Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BH0525

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
05-01-2009
Datum publicatie
21-01-2009
Zaaknummer
404380-AO VERZ 08-820
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding arbeidsovereenkomst op grond van een dringende reden. Werknemer heeft in strijd met een met werkgever gesloten overeenkomst van cessie, het door de fiscus aan hem terugbetaalde bedrag aan inkomstenbelasting, vermeerderd met heffingsrente, niet aan werkgever afgedragen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-0067
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rep.nr.: 404380/ AO VERZ 08-820

datum uitspraak: 5 januari 2009

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

RECO GROEP B.V.

te Hoofddorp

verzoekster

hierna: Reco

gemachtigde: mr. L. van der Leij

tegen

[verweerder]

te [woonplaats]

verweerder

hierna: [verweerder]

gemachtigde: mr. A.J.J.H. van Heerde

De procedure

Op 13 november 2008 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van Reco. [verweerder] heeft een verweerschrift ingediend.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 22 december 2008. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De gemachtigden hebben pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

a. [verweerder], 52 jaar oud, is sinds 1 januari 2001 bij Reco in dienst, laatstelijk in de functie van autospuiter tegen een salaris van € 2.895,17 bruto per maand exclusief vakantiegeld.

b. [verweerder] en Reco hebben een akte van cessie ondertekend. In die akte staat onder meer:

De ondergetekenden (…) nemen in aanmerking:

RECO heeft door een omissie in haar administratie voortvloeiend uit het in het ongerede raken van werknemersverklaringen voor de loonbelasting een vordering uit de door de belastingdienst nageheven loonbelasting op [verweerder]. Deze vordering is een gevolg van de toepassing door de belastingdienst van het anoniementarief van 52 % voor de loonbelasting. In de thans ingediende aangifte(n) inkomstenbelasting over 2002 t/m 2005, wordt deze nageheven loonbelasting vermeld en verrekend met de verschuldigde inkomstenbelasting. (…) [verweerder] heeft uit hoofde van deze ingediende aangiften inkomstenbelasting 2002 t/m 2005 een vordering op de belastingdienst . Deze vordering bedraagt € 30.798 te vermeerderen met heffingsrente.

(…)RECO [verweerder] zijn op 11 oktober 2007 een overeenkomst aangegaan, waarbij [verweerder] zijn voormelde vordering op de Belastingdienst heeft overgedragen aan Reco, die bereid is deze cessie te aanvaarden.

Komen overeen als volgt:

(…)[verweerder] draagt bij deze zijn hierboven in de considerans omschreven vordering groot € 30.798 te vermeerderen met heffingsrente, op de Belastingdienst over aan RECO, welke overdracht RECO bij deze aanvaardt

(...)[verweerder] staat er wel voor in dat de gecedeerde vordering bestaat en dat zij overdraagbaar is.

c. Deze akte van cessie is door Reco aan de belastingdienst verstuurd en aldaar voorzien van een ontvangststempel gedateerd 21 februari 2008.

d. De voor Reco werkzame fiscalist Langelaan heeft namens [verweerder] bij brieven van 5 maart 2008 bezwaar gemaakt tegen de [verweerder] opgelegde aanslagen over de jaren 2002 tot en met 2005 waarbij hij als reden heeft opgegeven dat bij de aanslagregeling geen rekening was gehouden met de over die jaren nageheven loonheffing. Daarbij is aangegeven dat die belastingteruggaven betaald moesten worden aan Reco.

e. Bij uitspraak op bezwaar van 25 juni 2008 heeft de belastingdienst beslist dat [verweerder] over de jaren 2002 t/m 2005 in totaal € 36.179,00 toekomt inclusief heffingsrente per die datum.

f. Die bedragen zijn niet aan Reco betaald maar aan [verweerder] zelf. [verweerder] heeft dat bedrag niet aan Reco (door)betaald ondanks sommatie daartoe. Reco heeft met [verweerder] op 24 oktober 2008 gesproken over deze kwestie. Reco heeft [verweerder] die dag geschorst. [verweerder] is zowel tijdens dat gesprek als bij brief van diezelfde dag aangezegd dat als niet uiterlijk op 27 oktober door [verweerder] is aangetoond dat hij danwel zijn echtgenote in dezen geen blaam treft, die schorsing zal worden omgezet in een ontslag op staande voet en dat dan aangifte zal worden gedaan bij politie en justitie.

g. Bij brief van 28 oktober 2008 van haar gemachtigde heeft Reco [verweerder] laten weten dat door of namens [verweerder] niet is gereageerd op de brief van 24 oktober 2008 en dat Reco het dienstverband met onmiddellijke ingang beëindigt. Reco heeft inmiddels aangifte bij de politie gedaan.

h. [verweerder] heeft de nietigheid van het ontslag ingeroepen en zich beschikbaar gesteld voor arbeid.

Het verzoek

Reco verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst, voor het geval het dienstverband tussen partijen nog mocht blijken te bestaan.

Ter toelichting stelt Reco – samengevat – het volgende. Omstreeks 20 oktober 2008 bleek dat de teruggaven door de belastingdienst al maanden eerder waren betaald op de bankrekening van [verweerder] en op 24 oktober 2008 bleek dat [verweerder] daartoe zelf bij de belastingdienst nader opgave had gedaan. [verweerder] heeft geweigerd de Reco toekomende gelden te voldoen, stellende dat hij daarover niet meer beschikt. Door deze geheel aan [verweerder] toe te rekenen omstandigheden is het vertrouwen van Reco in [verweerder] geheel verloren gegaan, nu [verweerder] Reco opzettelijk financieel ten voordele van zichzelf heeft benadeeld en zich tegen beter weten in niet heeft gehouden aan de overeenkomst tot overdracht van de vorderingen op de belastingsdienst. Er is geen aanleiding voor toekenning van een vergoeding aan [verweerder].

Het verweer

[verweerder] concludeert primair tot afwijzing van het verzoek. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] om toekenning van een vergoeding van € 93.804,30 bruto.

Ter toelichting voert [verweerder] – samengevat – het volgende aan. [verweerder] heeft zich ziek gemeld op 23 oktober 2008 en hij is nog steeds partieel arbeidsongeschikt. [verweerder] beroept zich daarom op het opzegverbod.

Er is geen sprake van dat Reco een vordering op [verweerder] heeft. Dat bedrag is al onduidelijk, de ene keer wordt een bedrag van € 30.789,00 genoemd en de andere keer € 37.179,00. De akte van cessie is ongedateerd en van geen waarde. Het handelen van Reco heeft erin geresulteerd dat [verweerder] zich onder doktersbehandeling heeft moeten stellen. De huidige arbeidsgerelateerde problemen zijn aan Reco te wijten.

De beoordeling van het verzoek

1. De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:685 lid 1 BW. [verweerder] heeft weliswaar betoogd dat dat het geval is doordat hij ziek was, maar niet alleen heeft Reco betwist dat [verweerder] zich op 23 oktober 2008 bij haar ziek heeft gemeld, [verweerder] heeft de stelling van Reco onweersproken gelaten dat [verweerder] op 24 oktober 2008 gewoon aan het werk was. Bovendien heeft de reden van het verzoek niets met de (beweerde) ziekte te maken. Dat verweer wordt daarom verworpen

2. Anders dan [verweerder] meent is de akte van cessie voldoende duidelijk. Het ontbreken van een datum daarin maakt die akte niet ongeldig en in die akte is nauwkeurig omschreven welk vorderingsrecht daarbij door wie aan wie is overgedragen en wel tot een bedrag van € 30.798,00, nog te vermeerderen met heffingsrente. Het moet [verweerder] nagegeven worden dat de door Reco in haar verzoekschrift vermelde bedrag van € 37.190,00 niet klopt maar dat heeft denkelijk te maken met een rekenfout; bij optelling van de door de belastingdienst volgens haar eigen uitspraken terug te betalen bedragen inclusief heffingsrente komt de kantonrechter tot een bedrag van € 36.190,00.

3. Reco heeft haar standpunt verder voldoende onderbouwd en met stukken gestaafd.

Dat kan niet gezegd worden van [verweerder]. [verweerder] heeft op geen enkele manier aangegeven laat staan aangetoond op grond van welk recht of titel hem dat door de belastingdienst aan hem uitbetaalde bedrag toekwam en toekomt. [verweerder] heeft bijvoorbeeld niet gesteld en onderbouwd dat hem al die jaren minder dan het correcte nettoloon door Reco was uitbetaald.

[verweerder] heeft er dan ook geen enkel moment vanuit mogen gaan, niet vanwege de steeds correcte nettoloonbetaling, niet vanwege de overeenkomst van cessie tussen partijen en zeker niet nadat hij op deze kwestie door Reco was aangesproken, dat hij het bedrag van € 36.190,00 onder zich mocht houden en naar eigen goeddunken aanwenden.

4. Naar het oordeel van de kantonrechter levert het voorgaande een dringende reden op om de arbeidsovereenkomst op korte termijn te ontbinden. Het verzoek is dus in zoverre toewijsbaar. Gelet op de reden voor de ontbinding kan van toekenning van een vergoeding geen sprake zijn.

5. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in deze beschikking is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

6. Gezien de aard van de procedure worden de kosten tussen partijen gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de arbeidsovereenkomst, voor het geval deze nog tussen partijen bestaat, tegen 6 januari 2009;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.P. Stolp en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.