Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BE9130

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
15-08-2008
Datum publicatie
25-08-2008
Zaaknummer
08-5399
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Op basis van een aantal aanwijzingen heeft verweerder geconcludeerd dat een horecagelegenheid de sluitingstijden voor de vijfde achtereenvolgende keer heeft overschreden. Om die reden heeft verweerder besloten de horecagelegenheid voor vier weken te sluiten. De voorzieningenrechter schorst dit besluit aangezien verweerder de overschrijding niet heeft geconstateerd, maar dit slechts aannemelijk heeft geacht. Op grond van de geconstateerde feiten is onvoldoende komen vast te staan dat de overschrijding ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 08 - 5399

uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 [verkorte naam]stus 2008

in het geding tussen:

[naam verzoeker],

gevestigd te [vestigingsplaats],

verzoeker,

en

De Burgemeester van de gemeente Haarlem,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 6 augustus 2008 heeft verweerder besloten horecagelegenheid [naam] (hierna: horecagelegenheid [verkorte naam]),gelegen aan de[ [locatie], volledig te sluiten voor de duur van vier weken, te weten van woensdag 13 augustus 2008 tot en met dinsdag 9 september 2008.

Tegen dit besluit heeft verzoeker bij brief van 7 augustus 2008 bezwaar gemaakt. Daarbij is tevens verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het verzoek is behandeld ter zitting van 15 augustus 2008, alwaar verzoeker is verschenen, bijgestaan door mevrouw Ramjanam. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door J.A.M. Lubbers, ambtenaar van de afdeling Veiligheid, Vergunningen en Handhaving van de gemeente Haarlem, en door H. Meijer, chef van de afdeling Bijzondere Wetten van het district Haarlem van de politie Kennemerland.

2. Overwegingen

2.1 Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Daarbij gaat het om een afweging van belangen van de verzoekende partij bij een onverwijlde voorziening tegen het belang dat is gemoeid met onmiddellijke uitvoering van het besluit. Voorzover deze toetsing een beoordeling van de hoofdzaak meebrengt, is dat oordeel voorlopig van aard.

2.2 Verzoeker oefent aan de [locatie] een horecabedrijf uit onder de naam “[verkorte naam]”. Op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Haarlem (hierna: de APV) is een ontheffing van de algemene sluitingstijd voor horecabedrijven aan verzoeker verleend. Aan deze ontheffing is een aantal voorschriften verbonden, gericht op het handhaven van de openbare orde en het beschermen van het woon- en leefklimaat. In de periode van 7 juli 2007 tot en met 9 februari 2008 heeft verzoeker deze voorwaarden vijf keer overtreden, één keer door geluidsoverlast te veroorzaken en vier keer door de sluitingstijden te overschrijden. Verweerder heeft met toepassing van het Horeca-sanctiebeleid van de gemeente Haarlem van januari 2006 (hierna: het Horecasanctie-beleid) tegen deze overtredingen opgetreden. De opgelegde sancties zijn daarbij stapsgewijs vermeerderd van een enkele waarschuwing tot een volledige sluiting van de horecagelegenheid voor de duur van veertien dagen. Laatstgenoemde sanctie is opgelegd voor een overtreding van de sluitingstijden op 9 februari 2008.

2.3 Op 27 juli 2008, derhalve binnen zes maanden na de opgelegde sanctie van februari 2008, heeft volgens verweerder opnieuw een overtreding van de sluitingstijd bij horecagelegenheid [verkorte naam] plaatsgevonden. Ter onderbouwing verwijst verweerder naar hetgeen twee medewerkers van het basisteam Centrum/Zuidwest van de Regiopolitie Kennemerland, District Haarlem (hierna: de politie), op 27 juli 2008 in een proces-verbaal hebben neergelegd:

“Rapp’s zagen tussen 04.00u en 04.45 ten minste 4 of 5 keer personen vanuit de [[straatnaam] met soms losse broodjes shoarma o.i.d. en andere keren de bekende witte tasjes met etenswaren komen. Om 04.45u wezen kijken bij [verkorte naam] alwaar de voordeur nog open stond en de werkverlichting brandde. Hoewel niet werd gezien dat er daadwerkelijk werd verkocht, waren de buren (ook shoarmatent) wegens vakantie gesloten en andere zaken in de omgeving ook al sinds 04.00u dicht. Tevens viel het rapp’s op dat in de keuken nog niets was opgeruimd en alles nog in bedrijf was. Er lag zelfs nog een volle bak shoarma gereed voor verkoop. Daarom BE aangezegd dat er wel melding van zou worden gemaakt, desondanks ontkende hij na 04.00u te hebben verkocht. Rapp’s trekken dit ivm eerder vermeldde uiteraard ernstig in twijfel…”

En (desgevraagd) in een proces-verbaal van dezelfde datum in aanvulling hierop:

“Rapps. zagen dat de voordeur van het eethuis wagenwijd openstond en de verlichting brandde. Voorts stonden en nog geen stoelen op de tafels en er waren geen sporen van schoonmaakwerkzaamheden. In de keuken was men nog niet begonnen met schoonmaken en er lag nog vlees op de plaat. Er is niet geconstateerd of de grill nog in bedrijf was en of de platen nog in werking waren. Opvallend was wel dat er nog niemand met schoonmaken begonnen was. Toen rapps aan kwamen fietsen kwam er net een koerier op een bromfiets aan welke bij het zien van rapps zijn bromfiets voor de ingang van het eethuis parkeerde. Rapps zijn om de bromfiets heen door de openstaande deur naar binnen gelopen.”

2.4 Naar aanleiding van de bevindingen van de politie heeft verweerder bij besluit van 6 augustus 2008, nadat verzoeker op 5 augustus 2008 is gehoord, besloten de horecagelegenheid [verkorte naam] volledig te sluiten voor de duur van vier weken, te weten van woensdag 13 augustus 2008 tot en met dinsdag 9 september 2008. Verweerder acht deze sanctie passend, aangezien de eerder opgelegde tijdelijke volledige sluiting van horecagelegenheid [verkorte naam] niet heeft geleid tot aanpassing van de bedrijfsvoering door verzoeker.

2.5 Verzoeker is het niet eens met dit besluit. In bezwaar heeft hij aangevoerd dat op 27 juli 2008 geen overschrijding van de sluitingstijden heeft plaatsgevonden. Ter onderbouwing heeft verzoeker aangevoerd dat de politie op onjuiste wijze verkeerde conclusies heeft getrokken die gebaseerd zijn op eenzijdige waarneming en verkeerde interpretaties. De feiten zijn volgens verzoeker niet goed gecontroleerd door hoor en wederhoor. Bij het zienswijzegesprek op 5 augustus 2008 is gebleken dat de personen die met consumpties in witte tasjes vanaf de [straatnaam] kwamen, desgevraagd hebben geantwoord dat zij deze consumpties vóór 04.00 uur hebben gekocht. Vóór 04.00 uur waren er rond de [[straatnaam] meerdere zaken open en er zijn daar ook meerdere horecazaken die consumpties in witte tasjes meegeven. Verzoeker stelt voorts dat de politie onvoldoende heeft gecontroleerd of er meer zaken open waren en ook niet in de tasjes heeft gekeken om te controleren of de broodjes wel van horecagelegenheid [verkorte naam] afkomstig waren. Toen de politie in de zaak kwam, waren de gordijnen van de zaak al dicht en was de zaak leeg. De toegangsdeur stond half open om de warmte uit de zaak te verdrijven. De schoonmaakwerkzaamheden waren nog niet begonnen, omdat men nog aan het uitrusten was van vier avonden hard werken. Het vlees moet afkoelen tot 15 ºC voordat het in de koeling mag. Dit duurt ruim een uur. Daarom stonden de bakplaat en de spies er nog met het vlees, maar de gril was uit. De koerier op de bromfiets die de politie heeft gezien, had de bromfiets na zijn werk mee naar huis genomen. Hij kwam de bromfiets terugbrengen en kwam helpen schoonmaken, toen de politie kwam. Hij heeft geen bezorgingen meer gedaan na 22.00 uur. Verzoeker stelt dat hij na de laatste sanctie van 15 februari 2008 zijn fouten heeft ingezien en zich sindsdien aan de regels houdt. Verzoeker heeft verder aangevoerd dat hij belang heeft bij een voorlopige voorziening omdat, als horecagelegenheid [verkorte naam] vier weken moet sluiten, hij grote omzet verliezen lijdt, wat tot zijn faillissement zou kunnen lijden.

De voorzieningenrechter overweegt het volgende.

2.6 Ingevolge artikel 174, eerste lid, van de Gemeentewet is de burgemeester belast met het toezicht op de openbare samenkomsten en vermakelijkheden alsmede op de voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. Ingevolge artikel 174, derde lid, van de Gemeentewet is de burgemeester belast met de uitvoering van verordeningen voor zover deze betrekking hebben op het in het eerste lid bedoelde toezicht.

2.7 Artikel 35 van de APV luidt, voor zover in dit kader van belang:

“Op basis van dit artikel kan de burgemeester overgaan tot sluiting van een inrichting of wijziging van de sluitingsuren (eerder dicht of langer open).

Dit artikel kan ondermeer worden gehanteerd bij ontoelaatbare aantasting van het woon- en leefklimaat in de directe omgeving van de inrichting, bij overtredingen van de Drank- en Horecaregelgeving (bijv. overtreding sluitingstijden) (…)

Voor de uitvoering van dit artikel is het Horeca-sanctiebeleid van kracht. Dit beleid voorziet in een snelle "lik op stuk" aanpak van incidenten.(…)”

2.8 Uit paragraaf 1 van hoofdstuk 5 van het Horecasanctie-beleid volgt dat een sanctie kan worden opgelegd, indien door de politie een overtreding wordt geconstateerd van de voorschriften die zijn verbonden aan de ontheffing sluitingstijd.

2.9 Hoewel de door de politie geconstateerde feiten – waaronder het feit dat personen ruim na 04.00 uur vanuit de [[straatnaam] de [straatnaam] kwamen oplopen terwijl zij broodjes shoarma aten dan wel broodjes in ook door horecagelegenheid [verkorte naam] gebruikte witte tasjes vervoerden; het feit dat om 04.45 uur een bak vlees, “gereed voor verkoop” werd aangetroffen bij horecagelegenheid [verkorte naam] en het feit dat er om die tijd ook nog geen begin was gemaakt met de schoonmaak – een aanwijzing zouden kunnen zijn dat horecagelegenheid [verkorte naam] op 27 juli 2008 ook na 04.00 uur nog consumpties aan klanten heeft geleverd, heeft de politie dit niet zelf geconstateerd. Ter zitting is erkend dat de politie ook niet in de [[straatnaam] is gaan posten teneinde een overtreding te kunnen zien plaatsvinden. Het is ook niet komen vast te staan dat de politie zelf onderzoek heeft verricht of andere zaken in de omgeving van horeca¬gelegen¬heid [verkorte naam] daadwerkelijk gesloten waren vanaf 04.00 uur. Daarnaast is gebleken dat de politie ook niet in de witte plastic tasjes heeft gekeken om vast te stellen dat de inhoud inderdaad alleen van horecagelegenheid [verkorte naam] afkomstig kon zijn. Het kan dan ook niet worden uitgesloten dat de door verzoeker gegeven alternatieve lezing van de door de politie geconstateerde feiten, juist is.

2.10 Uit het Horecasanctie-beleid volgt dat de politie moet hebben geconstateerd dat de sluitingstijd werd overschreden. De politie heeft echter niet geconstateerd dat horecagelegenheid [verkorte naam] na sluitingstijd nog consumpties aan klanten heeft verkocht, maar achtte dit (slechts) aannemelijk. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat niet kan worden uitgesloten dat het bezwaar tegen het besluit van 6 augustus 2008 gegrond wordt verklaard. Het belang van verzoeker bij het openhouden van zijn zaak is onder die omstandigheden groter dan het belang van verweerder bij het toepassen van een lik op stuk beleid. De voorzieningenrechter laat hierbij meewegen dat verweerder de sanctie op een later moment eventueel alsnog zou kunnen opleggen, indien hij erin slaagt het besluit te onderbouwen.

2.11 Uit het voorgaande volgt dat, gelet op de betrokken belangen, onverwijlde spoed het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Het verzoek daartoe zal derhalve op de hierna vermelde wijze worden toegewezen.

2.12 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding, aangezien niet is geble¬ken dat verzoeker voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten heeft gemaakt.

3. Beslissing

De voorzieningenrechter

3.1 schorst het besluit van 6 augustus 2008 tot zes weken na de verzending van de nieuw te nemen beslissing op bezwaar;

3.2 gelast dat de gemeente Haarlem het door eiser betaalde griffierecht van € 145,00 aan hem vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E. Heyning-Huydecoper, voorzieningenrechter, en op 15 augustus 2008 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. J.A.M. Jansen, griffier.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.