Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BF1829

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
16-07-2008
Datum publicatie
22-09-2008
Zaaknummer
140650/2007-3824
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek kind, bijzonder curator, wijziging hoofdverblijfplaats

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Familie- en Jeugdrecht

Wijziging hoofdverblijfplaats

zaak-/rekestnr.: 140650/2007-3824

beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 16 juli 2008

in de zaak van:

[naam kind],

wonende te [naam woonplaats],

verder te noemen [naam kind],

in deze procedure vertegenwoordigd door mr. M.M. Schoots,

advocaat te Naarden, als bijzondere curator,

kind van:

[naam moeder],

wonende te [naam woonplaats],

verder te noemen: de moeder,

procureur mr. M.J.F.A. Mutsaers,

-- en --

[naam vader] ,

wonende te [naam woonplaats],

verder te noemen: de vader,

procureur mr. M. Middeldorp,

advocaat mr. S. van Gestel te Hilversum.

1 Verloop van de procedure

1.1 Voor het verloop van de procedure verwijst de rechtbank naar de volgende stukken:

- de op 9 november 2007 ter griffie van deze rechtbank ingekomen brief van [naam kind], als bijlage bij de brief van mr. M.M. Schoots;

- de brief van 18 maart 2008 met bijlagen van de procureur van de vader;

- de brief van 20 maart 2008 met bijlagen van mr. M.M. Schoots;

- het verhandelde ter terechtzitting op 25 maart 2006 in aanwezigheid van mr. M.M. Schoots, de moeder bijgestaan door haar procureur, de vader bijgestaan door mr. S. van Gestel;

- de brief van 25 maart 2008 van mr. S. van Gestel;

- de dagbepalingsbeschikking van deze rechtbank van 31 maart 2008;

- de brief van 25 maart 2008 van mr. M.M. Schoots;

- de brief van 8 april 2008 van mr. S. van Gestel;

- de brief van 9 april 2008 van de procureur van de moeder;

- de dagbepalingsbeschikking van 5 juni 2008 en de daarin vermelde stukken;

- de brief van 5 juni 2008 van de procureur van de moeder;

- de brief van 16 juni 2008 met bijlagen van de procureur van de vader;

- de brief van 5 juni 2008 van de procureur van de moeder;

- de brief van 23 juni 2008 van de procureur van de moeder;

- de brief van 3 juli 2008 van mr. M.M. Schoots;

- de brief van 11 juli 2008 van mr. S. van Gestel.

2 De vaststaande feiten

Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting is het volgende gebleken:

2.1 Bij beschikking van deze rechtbank van 28 december 2006 is bepaald dat de hoofdverblijfplaats van [naam kind] bij de vader zal zijn en is tevens een omgangsregeling vastgesteld tussen de moeder en [naam kind].

Bij beschikking van het gerechtshof te Amsterdam 24 mei 2007 is bovenstaande beschikking bekrachtigd.

2.2 Op 29 oktober 2007 heeft [naam kind] een brief geschreven, die door mr. M.M. Schoots aan de rechtbank is toegezonden. [naam kind] geeft in deze brief aan dat hij wil dat zijn hoofdverblijfplaats wordt gewijzigd zodat hij bij zijn moeder kan wonen.

2.3 Op 8 januari 2008 is [naam kind] in raadkamer gehoord.

Naar aanleiding van dit verhoor heeft de rechtbank een zitting bepaald op 25 maart 2007 waarop de ouders en mr. M.M. Schoots hun standpunten over de wens van [naam kind] naar voren hebben gebracht.

Mr. Van Gestel heeft bij brief van 25 maart 2007 aan de rechtbank meegedeeld dat de ouders conform hetgeen zij ter zitting zijn overeengekomen dat zij mevrouw [naam] van Bureau [naam] zullen inschakelen en dat zij eerst samen een gesprek met mevrouw [naam] zullen aangaan en daarna op vrijwillige basis gaan werken aan hun communicatie.

2.4 Bij beschikking van 8 april 2008 heeft de rechtbank mr. M.M. Schoots benoemd als bijzondere curator voor [naam kind]. (zij wordt hierna aangeduid als bijzondere curator)

2.5 Bij brief van 28 mei 2008 heeft mevrouw [naam] de rechtbank een verslag van de gesprekken tussen [naam kind] en mevrouw [naam], mediator, aan de rechtbank toegestuurd.

Bij brief van 16 juni 2008 met bijlagen heeft mr. S. van Gestel namens de vader een schriftelijk reactie op het verslag van mevrouw [naam mediator] met aan de rechtbank verzonden. Bij dit verslag is een brief gevoegd van dr. [naam dr.] van 12 juni 2008, waarin zij op verzoek van de vader een reactie geeft op het verslag van mevrouw [naam mediator].

Mr. Mutsaers heeft bij brief van 23 juni 2008 namens de moeder een schriftelijke reactie gegeven op de brief van mr. S. van Gestel.

De bijzondere curator heeft op 24 juni 2008 een gesprek gehad met beide ouders. Zij heeft in haar brief van 3 juli 2008 met bijlagen nog een schriftelijke reactie gegeven op de standpunten van de ouders van de hierboven vermelde brieven van 16 juni 2008 van mr. S van Gestel en van 23 juni 2007 van mr. M.J.F.A. Mutsaers.

Mr. S. van Gestel heeft bij brief van 11 juli 2008 nog een schriftelijke reactie gegeven op de brief van 24 juni 2008 van de bijzondere curator.

3 Overwegingen

Ten aanzien van de hoofdverblijfplaats

3.1 De rechtbank heeft kennis genomen van alle door partijen naar voren gebrachte standpunten alsmede alle schriftelijke rapportages.

3.2 Zoals ter zitting van 25 maart 2007 met de ouders is besproken en in de dagbepalingsbeschikking van 31 maart 2008 staat vermeld, heeft de rechtbank de ouders in overweging gegeven het belang van [naam kind] centraal te stellen. Daarnaast is hen in overweging gegeven om deskundige en onpartijdige hulp van derden in te roepen om de ernst en omvang van het loyaliteitsconflict in kaart te brengen. Door de deskundige dient met name onderzocht te worden door welk mechanisme [naam kind] in objectieve en/of subjectieve zin gestuurd wordt in zijn wens om thans zijn hoofdverblijfplaats bij zijn moeder te hebben en in welke mate [naam kind], bewust dan wel onbewust, beïnvloed wordt door de door hem niet gewenste strijd tussen de ouders en op welke wijze dit doorwerkt in zijn aan de rechtbank geuite wens tot wijziging van zijn hoofdverblijfplaats.

De rechtbank heeft daarmee tot uitdrukking gebracht dat duidelijk is geworden dat [naam kind] lijdt onder de reeds enkele jaren durende strijd tussen zijn ouders en dat de ouders er alles aan moeten doen om – in het belang van hun zoon - deze strijd te beëindigen.

3.3 Uit het verslag van mevrouw [naam mediator] begrijpt de rechtbank dat zij [naam kind] tijdens de gesprekken heeft kunnen observeren en dat is gebleken dat er wel degelijk sprake is van een loyaliteitsconflict bij [naam kind]. Dit conflict is ontstaan toen de moeder onverwachts naar [naam woonplaats] is verhuisd.

[naam kind] vindt het moeilijk om zijn emoties onder woorden te brengen en beschrijft tijdens de gesprekken het gedrag van zijn ouders en vindt dat zij zo moeilijk doen. Hij weet heel zeker dat hij er spijt van heeft dat hij bij zijn vader is blijven wonen.

3.4 De bijzondere curator is van mening dat [naam kind] consistent is in zijn wens om bij zijn moeder te gaan wonen, hetgeen hij ook in het laatste gesprek bij mevrouw [naam mediator] in aanwezigheid van zijn ouders en de bijzondere curator heeft verteld. De bijzondere curator is van mening dat het in het belang van [naam kind] is dat de rechtbank zo spoedig mogelijk een beslissing neemt zodat voor hem duidelijk is bij wie hij zijn hoofdverblijfplaats zal hebben.

3.5 De rechtbank stelt vast dat [naam kind] het emotioneel moeilijk vindt om een alles overheersende reden te geven waarom hij bij zijn moeder wil wonen. In zoverre is er geen duidelijkheid verkregen over de beweegredenen van [naam kind]. De rechtbank leest echter dat [naam kind] lijdt onder de zeer gebrekkige communicatie tussen zijn ouders. Hij heeft daar last van en is daardoor niet in staat de gevoelens die bij hem leven met zijn ouders te bespreken.

3.6 De rechtbank betrekt naast de belangen van [naam kind] ook de belangen van beide ouders. In dit geschil ligt evenwel het zwaartepunt in de belangenafwegingen bij [naam kind].

[naam kind] is reeds jarenlang betrokken bij de strijd tussen zijn ouders. De ouders zijn gescheiden toen [naam kind] bijna drie jaar oud was. Toen [naam kind] 11 jaar was, is de moeder, voor [naam kind] plotsklaps, verhuisd naar [naam woonplaats]. De tot dan gedeelde zorg voor [naam kind] is door het eenzijdig handelen van de moeder beëindigd.

Ondanks de toezegging van beide ouders om in het belang van [naam kind] op vrijwillige basis te gaan werken aan hun communicatie (brief mr. S. van Gestel 25 maart 2007) is daar door beide ouders tot op dit moment geen gevolg aan gegeven.

De rechtbank neemt de belangen van de vader in die zin mee dat, indien wordt bepaald dat [naam kind] bij zijn moeder zal gaan wonen, er tussen [naam kind] en vader een passende omgangsregeling tot stand zal komen.

3.7 De rechtbank is van oordeel dat de verstoorde relatie tussen de ouders onderling hun oorsprong vinden in de onverwachte en voor [naam kind] ongewenste verhuizing van de moeder naar [naam woonplaats] in februari 2007. [naam kind] heeft duidelijk aangegeven dat hij wil dat er een einde komt aan de strijd tussen zijn ouders en dat hij wil dat beiden evenveel van hem blijven houden en dat hij bij beide ouders en hun gezinnen welkom is omdat hij van hen allemaal houdt. Gelet op de levensfase waarin [naam kind] zich nu bevindt is het belangrijk dat hem door beide ouders rust en stabiliteit wordt geboden.

Nu [naam kind] zich in de loop van de jaren heeft ontwikkeld en de relatie van zijn ouders niet met deze ontwikkeling is meegegroeid, legt de rechtbank het zwaartepunt bij het belang van [naam kind].

Dit klemt te meer nu uit de beschikbare stukken geen aanknopingspunten zijn gevonden dat [naam kind] zich in overwegende mate heeft laten beïnvloeden door de wens van moeder om [naam kind] zijn hoofdverblijfplaats bij haar te laten hebben. De rechtbank benadrukt dat niet valt uit te sluiten dat onder druk van het bij [naam kind] sluimerende loyaliteitsconflict zijn wens tot wijziging van zijn hoofdverblijfplaats mede is ingegeven. Dit laat onverlet dat het in het belang van [naam kind] wordt geacht, mede ingegeven door zijn consistente wens, dat hij in de gelegenheid wordt gesteld te ervaren hoe het wonen bij de moeder zal zijn. Gelet op de bij [naam kind] gesignaleerde emotionele strijd, acht de rechtbank het raadzaam het hoofdverblijf tijdelijk bij de moeder vast te stellen.

3.8 Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat het op dit moment het meest in het belang van [naam kind] is dat zijn hoofdverblijfplaats gedurende het komende schooljaar tijdelijk bij zijn moeder is. De beslissing omtrent de definitieve hoofdverblijfplaats zal worden aangehouden tot een nog nader te bepalen pro forma datum in juni 2009.

[naam kind] zal voor het einde van het schooljaar opnieuw in de gelegenheid worden gesteld om door de kinderrechter te worden gehoord op de vraag of hij de tijdelijke hoofdverblijfplaats bij de moeder wil continueren. Uiteraard zullen na dit gesprek ook de ouders –indien gewenst- in de gelegenheid worden gesteld hun zienswijze naar voren te brengen.

3.9 De rechtbank benadrukt dat de na te noemen beslissing beide ouders niet ontslaat van de inspanningsverplichting om gezamenlijk het nog immer bestaande loyaliteitsconflict en de gevolgen daarvan voor [naam kind] in ieder geval bespreekbaar te maken.

Ten aanzien van de omgangsregeling

3.9 Nu [naam kind] voor de duur van het komende schooljaar zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder heeft, dient er een passende tijdelijke omgangsregeling te worden vastgesteld tussen [naam kind] en zijn vader. De rechtbank is daarbij van oordeel dat het in het belang van [naam kind] is dat de ouders en de bijzondere curator overleg voeren om over de meest praktische en hoogst haalbare omgangsregeling met elkaar na te denken om aansluitend een voorstel aan de rechtbank doen.

Bij het overleg dient met name aandacht te zijn voor de verschillende vakantieperiodes nu beide ouders in een andere vakantieregio woonachtig zijn.

De rechtbank zal de beslissing ten aanzien van de tijdelijke omgangsregeling tussen de vader en [naam kind] aanhouden tot de zitting van 25 september 2008 pro forma.

6 Beslissing

De rechtbank:

Ten aanzien van de hoofdverblijfplaats:

6.1 Wijzigt de beschikking van deze rechtbank van 28 december 2006 in dier voege dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige [naam kind]:

- [naam kind], geboren op [datum] 1995 in de gemeente [plaats], met ingang van 18 augustus 2008 tijdelijk bij de moeder zal zijn.

6.2 Bepaalt de voortzetting van de behandeling ter terechtzitting 11 juni 2009 pro forma.

Bepaalt dat de griffier [naam kind] alsdan zal oproepen voor een kinderverhoor.

6.4 Verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Ten aanzien van de omgangsregeling

6.5 Houdt de beslissing ten aanzien van de tijdelijke omgangsregeling tussen de vader en [naam kind] aan tot de terechtzitting van 25 september 2008 PRO FORMA.

Verzoekt de bijzondere curator en de procureurs van de ouders de rechtbank schriftelijk een voorstel te doen omtrent de omgangsregeling tussen de vader en [naam kind], e.e.a. zoals overwogen in rechtsoverweging 3.9.

6.6 Bepaalt dat het schriftelijk bericht uiterlijk op 18 september 2008 door de rechtbank ontvangen dient te zijn.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Otter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 16 juli 2008, in tegenwoordigheid van M.P. Joukes als griffier.