1 (r.o. 4.30) verwerpt de rechtbank dit verweer. Nippon Euro zal immers een schadevordering jegens DTC kunnen instellen gegrond op onrechtmatige daad. DTC zal zich in dat geval kunnen beroepen op de bepalingen van de CMR die zijn aansprakelijkheid uitsluiten of de verschuldigde schadevergoeding vaststellen of beperken.

vervoerdersovermacht

4.59. DTC heeft zich beroepen op vervoerdersovermacht, op grond waarvan zij zou zijn ontheven van aansprakelijkheid voor de diefstal van de lading. Ter onderbouwing van haar beroep op overmacht heeft DTC de feiten gesteld zoals vermeld onder r.o. 4.14.

4.60. Nippon Euro heeft de door DTC gestelde feiten betwist en daartoe materieel nagenoeg hetzelfde aangevoerd als Canon Europa in zaak 1 en zoals weergegeven onder r.o. 4.15. Onder verwijzing naar hetgeen zij heeft overwogen onder r.o. 4.16 en 4.17 concludeert de rechtbank derhalve dat ook in onderhavige zaak het beroep van DTC op vervoerdersovermacht niet slaagt. DTC is daarom niet op grond van artikel 17 lid 2 CMR ontheven van alle aansprakelijkheid.

conclusie

4.61. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de vordering van DTC onder II jegens Nippon Euro afwijzen. Nu Nippon Euro voor het overige geen inhoudelijk verweer heeft gevoerd tegen de vordering van DTC en de (subsidiaire) vordering van DTC te verklaren voor recht dat zij beperkt aansprakelijk is op grond van artikel 23 CMR jegens Nippon Euro de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal de rechtbank onder verwijzing naar hetgeen zij heeft overwogen onder r.o. 4.18 tot en met 4.26, waarbij voor Canon Europa steeds Nippon Euro dient te worden gelezen, de vordering van DTC ook jegens Nippon Euro in voornoemde zin toewijzen.

DTC – Canon Deutschland en Inter-Zuid

4.62. Ten aanzien van de niet verschenen gedaagden Canon Deutschland en Inter-Zuid komt de vordering te verklaren voor recht dat DTC beperkt aansprakelijk is op grond van artikel 23 CMR de rechtbank evenmin onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom ook jegens hen worden toegewezen.

proceskosten ten aanzien van alle partijen

4.63. Aangezien partijen over en weer deels in het ongelijk zijn gesteld, zal de rechtbank de proceskosten compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

uitvoerbaarheid bij voorraad

4.64. De gevorderde verklaring tot uitvoerbaarheid bij voorraad zal worden geweigerd, nu het dictum zich daarvoor niet leent.

in zaak 4

Inter-Zuid – Canon Amsterdam en Canon Europa

4.65. De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van de vordering van Inter-Zuid jegens Canon Amsterdam en Canon Europa partijen zich van dezelfde argumenten hebben bediend als in de procedures van Kingma jegens Canon Amsterdam en Canon Europa in zaak 1. De rechtbank voltstaat ten dien aanzien derhalve met een verwijzing naar hetgeen zij heeft overwogen in zaak 1 onder r.o. 4.4 tot en met 4.27, waarbij voor Kingma Inter-Zuid moet worden gelezen. De rechtbank zal op grond daarvan Inter-Zuid niet ontvankelijk verklaren in haar vordering jegens Canon Amsterdam en de vordering van Inter-Zuid jegens Canon Europa in die zin toewijzen dat Inter-Zuid jegens Canon Europa aansprakelijk is voor het verlies van de goederen tot niet meer dan de in artikel 23 CMR genoemde limieten.

Inter-Zuid – Nippon Nederland

4.66. Ten aanzien van de vordering van Inter-Zuid jegens Nippon Nederland hebben partijen zich materieel van dezelfde argumenten bediend als partijen Kingma en Inter-Zuid in zaak 2. De omstandigheid dat het in zaak 2 anders dan in onderhavige procedure een verzetprocedure betreft, doet aan de inhoudelijk door partijen gewisselde standpunten niet af. De rechtbank volstaat daarom met een verwijzing naar hetgeen zij heeft overwogen in zaak 2 onder r.o. 4.38 tot en met 4.44, waarbij voor Kingma Inter-Zuid moet worden gelezen. De rechtbank zal op grond daarvan de vordering van Inter-Zuid ook jegens Nippon Nederland in die zin toewijzen dat Inter-Zuid jegens Nippon Nederland aansprakelijk is voor het verlies van de goederen tot niet meer dan de in artikel 23 CMR genoemde limieten.

Inter-Zuid – Nippon Euro

4.67. Ten aanzien van de vordering van Inter-Zuid jegens Nippon Euro stelt de rechtbank voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat tussen hen sprake is van een contractuele relatie, waarop de bepalingen van de CMR, waaronder de bepalingen die de aansprakelijkheid van de vervoerder uitsluiten of de verschuldigde schadevergoeding vaststellen of beperken, rechtstreeks van toepassing zijn. Partijen hebben zich van dezelfde standpunten bediend als Kingma en Nippon Nederland in zaak 2, maar met uitzondering van de argumenten die betrekking hebben op de stelling van Kingma dat geen sprake is van een contractuele relatie (waarvan immers in de relatie tussen Inter-Zuid en Nippon Euro wel sprake is). De rechtbank volstaat derhalve te verwijzen naar hetgeen zij heeft overwogen in zaak 2 onder r.o. 4.38, 4.42 en 4.43, waarbij voor Kingma Inter-Zuid moet worden gelezen en voor Nippon Nederland Nippon Euro. De rechtbank zal op grond daarvan de vordering van Inter-Zuid ook jegens Nippon Euro in die zin toewijzen dat Inter-Zuid jegens Nippon Euro aansprakelijk is voor het verlies van de goederen tot niet meer dan de in artikel 23 CMR genoemde limieten.

Inter-Zuid – Canon Deutschland

4.68. Ten aanzien van de niet verschenen gedaagde Canon Deutschland komt de vordering te verklaren voor recht dat Inter-Zuid beperkt aansprakelijk is op grond van artikel 23 CMR de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom ook jegens haar worden toegewezen.

proceskosten ten aanzien van alle partijen

4.69. Aangezien partijen over en weer deels in het ongelijk zijn gesteld, zal de rechtbank de proceskosten compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

uitvoerbaarheid bij voorraad

4.70. De gevorderde verklaring tot uitvoerbaarheid bij voorraad zal worden geweigerd, nu het dictum zich daarvoor niet leent.

tot slot – in alle zaken

4.71. De rechter, ten overstaan van wie de comparitie is gehouden, heeft dit vonnis niet mede kunnen wijzen in verband met benoeming elders.

5. De beslissing

De rechtbank

in de met zaak zaaknummer / rolnummer: 139310 / HA ZA 07-1193 (zaak 1)

5.1. verklaart eisers sub 2, 3 en 4 niet ontvankelijk in hun vorderingen,

5.2. verklaart Kingma niet ontvankelijk in haar vordering jegens Canon Amsterdam,

5.3. verklaart voor recht dat Kingma niet verder aansprakelijk is jegens Canon Europa, Nippon Euro, Canon Deutschland, Inter-Zuid en DTC, dan wel jegens één of enkelen van hen, dan tot het bedrag van de beperkingen van artikel 23 CMR,

5.4. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af,

in de zaak met zaaknummer / rolnummer 142293 / HA ZA 08-49 (zaak 2)

5.6. vernietigt het door deze rechtbank op 7 november 2007 onder zaaknummer / rolnummer 139298 / HA ZA 07-1190 gewezen verstekvonnis,

en opnieuw beslissend

5.7. verklaart eisers sub 2, 3 en 4 niet ontvankelijk in hun vorderingen,

5.8. verklaart voor recht dat Kingma niet verder aansprakelijk is jegens Nippon Nederland dan tot het bedrag van de beperkingen van artikel 23 CMR,

5.9. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat beide partijen de eigen kosten dragen,

5.10. wijst het meer of anders gevorderde af,

in de zaak met zaaknummer / rolnummer 139618 / HA ZA 07-1234 (zaak 3)

5.11. verklaart DTC niet ontvankelijk in haar vordering jegens Canon Amsterdam,

5.12. verklaart voor recht dat DTC niet verder aansprakelijk is jegens Canon Europa, Nippon Euro, Canon Deutschland en Inter-Zuid, dan wel jegens één of enkelen van hen, dan tot het bedrag van de beperkingen van artikel 23 CMR,

5.13. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.14. wijst het meer of anders gevorderde af,

in de zaak met zaaknummer / rolnummer 139312 / HA ZA 07-1234 (zaak 4)

5.15. verklaart Inter-Zuid niet ontvankelijk in haar vordering jegens Canon Amsterdam,

5.16. verklaart voor recht dat Inter-Zuid niet verder aansprakelijk is jegens Canon Europa, Nippon Nederland, Nippon Euro en Canon Deutschland, dan wel jegens één of enkelen van hen, dan tot het bedrag van de beperkingen van artikel 23 CMR,

5.17. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.18. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th.S. Röell, mr. S. Sicking en mr. L.M. de Vries en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2009.?