Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BG7844

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
03-12-2008
Datum publicatie
19-12-2008
Zaaknummer
AWB 08/7236 7 AWB 08/7239
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft bij schorsing van de besluiten waarbij aan hem maatregelen zijn opgelegd in het kader van de Wet werk en bijstand. De verzoek om voorlopige voorziening wordt dan ook afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 08 - 7236 en 08-7239 WWB

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van

3 december 2008

in de zaken van:

[naam verzoeker 1] en [naam verzoeker 2],

beiden wonende te [woonplaats],

verzoekers,

gemachtigde: mr. M.E.L. Vallenduuk, advocaat te Haarlem,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van Haarlem,

verweerder.

Tegenwoordig: mr. A.C. Terwiel-Kuneman, voorzieningenrechter, en P.M. van der Pol, griffier.

Zitting: 3 december 2008

Verschenen: Verzoekers in persoon, bijgestaan door hun gemachtigde.

Verweerder, vertegenwoordigd door C. Kreukniet, werkzaam bij de gemeente Haarlem.

Het geschil betreft verzoeken om schorsing van de besluiten van verweerder van 9 september 2008 en 23 oktober 2008, waarbij aan verzoekers maatregelen zijn opgelegd in het kader van de Wet werk en bijstand (WWB) op grond van het feit dat [naam verzoeker 1] (hierna: verzoeker) zich binnen twaalf maanden een aantal keren zodanig heeft gedragen, dat hij door eigen toedoen geen algemeen geaccepteerde arbeid heeft behouden of aanvaard.

Bij mondelinge uitspraak van 3 december 2008 heeft de voorzieningenrechter de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen en verweerder vervolgens opgedragen het door verzoekers betaalde griffierecht van in totaal € 78,-- aan hen te vergoeden.

De voorzieningenrechter heeft daartoe het volgende overwogen.

De verzoeken om voorlopige voorziening zijn ingediend op 20 november 2008. Een eventuele toewijzing van deze verzoeken zou dan ook slechts mogelijk zijn met een terugwerkende kracht tot die datum. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de maatregel die is opgelegd bij besluit van 23 oktober 2008 doorloopt tot en met 31 december 2008 en dat schorsing van dit besluit er, gelet op de inkomsten van verzoeker, toe zou leiden dat verweerder verzoekers over de periode vanaf 20 november 2008 tot en met 31 december 2008 naar verwachting ongeveer € 70,-- aan aanvullende bijstand zou moeten betalen.

Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat er geen spoedeisend belang bestaat bij schorsing van voormeld besluit. Dit geldt eveneens voor het besluit van 9 september 2008. Bij dit alles neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat verzoekers geen bijzondere omstandigheden naar voren hebben gebracht. Deze zijn ook overigens niet gebleken.

Ter zitting heeft verweerder onder meer verklaard dat de besluiten van 9 september 2008 en 23 oktober 2008 naar alle waarschijnlijkheid in bezwaar niet zonder meer stand zullen houden. Hierin vindt de voorzieningenrechter aanleiding verweerder te gelasten het door verzoekers betaalde griffierecht van in totaal € 78,-- aan hen te vergoeden.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal,

(griffier) (voorzieningenrechter)

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.