Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2008:BE8790

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
21-08-2008
Datum publicatie
27-08-2008
Zaaknummer
zaak/rolnr.: 381841 / CV EXPL 08-3046
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Consumentenrecht. Afspraak zwart uurloon is nietig. Afspraak om te komen klussen tegen een zwart uurloon van € 15,-- per uur. Werk niet (goed) afgemaakt, waarna op[drachtgever dit door een derde tegen een wit uurloon heeft laten afmaken. Ktr: Van een aanneemovereenkomst is niet gebleken, nu geen aannemer tegen een dergelijk uurloon werkt. Meer waarschijnlijk is een vriendendienst, tegen een kleine vergoeding. Maar al was wel sprake van een aanneemovereenkomst, dan nog had de opdrachtgever geen schade. Want de afspraak dat € 15-- p/u zwart zou worden betaald is nietig. Bij de schadeberekening moet er daarom van worden uitgegaan dat van meet af aan ook aan de eerste 'aannemer' een normaal wit uurloon plus BTW verschuldigd was geweest. Per saldo is de opdrachtgever niet duurder uitgeweest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Zaandam

zaak/rolnr.: 381841 / CV EXPL 08-3046

datum uitspraak: 21 augustus 2008

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

1. [eiser]

2. [eiseres]

te [adres]

eisende partij

hierna te noemen [eisers]

gemachtigde mr. L. van den Ende

tegen

[gedaagde]

te [adres]

gedaagde partij

hierna te noemen [gedaagde]

gemachtigde A. van der Voort

De procedure

[eisers] hebben op gronden zoals in de dagvaarding vermeld een vordering ingesteld tegen [gedaagde].

Hierop heeft [gedaagde] geantwoord.

Vervolgens zijn partijen ter terechtzitting verschenen voor het geven van inlichtingen en het beproeven van een schikking. Daarvan zijn door de griffier aantekeningen gemaakt die zo nodig in de vorm van een proces-verbaal worden uitgewerkt.

Tenslotte is de uitspraak op vandaag bepaald.

De vordering

[eisers] vorderen dat de kantonrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] zal veroordelen aan [eisers] te betalen de somma van € 2.249,09 met (verdere) rente en kosten.

De vordering is in hoofdsom gegrond op een overeenkomst van aanneming van werk, met bijlevering van materialen, waarbij een (zwart) uurloon van € 15,-- zou zijn afgesproken. Het werk is volgens [eisers] niet (behoorlijk) afgemaakt, waarna [eisers] dit door een derde heeft laten afmaken. De kosten welke [eisers] hebben gemaakt om het werk alsnog af te laten maken worden als schadevergoeding gevorderd.

Het verweer

Het verweer strekt tot gehele of gedeeltelijke afwijzing van de vordering. De gestelde overeenkomst van aanneming van werk wordt met inbegrip van het gestelde uurloon betwist. Volgens [gedaagde] heeft hij slechts meegeholpen, puur als vriendendienst, waarvoor niets in rekening is gebracht. Ook op de geleverde materialen (hout plus beslag) stelt [gedaagde] niets te hebben verdiend. Overigens wordt de gestelde schade betwist. Van zijn kant vordert [gedaagde] dat [eisers] in de proceskosten worden veroordeeld.

De feiten

In deze procedure zijn de volgende feiten voldoende komen vast te staan omdat deze niet, dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist zijn gebleven.

1. Medio 2006 zijn er werkzaamheden verricht in de tuin en de woning van [eisers]. De daarvoor benodigde materialen zijn door [gedaagde] geleverd en door [eisers] betaald. [eiser] en [gedaagde], die toentertijd bevriend waren, hebben deze werkzaamheden samen verricht. Teveel geleverd hout is door [gedaagde] teruggebracht naar zijn leverancier.

2. De werkzaamheden zijn aanvankelijk niet (behoorlijk) afgerond. Een of meer deuren waren niet goed afgehangen en een tuinvlonder was onvoldoende stevig en bovendien niet afgewerkt.

3. [gedaagde] is gesommeerd het werk af te maken, waaraan hij niet heeft voldaan. Vervolgens hebben [eisers] het werk door een ander laten afmaken, waarmee drie mandagen waren gemoeid, waarvoor ze inclusief materiaal € 1.445,85 hebben betaald. Vervanging van een opgelapte boerendeur gaat € 239,-- kosten.

De beoordeling van het geschil

Weliswaar is voldoende komen vast te staan dat [gedaagde] tegen een uurloon van € 15,-- zwart werkzaamheden voor [eisers] heeft verricht, maar daaruit volgt onvoldoende dat er sprake was van een overeenkomst van aanneming van werk. Dat ligt, gelet op het gestelde uurloon ook niet voor de hand, nu geen aannemer tegen zo’n uurloon werkt. Het heeft er veel meer alle schijn van dat inderdaad in overwegende mate sprake was van een vriendendienst, waarbij [gedaagde] slechts heeft geholpen tegen een kleine vergoeding. Dat [gedaagde] wel de bouwmaterialen heeft geleverd doet daar niet aan af. Deze materialen zijn apart door [eisers] betaald. Dat teveel is gerekend, meer in het bijzonder doordat teruggebracht hout niet zou zijn gecrediteerd, is onvoldoende feitelijk onderbouwd gebleven en in elk geval niet bewezen.

Daarmee komt de grondslag te ontvallen aan de vordering tot schadevergoeding.

Maar ook al zou de gestelde overeenkomst van aanneming van werk wel zijn bewezen, dan nóg had de vordering moeten worden afgewezen, omdat ook dan niet bewezen was dat [eisers] schade hebben geleden, die voor vergoeding in aanmerking komt. Immers, weliswaar hebben [eisers] een derde moeten betalen voor het afmaken van de werkzaamheden, maar ze hadden [gedaagde] eveneens moeten betalen, als die het werk wèl had afgemaakt! Bij de berekening van het daarvoor dan aan [gedaagde] verschuldigde loon mag uiteraard niet worden uitgegaan van het door [eisers] gestelde, zwarte uurloon, nu deze gestelde prijsafspraak wegens strijd met de wet nietig is. In de plaats daarvan zou moeten worden gerekend tegen een normaal, wit uurloon, waarover ook nog eens BTW moet worden afgedragen. Niet valt in te zien waarom dit lager zou moeten uitvallen dan het door de later ingehuurde derde aan [eisers] in rekening gebrachte uurloon. De door die derde in rekening gebrachte materialen hadden [eisers] natuurlijk ook aan [gedaagde] moeten betalen, zodat ze per saldo bij die derde niet slechter af waren als dat ze bij [gedaagde] zouden zijn geweest, als er wit was gewerkt. Ook de vervanging van de boerendeur kan in dat geval niet op het conto van [gedaagde] worden bijgeschreven, al was het maar omdat uit niets blijkt dat vervanging werkelijk noodzakelijk is noch dat [gedaagde] daarvoor verantwoordelijk is te houden.

Samenvattend moet de vordering van [eisers], met inbegrip van de nevenvorderingen, worden afgewezen en dienen [eisers] in de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De vordering wordt afgewezen.

[eisers] worden veroordeeld in de kosten van deze procedure, deze voor zover gerezen aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 300,-- wegens kosten van de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M.Visser, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 21 augustus 2008, in tegenwoordigheid van de griffier.