Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BF1160

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
05-08-2008
Datum publicatie
17-09-2008
Zaaknummer
15/661138-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Hennepteelt, wederrechtelijke toe-eigening stroom,

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte op meer tijdstippen gelegen in de periode van 1 maart 2004 tot en met 10 januari 2008 te Nieuw-Vennep, een groot aantal hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, opzettelijk heeft geteeld. Voorts acht de rechtbank bewezen dat hij in de periode van 1 november 2006 tot en met 5 juni 2007 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid stroom, toebehorende aan N.V. Continuon Netbeheer, waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaar en veroordeelt verdachte tevens tot het verrichten van een taakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet naar behoren verrichten te vervangen door hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie [geboorteplaats]

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/661138-08

Uitspraakdatum: 5 augustus 2008

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 22 juli 2008 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te Haarlem,

wonende te [adres]s].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot en met 10 januari 2008 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres]) een of meer hoeveelhe(i)d(en) van (in totaal) ongeveer 726 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot en met 10 januari 2008 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres] heeft weggenomen een hoeveelheid stroom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan N.V. Continuon Netbeheer, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3.

hij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2003 tot en met 10 januari 2008 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 693 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

4.

hij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2003 tot en met 10 januari 2008 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een woning aan de [adres]) heeft weggenomen een hoeveelheid stroom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan N.V. Continuon Netbeheer, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Oordeel van de rechtbank

3.1. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

1.

hij op meer tijdstippen gelegen in de periode van 1 maart 2004 tot en met 10 januari 2008 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk heeft geteeld in een pand aan de [adres] een groot aantal hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2.

hij in de periode van 1 november 2006 tot en met 5 juni 2007 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid stroom, toebehorende aan N.V. Continuon Netbeheer, waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

3.

hij op meer tijdstippen gelegen in de periode van 1 januari 2004 tot en met 10 januari 2008 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk heeft geteeld in een pand aan [adres] een groot aantal hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

4.

hij in de periode van 1 juni 2007 tot en met 10 januari 2008 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning aan de [adres] heeft weggenomen een hoeveelheid stroom, toebehorende aan N.V. Continuon Netbeheer, waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3.2 Bewijsmiddelen

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten op grond van de navolgende bewijsmiddelen.

Nu verdachte de bewezen te verklaren feiten heeft bekend, zal de rechtbank volstaan met de opgave van de bewijsmiddelen, waaraan zij het bewijs dat verdachte de hem onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten heeft begaan, heeft ontleend, waarbij de bewijsmiddelen, ook in hun onderdelen, telkens slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

* De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 22 juli 2008 afgelegd;

* Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (dossierparagraaf 11);

* Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte met bijbehorende bijlage (dossierparagraaf 13 en 14);

* Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (dossierparagraaf 30);

* Een schriftelijk stuk, te weten een huurovereenkomst van de [adres] 29 te Nieuw-Vennep (dossierparagraaf 15);

* Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (dossierparagraaf 22);

* Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte met bijbehorende bijlage (dossierparagraaf 26 en 27).

4. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

- ten aanzien van feit 1: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, aanhef, onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

- ten aanzien van feit 2: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

- ten aanzien van feit 3: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, aanhef, onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

- ten aanzien van feit 4: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van de sancties en van de overige beslissingen

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van hetgeen onder feiten 1, 2, 3 en 4 is ten laste gelegd;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van zes (6) maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd voor de duur van twee (2) jaren;

- oplegging van een werkstraf voor de duur van tweehonderd (200) uren, subsidiair honderd (100) dagen hechtenis, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering heeft doorgebracht.

6.2 Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft in zijn woning gedurende een periode van vier jaren een hennepkwekerij van aanzienlijke omvang aanwezig gehad. Kort na de start van die hennepkwekerij is verdachte in een loods aan de [adres] te Nieuw Vennep een tweede hennepkwekerij begonnen die - naar bij de ontmanteling daarvan bleek - zich op drie verdiepingen bevond. Nadat de hennepkwekerij in het pand aan de [adres] in juni 2007 was opgerold, heeft verdachte niet alleen zijn kwekerij in zijn woning behouden, maar ook nog een nieuwe hennepkwekerij in twee tenten in de loods aan de [adres] opgezet.

Daarnaast heeft verdachte in beide gevallen, door een illegale elektriciteitsaansluiting te laten maken, gedurende geruime tijd elektriciteit gestolen van N.V. Continuon Netbeheer. Dit is een ergerlijk feit, waardoor de elektriciteitsmaatschappij benadeeld is. Voorts is door deze illegale elektriciteitsaansluiting sprake van een handelswijze waarbij niet voldaan is aan de veiligheidsvoorschriften, met als gevolg dat gevaar voor goederen en gevaar voor de gezondheid en veiligheid van anderen kan ontstaan.

Hennep bevat de voor de gezondheid van personen schadelijke stof THC. Met het kweken van hennep, zeker wanneer dat gebeurt op een schaal als waarvan hier sprake is en wanneer daarbij - zoals in het onderhavige geval - illegaal stroom wordt afgenomen, worden grote illegale winsten behaald. Daarmee heeft het kweken van hennep een sterk corrumperende werking. Daarnaast gaat het kweken van hennep veelal gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder het plegen van geweld door anderen om de gekweekte hennep te stelen. Verdachte heeft met voorbijzien aan de gezondheidsrisico's voor gebruikers uit louter winstbejag zich gedurende lange tijd op grote schaal schuldig gemaakt aan het kweken van hennep.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij met het kweken van hennep is doorgegaan, niet alleen nadat hij was gehoord in verband met mogelijke betrokkenheid bij een hennepkwekerij van een ander, maar zelfs nadat zijn hennepkwekerij in de loods aan de [adres] in Nieuw Vennep was opgerold. Bovendien heeft verdachte het bestaan om daarna in de loods aan de [adres] opnieuw een hennepkwekerij op te zetten. De financiële problemen van verdachte mogen daarvoor wellicht een verklaring vormen, een rechtvaardiging kan daarin uiteraard niet worden gevonden.

Gelet op de lange duur dat verdachte zich aan het kweken van hennep heeft schuldig gemaakt, de omvang daarvan en met name ook de hardnekkigheid, waarmee verdachte ondanks het ingrijpen van de overheid daarmee is doorgegaan, zou het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanmerkelijke duur voor de hand liggen. Op grond van de persoonlijke omstandigheden van verdachte, in het bijzonder (het behoud van) zijn baan, zijn huis en het contact met zijn kinderen, zal de rechtbank hiervan echter afzien.

De rechtbank is van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf in voorwaardelijke vorm van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaar opdat verdachte er tijdens die proeftijd van wordt weerhouden strafbare feiten en met name ook soortgelijke, te begaan. Voorts is de rechtbank van oordeel dat verdachte een taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te noemen aantal uren moet worden opgelegd.

De door de rechtbank op te leggen straf is hoger dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat deze gevorderde straf onvoldoende recht doet aan de ernst van het feit, zoals hierboven door de rechtbank geschetst.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht;

3, 11 van de Opiumwet.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.2 vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte in de tenlastelegging onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van acht (8) maanden, met bevel dat deze straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte zich voor het einde van de op twee jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt verdachte tot het verrichten van tweehonderdveertig (240) uren taakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet naar behoren verrichten te vervangen door honderdtwintig (120) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht, met dien verstande dat voor elke dag die verdachte in verzekering heeft doorgebracht twee uren taakstraf, subsidiair één dag vervangende hechtenis, in mindering wordt gebracht.

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Toeter, voorzitter,

mrs. Van de Ven en Schoep, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. Blijleven,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 augustus 2008.

Parketnummer: 15/661138-08

Inzake: [verdachte] blad 7

vonnis