Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BG7453

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
15-12-2008
Datum publicatie
18-12-2008
Zaaknummer
AWB 08/6962
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vrijstelling 19-2 WRO voor bouw starterswoningen (Silo 2) in Floriande, Hoofddorp, wegens overschrijding maximaal aantal van 100 woningen; goede ruimtelijke onderbouwing; parkeernorm; belangenafweging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 08 - 6962

uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 december 2008

in de zaak van,

[verzoeker],

en

[verzoeker] en [verzoeker],

allen wonende te [woonplaats],

verzoekers,

tegen:

het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer,

verweerder,

derde partij:

gevestigd te [adres],

gemachtigde: mr. J.A.M.A. Sluysmans, advocaat te Den Haag.

1. Procesverloop

Bij besluit van 24 april 2008 heeft verweerder, daarbij gelet op het besluit van 3 april 2008 houdende het verlenen van vrijstelling op grond van artikel 19, tweede lid, Wet op de ruimtelijke ordening (WRO), reguliere bouwvergunning verleend voor de bouw van 22 starterappartementen en een tandheelkundig centrum (“Silo 2”) aan de [adres] (nrs 309-355) te Hoofddorp.

Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brieven van 20 mei 2008, 1 juni 2008 en 3 juni 2008 bezwaar gemaakt.

Bij brief van 30 oktober 2008 hebben zij verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het verzoek is behandeld ter zitting van 9 december 2008, alwaar verzoekers zijn verschenen bij hun woordvoerder [naam], broer van verzoeker [verzoeker], die tevens in persoon is verschenen. Voorts is verzoekster [naam] in persoon verschenen.Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door J. Dam, werkzaam bij de gemeente Haarlemmermeer. De derde partij is verschenen bij haar gemachtigde, die was vergezeld van P. Naberman en mr. V. van Bemmel, beiden werkzaam bij de derde partij.

2. Overwegingen

2.1 Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Daarbij gaat het om een afweging van belangen van de verzoekende partij bij een onverwijlde voorziening tegen het belang dat is gemoeid met onmiddellijke uitvoering van het besluit. Voor zover deze toetsing een beoordeling van de hoofdzaak meebrengt, is dat oordeel voorlopig van aard.

2.2 Per 1 juli 2008 is de (nieuwe) Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden en is de (oude) WRO ingetrokken. Ingevolge het overgangsrecht is op het onderhavige geding de WRO van kracht gebleven.

2.3 Het bouwplan is onderdeel van het project Floriande, waarbinnen het bouwplan “Silo 1”, een gebouw van 53 appartementen aan de [adres], waarin verzoekers wonen, reeds is gerealiseerd.

Het bouwplan Silo 2 omvat de bouw van appartementen en een tandartsenpraktijk en bestaat uit 5 bouwlagen met een kap. Op de begane grond zijn de tandartsenpraktijk, bergingen en twee woningen gesitueerd. De overige verdiepingen tellen elk 5 appartementen. Het complex heeft, gemeten vanaf (straat)peil, een nokhoogte van 17,87 meter, een breedte van 15 meter en een lengte van 31.5 meter, waarvan 11 m buiten de aangegeven bebouwingsindicatie ligt.

Silo 2 is met de kopzijden geprojecteerd naar de [adres] - waaraan Silo 1 is gelegen - en naar de IJtocht en staat daarmee haaks op Silo 1, dat geografisch ten westen van Silo 2 is gelegen.

2.4 Ter plaatse vigeert het bestemmingsplan “Hoofddorp Floriande Noord” van juni 2002. Op de gronden waarop het bouwplan is gesitueerd rust de bestemming “Woonpark (Wp)”. Deze gronden zijn aangewezen voor woningen (inclusief een praktijk aan huis), voor culturele, maatschappelijke, commerciële en medische voorzieningen, voor tot een woonwijk behorende voorzieningen als wegen, pleinen, voet- en fietspaden, skeelerroutes en parkeervoorzieningen, voor groen- en recreatieve voorzieningen en voor water en ecologische verbindingen.

In artikel 6, tweede lid, aanhef en onder f is bepaald dat de bouw van ten hoogste 100 woningen is toegestaan, in combinaties met groen en water.

In artikel 6, derde lid, aanhef en onder b is bepaald dat de hoogte van hoofdgebouwen niet meer dan 13 meter mag bedragen, met uitzondering van een op de plankaart aangegeven hoogteaccent met een maximale bouwhoogte van 38 meter.

Op de plankaart is voorts met een onderbroken lijn de grens aangegeven voor de bebouwingsindicatie, waarbinnen in bebouwing is voorzien.

Ingevolge artikel 15, eerste lid aanhef en onder c is vrijstelling mogelijk voor afwijking van de op de kaart en in deze voorschriften aangegeven percentages, maten en oppervlakten.

2.5 Het bouwplan is wat betreft hoogte, lengte en breedte, waar nodig met toepassing van zogenaamde binnenplanse vrijstelling, niet in strijd met het bestemmingsplan en de daartoe behorende voorschriften. Daarbij wordt met betrekking tot de hoogte opgemerkt dat met de bebouwingsindicatie - anders dan in het geval van een harde bebouwingsgrens - globaal wordt aangeduid waarbinnen in bebouwing kan worden voorzien, en dat aan verweerder de bevoegdheid toekomt deze globale aanduiding meer gedetailleerd uit te werken. Van deze bevoegdheid heeft verweerder gebruik gemaakt op zodanige wijze dat het gehele bouwplan aanvaardbaar is geacht, omdat een aanmerkelijk deel van het bouwplan reeds is gesitueerd binnen het gebied waarin op de plankaart het hoogteaccent van 38 meter is aangegeven en er verder ook op de koppen op de naastgelegen ‘eilanden’ sprake is van hoogteaccenten.

2.6 Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan niet worden gezegd dat verweerder hiermee buiten de in het bestemmingsplan gegeven bevoegdheid is getreden of daarvan op een ontoelaatbare wijze gebruik heeft gemaakt.

2.7 Het bouwplan is dan ook uitsluitend in strijd met de planvoorschriften, omdat het maximale aantal van 100 woningen - met een aantal van 21 woningen - wordt overschreden.

Verweerder heeft daarvoor vrijstelling ingevolge artikel 19, tweede lid, WRO verleend. Daarvoor is als goede ruimtelijke onderbouwing gegeven dat er grote behoefte is aan woningen en met name voor starters op de woningmarkt – voor de 53 appartementen van Silo1 hadden zich 1000 gegadigden aangemeld – en dat het bouwplan voorts is beoordeeld op de stedenbouwkundige inpassing. Daarbij heeft verweerder aangegeven dat de afstand tussen Silo 1 en Silo 2 van respectievelijk 14 meter op de begane grond en van 15 meter vanaf de eerste verdieping aanvaardbaar is in een stedelijke omgeving; het is de afstand van een gemiddeld straatprofiel. De positionering van Silo 2, haaks op Silo 1, verdient naar verweerders mening de voorkeur boven een andere situering, omdat het gebouw aldus de ruimte van het terrein van het kinderdagverblijf afschermt van het parkeerterrein en het verblijfsgebied ten zuidwesten van Silo 2 de gewenste geborgenheid geeft. Bovendien betekent de haakse positionering van Silo 2 ten opzichte van Silo 1 dat het verlies van uitzicht en vrees voor inkijk voor minder appartementen in Silo 1 geldt, dan het geval zou zijn bij een andere positionering.

2.8 Naar voorlopig oordeel kan niet worden gezegd dat verweerder hiermee niet een goede ruimtelijke onderbouwing van de verleende vrijstelling heeft gegeven. Dat in de ogen van verzoekers een andere locatie van het bouwplan de voorkeur zou verdienen doet daaraan niet af. Verweerder heeft immers het bouwplan zoals dat is aangevraagd, op de daarbij aangegeven locatie en met de aangegeven situering, te beoordelen. Verzoekers hebben overigens niet aangetoond dat er na de door hen voorgestelde verplaatsing geen bezwaren, mogelijk van andere aard, tegen het bouwplan zouden bestaan.

2.9 Ten aanzien van de voorwaarden van voldoende parkeergelegenheid heeft verweerder zich gebaseerd op de nota “parkeren in de Haarlemmermeer – deelrapport Wonen’ en de ASVV 2004-normen, en heeft daarbij tevens met dubbel-gebruik rekening gehouden. De uitkomst van de berekening is een behoefte van - per saldo - 106 parkeerplaatsen. Verzoekers hebben hun stelling dat ten onrechte is uitgegaan van dubbel-gebruik niet, althans niet voldoende onderbouwd en hebben ook overigens niet aangetoond dat de berekening van het benodigde aantaal parkeerplaatsen of aan de aanwezigheid daarvan niet wordt voldaan.

Ten aanzien van de aanleg van de bekabeling voor de hoogspanningslijn (380kV) heeft verweerder ter zitting aangegeven dat deze niet in het onderhavige gebied is gepland en dus in geen enkel opzicht een belemmering vormt. Verzoekers hebben dit niet bestreden.

2.10 Verzoekers hebben voorts betoogd dat bij het verlenen van de vrijstelling voor Silo 1 (ex artikel 19, eerste lid, WRO) is vastgelegd, dat het reeds in de plannen opgenomen gebouw waarin het tandheelkundige centrum zou komen, niet hoger dan 10 meter zou zijn en dat zij daarop dan ook hebben kunnen en mogen vertouwen. Nu de onderhavige vrijstelling voor Silo 2 evenwel, zoals hiervoor is overwogen, uitsluitend geldt ten aanzien van de overschrijding van het aantal woningen, kan hun beroep op het vertrouwensbeginsel geen doel treffen.

2.11 Met betrekking tot de belangenafweging geldt dat niet ontkend wordt dat het uitzicht voor een aantal bewoners van Silo 1 in hun nadeel verandert. Gelet op de afstand van 14 respectievelijk 15 meter tussen de gevels van beide complexen, heeft verweerder dit nadeel voor verzoekers van minder gewicht kunnen achten dan het belang van de gemeente bij de bouw van (starters)woningen en de gewenste vestiging van een tandartsenpraktijk in het gebied. Voorts blijkt uit de bezonningsstudies dat voor een aantal appartementen de zonlichttoetreding verslechtert. Omdat dit slechts gering is en zich in hoofdzaak voordoet in de winterperiode, heeft verweerder ook dit belang van minder gewicht kunnen achten.

2.12 Vooralsnog kan de voorzieningenrechter dan ook niet tot het oordeel komen dat verweerder bij de afweging van de bij het vrijstellingsbesluit betrokken belangen niet in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Niet te verwachten is dat het besluit in bezwaar gen stand zal kunnen houden.

2.13 Gelet op het voorgaande bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek daartoe wordt derhalve afgewezen.

2.14 Voor een proceskostenveroordeling zijn geen termen aanwezig.

3. Beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst het verzoek af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Guinau, voorzieningenrechter, en op 15 december 2008 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. M. Hekelaar, griffier.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.