Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BE9836

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
29-08-2008
Datum publicatie
04-09-2008
Zaaknummer
390263 AL VERZ 08-2130
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Testamentair bewind. Verzoek wijziging bewindsregels. Geen onvoorziene omstandigheden in de zin van artikel 4:171 lid 2 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
KWEP 2008/55 met annotatie van Redactie
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rep.nr.: 390263 AL VERZ 08-2130

datum uitspraak: 29 augustus 2008

BESCHIKKING

inzake

[verzoeker]

te [woonplaats]

verzoeker

hierna: [verzoeker]

gemachtigde: mr. A. Oass

tegen

[verweerder 1]

te [woonplaats]

[verweerder 2]

te [woonplaats]

verweerders

hierna: de bewindvoerders

procederend in persoon.

De procedure

Op 9 juli 2008 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van [verzoeker]. De bewindvoerders hebben een verweerschrift ingediend, ingekomen op 12 augustus 2008 ter griffie.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 15 augustus 2008. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

Het verzoek

[verzoeker] is door zijn overleden ouders, hierna erflaters, op 20 november 1998 bij testament onder bewind gesteld voor wat betreft zijn deel uit de nalatenschap. Op grond van dit testament eindigt het bewind zodra [verzoeker] de leeftijd van vijf en zestig jaar heeft bereikt. [verzoeker] is financieel afhankelijk van een bijstandsuitkering. Met ingang van 1 maart 2008 is de betaling van de uitkering door de gemeente Heemstede stopgezet vanwege het feit dat [verzoeker] een vermogen zou bezitten dat hoger is dan het wettelijk vrij te laten vermogen van € 5.325,-.

Naar aanleiding van een uitspraak van de voorzieningenrechter in verband met een door [verzoeker] aanhangig gemaakte voorlopige voorziening heeft de gemeente Heemstede op 26 mei 20008 een nieuw besluit genomen. In dit besluit is aan het recht op uitkering de voorwaarde gesteld dat [verzoeker] een procedure dient te starten jegens zijn bewindvoerders ter verkrijging van de (gehele) erfenis ineens om deze te bestemmen voor levensonderhoud. Ter voldoening aan deze voorwaarde heeft [verzoeker] het onderhavige verzoek gedaan. Hij stelt daartoe dat sprake is van onvoorziene omstandigheden in de zin van artikel 4:171 BW en verzoekt om op die grond af te wijken van de regels omtrent het voeren van bewind.

Het verweer

De bewindvoerders zijn als zodanig testamentair benoemd over het erfdeel van verzoeker, hun broer. Zij concluderen tot afwijzing van het verzoek en voeren ter toelichting – samengevat – het volgende aan.

De bewindvoerders willen en kunnen niet handelen tegen de uitdrukkelijke wil van erflaters, hun ouders.

Zij zijn van mening dat de wil van erflaters gerespecteerd dient te worden, juist in het belang van hun broer. Hun broer is een man bij wie, na het hebben van ernstige psychoses, schizofrenie is geconstateerd en als gevolg daarvan is hij volledig arbeidsongeschikt verklaard. Naast zijn labiel psychische situatie is hij ook in financiële zin in een voortdurend precaire toestand terecht gekomen. Hij is afhankelijk geworden van een bijstandsuitkering. Ook zijn gezondheidssituatie is zorgelijk. Hun broer behoeft voortdurende begeleiding en aandacht en heeft daarvoor gedurende lange tijd op zijn ouders geleund. Erflaters hebben enorme zorgen gehad over wat het lot van hun jongste kind zou zijn na hun dood en zij hebben dan ook in hun testamenten bepalingen op laten nemen om hun zoon zo goed mogelijke bescherming te bieden tegen ondoordachte stappen en tegen het vervallen tot totale armoede. De bewindvoerders stellen jaarlijks een bedrag van € 3.000,- uit het vermogen aan hun broer ter beschikking als aanvulling op zijn levensonderhoud.

Zij stellen dat wijziging van het thans aanwezige kwetsbare evenwicht naar alle waarschijnlijkheid tot gevolg zou hebben dat hun broer veel meer afhankelijk zal worden van hulpverlening en instellingen en in ieder geval zijn betrekkelijke zelfstandigheid met steun van de familie niet meer zal kunnen handhaven.

De bewindvoerders zijn van mening dat zij in staat gesteld moeten worden om de laatste wil van hun ouders goed uit te kunnen voeren, zonder aantasting door de overheid.

De beoordeling van het verzoek

De kantonrechter is op grond van het verweer van oordeel dat erflaters bij het maken van hun testamenten uitdrukkelijk de bedoeling hebben gehad om hun zoon zo goed mogelijk verzorgd achter te laten en een zo stabiel mogelijke situatie voor hem creëren. Erflaters hebben derhalve bewust zijn erfdeel onder bewind gesteld juist met de wetenschap dat hij van een (bijstands)uitkering afhankelijk is of zou worden. Gezien de psychische achtergrond van [verzoeker] is voldoende aannemelijk geworden dat zij op deze manier hun zoon wilden beschermen en hem een financiële steun in de rug wilden geven. Het feit dat de gemeente thans de hiervoor genoemde voorwaarde heeft gesteld is naar het oordeel

van de kantonrechter gezien de door de bewindvoerders geschetste en niet bestreden achtergrond geen wijziging van omstandigheid in de zin van artikel 4:171.

Op die grond is het verzoek niet toewijsbaar en zal het worden afgewezen.

Gezien de aard van de procedure worden de kosten tussen partijen gecompenseerd in die zin

dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Beslissing

De kantonrechter:

- wijst het verzoek af;

- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.J. Udo de Haes en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.