Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BF1031

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
04-09-2008
Datum publicatie
30-09-2008
Zaaknummer
08/220
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Loonbelasting. De werkgever heeft de afkoopkoers van de gecertificeerde aandelen aan haar werknemers vastgesteld conform de afspraak over de waardering daarvan met de Belastingdienst. Het verschil tussen de afkoopkoers en de emissiekoers vormt geen loon uit dienstbetrekking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2009/7.26 met annotatie van Redactie
FutD 2008-2065
NTFR 2008/1930
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 08/220

Uitspraakdatum: 5 september 2008

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

X N.V., gevestigd te X, eiseres,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/ te P, verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Verweerder heeft aan eiseres over het tijdvak 1 juli 2006 tot en met 31 juli 2006 een naheffingsaanslag loonbelasting (gedagtekend 2 november 2006 en met als aanslagnummer 8087.00.571.A.01.6076) opgelegd ten bedrage van € 6.256.623.

1.2. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 20 november 2007 de naheffingsaanslag gehandhaafd.

1.3. Eiseres heeft daartegen bij faxbericht van 24 december 2007, ontvangen bij de rechtbank op dezelfde datum, beroep ingesteld. Bij brief van 6 februari 2007 heeft eiseres de gronden van het beroep ingediend. Voorts heeft eiseres vóór de zitting enkele nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan verweerder.

1.4. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 juli 2008. Namens eiseres is daar verschenen [naam gemachtigde], bijgestaan door [naam gemachtigde]. Namens verweerder is verschenen [naam gemachtigde], bijgestaan door [naam gemachtigde]. Beide partijen hebben een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan de rechtbank en aan de wederpartij.

2. Tussen partijen vaststaande feiten

2.1. In 2001 heeft A N.V., thans X N.V. (hierna: eiseres), een werknemersparticipatieregeling geïntroduceerd. Aanleiding van de regeling was de - uiteindelijk niet doorgezette - beursgang van eiseres.

2.2. Onder de werknemersparticipatieregeling worden werknemers in de gelegenheid gesteld certificaten van aandelen in eiseres te kopen. Deelname staat open voor alle werknemers. De aandelen in eiseres worden gehouden door de Stichting Werknemersparticipatie X (hierna: de Stichting). De Stichting geeft de certificaten uit aan de werknemers volgens bepaalde verdeelsleutels (functiegroep, aantal dienstjaren en bijdrage aan het resultaat van de groep). De aankoop van de certificaten wordt gefinancierd door een lening van B B.V. (hierna: B) aan de desbetreffende participanten. Er geldt een blokkeringsperiode van drie en vijf jaar. Bij uitdiensttreding binnen de van toepassing zijnde blokkeringsperiode is de participant verplicht de certificaten terug te leveren aan de Stichting tegen de historische kostprijs. In het geval op het moment van aanbieding van de certificaten aan de Stichting de waarde in het economische verkeer van de aandelen lager is dan het bedrag dat een participant op dat moment nog verschuldigd is aan B, kan de participant aan zijn aflossingsverplichting voldoen door de betreffende certificaten over te dragen aan B en zal B de participant kwijting verlenen voor het verschil tussen de waarde van de certificaten en de hoogte van de schuld. De emissiekoers is vastgesteld op € 22,25, op basis van de nettowinst van eiseres en haar dochtermaatschappijen AX N.V., BX N.V. en CX N.V. (hierna: de verzekeraars). In 2002 heeft eiseres de verzekeraars overgedragen aan de gelieerde vennootschap DX B.V.

2.3. Verweerder heeft in 2000 goedkeuring verleend aan de werknemersparticipatieregeling, inhoudende:

- dat de formule volgens welke de waardering plaats zal vinden bij aankoop en aanbieding zal luiden: de waarde per aandeel (= 20 x nettowinst na belasting van het voorafgaande jaar) gedeeld door het aantal aandelen;

- dat in de formule zal worden uitgegaan van de winst van A van de twee aan het moment van waardering voorafgaande halve kalenderjaren;

- dat geen loon ter zake van de aankoop zal worden geconstateerd; en

- dat de certificaten voor de inkomstenbelasting van het jaar 2001 in box III zullen vallen.

2.4. Tot de gedingstukken behoort een door verweerder voor akkoord getekende fax van [naam accountantskantoor] aan verweerder waarin, voor zover van belang, het volgende staat vermeld:

“A zal bij de aankoop door de werknemers van de certificaten de introductieprijs van EURO 22,25 hanteren. U heeft zojuist telefonisch medegedeeld dat u hiertegen geen bezwaar heeft en dat voor het overige onze afspraak inzake de fiscale gevolgen van het werknemersparticipatieplan van A, zoals in eerdere correspondentie vastgelegd, in stand zal blijven.”

2.5. Bij brief van 20 maart 2006 heeft eiseres verweerder verzocht goedkeuring te verlenen aan de afkoop van de werknemersparticipatieregeling voor de resterende participanten zonder fiscale gevolgen voor de loonheffing. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen.

2.6. De afkoop van de participaties door eiseres heeft plaatsgevonden in juli 2006. De gehanteerde afkoopkoers is € 28,46 per certificaat.

2.7. Eiseres heeft verweerder verzocht het verschil tussen de afkoopkoers en de formulekoers als loon aan te merken en dienovereenkomstig een naheffingsaanslag loonbelasting over het tijdvak juli 2006 op te leggen voor een bedrag van € 6.256.623.

2.8. Gedagtekend 2 november 2006 heeft verweerder de door eiseres verzochte naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd.

3. Geschil

3.1. In geschil is of eiseres met de afkoopkoers van € 28,46 per certificaat een voordeel uit dienstbetrekking aan de participanten heeft willen toekennen.

3.2. Voor de standpunten van partijen verwijst de rechtbank naar de stukken van het geding alsmede naar hetgeen ter zitting door partijen naar voren is gebracht.

3.3. Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vernietiging van de naheffingsaanslag.

3.4. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

4. Beoordeling van het geschil

4.1. In de eerste plaats is in geschil of eiseres bij de afkoop van de participaties is afgeweken van de afspraak die zij met verweerder heeft gemaakt omtrent de bepaling van de afkoopkoers, zoals weergeven onder 2.3. Tussen partijen is niet in geschil dat in het geval dat eiseres in overeenstemming met die afspraak heeft gehandeld, de afkoopkoers de waarde in het economische verkeer vertegenwoordigt, zodat het verschil tussen de afkoopkoers en de emissiekoers dan geen loon uit dienstbetrekking vormt.

4.2. Ter zake van de waardering van de certificaten van aandelen in eiseres voor de toepassing van de werknemersparticipatieregeling hebben partijen afgesproken dat de waarde per aandeel gelijk is aan 20 maal de nettowinst na belasting van het voorafgaande jaar gedeeld door het aantal aandelen. Daarbij zal voor de berekening van de nettowinst rekening worden gehouden met de buitengewone baten en lasten in het betreffende jaar. In de formule zal uit worden gegaan van de winst van A in de twee aan het moment van waardering voorafgaande kalenderjaren.

4.3. Partijen houdt verdeeld de vraag of bij toepassing van de afgesproken waardering uitgegaan moet worden van een nettowinst over 2005 ten bedrage van € 45.000.000, zijnde enkel de nettowinst over 2005 van eiseres, zoals verweerder verdedigt, dan wel van een nettowinst over 2005 ten bedrage van € 63.400.000, zijnde de som van de winst van eiseres en die van de verzekeraars (minus een post ‘cost of fund maal de koopsom tax’ ad

€ 4.100.000), zoals eiseres verdedigt.

Nu tussen partijen niet in geschil is dat de waarde bepaald moet worden aan de hand van de nettowinst van A (2.3.), waartoe, ten tijde van de gemaakte afspraak, eiseres en de verzekeraars behoorden, kan de rechtbank niet anders dan tot het oordeel komen dat de op de afspraak gebaseerde afkoopkoers van de certificaten eveneens moet worden gebaseerd op de nettowinst van eiseres met toevoeging van die van de verzekeraars. Op grond van het vorenoverwogene komt de rechtbank tot de conclusie dat de door eiseres gehanteerde afkoopkoers van € 28,45 conform de tussen partijen afgesproken waardering is vastgesteld (20 x nettowinst over 2005 ad € 63.400.000, gedeeld door 44.554.000 gecertificeerde aandelen = € 28,45).

4.4. Nu tussen partijen niet in geschil is dat in het geval conform deze overeenkomst is gehandeld, het voordeel dat de participanten bij de afkoop door eiseres van de certificaten hebben genoten geen loon uit dienstbetrekking vormt, behoeven de overige stellingen van verweerder geen bespreking.

4.5. Gelet op het vorenoverwogene is het beroep gegrond.

5. Proceskosten

De rechtbank acht geen termen aanwezig voor een veroordeling van verweerder in de proceskosten. De rechtbank overweegt daartoe dat gesteld noch gebleken is dat eiseres gebruik heeft gemaakt van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en dat zij overigens niet gesteld heeft kosten als bedoeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht te hebben gemaakt.

6. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vernietigt de naheffingsaanslag;

-gelast dat de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën) het door eiseres betaalde griffierecht van € 285 vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan op 5 september 2008 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. Chr.Th.P.M. Zandhuis, voorzitter, mr. A. van Dongen en mr. A.E. Keulemans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. de Jong, griffier.

Afschrift verzonden aan partijen op:

De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.