Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BG5415

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
18-08-2008
Datum publicatie
23-12-2008
Zaaknummer
148999/08-2884
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

voortzetting inbewaringstelling / Verblijf op afdeling in ziekenhuis die niet een locatie is waarop de BOPZ ziet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Familie- en Jeugdrecht

voortzetting inbewaringstelling

zaak-/rekestnr.: 148999/08-2884

beschikking van de enkelvoudige kamer d.d. 18 augustus 2008,

betreffende:

[naam],

geboren op [datum] 1932,

wonende te [plaats],

hierna ook: betrokkene,

verblijvende in [naam ] te [plaats].

1 Verloop van de procedure

Voor het verloop van de procedure verwijst de rechtbank naar de volgende stukken:

- het op 18 augustus 2008 ter griffie van de rechtbank ontvangen verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene, met bijlagen;

- de verwijzingsbeschikking van de rechtbank Alkmaar van 18 augustus 2008;

en het verhandelde ter terechtzitting op 18 augustus 2008.

Betrokkene is ter zitting bijgestaan door mr. M.R. Ploeger. Tevens zijn gehoord haar echtgenoot, dochter, kleindochter, een verpleegkundige van het ziekenhuis waar zij tijdens de zitting verbleef en telefonisch de verpleeghuisarts mevrouw [naam].

2 Beoordeling

Uit de inhoud van de overgelegde stukken, de gehouden verhoren en de verkregen inlichtingen, is het volgende gebleken:

Betrokkene is op 14 augustus 2008 met een last tot inbewaringstelling van de burgemeester te Castricum opgenomen in het psychiatrisch ziekenhuis [naam] te plaats, hierna: [naam psychiatrisch ziekenhuis]. Zij is op 16 augustus overgeplaatst naar [naam ziekenhuis] te [plaats]. Deze afdeling is niet een locatie waarop de BOPZ ziet. Een verpleegkundige van het ziekenhuis te [plaats] en de aanwezige familieleden hebben ter zitting aangegeven dat betrokkene in het algemene ziekenhuis is opgenomen in verband met een valpartij, waarvoor zij een kortdurende medische behandeling nodig heeft die [naam psychiatrisch ziekenhuis] haar niet kan bieden. De familie gaat er vanuit dat betrokkene vandaag nog zal terugkeren naar [naam psychiatrisch ziekenhuis]. De verpleeghuisarts mevr. [naam] van [naam psychiatrisch ziekenhuis] is tijdens de zitting telefonisch gehoord en heeft aangegeven dat het de bedoeling is dat betrokkene zo spoedig mogelijk weer opgenomen wordt in [naam psychiatrisch ziekenhuis]. Zij heeft toegelicht dat betrokkene psychiatrische behandeling in [naam psychiatrisch ziekenhuis] nodig heeft en dat betrokkene niet vrijwillig in [naam psychiatrisch ziekenhuis] wil blijven.

De raadsman van betrokkene heeft ter zitting aangegeven dat zij dringend psychiatrische hulp nodig heeft en dat afwijzing van het verzoek onverstandig zou zijn.

Betrokkene veroorzaakt gevaar, waarbij het ernstige vermoeden bestaat dat een stoornis van de geestvermogens betrokkene dit gevaar doet veroorzaken.

Het gevaar kan niet worden afgewend door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis, terwijl het gevaar zo onmiddellijk dreigend is dat de procedure ter verkrijging van een voorlopige machtiging als bedoeld in artikel 2 en volgende van de Wet BOPZ niet kan worden afgewacht.

Betrokkene geeft geen, althans onvoldoende blijk van de nodige bereidheid tot verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis.

Nu betrokkene ieder moment, en in ieder geval op zeer korte termijn weer kan en zal worden teruggeplaatst naar [naam psychiatrische ziekenhuis] zal het verzoek, gelet op het bovenoverwogene, voorwaardelijk worden toegewezen.

3 Beslissing

De rechtbank:

Verleent machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene onder de voorwaarde dat betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft, met ingang van dat verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis en maximaal voor de duur van drie weken vanaf heden.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.J. van Keken en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 18 augustus 2008, in tegenwoordigheid van M.J. Olie als griffier.