Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BE9052

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
20-06-2008
Datum publicatie
22-08-2008
Zaaknummer
07-8546
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Niet omheinde buitenmarkt op de openbare weg is niet vergunningplichting ingevolge de Haarlemse Brandbeveiligingsverordening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 07 - 8546

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 juni 2008

in de zaak van:

[naam eiseres],

wonende te [woonplaats eiseres],

eiseres,

tegen:

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem,

verweerder,

gemachtigde: A.A.C. de Lange

1. Procesverloop

Bij besluit van 12 maart 2007, uitgereikt aan eiseres op 10 april 2007, heeft verweerder eiseres een gebruiksvergunning als bedoeld in de Brandbeveiligingsverordening van de gemeente Haarlem verleend voor het in gebruik hebben of het in gebruik houden van de inrichting Schelpenpad te Haarlem op bepaalde data in het jaar 2007.

Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 19 mei 2007 bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 2 november 2007 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 14 december 2007 beroep ingesteld.

Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend.

Het beroep is behandeld ter zitting van 13 mei 2008, alwaar eiseres in persoon is verschenen. Verweerder is verschenen bij gemachtigde, voornoemd.

2. Overwegingen

2.1 Eiseres organiseert vanaf het jaar 1998 themamarkten op het Schelpenpad aan de Dreef te Haarlem. Bij brief van 22 november 2006 heeft verweerder eiseres bericht dat voor het jaar 2007 een gebruiksvergunning voor de themamarkten benodigd is. Eiseres heeft daarop onder protest op 2 maart 2007 een gebruiksvergunning aangevraagd. Op 12 maart 2007 heeft verweerder de door eiseres gevraagde gebruiksvergunning verleend. Hiertegen heeft eiseres bezwaar gemaakt. Dit bezwaar heeft verweerder bij het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hiertegen heeft eiseres beroep ingesteld.

2.2 Eiseres stelt zich op het standpunt dat voor de door haar georganiseerde themamarkten geen gebruiksvergunning vereist is. Niettemin heeft zij – nu verweerder haar bij brief van 22 november 2006 heeft bericht dat voor themamarkten een gebruiksvergunning vereist is en verweerder weigerde de benodigde themamarktvergunning af te geven wanneer zij geen gebruiksvergunning aan zou vragen – onder protest een aanvraag daartoe ingediend. Ter onderbouwing van haar betoog dat geen vergunning vereist is heeft eiseres aangevoerd dat de markten buiten worden gehouden, voor iedereen toegankelijk zijn en niet omheind zijn. Er is derhalve volgens eiseres geen sprake van een inrichting in de zin van de Brandbeveiligingsverordening waar een gebruiksvergunning voor vereist is. Verweerder heeft net als de meeste andere gemeenten de model-brandbeveiligingsverordening overgenomen. Andere gemeenten trekken op basis van de model-brandbeveiligingsverordening de conclusie dat geen gebruiksvergunning vereist is voor niet-omheinde openluchtmarkten, aldus eiseres.

2.3 Verweerder voert primair aan dat eiseres geen procesbelang heeft. Voor een ontvankelijk beroep is, zo betoogt verweerder, volgens vaste jurisprudentie – onder meer – vereist dat kan worden gewezen op enig direct tot de rechtsstrijd van partijen te herleiden belang bij een beslissing op beroep, in die zin dat de eisende partij door die beslissing in een gunstiger positie zou kunnen geraken. Omdat de verleende gebruiksvergunning inmiddels is ‘uitgewerkt’, is er geen belang meer voor eiseres aanwezig bij een uitspraak op haar beroep, zodat eiseres niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Voorts stelt verweerder zich op het standpunt dat de themamarkt, die wordt gehouden op een voor mensen toegankelijk bepaald terrein, is te beschouwen als inrichting, nu het terrein is afgebakend door marktkramen. Nu bovendien, gelet op de opgave van eiseres, redelijkerwijs kan worden verwacht dat er meer dan 50 personen tegelijk op de markt aanwezig zullen zijn, is volgens verweerder een gebruiksvergunning vereist.

2.4 Ten aanzien van de vraag of eiseres belang heeft bij de onderhavige procedure, overweegt de rechtbank dat eiseres beoogt aan de rechter het oordeel te ontlokken dat voor het houden van de door haar georganiseerde themamarkten geen gebruiksvergunning vereist is. Bij dat rechtsoordeel heeft eiseres, ook al is de gebruiksvergunning inmiddels ‘uitgewerkt’, belang. Een andere weg om dat oordeel door een rechter getoetst te krijgen – zoals het uitlokken van een handhavingsbesluit – zou naar het oordeel van de rechtbank onredelijk bezwarend zijn. In dit verband is voorts van belang dat het besluit tot het verlenen van een gebruiksvergunning de grondslag vormt voor de door verweerder geheven leges, waarbij overigens zij opgemerkt dat de door verweerder geheven leges geen onderwerp van de onderhavige procedure vormt en derhalve geen bespreking behoeft, aangezien de leges in een apart besluit is geheven waartegen geen bezwaar en beroep is ingesteld.

2.5 In geschil is de vraag of voor de door eiseres georganiseerde themamarkten een gebruiksvergunning vereist is. Met betrekking hiertoe overweegt de rechtbank als volgt.

2.6 Ingevolge artikel 3 eerste lid onder a van de Brandbeveiligingsverordening (hierna: BBV) is het verboden om zonder of in afwijking van een vergunning van het college van burgemeester en wethouders een inrichting in gebruik te hebben of te houden waarin meer dan 50 personen tegelijk aanwezig zullen zijn.

Artikel 1 van de BBV bepaalt dat onder inrichting wordt verstaan een voor mensen toegankelijke ruimtelijke begrensde plaats.

In de artikelsgewijze toelichting is het volgende opgenomen.

“De in artikel 1.1 bedoelde “voor mensen toegankelijke ruimtelijk begrensde plaatsen” is eeen ruime omschrijving. Bouwwerken vallen daar niet onder, het gebruik hiervan vindt immers regeling in de bouwverordening.

In dit verband ware te denken aan alle “bouwwerken” die op het water drijven en los met de wal verbonden zijn, zoals hotelboten, opslagschepen en drijvende restaurants.

(…)

Ook allerlei terreinen vallen onder het begrip inrichting, evenals (feest-)-tenten e.d.”

2.7 De themamarkten waarvoor verweerder vergunning heeft verleend, zijn gehouden op het Schelpenpad. Het Schelpenpad is een voetpad gelegen naast een rijweg, de Dreef, te Haarlem. Het Schelpenpad en de Dreef behoren tot de openbare weg. De themamarkten bestonden uit 30 tot 105 marktkramen die aan weerszijden van het voetpad waren opgesteld.

2.8 De rechtbank is met eiseres van oordeel dat een themamarkt op het Schelpenpad geen inrichting in de zin van de BBV is, zodat voor het houden van een themamarkt geen gebruiksvergunning is vereist. Hiertoe is het volgende redengevend.

2.9 Van belang is in de eerste plaats dat de themamarkten plaatsvonden op de openbare weg. Het begrip “inrichting” in de BBV kan zich uitstrekken tot delen van de openbare weg. Het is onvoldoende om als inrichting te kunnen worden aangemerkt dat een deel van de openbare weg zich ruimtelijk onderscheidt ten opzichte van de rest van de openbare weg. In dat geval zou immers een bushalte waar meer dan vijftig mensen staan te wachten als vergunningplichtig ingevolge de BBV hebben te gelden. Uit de toelichting op de BBV blijkt dat dat niet de bedoeling is van de regeling. Het uitgangspunt van de BBV is immers met name een vergunningplicht te creëren voor ruimten die niet vergunningplichtig zijn ingevolge de gemeentelijke bouwverordening. Waar het gaat om een evenement op de openbare weg dienen de woorden “ruimtelijke begrensde plaatsen” dan ook beperkt te worden uitgelegd in die zin dat het betreffende deel van de openbare weg duidelijk is afgebakend voor een anders dan normaal gebruik van de openbare weg. Van een ruimtelijk begrensde plaats op de openbare weg is bijvoorbeeld sprake bij plaatsing van een tent of wanneer een deel van de openbare weg voor het houden van een evenement met hekwerken wordt omheind. Vaststaat dat het Schelpenpad ten tijde van de themamarkten weliswaar aan de linker- en aan de rechterkant van het pad enigszins afgebakend is door marktkramen, waarbij overigens om de circa vier kramen een doorgang was , doch aan twee zijden waren de markten in het geheel niet afgebakend. Het Schelpenpad bleef vrij toegankelijk voor het publiek dat het Schelpenpad als voetpad kon blijven gebruiken. Derhalve onderscheidde het terrein aan het Schelpenpad waarop de themamarkten werden gehouden zich weliswaar ruimtelijk van de rest van het voetpad, maar was het onvoldoende afgebakend om te kunnen aannemen dat het terrein ruimtelijk begrensd was in de zin van artikel 1 van de BBV.

2.10 Verweerder heeft zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat eiseres in 2007 voor het houden van de themamarkten op het Schelpenpad te Haarlem over een gebruiksvergunning op grond van de BBV diende te beschikken.

2.11 Gelet op het voorgaande is het beroep gegrond. Het bestreden besluit moet worden vernietigd wegens strijd met de artikelen 1 en 3 van de BBV.

2.12 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Niet gebleken is dat eiseres voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten heeft gemaakt.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1 verklaart het beroep gegrond;

3.2 vernietigt het bestreden besluit van 2 november 2007;

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.A.M. van Brussel, rechter, en op 20 juni 2008 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. D. Krokké, griffier.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.