Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BE9210

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
25-08-2008
Datum publicatie
26-08-2008
Zaaknummer
149181 - KG ZA 08-462
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2010:BO8568, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter in kort geding gebiedt op vordering van Transavia de Vereniging van Nederlandse Verkeersvliegers de afgekondigde staking/werkonderbreking van piloten van Transavia direct en definitief af te gelasten en verbiedt voorts nieuwe acties te organiseren totdat partijen (ook) niet door middel van bemiddeling tot overeenstemming kunnen komen over de CAO.

Nu partijen elkaar tot 0,5% of zelfs minder zijn genaderd, kan niet worden gezegd dat door ieder van hen binnen redelijke grenzen het maximale is gedaan om tot een oplossing te komen. Zoals in de CAO tot uitdrukking gebracht zijn partijen gehouden de bemiddeling van een derde in te roepen om de vastgelopen onderhandelingen opnieuw vlot trekken. In dit stadium is een staking prematuur, mede gelet op de schade die Transavia bij een staking tegemoet kan zien en de belangen van derden die op niet te verwaarlozen wijze rechtstreeks zullen worden getroffen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAR 2008, 151
JAR 2008/233
AR-Updates.nl 2008-0554
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

proces-verbaal

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 149181 / KG ZA 08-462

Proces-verbaal van de zitting, gehouden op 25 augustus 2008, houdende mondeling vonnis

in de zaak van

de commanditaire vennootschap

TRANSAVIA AIRLINES C.V.,

gevestigd te Luchthaven Schiphol,

eiseres,

procureur mr. P. Ingwersen,

advocaat mr. P.M. Klinckhamers te Amsterdam,

tegen

de vereniging

VERENIGING VAN NEDERLANDSE VERKEERSVLIEGERS,

gevestigd te Badhoevedorp,

gedaagde,

advocaat mr. E.J. Henrichs te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Transavia en VNV genoemd worden.

De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank ter behandeling van een vordering in kort geding.

Tegenwoordig zijn mr. D.P. Ruitinga, voorzieningenrechter, en mr. J. van der Kluit, griffier.

Na uitroeping van de zaak verschijnen

- […], adviseur arbeidszaken van Transavia

- […], president-directeur van Transavia

- […], hoofd arbeidszaken van Transavia

- […], directeur operationele zaken van Transavia

- […], hoofd vliegdienst van Transavia

- mr. Klinckhamers voornoemd

- […], voorzitter van VNV

- […], vice-voorzitter van VNV

- mr. Henrichs voornoemd.

Partijen blijven bij de eerder door hen ingenomen standpunten. De rechter wijst het volgende vonnis.

1. De beoordeling

1.1. De zaak is bepleit door de raadslieden, er is debat geweest en de mogelijkheid is afgetast om alsnog tot een minnelijke regeling te komen. Tot slot is vonnis gevraagd.

1.2. Gelet op de rechtstreekse werking van artikel 6 van het Europees Sociaal Handvest (ESH) en de terzake geldende jurisprudentie is de ruimte om in gevallen als de onderhavige werknemers of belangenvertegenwoordigers in kort geding gebruikmaking van een collectief pressiemiddel als een staking of een werkonderbreking te verbieden niet meer dan beperkt.

1.3. Gelet op de belangen die in het geding zijn en ook de belangen van derden, meegewogen voorts de aanzienlijke schade die Transavia, naar zij voldoende aannemelijk heeft gemaakt, reeds van een relatief korte staking heeft te duchten, dient van partijen te worden gevergd dat zij binnen redelijke grenzen het uiterste beproeven om de tussen hen bestaande verschillen aan de onderhandelingstafel tot een oplossing te brengen en dus niet voortijdig te grijpen naar collectieve pressiemiddelen waarvan bovendien moet worden betwijfeld of gebruikmaking daarvan de oplossing van het onderhavige arbeidsconflict zal bespoedigen.

1.4. Weliswaar hebben partijen geruime tijd met elkaar onderhandelingen gevoerd, zelfs tot diep in de nacht, en besprekingen gehouden over een nieuwe CAO, in de gegeven omstandigheden, waarin partijen elkaar klaarblijkelijk tot 0,5% of zelfs minder zijn genaderd, kan niet worden gezegd dat door ieder van hen binnen redelijke grenzen het maximale is gedaan om tot een oplossing te komen.

1.5. Daar waar partijen tot op dit moment niet in staat zijn geweest op eigen kracht tot een oplossing van het gerezen arbeidsconflict te komen had het voor de hand gelegen de bemiddeling van een derde in te roepen teneinde aldus te bezien of thans bestaande verschillen nog in een minnelijk kader kunnen worden overbrugd. Deze gehoudenheid wordt met zoveel woorden tot uitdrukking gebracht in artikel 13.3 van de CAO Transavia Vliegers 1 januari 2005 tot en met 31 maart 2008. Hieraan is door VNV ten onrechte voorbijgegaan.

1.6. Wat partijen thans dan ook vooreerst te doen staat is een derde aanzoeken om hen met expertise en gezag te begeleiden bij het opnieuw vlot trekken van hun vastgelopen onderhandelingen.

1.7. In dit stadium moet dan ook worden geoordeeld dat het prematuur en daarmee onzorgvuldig is naar het middel van de staking/werkonderbreking te grijpen, zulks gelet op de reëel te achten mogelijkheid middels constructief overleg op relatief korte termijn en tegen betrekkelijk geringe kosten alsnog uit de bestaande verschillen van inzicht te geraken en tevens gelet op de aanzienlijke schade die Transavia tegemoet kan zien wanneer een staking inderdaad zal gaan plaats hebben en gezien ook de in aanmerking te nemen belangen van derden die weliswaar buiten dit arbeidsconflict staan, maar door een staking op niet te verwaarlozen wijze rechtstreeks zullen worden getroffen.

1.8. Derhalve dient VNV het collectieve pressiemiddel van een staking/werkonderbreking vooralsnog in de ijskast te houden. Dat kan anders komen te liggen indien ook onderhandelingen onder leiding van een derde-bemiddelaar of andere substantiële minnelijke pogingen niet op relatief korte termijn reëel uitzicht gaan bieden op volledige oplossing van het conflict.

1.9. Al met al dient het op dit moment als onrechtmatig in de zin van artikel 6:162 BW te worden aangemerkt tot een staking op te roepen, zoals de VNV heeft gedaan.

1.10. De gevraagde voorzieningen dienen dan ook te worden toegewezen als volgt.

1.11. De gevorderde dwangsom zal worden toegewezen als volgt.

1.12. VNV zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Transavia worden begroot op:

- dagvaarding EUR 71,80

- vast recht 254,00

- salaris procureur 816,00

Totaal EUR 1.141,80

2. De beslissing

De voorzieningenrechter

2.1. gebiedt VNV de voor 26 augustus 2008 afgekondigde acties direct en definitief af te gelasten,

2.2. verbiedt VNV nieuwe acties te organiseren en te ondersteunen totdat naar het oordeel van de bemiddelaar is gebleken dat partijen (ook) niet door middel van bemiddeling tot overeenstemming kunnen komen over de CAO 2008-2010,

2.3. bepaalt dat de VNV een dwangsom verbeurt van EUR 1.000.000,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij in gebreke blijft aan vorenstaand gebod en/of verbod te voldoen,

2.4. veroordeelt VNV in de proceskosten, aan de zijde van Transavia tot op heden begroot op EUR 1.141,80,

2.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

2.6. wijst het meer of anders gevorderde af.

De rechter sluit de zitting.

Waarvan proces-verbaal,