Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BH2860

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
16-12-2008
Datum publicatie
13-02-2009
Zaaknummer
147275-1008-2163
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

adoptie / keuze geslachtsnaam na adoptie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel

familie- en jeugdrecht

adoptie

Zaak-/reketstnr.: 147275/1008-2163

beschikking van de meervoudige kamer voor familiezaken van 16 december 2008

gegeven op het verzoek van:

[naam verzoekster],

wonende te [plaats],

hierna mede te noemen: verzoekers,

advocaat: mr. J.R. Goppel, kantoorhoudende te Haarlem,

-tegen-

1 [naam moeder],

wonende te [plaats],

hierna mede te noemen: de moeder,

2 [naam vader],

wonende te [plaats],

hierna mede te noemen: de vader,

Als belanghebbende is aangemerkt de heer [naam belanghebbende].

1 De loop van het geding

1.1 Voor het verloop van de procedure verwijst de rechtbank naar de volgende stukken:

- het op 13 juni 2008 ter griffie van deze rechtbank ontvangen verzoekschrift, met bijlagen;

- de brief van 16 oktober 2008 van de vader;

- het behandelde ter terechtzitting op 18 november 2008 in aanwezigheid van verzoekers, bijgestaan door hun advocaat, de Raad voor de Kinderbescherming, vertegenwoordigd door mevrouw O. Hommes, Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, afdeling Jeugdbescherming, Locatie Haarlem, namens deze de William Schrikker Stichting, Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, vertegenwoordigd door de heer K. Denneman;

- de brief van mr. J.R.Goppel van 21 november 2008.

1.2 Na te melden minderjarigen zijn in raadkamer gehoord.

2 Het verzoek

Het verzoek strekt tot adoptie van de minderjarigen:

- [voornaam kind 1] [geslachtsnaam 2], oorspronkelijk genaamd [geslachtsnaam 1], geboren op [geboortedatum] 1993 te [plaats],

- [voronaam kind 2] [geslachtsnaam 2], oorspronkelijk genaamd

[geslachtsnaam 1], geboren op [geboortedatum] 1994 te [plaats].

3 De feiten en omstandigheden

Uit de overgelegde bescheiden en het behandelde ter zitting blijkt het volgende:

- de minderjarigen zijn geboren uit de relatie tussen [naam moeder] en [naam vader];

- beide minderjarigen verblijven sedert medio 1995 in het gezin van [naam verzoekster]; [naam kind 1] verblijft sinds 8 mei 2006 bij [naam] en woont thans in [plaats];

- bij beschikking van de rechtbank Haarlem van 20 februari 1997 zijn de ouders ontheven van het gezag over de minderjarigen en is de Stichting Interculturele Jeugdzorg Amsterdam, gevestigd te Amsterdam en medekantoorhoudende te Zaandam (thans Opperdan) benoemd tot voogdes over de minderjarigen;

- bij beschikking van de kantonrechter te Zaandam van 18 juli 2000 is op verzoek van voornoemde stichting de William Schrikkerstichting belast met de opvolgende voogdij over de minderjarigen;

- verzoekster is op [datum] 2002 een geregistreerd partnerschap aangegaan met [naam belanghebbende];

- bij Koninklijk besluit van [datum] 2002 zijn de geslachtsnamen van de kinderen van [geslachtsnaam 1] gewijzigd in [geslachtsnaam 2], de naam van de toenmalige partner van verzoekster;

- het geregistreerd partnerschap van verzoekster en de heer [belanghebbende] is op [datum] 2005 beëindigd door inschrijving van de verklaring beëindiging partnerschapregistratie van [datum] 2005 in de registers van de burgerlijke stand;

- tot het gezin van verzoekster behoren nog twee meerderjarige dochters, welke geboren zijn uit de relatie van verzoekster en de heer [naam belanghebbende].

4 Beoordeling van het verzoek

De moeder hoewel behoorlijk opgeroepen, is niet ter zitting verschenen en heeft het verzoek niet tegengesproken.

De heer [naam belanghebbende], hoewel behoorlijk opgeroepen, is niet ter zitting verschenen en heeft het verzoek niet tegengesproken.

De vader is niet ter zitting verschenen, maar heeft bij brief van 16 oktober 2008 schriftelijk ingestemd met het verzoek.

De Voogdijinstelling ondersteunt het verzoek tot adoptie. Het gezin van verzoekster (en de toenmalige partner van verzoekster, de heer [naam belanghebbende]) werd bij aanvang van de plaatsing van de kinderen al beschouwd als een perspectief biedend pleeggezin voor beide kinderen. Op dat moment was reeds duidelijk dat de kinderen niet meer teruggeplaatst konden worden bij hun ouders. De kinderen hebben zich goed ontwikkeld en zijn gehecht in het gezin van verzoekster.

De Raad voor de Kinderbescherming stemt in met het verzoek tot adoptie.

Uit de overgelegde stukken en de gehouden verhoren is gebleken dat de minderjarigen inmiddels 13 jaar deel uitmaken van het gezin van verzoekster en dat er praktisch geen contact meer is met hun ouders. Verzoekster heeft de kinderen die allebei slechthorend zijn veel aandacht en zorg gegeven. Ook heeft zij beide kinderen zorgvuldig begeleid bij hun persoonlijke problematiek. De minderjarigen hebben nog contact met de heer [naam belanghebbende], wiens geslachtsnaam zij sinds [datum] 2002 dragen.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde adoptie in het kennelijk belang van de minderjarigen is nu zij volledig zijn gehecht in het gezin van verzoekster en haar twee andere kinderen. Tevens is komen vast te staan dat de minderjarigen thans en naar voor de toekomst redelijkerwijs is te voorzien niets meer van hun ouders in de hoedanigheid van ouders te verwachten hebben zodat, nu ook overigens aan wettelijke voorwaarden van art. 1:228 BW is voldaan, het verzoek voor toewijzing vatbaar is.

Geslachtsnaam

Verzoekster heeft verklaard dat beide minderjarigen na de adoptie hun geslachtsnaam [geslachtsnaam 2] willen houden.

Ingevolge het bepaalde in artikel 1: 5 lid 7 BW kan een kind van 16 jaar of ouder dat wordt geadopteerd een keuze doen voor de geslachtsnaam die hij na de adoptie zal dragen. Deze naamskeuze is gebonden aan de naam van de degene die hem adopteert dan wel adopteren en met wie hij in familierechtelijke betrekking komt te staan.

[naam kind 1] is 16 jaar en heeft in raadkamer expliciet verklaard dat hij na de adoptie de geslachtnaam [geslachtsnaam 2] wil houden.

De rechtbank begrijpt de verklaring van [naam kind 1] in raadkamer aldus dat hij er uitdrukkelijk voor kiest om niet op grond van art.1:5 lid 7 BW de naam van verzoekster te gaan dragen. Ingevolge art. 1:5 lid 3 BW zal hij daarom de geslachtsnaam [geslachtsnaam 2] houden.

[naam kind 2] is 14 jaar en heeft eveneens in raadkamer verklaard dat zij na de adoptie de geslachtsnaam [geslachtsnaam 2] wil houden.

Nu de twee inmiddels meerderjarige kinderen van verzoekster en haar toenmalig partner de naam [geslachtsnaam 2] dragen en [naam kind 1] na de adoptie deze geslachtsnaam zal behouden, is de rechtbank van oordeel dat het voor de eenheid van de geslachtsnaam in het gezin van verzoekster het in het belang van [naam kind 2] is dat haar geslachtsnaam niet zal worden gewijzigd. Daarom zal de rechtbank ten aanzien van [naam kind 2] bepalen dat zij na de adoptie eveneens de geslachtsnaam [geslachtsnaam 2] zal houden.

Geen der belanghebbenden maken er bezwaar tegen dat de minderjarigen na de adoptie de naam [geslachtsnaam] blijven dragen en de wet verzet zich daar evenmin tegen.

5 Beslissing

De rechtbank:

Spreekt uit de adoptie van de minderjarige van de minderjarigen:

- [naam kind 1], geboren op [geboortedatum] 1993 te [plaats],

- [naam kind 2], geboren op [geboortedatum] 1994 te [plaats],

door verzoeksters voornoemd.

Bepaalt dat de geslachtsnaam van de minderjarigen na de adoptie [geslachtsnaam 2] zal blijven.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Otter, als voorzitter, tevens kinderrechter, en mrs. M.R. Cox en J.C.M. Swinkels, als leden van deze kamer en in het openbaar uitgesproken van 16 december 2008 in tegenwoordigheid van M.P. Joukes als griffier.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.