Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BG9629

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
13-01-2009
Datum publicatie
13-01-2009
Zaaknummer
AWB 08/6717
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2009:BJ6049
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Haarlem heeft het beroep van de Vereniging Marinehospitaalterrein, de Stichting Bescherming Erfgoed Zuid-Kennemerland, de Stichting Ons Bloemendaal, de Bomenstichting en 132 omwonenden, tegen de door het college van burgemeester en wethouders van Bloemendaal verleende kapvergunning ten behoeve van de realisering van het project Park Tetrode op het voormalig Marinehospitaalterrein in Overveen, ongegrond verklaard. De vergunning voor de kap van 255 bomen ten behoeve van de realisatie van Park Tetrode - waaronder 16 als beschermenswaardig aangemerkte bomen - is volgens de rechtbank zorgvuldig voorbereid en op goede gronden verleend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 08 - 6717

uitspraak van de meervoudige kamer van 13 januari 2009

in de zaak van:

1. Vereniging Marinehospitaalterrein,

gevestigd te Overveen, gemeente Bloemendaal,

2. 132 omwonenden,

wonende in Haarlem dan wel Overveen,

3. Stichting Bescherming Erfgoed Zuid-Kennemerland,

gevestigd te Heemstede,

4. Stichting Ons Bloemendaal,

gevestigd te Bloemendaal,

5. de Bomenstichting,

gevestigd te Utrecht,

eisers,

gemachtigde: mr. G.H.L. Weesing, advocaat te Amsterdam,

tegen:

het college van burgemeester en wethouders van Bloemendaal,

verweerder,

gemachtigde: mr. P.H. Revermann, juridisch adviseur te Amsterdam,

derde partij,

BAM Vastgoed B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gemachtigde: mr. N.S.J. Koeman, advocaat te Amsterdam.

1. Procesverloop

Bij besluit van 11 juni 2008 heeft verweerder vergunning verleend aan BAM Vastgoed B.V. voor het kappen van 255 bomen op het voormalige Marinehospitaalterrein te Overveen.

Tegen dit besluit hebben eisers bij brief van 4 juli 2008, aangevuld bij brief van 21 juli 2008, bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 9 oktober 2008 heeft verweerder de bezwaren van in het besluit nader genoemde personen niet-ontvankelijk verklaard, voor het overige de bezwaren deels gegrond verklaard en deels ongegrond verklaard en het bestreden besluit onder aanvulling van de motivering in stand gelaten.

Daarbij heeft verweerder deels verwezen naar van het advies van 7 oktober 2008 van de commissie van advies voor de bezwaar- en beroepschriften.

Tegen dit besluit hebben eisers bij brief van 22 oktober 2008, aangevuld bij brieven van 28 oktober 2008 en 31 oktober 2008, beroep ingesteld.

De derde partij heeft bij schrijven van 27 oktober 2008 een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift van 20 oktober 2008 alsmede een aanvullend verweerschrift van 28 oktober 2008 ingediend.

Op 10 november 2008, voorafgaand aan de behandeling ter zitting heeft de rechtbank een onderzoek ter plaatse ingesteld als bedoeld in artikel 8:50, eerste, Awb. Van dit onderzoek, waarbij partijen aanwezig waren, is proces-verbaal opgemaakt.

Het beroep is behandeld ter zitting van 10 november 2008, alwaar namens eisers hun gemachtigde mr. G.H.L. Weesing is verschenen, vergezeld van T. Schermerhorn, jurist van de Vereniging Marinehospitaalterrein (hierna: de Vereniging), G. Uittenbogaart, voorzitter van de Vereniging, J. Cornelissen, secretaris van de Vereniging, M. Wassen, bioloog en adviseur van de Vereniging, M. Roos, secretaris van de Stichting Bescherming Erfgoed Zuid-Kennemerland, M. van Bussel, secretaris van de Stichting Ons Bloemendaal, L. de Vita, bestuurslid van de Stichting Ons Bloemendaal alsmede H. Prins, contactpersoon van de Bomenstichting.

Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door diens gemachtigde mr. P.H. Revermann, vergezeld van mr. V.H. Bruins Slot, wethouder, O.E.L.M. van Nispen tot Pannerden, team Groenvoorzieningen, ing. I.T.A. Storm-Homan, team Groenvoorzieningen en T. Jansen, projectleider.

Vergunninghouder, BAM Vastgoed B.V. (hierna: BAM) heeft zich doen vertegenwoordigen door diens gemachtigden mr. N.S.J. Koeman en mr. D. Fransen, vergezeld van ing. W. Schaafsma, directeur en A.O. Meijer, projectontwikkelaar.

Het beroep is ter zitting gezamenlijk behandeld met het beroep van eisers tegen de met de kapvergunning samenhangende vrijstelling en bouwvergunning met zaaknummer AWB 08-4839.

2. Overwegingen

2.1 Ingevolge artikel 4.3.2 Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Bloemendaal 2007 is het verboden zonder vergunning van het college houtopstand te vellen of te doen vellen.

2.2 Ingevolge artikel 4.3.3, aanhef en onder a, kan de vergunning in elk geval worden geweigerd op grond van een aantal aldaar met name genoemde gronden. Daartoe behoren de natuurwaarde van de houtopstand, de landschappelijke waarde daarvan, de waarde voor stads-en dorpsschoon, de beeldbepalende waarde van de houtopstand alsmede de cultuurhistorische waarde daarvan.

2.3 De onderhavige kap geschiedt met het oog op de realisatie van het plan Tetrode. Dit plan omvat de bouw van 85 woningen op het nu braak liggende terrein van het voormalige Marinehospitaal te Overveen alsmede de herinrichting van dit terrein. Ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan Zijlweg-West e.o. mag op dit terrein slechts worden gebouwd overeenkomstig een goedgekeurde uitwerking. Ten behoeve van die uitwerking is in artikel 24 (Beschrijving in hoofdlijnen) bepaald dat de waardevolle bomen aangegeven op de bijbehorende groenkaart moeten worden gehandhaafd. Dit geldt ingevolge dit artikel ook voor andere waardevolle groene elementen. Ten behoeve van de voorgenomen bouw en herinrichting is vrijstelling verleend van deze uitwerkingsverplichting alsmede bouwvergunning. Het beroep van eisers tegen voormelde besluiten heeft de rechtbank bij uitspraak van heden onder nummer AWB 08-4839 ongegrond verklaard.

2.4 De kapvergunning betreft in totaal 255 bomen en voorziet in een herplantplicht voor 41 bomen. Van deze 255 bomen komen 16 bomen/bomengroepen voor op de zogenoemde groenkaart van het ter plaatse vigerende bestemmingsplan Zijlweg-West e.o.. De motivering van het besluit tot vergunningverlening is bij het thans bestreden besluit aangevuld, zulks mede naar aanleiding van het advies van de Commissie van advies voor de bezwaar- en beroepschriften, waarin een motiveringsgebrek werd geconstateerd ten aanzien van de bomen aan welke in het vigerende bestemmingsplan een cultuurhistorische waarde is toegekend. De kern daarvan vormt het volkshuisvestingsbelang en het belang van de ruimtelijke ontwikkeling van het project Tetrode, rekening houdend met de hoofddoelstelling van het bestemmingsplan om op de desbetreffende locatie een intensief woningbouwprogramma te realiseren met een hoogwaardig parkachtig woonmilieu in een open landschapsstijl en gezien onder meer de waterhuishoudkundige belangen.

2.5 De grieven van eisers betreffen in de kern de door verweerder in het kader van de toepassing van artikel 4.3.3a APV verrichte belangenafweging. Verder hebben eisers er op gewezen dat verweerder met het verlenen van de vergunning heeft gehandeld in strijd met artikel 28 juncto artikel 58 Gemeentewet en artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht. Ook de niet-ontvankelijkverklaring van een deel der bezwaarden tenslotte vormt deel der grieven van eisers.

2.6 De rechtbank stelt met betrekking tot dit laatste punt vast dat het aantal tegen het besluit opgekomen natuurlijke personen omvangrijk is. De rechtbank zal, nu dit geen invloed heeft op de inhoudelijke beoordeling van het geschil, voorbij gaan aan de vraag of een verweerder aantal van hen al dan niet terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard in hun bezwaar.

2.7 Ten aanzien van de Vereniging Marinehospitaalterrein, de Stichting Bescherming Erfgoed Zuid-Kennemerland, de Stichting Ons Bloemendaal en de Bomenstichting overweegt de rechtbank dat genoegzaam is gebleken dat deze krachtens hun statutaire doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken belangen behartigen in de zin van artikel 1:2, eerste en derde lid, Awb.

2.8 Met betrekking tot de inhoudelijke kernvraag - de vraag naar de redelijkheid van de verrichte belangenafweging in die gevallen waarin er voor de bomen sprake is van een weigeringsgrond als bedoeld in de APV - is de rechtbank van oordeel dat niet gezegd kan worden dat verweerder, alle belangen afwegende, niet tot het thans bestreden besluit heeft kunnen komen. De motivering zoals verweerder die uiteindelijk aan zijn besluitvorming ten grondslag heeft gelegd, is voldoende dragend. Daarbij is in aanmerking genomen dat van de 16 te kappen en in het bestemmingsplan als beschermenswaardig geduide bomen (slechts) een 9-tal dient te worden gekapt (mede) in verband met de voorgenomen bouw, de aanleg van waterpartijen op het terrein en/of de aanleg van verharding en dat de reden voor de kap van de overige 7 bomen is gelegen in een gebrek aan vitaliteit daarvan.

2.9 Dat, zoals eisers betogen, de beslissing inzake de kapvergunning niet zorgvuldig is voorbereid, is de rechtbank niet gebleken. De bomen zijn immers meerdere malen bekeken en onderzocht door Hollandschap, door het gemeentelijk team Groenvoorzieningen en bij drie bomen, vanwege gerezen twijfel, bovendien door een onafhankelijk boomtechnisch adviesbureau. Ook de bomen met een stamdiameter van 10-20 cm zijn onderzocht alvorens deze bomen toe te voegen aan de reeds eerder opgemaakte lijst van te kappen bomen/boomgroepen.

2.10 De kapvergunning is voorts niet genomen in strijd met de Monumentenwet 1988, nu de tuin (voorheen) behorende tot de Villa Tetterode niet is aangewezen als rijksmonument. De rechtbank verwijst hierbij kortheidshalve naar hetgeen dienaangaande is overwogen in de hierboven genoemde uitspraak van heden inzake AWB 08-4839.

2.11 De rechtbank is verder van oordeel dat niet is gebleken van in rechte te honoreren verwachtingen omtrent het uitblijven van de kap van bomen op het onderhavige terrein. Het gaat hier in dezen om niet meer of anders dan uitlatingen van de betrokken wethouder in 2004 in een vergadering van de raad van de gemeente waaruit bleek - kortweg - van de intentie om op het onderhavige terrein geen bomen te kappen, maar met de clausulering dat een en ander niet kon worden uitgesloten.

2.12 Met betrekking tot de grief dat er sprake is van ongeoorloofde belangenverstrengeling omdat de binnen het college van burgemeester en wethouders voor het plan verantwoordelijke projectwethouder tevens is ingeschreven als belangstellende voor een woning in Park Tetrode overweegt de rechtbank als volgt.

2.13 Ingevolge artikel 2:4 Awb vervult het bestuursorgaan zijn taak zonder vooringenomenheid. In het tweede lid van dit artikel is bepaald dat het bestuursorgaan ertegen waakt dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkende personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden.

2.14 Ingevolge artikel 28, eerste lid, onder a, Gemeentewet neemt een lid van de raad neemt niet deel aan de stemming over een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken.

Ingevolge artikel 58, Gemeenwet zijn de artikelen 28, eerste tot en met derde lid, 29 en 30 ten aanzien van de vergaderingen van het college van overeenkomstige toepassing.

2.15 De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat sprake is geweest van met artikel 2:4 Awb strijdige vooringenomenheid of beïnvloeding van de besluitvorming. Zij overweegt daartoe dat verweerder onweersproken heeft gesteld dat er slechts sprake van is dat de wethouder zich vrijblijvend heeft aangemeld als belangstellende voor het project. Het enkele tonen van belangstelling kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden aangemerkt als een persoonlijk belang als bedoeld in de bovengenoemde artikelen.

2.16 Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Guinau, voorzitter van de meervoudige kamer, en mr. I.M. Ludwig en mr. C.E. Heyning-Huydecoper, rechters, en op 13 januari 2009 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. Y.R. Boonstra-van Herwijnen, griffier.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.