Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BG2006

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
01-10-2008
Datum publicatie
29-10-2008
Zaaknummer
15/700068-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mensenhandel. Raadsman heeft getuige niet kunnen ondervragen. Vrijspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/700068-08

Uitspraakdatum: 1 oktober 2008

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 17 september 2008 in de zaak tegen:

[ver[-],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

zonder bekende woon of verblijfplaats hier te lande.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd wat in de dagvaarding is omschreven. Een kopie van die dagvaarding is als bijlage aan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit. Op vordering van de officier van justitie is de tenlastelegging ter terechtzitting gewijzigd. Een kopie van die vordering is als bijlage bij dit vonnis gevoegd en maakt daarvan deel uit.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot:

-bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten;

-de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

4. Vrijspraak

De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen onder feit 1 en feit 2 ten laste is gelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

In het dossier van de onderhavige strafzaak bevinden zich de getuigenverklaringen van [get[getuige] welke zij bij de politie alsmede ten overstaan van de rechter-commissaris heeft afgelegd. [getuige] heeft verklaard, zakelijk weergegeven, dat verdachte haar en een aantal andere vrouwen vanuit Roemenië naar Nederland heeft vervoerd, waarbij verdachte zou hebben verteld dat de vrouwen in Nederland in de prostitutie zouden gaan werken. Daarnaast heeft [getuige] verklaard dat verdachte, samen met anderen, meisjes voor zich had werken. Deze verklaringen zijn voor verdachte zeer belastend. Ondanks een verzoek daartoe is de verdediging niet in de gelegenheid geweest getuige [getuige] te ondervragen, nu van haar geen woon- of verblijfplaats bekend was en is.

Uit de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens vloeit voort, dat het gegeven dat de verdediging ondanks verzoeken daartoe een getuige niet heeft kunnen ondervragen, consequenties heeft voor de bewijskracht van de verklaring van een dergelijke getuige: een bewezenverklaring kan niet uitsluitend of in beslissende mate worden gegrond op zo'n getuigenverklaring.

De rechtbank stelt vast dat de raadsman getuige [getuige] niet heeft kunnen ondervragen en dat, zoals ook door de raadsman is gesteld, de verklaringen en gedragingen van [getuige] bij de politie en bij de rechter-commissaris niet (geheel) met elkaar in overeenstemming zijn en vragen oproepen.

De rechtbank acht onvoldoende bewijs aanwezig om te komen tot een bewezenverklaring. Immers, uit de overige verklaringen die zich in het dossier bevinden, blijkt slechts dat verdachte met een aantal Roemeense vrouwen en mannen naar Nederland is gereisd. Niet is komen vast te staan dat verdachte aanwezig is geweest bij de ontmoeting in Zandvoort op 14 juli 2007, tussen getuige [getuige 2 ] en verschillende Roemeense mannen en vrouwen, waarbij aan getuige [getuige 2 ] de Roemeense vrouwen aangeboden werden om te gaan werken bij zijn escortbureau. Ook is niet komen vast te staan dat verdachte aanwezig is geweest bij een vervolgontmoeting op 19 juli 2007 met een politieagent die zich voordeed als collega van [getuige 2 ] en met wie ook gesproken is over prostitutiewerk voor de Roemeense vrouwen. Nu een bewezenverklaring niet in overwegende mate gegrond kan worden op de verklaring van [getuige] en onvoldoende overig bewijs aanwezig is, dient verdachte te worden vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten.

5. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 en 2 is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

6. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Van Dam, voorzitter,

mr. Van den Bos en mr. drs. Schuyt, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. Zeeman,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 oktober 2008.

mr. drs. Schuyt is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Parketnummer: 15/700068-08

Inzake: [-] blad 3

vonnis