Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BF7608

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
06-10-2008
Datum publicatie
21-10-2008
Zaaknummer
06/4047
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Inkomstenbelasting. Verweerder heeft terecht de bijtelling wegens privégebruik toegepast, ook al heeft hij ter zitting het standpunt laten varen dat een kto in de auto was ingebouwd. Door te nullen en voorts iedere andere vastlegging van de primaire gegevens achterwege te laten, heeft eiser niet voldaan aan de verplichting om de gegevens te bewaren. Er is geen sprake van een sluitende en betrouwbare kilometeradministratie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2009/5.2.1
FutD 2008-2226
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer

Procedurenummers: AWB 06/4047 en 06/4048

Uitspraakdatum: 6 oktober 2008

Uitspraak in het geding tussen

X te Z, eiser,

en

de inspecteur van de Belastingdienst P, verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 1999 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/ premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) opgelegd, berekend naar een vastgesteld inkomen van hfl. 20.903 (€ 9.485) alsmede bij beschikking een boete van 50% van het nagevorderde bedrag.

Voorts heeft verweerder voor het jaar 1999 een navorderingsaanslag premie arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (hierna: WAZ) opgelegd berekend naar een premie-inkomen van hfl. 36.849

Verweerder heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar de navorderingsaanslagen gehandhaafd en de boetes verminderd tot de helft van de oorspronkelijk opgelegde boetes.

Eiser heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 september 2008.

Eiser is daar in persoon verschenen. Namens verweerder zijn verschenen mr. A, B en C.

Deze zaak is gelijktijdig behandeld met de door eiser ingestelde beroepen die bij de rechtbank zijn geregistreerd onder de nummers AWB 06/4046 en 06/4052.

2. Tussen partijen vaststaande feiten

2.1. Eiser is taxichauffeur te Amsterdam. Hij oefent zijn onderneming uit in de vorm van een vennootschap onder firma, genaamd V.O.F. Firma X en Y (hierna: de vof). De vof exploiteert een taxionderneming “Taxi 123”. In het onderhavige jaar bestaat de vof uit eiser en zijn echtgenote Y.

2.2. Volgens de kentekenregistratie is eiser sinds 11 oktober 1996 houder van een personenauto met kenteken AA-BB-00 (hierna: de auto).

2.3. Bij eiser is in 2004 een boekenonderzoek ingesteld. In het naar aanleiding van dit onderzoek uitgebrachte rapport, met datum 25 mei 2004, (toegevoegd als bijlage 4a bij het verweerschrift) is, voor zover hier van belang, vermeld:

“4 Overige administratie

4.1 Taxameter

4.1.1. Vastlegging van ritten in de taxameter

De taxameter is een geijkte, op grond van de wet personenvervoer voorgeschreven meter waarmee wordt bijgehouden wat de ritopbrengsten van de taxi zijn. De taxameter is een gegevensdrager in de zin van art. 47 AWR.

De gegevens van de taxameter zijn de basis van de administratie en dienen te worden bewaard en desgevraagd aan de inspecteur verstrekt te worden.

(…)

Omdat de gegevens van de taxameter niet worden bewaard (en/of aan de inspecteur verstrekt) kunnen deze niet vergeleken worden met de gegevens van de rittenkaarten.

Door het indrukken van een knop op de taxameter wordt het display geschoond en is de dagomzet niet meer oproepbaar. Het “nullen” van de taxameter is gelijk aan het vernietigen van een primaire administratie, hetgeen in strijd is met art. 52, lid 1, 4, 5 en lid 6 AWR (bewaarplicht en controleerbaarheid van de administratie). In de taxameter worden de gegevens weggeschreven en vastgelegd op een elektronische gegevensdrager. Deze gegevens kunnen kort- en langdurig worden bewaard. Indien er voor wordt gekozen de taxameter zo te programmeren dat de gegevens niet in het geheugen bewaard blijven, moeten de verreden ritten per dienst uitgeprint worden. Hiervoor dient dan wel een printer te worden aangeschaft.

(…)

4.2 Rittenkaarten

4.2.1 Algemeen

De rittenkaart(staat) is een primaire vastlegging (de eerste vastlegging na de taxameter) en dient na iedere gereden rit, op grond van artikel 19, lid 2 lid B Taxiverordening en Besluit chauffeursvergunningvoorschriften artikel 2 lid 4, dan wel per 1 januari 2000 artikel 127 lid 1 letter D van het Besluit personenvervoer 2000, volledig ingevuld te worden.

(…)

4.2.2 Opsomming van gebreken bij het invullen van de rittenkaarten

Tijdens het ingestelde onderzoek is geconstateerd dat de rittenkaarten niet juist worden ingevuld.

(…)

Conclusie ten aanzien van de overige administratie

Op grond van de volgende punten voldoet ook de overige administratie niet aan de eisen zoals vermeld in artikel 52 van de Awr:

- Ten aanzien van de taxameter is er niet voldaan aan de bewaarplicht van artikel 52 Awr.

- De rittenkaarten zijn niet volledig ingevuld.

- Niet is vast te stellen of alle ROR juist zijn verantwoord.

Door deze gebreken is de controle op de juistheid en volledigheid van de overige administratie onmogelijk geworden.”

2.4. Op basis van de bevindingen tijdens het boekenonderzoek heeft verweerder de onderhavige navorderingsaanslagen opgelegd, waarbij de winstcorrectie wegens privégebruik van de auto hfl. 13.965 bedraagt. De berekening van genoemd bedrag is op zichzelf niet in geschil.

3. Geschil

3.1. In geschil is het antwoord op de vraag of is gebleken dat de auto voor minder dan 1000 kilometer voor privédoeleinden is gebruikt, van welk antwoord afhangt of verweerder de bijtelling wegens privé-gebruik van de auto terecht heeft toegepast. Voorts is in geschil of de boetes terecht zijn opgelegd.

3.2. Voor de standpunten van partijen verwijst de rechtbank naar de stukken van het geding

en hetgeen overigens door partijen ter zitting naar voren is gebracht.

3.3. Eiser concludeert tot vernietiging van de bestreden uitspraak, de navorderings¬aanslagen en de boetebeschikkingen.

Verweerder heeft ter zitting - het voorlopig oordeel van de rechtbank gehoord hebbende - zijn stelling dat in de auto een kilometertelleronderbreker is ingebouwd, laten vallen.

Verweerder neemt ter zitting nader het standpunt in dat (vanwege het tijdsverloop sedert de aankondiging van de boete) de boetes verder verminderd dienen te worden tot 20% van de nagevorderde bedragen, en concludeert voor het overige tot bevestiging van zijn uitspraak.

4. Beoordeling van het geschil

4.1. Artikel 42 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna de Wet IB 1964), luidt voor zover hier van belang, als volgt:

“2. Bij het bepalen van winst uit onderneming worden de aan het houden van een personenauto verbonden kosten geacht tot het bedrag van ten minste twintig percent van de catalogusprijs - met inbegrip van omzetbelasting en vermeerderd met de belasting van personenauto’s en motorrijwielen - van de auto niet te zijn gemaakt ten behoeve van de onderneming.

(...)

5. Het tweede tot en met het vierde lid zijn niet van toepassing indien blijkt dat de auto op jaarbasis voor minder dan 1000 kilometer voor privédoeleinden wordt gebruikt.”

4.2. Gesteld noch gebleken is dat eiser een aparte kilometeradministratie heeft bijgehouden, anders dan de maandelijkse registratie in de vorm van het door eiser vermelden van de kilometerstand op het einde van de maand op de door eiser opgestelde maandlijsten. Eiser heeft ter zitting verklaard dat het goed mogelijk is dat niet alle ritten op de kaart staan en heeft daarvoor als redenen genoemd dat een passagier geen geld bij zich had, dat hij iemand gratis liet rijden omdat hij al veel aan die persoon had verdiend, dat hij geen geld vroeg omdat hij wist dat die persoon het eigenlijk niet kon betalen, of dat een passagier al was overleden voordat was betaald.

4.3. Ten aanzien van de stelling van verweerder, dat eiser door het dagelijks nullen van de taxameter en aldus met het niet bewaren van een deel van zijn administratie (in het bijzonder de gegevens zoals vastgelegd door de taxameter) niet heeft voldaan aan de verplichtingen van artikel 52 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR), overweegt de rechtbank als volgt.

In artikel 52 van de AWR is ten aanzien van het bijhouden en bewaren van een administratie bepaald:

“1. Administratieplichtigen zijn gehouden van hun vermogenstoestand en van alles betreffende hun bedrijf, zelfstandig beroep of werkzaamheid naar de eisen van dat bedrijf, dat zelfstandig beroep of die werkzaamheid op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde hun rechten en verplichtingen alsmede de voor de heffing van belasting overigens van belang zijnde gegevens hieruit blijken.

2. Administratieplichtigen zijn:

a. lichamen;

b. natuurlijke personen die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefenen;

(...)

3. Tot de administratie behoort hetgeen ingevolge andere belastingwetten wordt bijgehouden, aangetekend of opgemaakt.

4. Administratieplichtigen zijn verplicht de in de voorgaande leden bedoelde gegevensdragers gedurende zeven jaar te bewaren.

5. De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde balans en staat van baten en lasten, kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave der gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.

6. De administratie dient zodanig te zijn ingericht en te worden gevoerd en de gegevensdragers dienen zodanig te worden bewaard, dat controle daarvan door de inspecteur binnen een redelijke termijn mogelijk is. Daartoe verleent de administratieplichtige de benodigde medewerking met inbegrip van het verschaffen van het benodigde inzicht in de opzet en de werking van de administratie.”

4.5. De in de auto ingebouwde taxameter registreert de gedurende een taxirit verreden kilometers en de aan de klant in rekening te brengen prijs. Deze registratie is van buitenaf op de taxameter zichtbaar, hetgeen de klant de gelegenheid geeft de in rekening gebrachte prijs te controleren. De registratie door de taxameter wordt door eiser gebruikt voor het per dienst noteren op de rittenkaart van de gemaakte ritten en de daarbij gerealiseerde omzet.

De mogelijkheid bestaat om op ieder gewenst moment, per rit dan wel dagelijks na afloop van een dienst, de door de taxameter geregistreerde gegevens (met behulp van een aan te sluiten printer) af te drukken op een papieren uitdraai. Eiser is op de hoogte van deze mogelijkheid maar heeft geen gebruik gemaakt van een dergelijke printer.

Op de rittenkaart vult eiser naast het voor iedere rit in rekening gebrachte bedrag de daarbij behorende adresgegevens. Deze door eiser ingevulde rittenkaarten vormen vervolgens (na totalisering van de daggegevens) de basis van de door eiser, in zijn resultaten¬rekening en bij de belastingaangifte, verantwoorde omzet.

Op de rittenkaart worden, zo heeft eiser ter zitting verklaard, geen kilometerstanden vermeld. Alleen op de maandelijks opgemaakte maandlijst wordt (eenmalig) de stand vermeld van de kilometerteller op het einde van de maand.

De taxameter voorziet in de mogelijkheid, door het eenvoudigweg indrukken van een knop op de meter, de tot dan toe zichtbaar geregistreerde gegevens te wissen. Dit wordt ook wel aangeduid als het ‘nullen’ van de taxameter, de stand van de meter staat dan weer op ‘nul’. Door het nullen worden de (van buitenaf zichtbaar) geregistreerde gegevens verwijderd.

Eiser heeft verklaard dat hij na het einde van iedere rit (en het invullen van de gegevens op de rittenkaart) de taxameter nulde opdat hij de volgende dienst met een nulstand zou beginnen, hetgeen voorkomt dat moet worden gerekend (het aftrekken van de beginstand van de eindstand) bij het invullen van de rittenkaart.

4.6. Naast het standaard en van buitenaf (ten behoeve van de klant) zichtbaar registreren van de verreden kilometers en de in rekening gebrachte rittenprijs, bestaat voorts de mogelijkheid, zo heeft verweerder gemotiveerd gesteld (onder verwijzing naar een ter zitting overgelegde kopie van een uitdraai van een printer van een taxameter waarop vermeld staan de cumulatieve gegevens, en de ter zitting overgelegde kopie van de gebruiksaanwijzing van de door eiser gebruikte taxameter TX 38) daarin door eiser niet of onvoldoende weersproken, om de door de taxameter geregistreerde gegevens op te laten slaan in een achterliggend intern geheugen.

De mogelijkheid bestaat dan om de in het intern geheugen opgeslagen gegevens (die ook na het dagelijks nullen bewaard zijn gebleven) af te lezen en desgewenst (met behulp van een aan te sluiten printer) af te drukken op een papieren uitdraai.

4.7. Eiser heeft ter zitting verklaard, in reactie op daartoe gestelde vragen, dat hij wist dat op de taxameter een printer kon worden aangesloten, maar dat hij begrepen heeft dat een dergelijke printer alleen een afrekenbon voor de klant kan afdrukken.

4.8. De rechtbank volgt verweerder in zijn gemotiveerde stelling, daarin door eiser niet of althans onvoldoende bestreden, dat een aangesloten printer niet alleen een afrekenbon per rit kan afdrukken maar ook een totaalstand van het aantal verreden ritten, het totaal aan verreden kilometers onderverdeeld in bezette kilometers en vrije kilometers, en de gerealiseerde omzet, per (zelf vast te stellen) periode.

4.9. Het registreren van de gegevens op het intern geheugen moet door de gebruiker apart worden ingesteld op de taxameter. Van deze mogelijkheid is door eiser geen gebruik gemaakt, naar zijn zeggen door onbekendheid met de mogelijkheid, waarvan hij bovendien betwijfelt of die bestaat.

Indien aldus de gegevens van de taxameter in het intern geheugen worden bewaard, voorziet de taxameter nog in de mogelijkheid om deze intern vastgelegde gegevens te wissen. Voor dit wissen is een apart uit te voeren handeling nodig die in het navolgende door de rechtbank zal worden aangeduid als ‘dubbelnullen’, waarbij niet alleen de van buitenaf zichtbare registratie wordt gewist maar tevens de intern vastgelegde gegevens worden gewist.

4.10. Het nullen van de taxameter is te vergelijken met het indrukken van een ‘dagteller’ zoals die wel is aangebracht bij een kilometerteller in een personenauto (een aparte kilome¬terteller die meeloopt met de standaard kilometerteller en door het indrukken van een knop kan worden teruggezet tot nul opdat op eenvoudige wijze de verreden kilometers per dag of per rit kunnen worden afgelezen).

Het dubbelnullen is dan te vergelijken met geheel tot nul terugbrengen van de standaard kilometerteller, een handeling waartoe de normale gebruiker van een personenauto niet in staat is.

Eiser heeft na afloop van iedere dienst de taxameter genuld.

4.11. Voor een taxionderneming vervult de taxameter dezelfde rol als een kassa in een winkel. Op de taxameter wordt de aan de klant in de rekening te brengen prijs weergegeven die vervolgens door de chauffeur wordt vastgelegd op een rittenkaart.

De ritprijs wordt op mechanische wijze, zonder enig ingrijpen door de chauffeur, op de (verzegelde) taxameter vastgelegd en kan tevens door de cliënt worden afgelezen (die aldus de hem in rekening gebrachte prijs kan controleren) zodat er sprake is van een registratie met een hoog betrouwbaarheidsgehalte.

De taxameter kan desgewenst aangesloten worden op een printer waarmee de klant (desgewenst) een bonnetje of uitdraai kan worden verstrekt, gelijk ook gebruikelijk is bij de kassa in een winkel.

Alsdan is de taxameter, naar het oordeel van de rechtbank, aan te merken als een tot de administratie van eiser behorende gegevensdrager in de zin van artikel 52 van de AWR. Eiser is op grond van artikel 52, lid 4 en lid 6 van de AWR gehouden deze gegevensdrager (inclusief de daarop vastgelegde gegevens) gedurende zeven jaar en zodanig te bewaren dat controle door de belastingdienst binnen een redelijke termijn mogelijk is.

4.12. Eiser heeft er niet voor gekozen om een printer aan te schaffen, waarmee na iedere rit of dagelijks of (na het door eiser dagelijks nullen, maar dan met behulp van het interne geheugen) periodiek een uitdraai per maand of per jaar had kunnen worden gemaakt waarna de uitdraai toegevoegd had kunnen worden aan de administratie.

Eiser heeft evenmin de door de taxameter geregistreerde gegevens overgebracht op een andere gegevensdrager zoals bedoeld in artikel 52, lid 5 van de AWR.

4.13. Door het dagelijks nullen door eiser van de taxameter is de primaire registratie van verreden kilometers en de in rekening gebrachte omzet zoals vast¬gelegd door de taxameter, op geen enkele wijze bewaard gebleven.

4.14. Door te nullen en voorts iedere andere vastlegging van de primaire gegevens achterwege te laten door geen uitdraai te maken met behulp van een printer, heeft eiser niet voldaan op de op hem rustende verplichting om de automatisch door de taxameter gegenereerde gegevens te bewaren.

Zulks klemt te meer nu de taxameter, gelet op het gebruik bij het afrekenen met de klant en het belang van de verreden kilometers en in rekening gebrachte ritprijs, en bij gebreke van iedere andere vastlegging van deze primaire gegevens, in een taxi een centrale en cruciale plaats inneemt.

De rechtbank benadrukt in dit verband dat het bij de registratie door de taxameter gaat om het vastleggen van de primaire gegevens, in tegenstelling tot de door eiser ingevulde ritten¬kaart. Op de rittenkaart worden slechts de eerder door de taxameter geregistreerde primaire gegevens met een aparte door eiser uit te voeren handeling op een andere gegevens¬drager genoteerd. Door het nullen van de taxameter is iedere mogelijkheid om de primaire registratie van de taxameter aan te sluiten bij de door eiser ingevulde rittenkaarten (een secundaire registratie) en eventueel de kilometeradministratie, geheel komen te vervallen.

De rechtbank verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Hoge Raad van 21 maart 2008, nr 43.966.

4.15. Nu niet is voldaan aan de verplichtingen zoals geformuleerd in artikel 52 van de AWR zal de rechtbank overeenkomstig artikel 27e van de AWR het beroep ongegrond verklaren, tenzij is gebleken dat en in hoeverre de bestreden uitspraak onjuist is.

De rechtbank acht in dit verband van belang dat het in dezen niet gaat om het niet voldoen aan de inlichtingenverplichting van artikel 47 van de AWR en de op eiser rustende bewijslast ten aanzien van feitelijke omstandigheden (Hoge Raad van 3 februari 2006, BNB 2006/205) maar om de administratiever¬plichting van artikel 52 van de AWR en de mogelijkheid van verweerder om deze administratie te controleren en desgewenst aan deze administratie informatie te ontlenen.

4.16. De omstandigheden dat de taxameter de verreden kilometers (mede) registreert ten behoeve van de bescherming van de consument (die aldus de gevraagde ritprijs zelf kan controleren) en overigens voldaan is aan de eisen ingevolge de Taxiverordening en het Besluit chauffeursvergunningen, doen aan dit oordeel niet af. Dat in deze verordening en dit besluit een minder vergaande bewaarplicht is opgenomen, staat aan de plicht voor eiser tot het nakomen van het gestelde in artikel 52 van de AWR, niet in de weg.

4.17. Gelet op het bovenstaande rust op eiser de (zware) bewijslast om te doen blijken dat de bestreden uitspraak onjuist is.

4.18. Eiser heeft, bij gebreke van een sluitende en betrouwbare kilometeradministratie, naar het oordeel van de rechtbank voor het onderhavige jaar niet voldaan aan de op hem rustende zware bewijslast om te doen blijken dat de bestreden uitspraak onjuist is.

De door eiser bijgehouden rittenkaarten kunnen niet als zodanig worden aangemerkt omdat op deze kaarten, zoals eiser ter zitting heeft verklaard, geen kilometerstanden werden genoteerd en bovendien niet altijd alle ritten werden vermeld.

De maandstaten kunnen evenmin als zodanig dienen, nu daarop weliswaar een kilometerstand werd genoteerd maar slechts de stand op het einde van de maand werd genoteerd, hetgeen niet kan worden aangemerkt als een betrouwbare en controleerbare kilometeradministratie.

De rechtbank merkt volledigheidshalve op dat ook bij een lichte vorm van bewijslasttoede¬ling, eiser niet zou hebben voldaan aan de op hem rustende bewijslast nu (zoals hierboven omschreven) in het geheel geen kilometeradministratie is overgelegd.

Boete

4.19. De onderhavige navorderingsaanslagen blijven in stand nu eiser niet heeft voldaan aan de op hem rustende bewijslast om te doen blijken dat de bestreden uitspraak onjuist is. In zoverre zijn de beroepen ongegrond.

Echter, ten aanzien van de boetes kan de rechtbank verweerder in zijn primaire stelling (dat sprake is van opzet) noch in zijn subsidiaire stelling (dat sprake is van grove schuld) volgen.

Weliswaar heeft eiser niet voldaan aan de op hem rustende bewijslast ten aanzien van het door hem gestelde beperkte privé gebruik van de auto (eenvoudigweg omdat hij onvoldoende aantekening heeft gehouden van de door hem gereden privé kilometers) maar dit is onvoldoende om te concluderen tot opzet, inhoudende dat eiser willens en wetens onjuiste aangifte heeft gedaan dan wel de aanmerkelijke kans daartoe heeft aanvaard.

Evenmin is sprake van grove schuld. Weliswaar is sprake van een gebrekkige registratie van de door hem gereden privé kilometers (een registratie waartoe eiser overigens niet gehouden was, maar door hem slechts werd bijgehouden om de correctie autokostenforfait te voorkomen) maar dit is onvoldoende om te concluderen dat eiser dermate lichtvaardig heeft gehandeld dat het aan zijn grove schuld is te wijten is dat te weinig belasting is betaald.

Verweerder heeft niet voldaan aan de op zijn rustende bewijslast, de boetes dienen te vervallen.

De uitkomst van een uitgevoerde chikwadraattoets is op zich onvoldoende om in dit verband te concluderen tot opzet en daarmee tot het opleggen van een boete.

Conclusie

4.20. De beroepen van eiser zijn in zoverre gegrond dat de boetes komen te vervallen.

5. Proceskosten

De rechtbank vindt aan¬lei¬ding verweerder te veroordelen in de kos¬ten die eiser in verband met de behande¬ling van de beroepen redelij¬kerwijs heeft moeten maken. Hiervoor komen op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht in aanmerking de reiskosten per openbaar vervoer tweede klasse die eiser heeft moeten maken om de zitting te kunnen bijwonen. De rechtbank stelt deze kosten op € 7.

In de onderhavige zaak is niet separaat griffierecht geheven.

6. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen gegrond voor zover betrekking hebbend op de boetes;

- vernietigt in zoverre de uitspraak op bezwaar;

- handhaaft de navorderingsaanslagen;

- vernietigt de boetebeschikkingen;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 7 en wijst de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën) aan dit bedrag aan eiser te voldoen.

Deze uitspraak is gedaan op 6 oktober 2008 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door dr. mr. A.M. van Amsterdam, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Anema, griffier.

Afschrift verzonden aan partijen op:

De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.