Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BE9206

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
25-08-2008
Datum publicatie
26-08-2008
Zaaknummer
15/800798-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

medeplegen invoer cocaine; reizen en presenteren als inheemse groep; bolletjes slikken.

Meervoudige strafkamer te Haarlem (Schiphol) veroordeelt verdachte tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor het medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, Opiumwet gegeven verbod. Wettig en overtuigend bewezen dat verdachte geweten heeft dat de andere groepsleden eveneens bolletjes met cocaine hadden geslikt en dat het reizen en zich presenteren als lid van de inheemse groep Ingi Culturu enkel diende als dekmantel om het eigenlijke reisdoel, te weten het smokkelen van cocaine, te verhullen en de aldus de pakkans te verkleinen. Bij de straftoemeting wordt enerzijds rekening gehouden met het feit dat zij tevoren redelijkerwijs niet heeft kunnen weten hoeveel cocaine de groep Nederland zou binnenbrengen en anderzijds met het feit dat zij, door deel uit te maken van de groep, het risico heeft genomen dat de groep in totaal een veel grotere hoeveelheid cocaine heeft gesmokkeld dan zij zelf heeft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Schiphol

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/800798-08

Uitspraakdatum: 25 augustus 2008

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 11 augustus 2008 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te Paramaribo, ( Suriname).

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in P.I.V. HvB Nieuwersluis.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

zij op of omstreeks 30 april 2008 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, althans bevattende een (ander) middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Oordeel van de rechtbank

3.1. Bewijs

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, in dier voege dat

zij op 30 april 2008 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in haar verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

3.2 Bewijsmiddelen

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

Verklaringen van verdachte [verdachte] zelf:

• de verklaring van verdachte [verdachte] ter terechtzitting afgelegd, waarin zij onder meer - zakelijk weergegeven - heeft verklaard:

Het klopt dat ik op 30 april 2008 ben aangehouden op Schiphol. Ik kwam uit Paramaribo. Ik had 42 bollen geslikt en geduwd. Eigenlijk wist ik wel dat er drugs is zat. Ik ken de andere personen van de groep Ingi Culturu eigenlijk niet. [medeverdachte 1] was de reisleidster. Op het vliegveld Zanderij heb ik een grijze jas gekregen. Deze moesten wij aandoen. Wij moesten bij elkaar blijven en zeggen dat wij allemaal bij elkaar horen. Ik had de jas aan toen ik op Schiphol aankwam. Op Zanderij hoorde ik dat wij naar Bazel zouden gaan. Wij moesten zeggen dat we daar gingen optreden. Op Zanderij is mij verteld wat ik moest zeggen. Mijn rol in de groep weet ik niet. Er is mij wel verteld dat ik moest zeggen dat ik zou zingen. Ik kan niet zingen.

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor voor inverzekeringstelling van verdachte [verdachte] van 30 april 2008 (dossierpagina 4.2), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Het idee van het bolletjes slikken kwam van een Indiaanse dame, zij zit ook bij de groep. Iedereen heeft geslikt, behalve [medeverdachte 2].

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] bij de rechter-commissaris d.d. 2 mei 2008, waarin zij onder meer - zakelijk weergegeven - heeft verklaard:

Binnen de groep hadden wij besproken om drugs te smokkelen. De drugs zouden wij in Bazel afleveren.

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] van 23 juli 2008, inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Ik kan eigenlijk niets over de cultuurgroep vertellen. Ik ken deze groep niet. Ik denk dat deze groep helemaal niet bestaat. Op het vliegveld Zanderij heeft [medeverdachte 1] ons instructies gegeven over wat wij moesten vertellen tegen de douane in Nederland. Ik moest zeggen dat ik bij hun groep hoorde en dat wij moesten optreden in Zwitserland. Deze groep bestaat niet. Ik heb een grijze jas gekregen van [medeverdachte 2] op de luchthaven Zanderij. Ik heb alle mensen van deze groep gesproken. Zij hebben mij allemaal verteld dat zij ook hadden geslikt. Behalve [medeverdachte 2].

Verklaringen medeverdachte [medeverdachte 1]:

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor voor inverzekeringstelling van verdachte [medeverdachte 1] van 30 april 2008 (dossierpagina 2.2), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Ik weet dat de anderen ook geslikt hebben. Ik heb de reis georganiseerd. Ik heb het wel bespreekbaar gemaakt binnen de groep dat we drugs konden smokkelen.

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] van 11 juni 2008 (dossierpagina 2.4), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

We moesten ons verzamelen bij een huis. We zijn met -7- mensen naar Zanderij gegaan. Bij het huis heeft -1- van de jongens tegen mij gezegd dat hij bollen had geslikt. Uiteindelijk wist iedereen van elkaar dat we allemaal bollen hadden geslikt, dit was bij vertrek in Suriname. Ik weet niet waar ik de bollen zou produceren. Ik zou het afwachten om te kijken hoe het bij de anderen ging en dan zou ik vragen wat ik ermee moest doen.

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 1] van 23 juli 2008, inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Wij moesten gaan naar de verzamelplaats, Zorg en Hoop, Robbylaan. Een chauffeur in een busje kwam mij ophalen, ik stapte in en de rest op de Robbylaan. Iedereen van de band was er, behalve medeverdachte [medeverdachte 3], die woont op de weg naar Zanderij. Op de verzamelplaats stond nog een busje en die had de rest opgehaald. Daarmee zijn wij naar de luchthaven gegaan.

Verklaringen medeverdachte [medeverdachte 4]:

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 4] van 13 mei 2008 (dossierpagina 1.3), inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

De reden van mijn reis was geld verdienen door drugs te smokkelen naar Zwitserland. [de man] zei dat ik een taxi moest nemen naar de Robielaan in Paramaribo en dat ik samen moest reizen met meerdere mensen. Hij vertelde mij dat het Indiaanse mensen waren die in Zwitserland een cultureel optreden zouden verzorgen. Ik moest zeggen dat ik drummer was van de groep. Wij zijn vanaf de Robieweg met 2 auto’s met daarin de Indiaanse mensen, volgens mij zo’n 6 personen, naar het vliegveld Zanderij gereden. Iedereen had dezelfde jas aan.

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 4] van 23 juli 2008, inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Ik behoor niet tot deze vereniging en ik weet ook niet of deze bestaat. Ik moest vertellen dat ik drumde. Die man zei dat ik een bestemming moest hebben. Dus daarom moest ik met een groep meereizen. De groep had volgens mij geen instrumenten bij zich.

Verklaringen medeverdachte [medeverdachte 3]:

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 3] van 23 juli 2008, inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

De dag van vertrek hebben ze me thuis opgehaald met de taxi. [medeverdachte 1], [medeverdachte 5] en [verdachte] zaten al in de taxi. We zijn vanuit Suriname met 7 personen vertrokken. Ik had een grijze jas van [medeverdachte 2] gekregen op de dag van vertrek.

Verklaringen medeverdachte [medeverdachte 6]:

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 6] van 23 juli 2008, inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

Ik heb op de Zanderij een grijze jas gekregen van de leidster [medeverdachte 1].

Verklaringen medeverdachte [medeverdachte 5]:

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 5] van 23 juli 2008, inhoudende - zakelijk weergegeven - onder meer het navolgende:

We hadden allemaal dezelfde jas aan. Die heb ik van [medeverdachte 1] gehad.

Onderzoek verdovende middelen:

• Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen van verdachte [verdachte] (dossierpagina 4.1.4), dat - zakelijk weergegeven – onder meer inhoudt: In totaal werden bij de verdachte [verdachte] 42 slikkersbollen aangetroffen met een totaal netto gewicht van 334 gram. Twee representatieve monsters van de aangetroffen stof zijn onder nummer 08-032804 A en B ter analyse gezonden naar het Nederlands Forensisch Instituut.

• Het door het Nederlands Forensisch Instituut ten aanzien van verdachte [verdachte] opgemaakte deskundigenrapport van 23 juli 2008, dat – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudt dat het materiaal met de kenmerken 08-032804 A en B cocaïne bevat. Cocaïne is vermeld op lijst I, behorende bij de Opiumwet.

• Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen van de verdachte [medeverdachte 1] (dossierpagina 2.1.4), dat – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudt: In totaal werden bij de verdachte [medeverdachte 1], 92 slikkersbollen aangetroffen met een totaal netto gewicht van 756,7 gram. Twee representatieve monsters van de aangetroffen stof zijn onder nummer 08-032790 A en B ter analyse gezonden naar het Nederlands Forensisch Instituut.

• Het door het Nederlands Forensisch Instituut ten aanzien van verdachte [medeverdachte 1] opgemaakte deskundigenrapport van 23 juli 2008, dat – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudt dat het materiaal met de kenmerken 08-032790 A en B cocaïne bevat.

• Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen van de verdachte [medeverdachte 4] (dossierpagina 1.1.4), dat – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudt: In totaal werden bij de verdachte [medeverdachte 4], 151 slikkersbollen aangetroffen met een totaal netto gewicht van 1.208 gram. Een monster van de aangetroffen stof is onder nummer 08-032799 A ter analyse gezonden naar het Nederlands Forensisch Instituut.

• Het door het Nederlands Forensisch Instituut ten aanzien van verdachte [medeverdachte 4] opgemaakte deskundigenrapport van 23 juli 2008, dat – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudt dat het materiaal met het kenmerk 08-032799 A cocaïne bevat.

• Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen van de verdachte [medeverdachte 6] (dossierpagina 3.1.4), dat – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudt: In totaal werden bij de verdachte [medeverdachte 6], 50 slikkersbollen aangetroffen met een totaal netto gewicht van 400 gram. Een monster van de aangetroffen stof is onder nummer 08-032793 A ter analyse gezonden naar het Nederlands Forensisch Instituut.

• Het door het Nederlands Forensisch Instituut ten aanzien van verdachte [medeverdachte 6] opgemaakte deskundigenrapport van 23 juli 2008, dat – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudt dat het materiaal met het kenmerk 08-032793 A cocaïne bevat.

• Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen van de verdachte [medeverdachte 3] (dossierpagina 5.1.4), dat – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudt: In totaal werden bij de verdachte [medeverdachte 3], 80 slikkersbollen aangetroffen met een totaal netto gewicht van 640 gram. Een monster van de aangetroffen stof is onder nummer 08-032813 A ter analyse gezonden naar het Nederlands Forensisch Instituut.

• Het door het Nederlands Forensisch Instituut ten aanzien van verdachte [medeverdachte 3] opgemaakte deskundigenrapport van 23 juli 2008, dat – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudt dat het materiaal met het kenmerk 08-032813 A cocaïne bevat.

• Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen van de verdachte [medeverdachte 5] (dossierpagina 6.1.4), dat – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudt: In totaal werden bij de verdachte [medeverdachte 5], 90 slikkersbollen aangetroffen met een totaal netto gewicht van 720 gram. Een monster van de aangetroffen stof is onder nummer 08-032801 A ter analyse gezonden naar het Nederlands Forensisch Instituut.

• Het door het Nederlands Forensisch Instituut ten aanzien van verdachte [medeverdachte 5] opgemaakte deskundigenrapport van 23 juli 2008, dat – zakelijk weergegeven – onder meer inhoudt dat het materiaal met het kenmerk 08-032801 A cocaïne bevat.

3.3 Bewijsoverweging

De raadsvrouw van verdachte heeft aangevoerd dat er geen sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking met de overige medeverdachten, zodat verdachte vrijgesproken dient te worden van het medeplegen van de opzettelijke invoer van cocaïne.

De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

Op 30 april 2008 is verdachte [verdachte] met zes anderen vanuit Paramaribo met het vliegtuig op Schiphol aangekomen. Zij presenteerden zich daarbij als lid van de groep Ingi Culturu, die op weg was naar een optreden in Bazel, Zwitserland, en waren daartoe allen voorzien van een grijze jas. Zes van de zeven groepsleden bleken bolletjes met daarin cocaïne te hebben geslikt.

Zowel verdachte [medeverdachte 4] als verdachte [medeverdachte 1] hebben beiden verklaard over een verzamelpunt op de Robielaan te Paramaribo van waaruit zes leden van de groep met twee taxi’s naar Zanderij zijn vertrokken. Onderweg naar Zanderij is verdachte [medeverdachte 3] opgehaald.

Verdachte [verdachte] heeft voorts verklaard dat zij de andere personen van de groep niet kende en dat [medeverdachte 1] hen op Zanderij instructies heeft gegeven over wat ze moesten vertellen tegen de douane in Nederland. Ze moesten bij elkaar blijven en ze moesten zeggen dat ze allemaal bij elkaar hoorden en dat ze in Bazel zouden gaan optreden. Verdachte [verdachte] moest zeggen dat ze zou zingen, terwijl zij – zoals zij ter terechtzitting heeft verklaard – helemaal niet kan zingen. Verdachte [medeverdachte 4] heeft verklaard dat hij moest zeggen dat hij de drummer was van de groep. Voorts hebben alle groepsleden verklaard dat ze op Zanderij eenzelfde grijze jas aan moesten doen.

Daarnaast heeft verdachte [verdachte] zowel bij haar inverzekeringstelling, bij de Koninklijke Marechaussee, als bij de rechter-commissaris verklaard dat binnen de groep besproken is om drugs te smokkelen en dat de anderen haar allemaal hebben verteld dat zij ook hadden geslikt. Dit wordt bevestigd door de verklaring van [medeverdachte 1] dat uiteindelijk iedereen in Suriname van elkaar wist dat ze bolletjes hadden geslikt.

Aldus is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte geweten heeft dat de andere groepsleden eveneens bolletjes met cocaïne hadden geslikt en dat het reizen en zich presenteren als lid van de inheemse groep, genaamd Ingi Culturu, enkel diende als dekmantel om het eigenlijke reisdoel, te weten het smokkelen van cocaïne, te verhullen en aldus de pakkans te verkleinen.

Derhalve is naar het oordeel van de rechtbank sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking en dient verdachte als medepleger van de opzettelijke invoer van de totale hoeveelheid cocaïne te worden beschouwd.

4. Strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod.

5. Strafbaarheid van verdachte

De raadsvrouw van verdachte heeft aangevoerd dat verdachte onder druk de bollen heeft geslikt. Verdachte en haar kinderen werden bedreigd. Zij was bang. Er is haar gezegd als zij zou praten er consequenties zouden volgen. Er zijn gevallen bekend dat na terugkomst tegen koeriers represailles zijn uitgevoerd.

De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

Verdachte heeft eerst in haar verklaring van 23 juli 2008 bij de Koninklijke Marechaussee verklaard dat zij onder bedreiging de bollen heeft geslikt. Zij heeft echter geen détails gegeven over de mate van de gestelde bedreigingen en de vorm waarin deze hebben plaatsgevonden. Er zijn los hiervan ook geen feiten en omstandigheden gebleken waaruit zou kunnen worden afgeleid dat verdachte onder zodanige druk stond dat zij niet anders kon handelen dan dat zij heeft gedaan. De rechtbank moet dan ook aan dit verweer van verdachte voorbijgaan.

Er is ook overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van sanctie en van overige beslissingen

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit en gevorderd dat verdachte terzake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien (18) maanden met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, tot verbeurdverklaring van het vliegticket en tot teruggave van het Samsung telefoontoestel.

6.2 Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de opzettelijke invoer van in totaal 4.058,7 gram van een materiaal bevattende cocaïne. Dit is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De ingevoerde hoeveelheid was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof.

Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheid dat uit de justitiële documentatie blijkt dat verdachte niet eerder in Nederland is veroordeeld voor strafbare feiten.

De officier van justitie heeft de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden gevorderd. De rechtbank acht deze straf passend. Er is in het onderhavige geval aanleiding om in voor verdachte gunstige zin af te wijken van de gebruikelijke straftoemeting bij de import van ongeveer 4 kilogram cocaïne. In het geval van verdachte wordt enerzijds rekening gehouden met het feit dat zij tevoren redelijkerwijs niet heeft kunnen weten hoeveel cocaïne de groep Nederland zou binnenbrengen en anderzijds met het feit dat zij, door deel uit te maken van die groep, het risico heeft genomen dat de groep in totaal een veel grotere hoeveelheid cocaïne heeft gesmokkeld dan zij zelf heeft meegevoerd. Noch in de omstandigheden van de onderhavige zaak, noch in de persoonlijke omstandigheden van verdachte, vindt de rechtbank aanleiding om verder van de gebruikelijke oriëntatiepunten af te wijken.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

6.3 Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten een vliegticket, dient te worden verbeurd verklaard. Uit de zich in het dossier bevindende stukken en het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat het bewezenverklaarde feit met behulp van dat voorwerp, dat aan verdachte toebehoort, is begaan of voorbereid.

6.4 Teruggave aan verdachte

Het onder verdachte in beslaggenomen Samsung telefoontoestel dient te worden geretourneerd aan verdachte, nu niet is komen vast te staan dat dit voorwerp door middel van het bewezenverklaarde feit is verkregen of dat het bewezenverklaarde feit met behulp van dit voorwerp is begaan of voorbereid.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

33, 33a, 47 van het Wetboek van Strafrecht.

2, 10 van de Opiumwet.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van ACHTTIEN (18) MAANDEN.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd:

– 1.00 STK Vliegticket, pbm-ams ams-pbm.

Gelast de teruggave aan verdachte van:

- 1.00 STK telefoontoestel (SAMSUNG)

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.E. Patijn, voorzitter,

mr. R. van der Heijden en mr. G.D.M. Hoedemaker, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mw S. Weijens-Dekker,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 augustus 2008.

Mr. G.D.M. Hoedemaker is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.