Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BE9120

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
19-08-2008
Datum publicatie
09-09-2008
Zaaknummer
AWB 06/2320 tot en met AWB 06/2325
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2009:BR5248, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Na afweging van de geloofwaardige verklaring ter zitting van eiser tegen het door verweerder ingebrachte bewijs komt de rechtbank tot de conclusie dat het aan de stukken te ontlenen vermoeden dat een kto is ingebouwd, door eiser voldoende is weersproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer

Procedurenummers: AWB 06/2320 tot en met AWB 06/2325

Uitspraakdatum: 19 augustus 2008

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de gedingen tussen

X, wonende te Z, eiser,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/P, verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 1998 een navorderingsaanslag [aanslagnummer] inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) opgelegd, ten bedrage van fl. 6.744, alsmede bij beschikking een vergrijpboete van 50%, ten bedrage van fl. 3.372. Bij beschikking is fl. 1.090 heffingsrente berekend.

1.2. Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 1998 een navorderingsaanslag [aanslagnummer] premie arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (hierna: WAZ) opgelegd, ten bedrage van fl. 1.465, alsmede bij beschikking een vergrijpboete van 50%, ten bedrage van fl. 732. Bij beschikking is fl. 236 heffingsrente berekend.

1.3. Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 1999 een navorderingsaanslag ([aanslagnummer] IB/PVV opgelegd, ten bedrage van fl. 7.458, alsmede bij beschikking een vergrijpboete van 50%, ten bedrage fl. 3.729. Bij beschikking is fl. 982 heffingsrente berekend.

1.4. Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 1999 een navorderingsaanslag [aanslagnummer] WAZ opgelegd, ten bedrage van fl. 1.872, alsmede bij beschikking een vergrijpboete van fl. 805. Bij beschikking is fl. 246 heffingsrente berekend.

1.5. Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2000 een navorderingsaanslag [aanslagnummer] IB/PVV opgelegd, ten bedrage van fl. 6.791, alsmede bij beschikking een vergrijpboete van 50% ten bedrage van fl. 3.395. Bij beschikking is fl. 648 heffingsrente berekend.

1.6. Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2000 een navorderingsaanslag [aanslagnummer] WAZ opgelegd, ten bedrage van fl. 852, alsmede bij beschikking een vergrijpboete van 50%, ten bedrage van fl. 426. Bij beschikking is fl. 81 heffingsrente berekend.

1.7. Verweerder heeft bij uitspraken op bezwaar van 19 januari 2006 de bezwaren gedeeltelijk gegrond verklaard en de navorderingsaanslagen, de heffingsrente en de boetes als volgt vastgesteld:

De navorderingsaanslag IB/PVV voor het jaar 1998 is vastgesteld op fl. 5.383. De vergrijpboete is vastgesteld op fl. 674. De heffingsrente is vastgesteld op fl. 870.

De navorderingsaanslag WAZ voor het jaar 1998 is vastgesteld op fl. 1.169. De vergrijpboete is vastgesteld op fl. 146. De heffingsrente is vastgesteld op fl. 189.

De navorderingsaanslag IB/PVV voor het jaar 1999 is vastgesteld op fl. 5.944. De vergrijpboete is vastgesteld op fl. 745. De heffingsrente is vastgesteld op fl. 783.

De navorderingsaanslag WAZ voor het jaar 1999 is vastgesteld op fl. 1.872. De vergrijpboete is vastgesteld op fl. 161. De heffingsrente is vastgesteld op fl. 246.

De navorderingsaanslag IB/PVV voor het jaar 2000 is vastgesteld op fl. 3.405. De vergrijpboete is vastgesteld op fl. 679. De heffingsrente is vastgesteld op fl. 325.

De navorderingsaanslag WAZ voor het jaar 2000 is vastgesteld op fl. 789. De vergrijpboete is vastgesteld op fl. 85. De heffingsrente is vastgesteld op fl. 75.

1.8. Eiser heeft daartegen bij brief van 3 februari 2006, ontvangen bij de rechtbank op 6 februari 2006, beroep ingesteld.

1.9. Verweerder heeft op de zaken betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

1.10. Eiser heeft, na daartoe door de rechtbank in de gelegenheid te zijn gesteld, schriftelijk gerepliceerd, waarna verweerder schriftelijk heeft gedupliceerd.

1.11. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 augustus 2008. Eiser is verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde, A. Namens verweerder zijn verschenen mr. B en C. Van het ter zitting verhandelde is een proces-verbaal opgemaakt, waarvan een afschrift aan deze uitspraak is gehecht. De beroepen zijn tegelijkertijd behandeld met de zaken: AWB 06/2326 tot en met AWB 06/2328 en AWB 07/5040, AWB 07/5041 en AWB 07/5043.

2. Tussen partijen vaststaande feiten

2.1. Eiser is tijdens de navorderingsperiode taxichauffeur geweest. Eiser heeft zijn onderneming uitgeoefend in de vorm van een vennootschap onder firma, genaamd V.O.F. D (hierna: de vof). In het navorderingstijdvak waren eiser en E vennoten van de vof. In de vof werd één auto gebruikt voor het vervoeren van personen tegen betaling in de zin van de Wet personenvervoer, te weten een Mercedes-Benz, met kenteken 00-00-00 (hierna: de auto). Eiser reed gezamenlijk met E op de auto.

2.2. Eiser was gedurende bovengenoemde periode kentekenhouder van de auto.

2.3. Eiser heeft voor de perioden 25 juli 1997 tot en met 24 juni 1998, 25 juni 1998 tot en met 24 juni 1999 en 25 juni 1999 tot en met 24 juni 2000 om teruggaaf van belasting van personenauto’s en motorrijwielen verzocht. Eisers verzoeken zijn ingewilligd.

2.4. Door taxi-installateur F - vanaf mei 1999 G is een taxameter in de auto aangebracht.

2.5. Naar aanleiding van het onder 2.3. vermelde verzoek is begin 2003 bij eiser een boekenonderzoek ingesteld; de eerste dag ervan was 28 januari 2003. In het naar aanleiding van dit onderzoek uitgebrachte rapport, gedateerd 10 juni 2003 (toegevoegd als bijlage 2 bij het verweerschrift) is, voor zover hier van belang, vermeld:

“3 Kilometeradministratie

3.1 Algemeen

Er is geen aparte kilometeradministratie. De kilometeradministratie van de auto bestaat uit de rittenkaarten van de heren X en E.

De heer X heeft als reactie op door ons op 6-2-2003 schriftelijk gestelde vragen vermeld dat de gegevens van de taxameter op de rittenkaarten worden weergegeven.

In dezelfde reactie op de vragenbrief van 6-2-2003 stelt de heer X echter dat op de rittenkaarten de standen van de kilometerteller van de auto worden vermeld en alle vakken worden gevuld met de gegevens van de kilometerteller.

Deze verklaringen zijn tegenstrijdig en het is derhalve niet duidelijk welke gegevens op de rittenkaarten worden vermeld.

Indien op de rittenkaarten uitsluitend de kilometerstanden werden vermeld en de kaarten van de chauffeurs op datum worden gelegd, zou er in principe in samenhang met een vastgelegde begin- en eindstand een sluitende kilometeradministratie moeten ontstaan.

Naar onze mening is er geen kilometeradministratie aanwezig, maar een niet te controleren registratie van dienstgegevens van of de kilometerteller of de taxameter.

3.2 Kilometertelleronderbreker

Uit aan de Belastingdienst ter beschikking staande gegevens is gebleken dat in de auto met het kenteken 00-00-00 een kilometertelleronderbreker is ingebouwd. Als de kilometertelleronderbreker tijdens het rijden is ingeschakeld blijven de kilometerteller, de snelheidsmeter en de dagteller normaal doorlopen. Pas na afloop van het gebruik van de onderbreker springt de kilometertellerstand terug naar de beginstand bij het inschakelen van de onderbreker.

Door het in de auto laten inbouwen van een kilometertelleronderbreker kan er geen waarde aan de juistheid van de kilometeradministratie worden gehecht omdat de controleerbaarheid op volledigheid hierdoor onmogelijk wordt. Belastingplichtige zal immers door middel van de kilometertelleronderbreker vele kilometers kunnen rijden die niet meer te traceren zijn.

Mede omdat uit de beschikbare gegevens blijkt dat de kilometertelleronderbreker contant is aangeschaft en deze aankoop niet in de administratie is aangetroffen, is het aannemelijk dat de onderbreker is gebruikt.

De heer X eeft zowel schriftelijk als mondeling ontkend dat er een kilometertelleronderbreker is aangeschaft en ingebouwd.

3.3 Aansluiting

Ondanks dat geen juiste en controleerbare kilometeradministratie wordt bijgehouden is beoordeeld of hetgeen wel aanwezig is gebreken vertoond.

Hierbij valt op dat de door de garage opgenomen stand van de kilometerteller vaak afwijkt van de door de bestuurders opgenomen stand waarbij het verschil niet constant is.

Het verschil ontstaat op een moment, wordt groter en dan weer kleiner, weer groter en weer kleiner enzovoort.

Het fluctueren van het verschil duidt er op dat niet altijd de juiste stand wordt opgenomen.

Het in- of uitgeschakeld zijn van de kilometertelleronderbreker op het moment van het opnemen van de kilometerstand kan een verklaring zijn voor het verschil.

(…)

3.4 Niet verantwoorde ritten c.q. kilometers

Ondanks dat geen juiste en controleerbare kilometeradministratie wordt bijgehouden hebben wij de aangetroffen administratie (waarin bijvoorbeeld kostenfacturen) vergeleken met de overgelegde rittenkaarten en werkmappen. Hieronder geven wij een overzicht van de aangetroffen bonnen voor tanken en autowasbeurten op dagen dat volgens de rittenkaarten en werkmappen niet was gereden.

(…)

Ondanks het feit dat de bovenstaande ritten gemaakt zijn op momenten dat volgens de rittenkaarten en werkmappen niet was gereden werd op elke rittenkaart altijd de eindstand van de rittenkaart van de vorige dag overgenomen als beginstand.

Deze constateringen zijn voor ons ook een bewijs dat er geen sprake is van een controleerbare kilometeradministratie.

3.5 Conclusie ten aanzien van de kilometeradministratie

Op grond van de volgende punten is er geen sprake van een juiste en controleerbare kilometeradministratie;

- Het is onduidelijk welke gegevens op de rittenkaarten worden vermeld.

- In de auto is een kilometertelleronderbreker ingebouwd, waardoor er geen waarde aan de juistheid van de kilometeradministratie kan worden gehecht omdat de controleerbaarheid op volledigheid hierdoor onmogelijk wordt.

- De kilometerstanden van de auto volgens de rittenkaarten fluctueren ten opzichte van de kilometerstanden volgens de H garage. Dat kan verklaart worden door het in- of uitgeschakeld zijn van de kilometertelleronderbreker.

- De auto rijdt daadwerkelijk rond op momenten dat er volgens de aanwezige administratie niet gereden is. Er kan op deze momenten met of zonder ingeschakelde kilometertelleronderbreker gereden zijn. Door op deze momenten de kilometertelleronderbreker in te schakelen zijn deze kilometers niet meer te achterhalen en blijft de administratie op papier sluitend.”

2.6. Tot de stukken behoort onder meer een kopie van de bladzijde van woensdag 25 juni 1997 van de bedrijfsagenda van F (bijlage 1 bij het verweerschrift) waarop onder meer is vermeld:

“X D 220

Diversen

T +30 s (nieuw)

mob”.

2.7. Tot de stukken behoort onder meer een kopie van de rekening van garage F van 25 juni 1997 waarop onder meer is vermeld:

“TAXAMETER TX 30 S 955.00 955.00

SERIE NR. 10589

1E FASE KEURING TAXAMETER INCL. ARB.LOON 125.00 125.00

2E FASE KEURING TAXAMETER INCL. ARB.LOON 200.00 200.00

TAXAMETER INBOUW EXCL MATERIAAL 285.00 285.00

MOBILOFOON INBOUW EXL.MATERIAAL 185.00 185.00

INRUIL TAXAMETER -200.00 -200.00”

2.8. In het in bijlage 24, onderdeel 3, bij het verweerschrift opgenomen proces-verbaal van de Fiod, dossiernummer 20267, pv-code AH/09, is door de verbalisanten onder meer verklaard:

“Uit het onderzoek ingesteld naar de administratie, zoals afsprakenagenda’s en facturen, van (…) over de jaren 1999 en 2000 is naar voren gekomen dat een afspraak voor de inbouw van een kilometertelleronderbreker in de afsprakenagenda van (…) werd geboekt onder de term “diverse”. In een later stadium werd de inbouw van kilometertelleronderbrekers veelal met geel gearceerd. Omdat men bang was dat dit op zou vallen, zijn er na verloop van tijd ook andere afspraken met geel gearceerd.

(...)

Op grond van bovenstaande hebben wij, verbalisanten, onderzocht of dergelijke praktijken ook plaatsvonden in de periode dat 4e verdachte (…) nog eigenaar van de (…) was, dus vóór 1 mei 1999.

(…) verklaart op 5 december 2000 over het boeken van afspraken met betrekking tot de inbouw van kilometertelleronderbrekers (…):

“..Dit gebeurde onder andere onder de post diversen..”

en op 23 februari 2001 verklaart (...) hieromtrent (...):

“De omzet van de kilometerteller-onderbrekers staat vaak geboekt onder balieverkoop of

diversen of handzenders, dit omdat degene die de kilometeronderbrekers kochten zich

niet bekend wilde maken of wilde worden...”

en

“Uit de door u getoonde agenda’s is heel moeilijk vast te stellen wat betrekking heeft op de verzwegen omzet. Dit zou dan moeten gebeuren aan de hand van de uitgeschreven bonnen. Zoals al eerder heb verklaard is de omzet alleen te halen uit de administratie vermeld onder het hoofd Diversen...”

(...)

Over de inbouw van kilometertelleronderbrekers verklaart (...) op 5 december 2000 (...):

“Door (...) werden er in de jaren 1997, 1998 en 1999 gemiddeld zo’n zeven kilometer¬onder¬brekers per week ingebouwd. Zeker weten doe ik dit niet. Het kunnen er ook meer geweest zijn. In ieder geval minder dan zeven zullen het er in ieder geval niet geweest zijn”.”

2.9. Op basis van de bevindingen tijdens het boekenonderzoek heeft verweerder de onderhavige navorderingsaanslagen en beschikkingen opgelegd.

2.10. De in het geding zijnde navorderingsaanslagen zijn opgelegd conform de berekening in onderdelen 7 en 8 van het controlerapport.

3. Geschil

3.1. In geschil is het antwoord op de vraag of eiser heeft doen blijken dat de auto in de jaren 1998, 1999 en 2000 voor minder dan 1.000 kilometer voor privédoeleinden is gebruikt, van welk antwoord afhangt of verweerder de bijtelling wegens privégebruik van de auto in de jaren 1998, 1999 en 2000 terecht heeft toegepast. Voorts zijn de boetes in geschil.

3.2. Eiser concludeert tot gegrondverklaring van de beroepen, vernietiging van de uitspraken op bezwaar, vernietiging van de navorderingsaanslagen en de boetebeschikkingen.

3.3. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van de beroepen.

3.4. Voor de standpunten van partijen en het verhandelde ter zitting verwijst de rechtbank naar de gedingstukken en het aan de uitspraak gehechte proces-verbaal van de zitting.

4. Beoordeling van het geschil

4.1 Artikel 42, tweede lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna de Wet IB 1964), bepaalt dat bij het bij het bepalen van winst uit onderneming de aan het houden van een personenauto verbonden kosten worden geacht tot het bedrag van ten minste twintig procent van de catalogusprijs - met inbegrip van omzetbelasting en vermeerderd met de belasting van personenauto’s en motorrijwielen - van de auto niet te zijn gemaakt ten behoeve van de onderneming. Het vijfde lid bepaalt dat het tweede tot en met het vierde lid niet van toepassing zijn indien blijkt dat de auto op jaarbasis voor minder dan 1.000 kilometer voor privédoeleinden wordt gebruikt.

4.2. Gelet op de tekst van de Wet IB 1964, rust op eiser de last om overtuigend aan te tonen dat de auto voor minder dan 1.000, kilometer voor privédoeleinden is gebruikt. Eiser is vrij in de wijze waarop hij het bewijs levert. Eiser stelt zich op het standpunt dat de auto niet privé is gebruikt, beroept zich op de kilometertelleradministratie en ontkent dat een kto is ingebouwd.

4.3. Verweerder heeft de kilometeradministratie van eiser verworpen, er van uitgaande dat in de auto een kilometertelleronderbreker (hierna: kto) is aangebracht. De bewijslast van de aanwezigheid van een kto in de auto rust, tegenover de ontkenning door eiser, op verweerder.

4.4. Gelet op zijn uitspraak van 20 februari 2008 neemt het Gerechtshof Amsterdam tot uitgangspunt, dat de aanduiding ‘diversen’ in de werkagenda van F betekent dat in de betreffende auto van de betreffende klant een kto moest worden ingebouwd. Dit uitgangspunt acht het Hof in ieder concreet geval voor tegenbewijs vatbaar.

Na afweging van de geloofwaardige verklaring ter zitting van eiser tegen het door verweerder ingebrachte bewijs komt de rechtbank tot de conclusie dat het aan de stukken te ontlenen vermoeden dat een kto is ingebouwd, door eiser voldoende is weersproken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

4.5. Eiser heeft verklaard dat hij op woensdag 25 juni 1997 bij F is geweest om een taxameter te laten inbouwen. Eiser heeft onweersproken verklaard dat F persoonlijk en als enige de werkzaamheden aan zijn auto heeft verricht, dat hij de gehele dag in de garage bij de auto is gebleven en dat niemand anders aan de auto heeft gewerkt.

4.6. Volgens eiser blijkt uit de gedingstukken dat freelancer I op maandagen en incidenteel op andere dagen beschikbaar is geweest om kto’s in te bouwen in Mercedessen. Verweerder heeft deze gemotiveerde verklaring niet weersproken. Nu de werkzaamheden op een woensdag zijn verricht, niet de vaste dag waarop de freelancer voor F werkzaamheden verrichtte, vormt de enkele vermelding van “Diversen”, gelet op de samenhang met de overige gedingstukken, naar het oordeel van de rechtbank in casu een minder overtuigend bewijs dat in de auto van eiser een kto is ingebouwd.

4.7. Ook blijkt volgens eiser uit de gedingstukken dat begin 1997 kleine werkzaamheden of materiaal zijn gefactureerd als “diversen”. Ter adstructie van deze stelling heeft de gemachtigde van eiser een kopie overgelegd van één van de, in zijn hoedanigheid als administrateur van verschillende taxichauffeurs, in zijn bezit aanwezige facturen, waarin het materiaal dat voor de inbouw van een taxameter is benodigd is opgenomen onder de term “diversen” en waarvoor een bedrag van fl. 35 in rekening is gebracht. Eiser stelt dat in zijn geval F is vergeten deze post in zijn factuur op te nemen. Hoewel verweerder ter zitting heeft verklaard nog niet eerder een dergelijke factuur te hebben gezien is de rechtbank, gelet op de overgelegde factuur waarop vermeld “diversen”, van oordeel dat het standpunt van eiser niet onaannemelijk moet worden geacht.

4.8. Alles overwegende, komt de rechtbank tot het oordeel dat de situatie van de auto van eiser niet geheel voldoet aan het in de gedingstukken beschreven patroon omtrent de inbouw van kto’s door F, zodat hetgeen eiser en zijn gemachtigde hebben aangevoerd voldoende opweegt tegen het door verweerder aan de gedingstukken ontleende vermoeden.

4.9. Eiser heeft ter zitting onweersproken verklaard dat verweerder in de jaren negentig een onderzoek heeft gedaan naar zijn administratie; dat het onderzoek de jaren 1988 tot en met 1992 betrof; dat er als gevolg van het onderzoek slechts is nagevorderd over de fooien en dat deze navorderingsaanslag na verloop van tijd is ingetrokken. Eiser stelt dat hij aan de conclusies van dit onderzoek het vertrouwen mocht ontlenen dat zijn wijze van administreren ten tijde van de navorderingsperiode, die sinds het eerste onderzoek niet was gewijzigd, juist is. Verweerder heeft ter zitting erkend dat het model van de rittenkaart, het belangrijkste onderdeel van de administratie van eiser, niet is gewijzigd.

4.10. De rechtbank is van oordeel dat indien na een onderzoek geen naheffingsaanslag is opgelegd ervan moet worden uitgegaan dat dit een bewuste standpuntinname is geweest van verweerder. Dit betekent dat op grond van het vertrouwensbeginsel, inhoudende dat een belastingplichtige bij ongewijzigde omstandigheden in rechte aanspraak kan maken op het volgen van een gedragslijn als vorenbedoeld, ervan moet worden uitgegaan dat de administratie over de navorderingsperiode juist is gevoerd.

4.11. Gelet op het voorgaande heeft eiser naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan de op hem rustende bewijslast om te doen blijken dat de auto voor minder dan 1.000 kilometer privé is gebruikt. Gelet hierop heeft verweerder de navorderingsaanslagen, de heffingsrente beschikkingen en de boetebeschikkingen ten onrechte opgelegd.

4.12. Dit betekent dat de beroepen gegrond zullen worden verklaard.

5. Proceskosten

De rechtbank ziet aan¬lei¬ding verweerder te veroordelen in de kos¬ten die eiser in verband met de behande¬ling van de beroepen redelij¬kerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig

verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 1.207,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, 0,5 punt voor de conclusie van repliek met een waarde per punt van € 322 en een wegingsfactor 1 met toepassing van factor 1,5 in verband met het aantal samenhangende zaken).

Aan eiser is voor de behandeling van de beroepen geen griffierecht in rekening gebracht.

6. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart de beroepen gegrond;

- vernietigt de uitspraken op bezwaar;

- vernietigt de navorderingsaanslagen, de heffingsrentebeschikkingen en de boetebeschikkingen;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 1.207,50, en wijst de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën) aan dit bedrag aan eiser te voldoen.

Deze uitspraak is gedaan op 19 augustus 2008 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. A. van Dongen, rechter, in tegenwoordigheid van E. Hoekman, griffier.

Afschrift verzonden aan partijen op:

De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.