Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BH2856

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
09-12-2008
Datum publicatie
13-02-2009
Zaaknummer
147521-2008-2261
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

alimentatie. De rechtbank ziet zich thans geconfronteerd met de vraag welke weg gevolgd moet worden indien een inkomen zodanig hoog is dat het buiten de hoogste categorie in de tabel kosten kinderen valt. Blijkens onderzoek van het Nibud kan worden aangenomen dat de kosten van de kinderen niet lineair mee blijven stijgen met de hoogte van het inkomen, maar zijn gemaximeerd. De behoefte van de kinderen heeft daarmee een bovengrens bereikt. De rechtbank hanteert als uitgangspunt dat, indien de kosten van de kinderen aantoonbaar hoger zijn, dan wel zo uitzonderlijk zijn dat zij niet begrepen kunnen zijn in de standaardbedragen voor de kosten van de kinderen, de bijdragen in de tabel kunnen worden gecorrigeerd.

Nu de vrouw naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende heeft aangetoond dat de daadwerkelijke kosten van de kinderen hoger zijn én nu de vrouw niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van bijzondere kosten zoals deze worden benoemd in het Tremarapport, is de rechtbank van oordeel dat de behoefte van de kinderen gesteld dient te worden op € 1.180, zijnde de kosten als vermeld in de hoogste categorie uit de bijlage bij het tremarapport.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RFR 2009, 48
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel

familie- en jeugdrecht

alimentatie / tegenspraak

zaak-/rekestnr.: 147521/2008-2261

beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 9 december 2008

in de zaak van:

[naam vrouw],

wonende te [plaats],

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. T.M. Coppes, kantoorhoudende te Aerdenhout,

tegen

[naam man],

wonende te [plaats],

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. M.M.G. Weel-Krimp, kantoorhoudende te Haarlem.

1 Procedure

1.1 Voor het verloop van de procedure verwijst de rechtbank naar de volgende stukken:

- het verzoekschrift, met bijlagen, van de vrouw van 24 juni 2008, ingekomen op 25 juni 2008;

- het verweerschrift, met bijlagen, van de man van 14 augustus 2008, ingekomen op diezelfde datum;

- de brief, met bijlagen, van de advocaat van de vrouw van 31 oktober 2008, ingekomen op diezelfde datum;

- het faxbericht, met bijlagen, van de advocaat van de vrouw van 28 oktober 2008;

- de brief, met bijlagen, van de advocaat van de man van 4 november 2008, ingekomen op diezelfde datum;

- het faxbericht, met bijlagen, van de advocaat van de man van 12 november 2008;

- het faxbericht van de advocaat van de vrouw van 13 november 2008.

1.2 De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 10 november 2008 in aanwezigheid van partijen, de vrouw bijgestaan door mr. Coppes en de man door mr. Weel-Krimp.

1.3 De stukken en de daarin genoemde standpunten die partijen na de zitting van 10 november 2008 ongevraagd aan de rechtbank hebben overgelegd zullen bij de beoordeling van het verzoek buiten beschouwing worden gelaten. De rechtbank heeft slechts de faxberichten van 12 en 13 november 2008 bij de beoordeling van het verzoek betrokken aangezien deze berichten gegevens bevatten waar de rechtbank ter zitting van 10 november 2008 om heeft verzocht.

2 Feiten en omstandigheden

2.1 Partijen hebben een affectieve relatie gehad.

2.2 Uit deze relatie zijn geboren de minderjarigen [naam kind 1] en [naam kind 2] [naam].

Het gezag over de minderjarigen wordt door de vrouw uitgeoefend.

De man heeft de minderjarigen erkend.

2.3 Na de beëindiging van de relatie heeft de man op vrijwillige basis aan de vrouw een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen (hierna ook: kinderbijdrage) van € 135 per maand per kind voldaan. Nadien heeft hij de bijdrage verhoogd naar € 250 per kind per maand.

3 Verzoek

3.1 Met als grondslag dat de man als vader is gehouden bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn minderjarige kinderen, heeft de vrouw verzocht te bepalen dat de man aan haar een bedrag (hierna ook: kinderbijdrage) van € 1.000 per maand per kind dient te voldoen met ingang van 1 januari 2008.

3.2 De vrouw stelt dat de man per 1 januari 2008 een vaste aanstelling heeft gekregen bij zijn huidige werkgever waardoor hij op dit moment een bruto inkomen heeft van € 15.000 per maand. De man heeft gehoor gegeven aan het verzoek van de vrouw om een hogere kinderbijdrage te voldoen, doch de man betaalt niet het bedrag waar de kinderen volgens de vrouw behoefte aan hebben. Ten tijde van de relatie hebben partijen afgesproken dat de vrouw zou stoppen met werken om voor de kinderen te zorgen, zodat de man zijn carrière kon opbouwen. Doordat de vrouw de man steeds heeft gestimuleerd in zijn werk, is hij thans in staat het bovengenoemde salaris te verwerven.

3.3 De man heeft toegezegd dat hij voorlopig, totdat er een beslissing komt van de rechtbank, een bedrag zal betalen van € 1.180 per maand, zijnde € 590 per kind per maand. De vrouw acht de man in staat een bijdrage te betalen van € 1.000 per kind per maand. Zij is van mening dat de kinderen mogen profiteren van de welstand van de man, zeker nu zij, gelet op haar inkomen, zelf niet in staat is hen een dergelijke welstand te bieden. De vrouw heeft slechts een kleine uitkering waarop ook nog beslag is gelegd vanwege een nog lopende schuld uit de samenwoning van partijen.

4 Verweer

4.1 De man heeft niet betwist dat de minderjarigen behoefte hebben aan een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding. Hij heeft wel de hoogte van de door de vrouw verzochte bijdrage betwist. De vrouw motiveert haar verzoek met de stelling dat de kinderen mogen meeprofiteren van de welstand van de man, omdat zij hen deze welstand niet kan bieden. De man beaamt dat de kinderen mogen meeprofiteren van de hogere welstand. Volgens hem dienen de kosten van de kinderen dan ook gerelateerd te worden aan zijn huidige inkomen. Nu het inkomen van de man valt in de hoogste categorie van de Tabel kosten van kinderen, genoemd in het Tremarapport, dient van de kosten die in deze categorie worden gegeven te worden uitgegaan. Volgens de man kan er niet geëxtrapoleerd worden. De vrouw heeft immers niet aangetoond dat de behoefte van de kinderen het bedrag van € 1.180 overschrijdt. Bovendien heeft de vrouw niet aangetoond dat er bijzondere kosten zijn die een hogere behoefte van de kinderen rechtvaardigen.

4.2 De man heeft uiteindelijk gepleit voor afwijzing van het verzoek van de vrouw.

5 Beoordeling

5.1 Gelet op de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen begrijpt de rechtbank dat tussen partijen niet zozeer in geschil is of de kinderen behoefte hebben aan een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding, maar dat het in deze zaak voornamelijk gaat om de vraag of er geëxtrapoleerd moet worden nu het inkomen van de man hoger is dan de hoogste categorie in de tabel kosten kinderen. Dienaangaande overweegt de rechtbank als volgt.

5.2 Blijkens onderzoek van het Nibud (CBS) besteden ouders een bepaald percentage van het inkomen aan de kinderen. Uit dit onderzoek blijkt voorts dat naarmate er meer kinderen behoren tot een gezin, de totale kosten weliswaar stijgen, maar dat de gemiddelde kosten per kind daartegenover dalen. Indien het inkomen van een partij, in casu de man, zodanig stijgt dat het hoger is dan het gezinsinkomen tijdens de samenwoning, behoort dit invloed uit te oefenen op de vaststelling van de behoefte van de kinderen. Immers, indien de samenwoning zou hebben voortgeduurd, zouden de kinderen ook kunnen meeprofiteren van de inkomensstijging. Gelet hierop wordt het hogere inkomen van de man als maatstaf genomen voor de bepaling van de kosten van de kinderen.

5.3 De rechtbank ziet zich thans geconfronteerd met de vraag welke weg gevolgd moet worden indien een inkomen zodanig hoog is dat het buiten de hoogste categorie in de tabel kosten kinderen valt. Blijkens onderzoek van het Nibud kan worden aangenomen dat de kosten van de kinderen niet lineair mee blijven stijgen met de hoogte van het inkomen, maar zijn gemaximeerd. De behoefte van de kinderen heeft daarmee een bovengrens bereikt. De rechtbank hanteert als uitgangspunt dat, indien de kosten van de kinderen aantoonbaar hoger zijn, dan wel zo uitzonderlijk zijn dat zij niet begrepen kunnen zijn in de standaardbedragen voor de kosten van de kinderen, de bijdragen in de tabel kunnen worden gecorrigeerd. Het moet daarbij gaan om kosten die niet zijn verdisconteerd in de kosten zoals vermeld in de tabel kosten kinderen horende bij het tremarapport. Voorbeelden hiervan zijn kosten kinderopvang, kosten gehandicapt kind, kosten van topsport, en extra hoge schoolgelden.

5.4 Gelet op het bovenstaande kan er, naar het oordeel van de rechtbank, in beginsel niet geëxtrapoleerd worden. De in de tabel genoemde bedragen zijn maximale kosten tenzij er kan worden aangetoond dat de daadwerkelijke kosten van de kinderen hoger zijn. Nu de vrouw naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende heeft aangetoond dat de daadwerkelijke kosten van de kinderen hoger zijn én nu de vrouw niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van bijzondere kosten zoals deze worden benoemd in het Tremarapport, is de rechtbank van oordeel dat de behoefte van de kinderen gesteld dient te worden op € 1.180, zijnde de kosten als vermeld in de hoogste categorie uit de bijlage bij het tremarapport.

5.5 Nu de man ter zitting heeft toegezegd dat hij € 1.180, zijnde € 590 per kind per maand, zal betalen ten behoeve van de minderjarigen en dit bedrag voorts overeenkomt met de behoefte van de minderjarigen, zal de rechtbank dienovereenkomstig beslissen.

5.6 Met betrekking tot de ingangsdatum van voornoemde kinderbijdrage overweegt de rechtbank dat de betalingsverplichting niet eerder zal ingaan dan de datum van indiening van het verzoekschrift van de vrouw, zijnde 25 juni 2008, aangezien de man vanaf die datum rekening heeft kunnen houden met een eventuele wijziging van de kinderbijdrage.

6 Beslissing

De rechtbank:

6.1 Bepaalt dat de man aan de vrouw als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen [naam]:

- [naam kind 1], geboren op [geboortedatum] 1995 in de gemeente [plaats],

- [naam kind 2], geboren op [geboortedatum] 1997 in de gemeente [plaats],

telkens bij vooruitbetaling dient te voldoen € 590 per maand per kind, met ingang van 25 juni 2008, onder verrekening van hetgeen de man reeds heeft betaald.

6.2 Wijst er – ten overvloede – op dat de hiervoor vastgestelde bijdrage jaarlijks van rechtswege wordt gewijzigd met het wettelijk vast te stellen indexeringspercentage.

6.3 Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

6.4 Wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Otter, rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van R.C.M. Gerritsen-Martens, griffier, op 9 december 2008.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.