Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BE9053

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
25-06-2008
Datum publicatie
22-08-2008
Zaaknummer
08-4118
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verweerder heeft het verzoek om handhavend op te treden tegen het strijdig gebruik van de woning afgewezen. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter zal verweerder in bezwaar bij de huidige stand van zaken niet anders kunnen beslissen dan het primaire besluit te herroepen en over te gaan tot handhavend optreden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 08 - 4118

uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 juni 2008

in de zaak van:

[naam verzoeker 1] en [naam verzoeker 2],

wonende te [woonplaats verzoekers],

gemachtigde: mr. R.J. van Rijn, werkzaam bij ARAG Rechtsbijstand,

tegen:

het college van burgemeester en wethouders van Zandvoort,

verweerder,

derde partij,

[namen derde partij],

wonende te [woonplaats derde partij],

gemachtigde: mr. Y.M. van der Meulen-Krouwel.

1. Procesverloop

Bij besluit van 15 mei 2008 heeft verweerder afwijzend beslist op het verzoek van verzoekers om handhavend op te treden tegen het strijdig gebruik van de woning op het perceel [naam perceel].

Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 19 mei 2008 bezwaar gemaakt. Bij brief van dezelfde datum is tevens verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het verzoek is behandeld ter zitting van 24 juni 2008, alwaar verzoekers in persoon zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door T. van der Kleij, werkzaam bij de gemeente Zandvoort. De derde partij is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. O.M. Bos, kantoorgenoot van gemachtigde.

2. Overwegingen

2.1 Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Daarbij gaat het om een afweging van belangen van de verzoekende partij bij een onverwijlde voorziening tegen het belang dat is gemoeid met onmiddellijke uitvoering van het besluit. Voorzover deze toetsing een beoordeling van de hoofdzaak meebrengt, is dat oordeel voorlopig van aard.

2.2 [naam derde partij] exploiteert op voornoemd perceel het pension [naam pension] een groepsaccommodatie die plaats biedt voor 15 personen verdeeld over zeven kamers en tevens wordt gebruikt voor vergaderingen en bedrijfstrainingen. Volgens verzoekers, woonachtig op het naastgelegen perceel, zijn deze activiteiten in strijd met het ter plaatse vigerende bestemmingsplan. Omdat verzoekers geluids- en parkeeroverlast ondervinden hebben zij verweerder verzocht om handhavend op te treden op grond van het bestemmingsplan. Zij stellen zich op het standpunt dat verweerder verplicht is aan dit verzoek gevolg te geven, omdat er geen concreet uitzicht op legalisatie bestaat. Verweerder heeft immers reeds op 13 juni 2007 geweigerd vrijstelling te verlenen van het bestemmingsplan, welke beslissing op 4 december 2007 in bezwaar is gehandhaafd.

2.3 Verweerder weigert vooralsnog handhavend op te treden, omdat de derde partij bij de rechtbank beroep heeft ingesteld tegen de beslissing van 4 december 2007 (AWB 08-698). Zolang in deze beroepszaak nog geen uitspraak is gedaan, acht verweerder het onwenselijk om handhavend op te treden. Verzoekers kunnen zich met dit besluit niet verenigen en hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, in die zin dat het besluit wordt geschorst en verweerder wordt opgedragen een reëel besluit te nemen onafhankelijk van de genoemde beroepsprocedure.

2.4 De voorzieningenrechter overweegt het volgende.

2.5 Het desbetreffende perceel is gelegen in het bestemmingsplan “Zandvoort-Zuid” en is daarin bestemd voor “woondoeleinden W1B”. Ingevolge artikel 4, eerste lid, onder b, van de plan voorschriften is deze grond bestemd voor vrijstaande en twee onder een kapwoningen. Omdat het betreffende perceel op de plankaart niet nader is aangeduid met een “P”, is logiesverstrekking voor meer dan vier personen op deze bestemming niet mogelijk.

2.6 De voorzieningenrechter is van oordeel dat het gebruik van de woning als pension, waarbij logiesverstrekking voor groepen van 15 personen mogelijk is en tevens ruimten kunnen worden aangewend voor vergaderingen en trainingen, in strijd is met het in rechtsoverweging 2.5 geciteerde planvoorschrift en dat derhalve sprake is van een overtreding. Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal ingeval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden kan het bestuursorgaan weigeren dit te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet uitzicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

2.7 Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er geen sprake van concreet uitzicht op legalisatie, nu verweerder reeds in zijn besluiten van 13 juni en 4 december 2007 zich op het standpunt heeft gesteld dat vrijstelling van het bestemmingsplan ten behoeve van de genoemde activiteiten niet mogelijk is. Voort is niet gebleken dat handhavend optreden onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen of dat zich andere bijzondere omstandigheden voordoen op grond waarvan van handhavend optreden moet worden afgezien. Als zodanige omstandigheden kunnen niet worden aangemerkt het belang van de familie Dekker bij het kunnen exploiteren van het pension of het gegeven dat thans in het kader van de geweigerde vrijstelling een beroepsprocedure aanhangig is. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat verweerder gehouden is om handhavend op te treden.

2.8 Ter zitting is gebleken dat de adviescommissie met betrekking tot het bezwaar van verzoekers een advies heeft opgesteld en dit op korte termijn aan verweerder zal uitbrengen. Er is derhalve op korte termijn een beslissing op bezwaar te verwachten. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter zal deze beslissing op bezwaar bij de huidige stand van zaken niet anders kunnen luiden dan dat verweerder het primaire besluit herroept en positief beslist op het verzoek om handhavend op te treden.

2.9 Gelet op het voorgaande wijst de voorzieningenrechter het verzoek toe, in die zin dat het bestreden besluit wordt geschorst en aan verweerder wordt opgedragen om binnen vier weken een beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

2.10 De voorzieningenrechter acht termen aanwezig om verweerder in de proceskosten te veroordelen. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht wordt met betrekking tot de kosten van rechtsbijstand in beroep één punt toegekend voor het verschijnen ter zitting en één punt voor het indienen van een beroepschrift, waarbij een wegingsfactor één in aanmerking is genomen. De waarde van één punt bedraagt

€ 322,-.

3. Beslissing

De voorzieningenrechter:

3.1 wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe in die zin dat verweerder wordt opgedragen om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak een beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak;

3.2 veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 644,-, te betalen door de gemeente Zandvoort aan verzoekers;

3.3 gelast de gemeente Zandvoort aan verzoekers het door hen betaalde griffierecht ad

€ 145,- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Guinau, voorzieningenrechter, en op 25 juni 2008 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. D. Krokké, griffier.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.